Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang[Regeling vervalt per 16-12-2018.]

Geldend van 02-03-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 december 2014, 2014-0000184505, houdende tijdelijke regels voor subsidies ten behoeve van het versterken van taal- en interactievaardigheden van beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang (Tijdelijke subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel subsidieverstrekking

De minister verstrekt overeenkomstig deze regeling op aanvraag subsidie als bijdrage in de kosten van trainingsactiviteiten die strekken tot het versterken van taal- en interactievaardigheden van beroepskrachten en van gastouders.

Artikel 3. Subsidiabele kosten

  • 1 Als subsidiabele kosten kunnen slechts in aanmerking genomen worden kosten voor het deelnemen aan een training als vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 2 Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen trainingen voor:

    • a. individuele beroepskrachten, of

    • b. leidinggevenden of stafmedewerkers bij een kindercentrum of een peuterspeelzaal of bemiddelingsmedewerkers van een gastouderbureau, om de tijdens de training verworven kennis en vaardigheden over te dragen aan beroepskrachten van dat kindercentrum of die peuterspeelzaal of aan gastouders aangesloten bij dat gastouderbureau.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

  • 1 De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type van de te volgen training.

  • 4 De subsidie bedraagt per subsidieaanvrager gedurende een in artikel 6 bedoeld aanvraagtijdvak in totaal ten hoogste € 25 000.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond voor subsidie op grond van deze regeling bedraagt voor het tijdvak van 16 december 2014 tot 16 december 2015 € 3.300.000, voor het tijdvak van 4 januari 2016 tot 1 januari 2017 € 3.400.000 en voor het tijdvak van 2 januari 2017 tot 1 januari 2018 € 3.400.000.

  • 2 Na de in het eerste lid genoemde drie tijdvakken volgt nog een vierde tijdvak van twaalf maanden waarvoor een subsidieplafond wordt vastgesteld door de minister en dat bekend wordt gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 6. Aanvraagtijdvakken

  • 1 De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde vier aanvraagtijdvakken, gelegen in de periode van 16 december 2014 tot 16 december 2018.

  • 2 Het eerste aanvraagtijdvak loopt vanaf 16 december 2014, 9.00 uur, tot en met 30 april 2015, 17.00 uur. Het tweede aanvraagtijdvak loopt vanaf 4 januari 2016, 9.00 uur tot en met 30 april 2016, 17.00 uur. Het derde aanvraagtijdvak loopt vanaf 2 januari 2017, 9.00 uur tot en met 3 maart 2017, 17.00 uur.

  • 3 Het vierde aanvraagtijdvak wordt door de minister vooraf bekend gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 7. Subsidieaanvrager

  • 1 De subsidie wordt aangevraagd door de houder van een kindercentrum, een peuterspeelzaal of een gastouderbureau.

  • 2 De subsidie wordt verleend aan de subsidieaanvrager, die zich als zodanig geregistreerd heeft.

  • 3 De registratie als subsidieaanvrager als bedoeld in het tweede lid, vindt plaats bij het Agentschap SZW door gebruikmaking van een daartoe elektronisch beschikbaar gesteld formulier.

Paragraaf 2. Subsidieverlening

Artikel 8. Subsidieaanvraag

  • 1 Voor de indiening van een aanvraag voor subsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor beschikbaar gestelde elektronische aanvraagformulier.

  • 2 De aanvrager geeft in zijn aanvraag aan op welke wijze hij de door de beroepskrachten of gastouders opgedane kennis en vaardigheden gaat borgen in de organisatie.

  • 3 De aanvrager geeft in zijn aanvraag aan op welke wijze hij zijn personeel over de subsidieaanvraag heeft geïnformeerd.

Artikel 9. Behandeling aanvragen

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 7 en 8 en het formulier volledig is ingevuld.

  • 2 Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

Artikel 10. Subsidieverlening en ambtshalve vaststelling

  • 1 De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de termijn waarbinnen de subsidiabele activiteiten uiterlijk zijn verricht.

  • 3 De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 100% van de te verlenen subsidie.

  • 4 De subsidie wordt uiterlijk 74 weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve vastgesteld. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de termijn waarbinnen de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.

Artikel 11. Weigeren van de subsidie

  • 1 Subsidie wordt geweigerd indien de training ten behoeve waarvan subsidie is aangevraagd niet is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 2 Activiteiten waarvoor in het kader van een eerder tijdvak subsidie is toegekend, komen niet in aanmerking voor subsidie in het kader van een volgend tijdvak.

  • 3 Indien de activiteiten in het kader van een tijdvak niet volledig zijn afgerond, wordt subsidie in het kader van een volgend tijdvak geweigerd.

Artikel 12. Meldingplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld aan de minister een schriftelijke melding zodra aannemelijk is dat:

  • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;

  • b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • c. voor de onderneming van de aanvrager surseance van betaling wordt aangevraagd, of in geval van dreiging of aangifte van faillissement; of

  • d. aanspraak bestaat op subsidie of financiering uit andere hoofde.

Artikel 13. Overige verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht om binnen 52 weken, te rekenen vanaf de datum van dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend volledig te doen afronden.

  • 2 De subsidieontvanger verleent desgevraagd kosteloos medewerking aan een steekproef door of namens de minister teneinde te onderzoeken of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en of is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3 De subsidieontvanger toont in het kader van de in het tweede lid bedoelde steekproef op een daartoe strekkend verzoek van of namens de minister door overlegging van een certificaat, diploma of bewijs van deelname aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 14. Evaluatie

De subsidieontvanger werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister informatie te verschaffen over de effecten en waardering van de gevolgde trainingen in het kader van de evaluatie van deze regeling en de ontwikkeling van beleid.

Paragraaf 4. Subsidievaststelling

Artikel 15. Mandaat Agentschap SZW

  • 1 Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de minister besluiten ter zake van subsidie te nemen en handelingen te verrichten in het kader van de uitvoering van deze regeling, met uitzondering van de bevoegdheid om nadere regels te stellen. De directeur van het Agentschap SZW kan van dit mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2 Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om ter voorbereiding van de besluiten of handelingen, bedoeld in het eerste lid, alle benodigde werkzaamheden te verrichten. De directeur van het Agentschap SZW kan deze bevoegdheden in een door hem te bepalen omvang mandateren of doorverlenen aan één of meer onder de minister ressorterende functionarissen.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 december 2014 en vervalt met ingang van 16 december 2018.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 15 december 2018, van toepassing op de afwikkeling van subsidies op grond van deze regeling.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 december 2014

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Bijlage behorende bij de Subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang

Trainingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a

  • TINK, ontwikkeld door Sardes B.V., gevestigd te Utrecht;

  • Oog voor interactie, ontwikkeld door de Stichting Nederlands Jeugdinstituut, gevestigd te Utrecht.

Trainingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b

  • TINK, ontwikkeld door Sardes B.V., gevestigd te Utrecht;

  • Oog voor interactie, ontwikkeld door de Stichting Nederlands Jeugdinstituut, gevestigd te Utrecht.