Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling cofinanciering sectorplannen 2015[Regeling vervalt per 01-01-2020.]

Geldend van 25-07-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 november 2014, 2014-0000179536, tot vaststelling van de bepalingen betreffende cofinanciering sectorplannen 2015 (Regeling cofinanciering sectorplannen 2015)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: een door de minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen tot cofinanciering van sectorplannen kunnen worden ingediend;

  • algemene opleiding: een interne of externe opleiding, niet zijnde bedrijfsspecifieke training, met als oogmerk de leerling vakspecifieke beroepsvaardigheden aan te leren, de opleiding leidt tot een erkend diploma of certificaat;

  • ander beroep: een ander beroep dan het beroep dat de werknemer of de zelfstandige zonder personeel uitoefent of dat de WW-gerechtigde voorheen uitoefende, voor zover dit beroep wordt uitgeoefend bij een andere werkgever, en in het geval van een WW-gerechtigde bij een andere werkgever dan de werkgever waarbij de werkloosheid is ontstaan;

  • arbeidsmarktregio: een arbeidsmarktregio die is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;

  • arbeidsorganisatie: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent;

  • baangarantie: zekerheid op een arbeidsovereenkomst of een aanstelling in openbare dienst van ten minste één jaar direct nadat de algemene opleiding succesvol is afgerond, met een minimale omvang per week van het gemiddelde aantal gewerkte uren en het aantal uren gevolgde scholing in de scholingsperiode voorafgaand aan het afronden daarvan;

  • beroepsbegeleidende leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.7, tweede en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • branche: een tak van een handel of nijverheid binnen een sector;

  • beroep: een beroep opgenomen in de Standaard Beroepenclassificatie 2010, van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dan wel in afwijking daarvan een door de sector erkend beroep;

  • bijscholing: een algemene opleiding om de vakspecifieke beroepsvaardigheden binnen een beroep te actualiseren;

  • CAO: een collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;

  • centrale werkgeversorganisatie: een organisatie van werkgevers die is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;

  • centrumgemeente: een als zodanig in bijlage 1 bij deze regeling aangemerkte gemeente;

  • cofinanciering: het deel van de kosten in de begroting van het sectorplan dat op grond van deze regeling wordt gesubsidieerd;

  • hoofdaanvrager: de rechtspersoon die namens een samenwerkingsverband een sectorplan indient en de subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;

  • loonkosten: het brutoloon van de werknemer vermeerderd met een percentage van 32% van dit brutoloon, bij de bepaling van de loonkosten per uur wordt een norm gehanteerd van 1.720 uur bij een dienstverband van 40 uur per week, of op het maximaal aantal werkbare uren gebaseerd op afspraken in de betreffende CAO;

  • maatregelen: alle activiteiten die tot realisatie van de doelen van het sectorplan leiden;

  • de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • O&O-fonds: een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht in een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;

  • omscholing: een algemene opleiding, die benodigd is om de werknemer, de zelfstandige zonder personeel of de WW-gerechtigde in staat te stellen om een ander beroep uit te oefenen en de opleiding daartoe een adequaat middel is, met een duur van maximaal één jaar of bij een beroepsbegeleidende leerweg van maximaal twee jaar;

  • prestatie: de daadwerkelijk uitgevoerde maatregelen;

  • project: het geheel van gelijksoortige maatregelen, dat wordt uitgevoerd door een arbeidsorganisatie en dat wordt gesubsidieerd op grond van deze regeling;

  • samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband dat ten minste bestaat uit één werkgeversorganisatie en één werknemersorganisatie;

  • sector: een sector die is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;

  • sectorplan: een door een hoofdaanvrager namens een samenwerkingsverband ingediend plan met maatregelen voor knelpunten die blijkens een arbeidsmarktanalyse in de betreffende sector, branches of arbeidsmarktregio’s aanwezig zijn;

  • subsidiabele activiteiten: alle maatregelen in het sectorplan die voor cofinanciering in aanmerking komen;

  • subsidiedossier: het subsidiedossier bevat de volgende documenten: het sectorplan, de aanvraag, gevoerde correspondentie in het kader van de aanvraag, eventueel voorgenomen besluit en zienswijze, de beschikking, gevoerde correspondentie na de beschikking, eventuele wijziging van de beschikking, gevoerde correspondentie over voorschotten, tussen- en eindrapportages, vaststellingsbeschikkingen en gegevens in het kader van evaluatie;

  • werknemer: de natuurlijke persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die op grond van een arbeidsovereenkomst, dan wel een aanstelling in openbare dienst, arbeid verricht als werknemer;

  • werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die partij is bij een op het moment van aanvraag voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een voor de sector geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;

  • WW-gerechtigde: de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;

  • werknemersorganisatie: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers die partij is bij een op het moment van aanvraag voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een voor de sector geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst voor de sector geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;

  • zelfstandige zonder personeel: een persoon die voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001 ondernemer is en geen personeel in dienst heeft.

