Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling WNT

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2014, nr. 2014-0000 104920, houdende regels over de bezoldiging en de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Uitvoeringsregeling WNT)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

Artikel 2. De componenten van de bezoldiging van de functionaris in dienstbetrekking

  • 1 Ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

    • a. het bruto loon;

    • b. de vakantietoeslag;

    • c. de eindejaarsuitkering;

    • d. het tantième, de gratificatie, de bonus, de winstdeling of andere incidentele (variabele) beloning;

    • e. de uitkering of verstrekking die wordt toegekend na het bereiken van een bepaalde diensttijd;

    • f. de periodieke en de eenmalige bindingspremie;

    • g. de periodieke en de eenmalige mobiliteitstoeslag;

    • h. de periodieke en de eenmalige toeslag of toelage onder een andere benaming;

    • i. de afkoopsom van niet-opgenomen vakantie- of compensatiedagen;

    • j. het presentiegeld en het vacatiegeld;

    • k. het voordeel, bedoeld in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964, wegens de terbeschikkingstelling van een auto (mede) voor privégebruik (fiscale bijtelling);

    • l. de belastbare vergoeding of verstrekking in natura;

    • m. de werkgeversbijdrage voor sparen levensloopregeling;

    • n. het werkgeversdeel van de premie voor een vrijwillige sociale verzekering;

    • o. de werkgeversbijdrage aan de premie voor een andere vrijwillige verzekering;

    • p. de werkgeversbijdrage ter compensatie van belastingnadelen;

    • q. het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan pensioenregelingen;

    • r. het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan regelingen voor vervroegde uittreding;

    • s. de werkgeversbijdrage aan een nettopensioenregeling;

    • t. de belaste kilometervergoeding eigen voertuig;

    • u. overige belastbare vergoedingen gebruik eigen motorvoertuig;

    • v. de belaste vergoeding verhuiskosten;

    • w. overige vaste en variabele belastbare vergoedingen ter dekking van zakelijke kosten;

    • x. de cadeaubon;

    • y. doorbetaling van de in dit lid genoemde componenten tijdens ziekte, tijdens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, tijdens een sabbatical, tijdens schorsing van de functionaris hangende een onderzoek en tijdens vakantie;

    • z. doorbetaling van de in dit lid genoemde componenten over een periode waarin een functionaris, niet zijnde een topfunctionaris, vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult.

  • 2 Ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking wordt in ieder geval niet tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

  • 3 Indien een functionaris deelneemt aan een collectieve pensioenregeling die uitgaat van een individueel actuarieel juiste premie kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel q, tot de bezoldiging worden gerekend het werkgeversdeel van een fictieve premie die blijkens een berekening van de pensioenuitvoerder voor de functionaris zou zijn betaald indien de pensioenregeling gebaseerd zou zijn op een doorsneepremie. Het werkgeversdeel van de fictieve doorsneepremie wordt berekend aan de hand van de formule:

    y= ((a / b) x c) – d

    waarin:

    • y = het werkgeversdeel van de fictieve doorsneepremie voor de functionaris;

    • a = het totaalbedrag aan pensioenpremies voor alle deelnemers aan de collectieve regeling;

    • b = het totaalbedrag aan pensioengevend inkomen van alle deelnemers aan de collectieve regeling;

    • c = het pensioengevend inkomen van de functionaris;

    • d = het werknemersdeel van de reële pensioenpremie van de functionaris.

Artikel 2a. De componenten van de bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking

  • 1 Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

    • a. de vergoeding voor de door de topfunctionaris zonder dienstbetrekking verrichte arbeid;

    • b. de vergoeding voor de kosten van bemiddeling;

    • c. de vergoeding voor de bureaukosten;

    • d. de componenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover die niet onder onderdeel a, b of c, vallen, of een compensatie of bijdrage voor die componenten.

  • 2 Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt in ieder geval niet tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

Artikel 3. De toerekening van componenten van de bezoldiging aan enig kalenderjaar

  • 1 Een component van de bezoldiging wordt toegerekend aan de bezoldiging van het kalenderjaar waarin deze component in de salarisadministratie wordt verwerkt of, indien de component niet in de salarisadministratie wordt opgenomen, in het jaar waarin de component ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of instelling komt.

  • 2 Voor de toetsing aan het toepasselijk bezoldigingsmaximum kan, in afwijking van het eerste lid, een component van de bezoldiging die betrekking heeft op een eerder kalenderjaar dan waarin deze in de salarisadministratie wordt verwerkt, onderscheidenlijk ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of instelling komt, toegerekend worden aan het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Artikel 4. De uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

  • 1 Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband in de zin van de wet wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval gerekend:

    • a. de tussen partijen of de tussen de werkgever en de functionaris overeengekomen vergoeding wegens beëindiging van het dienstverband;

    • b. de uitkering van een bedrag ineens of in termijnen uit hoofde van een afvloeiingsregeling;

    • c. de door de rechter vastgestelde uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, met dien verstande dat de betaling van een door de rechter vastgestelde uitkering die het maximum, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, en 3.7, eerste lid, van de wet overschrijdt, niet onverschuldigd is;

    • d. de bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult.

  • 2 Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt niet gerekend de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die voortvloeit uit een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst of een wettelijk voorschrift, doch slechts voor zover de uitkering rechtstreeks, dwingend en eenduidig daaruit voortvloeit.

Artikel 5. Intrekking Regeling bezoldigingscomponenten WNT

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling WNT.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk