Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging algemene aangelegenheden Kadaster 2014

Geldend van 21-12-2014 t/m heden

Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging algemene aangelegenheden Kadaster 2014

Het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers,

Gelet op artikel 7 van de Organisatiewet Kadaster en de artikelen 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 2. Verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan directeuren

Onverminderd het Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Kadaster 2014,de Regeling archiefbeheer Kadaster en het elders in dit besluit bepaalde, wordt met betrekking tot aan het bestuur bij wettelijk voorschrift toegekende bevoegdheden tot het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling, mandaat, volmacht en machtiging verleend aan elk van de directeuren ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door het bestuur.

Artikel 3. Van mandaat uitgesloten bevoegdheden

Aan het bestuur blijft exclusief voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • a. het nemen van beslissingen die op grond van artikel 13 van de Organisatiewet Kadaster onderworpen zijn aan de goedkeuring dan wel instemming van de raad van toezicht;

  • b. het nemen van besluiten van algemene strekking, waaronder het vaststellen van beleidsregels;

  • c. het op grond van artikel 110 van de Kadasterwet nemen van een besluit op verzoeken tot vrijstelling, vermindering of teruggaaf van kadastraal recht, waarvoor geen beleidsregel of door het bestuur geaccordeerde gedragsregel bestaat;

  • d. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.

Artikel 4. Overige uitgesloten bevoegdheden en begrenzing mandaat, volmacht en machtiging

  • 1 Een directeur is niet bevoegd een besluit te nemen, noch om een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten met betrekking tot hemzelf.

  • 2 Een directeur is niet bevoegd een besluit met een mogelijke precedentwerking te nemen. Een directeur legt een besluit als bedoeld in de eerste zin steeds aan het bestuur ter beslissing voor. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op een privaatrechtelijke rechtshandeling en een andere handeling dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling.

  • 3 Een directeur oefent zijn mandaat, volmacht en machtiging uit binnen de grenzen van de voor zijn eenheid vastgestelde taken en zijn functieomschrijving, alsmede met inachtneming van het ter zake geldende recht, de door het bestuur vastgestelde kaders zoals beleids- en uitvoeringsregels, de bestendige uitvoeringspraktijk van de Dienst en de bepalingen vermeld in dit besluit.

  • 4 Het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen door een directeur met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt met inachtneming van de aan hem toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan. Daarbij is een directeur bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot een bedrag van maximaal € 500.000, inclusief BTW zo die verschuldigd is, per verplichting, voor zover niet anders is bepaald met betrekking tot specifieke kosten dan wel investeringen.

Artikel 5. Aanwijzingen

  • 1 Met betrekking tot de uitoefening van het mandaat, de volmacht en de machtiging door een directeur kan het bestuur algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

  • 2 Een directeur is, indien het eerste lid toepassing heeft gevonden, gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen van het bestuur op te volgen.

Artikel 6. Ondervolmacht en ondermachtiging

  • 1 Een directeur is bevoegd aan functionarissen die onder hem ressorteren, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden die aan hem zijn toevertrouwd op grond van artikel 2.

  • 2 De uitoefening van de in het eerste lid genoemde bevoegdheid geschiedt met inachtneming van de door het bestuur gegeven aanwijzingen.

  • 3 Een directeur kan aan de in het eerste lid genoemde functionarissen met betrekking tot de uitoefening van de ondervolmacht en ondermachtiging algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

  • 4 De directeur is gehouden toe te zien op de naleving van dit besluit en van de algemene en bijzondere aanwijzingen, bedoeld in artikel 5 en het derde lid van dit artikel, door degene aan wie hij ondervolmacht en ondermachtiging heeft verleend.

  • 5 De directeur die ondervolmacht en ondermachtiging verleent, doet dit schriftelijk. Hij draagt zorg voor bekendmaking van het verlenen van ondervolmacht en ondermachtiging door publicatie in de Staatscourant.

  • 6 De directeur kan een register aanleggen met betrekking tot door hem verleende ondervolmachten en ondermachtigingen.

Artikel 7. Vervangingsregeling

  • 1 Directeuren kunnen bij belet worden vervangen door een mededirecteur of een rechtstreeks onder de directeur ressorterende functionaris.

  • 2 De mededirecteur of rechtstreeks onder de directeur ressorterende functionaris bedoeld in het eerste lid, kan met goedkeuring van het bestuur de bevoegdheden toekomend aan de te vervangen directeur uitoefenen.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging algemene aangelegenheden Kadaster 2014.

Dit besluit zal met de toelichting worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

Apeldoorn, 2 december 2014

Raad van Bestuur,

Th.A.J. Burmanje

F.L.V.P.L. Tierolff