Artikel 1.2. Financiering sectorplannen

  • 1 De sectorplannen worden gefinancierd uit de eigen middelen van de bij het sectorplan betrokken werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties, de arbeidsorganisaties, werknemers en zelfstandigen zonder personeel waarop het sectorplan betrekking heeft.

  • 2 Indien één of meer provincies of (centrum)gemeenten deel uitmaken van het samenwerkingsverband, kunnen zij, in afwijking van het eerste lid, maximaal 50% van de bijdrage van het samenwerkingsverband, financieren.

  • 3 Onder eigen middelen van arbeidsorganisaties wordt niet verstaan middelen die voor dezelfde activiteiten als subsidie of uit private fondsen zijn verstrekt, met uitzondering van de middelen die uit één of meerdere O&O-fonds zijn verstrekt.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing op in Nederland gevestigde rechtspersonen die een of meer subsidies ontvangen als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tezamen meer bedragen dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de rechtspersoon, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte arbeidsorganisatie drijven.

  • 5 De minister stelt middelen beschikbaar voor de cofinanciering van maatregelen in sectorplannen teneinde subsidie te verlenen in de jaren 2015 en 2016.

  • 6 Maatregelen in sectorplannen komen voor een maximale termijn van twee aaneengesloten jaren voor cofinanciering in aanmerking. De aanvang van deze termijn kan niet eerder liggen dan na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

  • 7 In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de bijdrage van het samenwerkingsverband aan activiteiten voor grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling voor maximaal 100% worden gefinancierd uit publieke middelen indien sprake is van een sectorplan in één of meerdere grensregio’s.

Artikel 1.2a. Verlenging looptijd sectorplannen

  • 1 De minister kan op verzoek van de hoofdaanvrager eenmalig de looptijd van een sectorplan met maximaal zes maanden verlengen, waarbij artikel 1.2, zesde lid, onverminderd van toepassing blijft.

  • 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder ingediend dan het moment waarop het tussentijds voortgangsverslag, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, is overlegd en niet later dan het moment waarop 24 maanden zijn verstreken na de datum van de subsidiebeschikking.

Artikel 1.3. Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies

Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

Artikel 1.4. Subsidieplafond

  • 1 De minister stelt 150 miljoen EUR beschikbaar voor de cofinanciering van sectorplannen, welk bedrag wordt onderverdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor de tijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

  • 2 De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Staatscourant mededeling gedaan met vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.

Artikel 1.5. Verdeling

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak, worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2.3.

  • 2 Wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag tot cofinanciering aan te vullen, geldt als moment van binnenkomst de datum en tijd van ontvangst van de volledige aanvraag tot cofinanciering.

Artikel 1.6. Mandaat directeur Agentschap SZW

  • 1 Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten met betrekking tot de uitvoering van deze regeling, waaronder begrepen:

    • a. het verlenen van subsidies;

    • b. het vaststellen van subsidies, verleend op grond van deze regeling;

    • c. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de onderdelen a en b, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.

  • 2 De directeur van het Agentschap SZW kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, al dan niet gedeeltelijk mandateren aan onder hem ressorterende functionarissen.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 2.1. Het samenwerkingsverband

  • 1 Een sectorplan wordt opgesteld en uitgevoerd door een samenwerkingsverband.

  • 2 Het samenwerkingsverband kan, in afwijking van artikel 1.1, bestaan uit ten minste één werknemersorganisatie en meerdere bij een werkgeversorganisatie aangesloten arbeidsorganisaties.

  • 3 De samenwerking kan worden georganiseerd binnen of tussen een of meer sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

  • 4 De samenwerking wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin tevens een hoofdaanvrager wordt aangewezen.

Artikel 2.2. De hoofdaanvrager

  • 1 De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.

  • 2 De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.

  • 3 De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

  • 4 Als hoofdaanvrager kan worden aangewezen:

    • een werkgeversorganisatie;

    • een werknemersorganisatie; of

    • een O&O-fonds.

  • 5 De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.

  • 6 Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen, als bedoeld in het vijfde lid, stelt of stellen één of meerdere partijen uit het samenwerkingsverband zich garant voor ten minste dit bedrag.

  • 7 Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere rechtspersoon, met uitzondering van een provincie, een (centrum) gemeente, een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont dat het samenwerkingsverband of één of meer partijen van het samenwerkingsverband zich garant stelt of stellen voor ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.

Artikel 2.3. De aanvraag

  • 1 Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste 125.000 EUR, exclusief overhead als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid.

  • 2 De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een namens de minister verstrekt (elektronisch) formulier.

  • 3 De subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de hoofdaanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend met betrekking tot dezelfde sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s, en die aanvraag op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk is toegekend.

  • 4 Bij de aanvraag worden de volgende stukken overlegd:

    • a. een samenwerkingsovereenkomst die is ondertekend door alle partijen die zijn betrokken in het samenwerkingsverband dat het sectorplan heeft opgesteld;

    • b. een schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat de hoofdaanvrager gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

    • c. een analyse waarin inzicht wordt gegeven in de arbeidsbehoefte en het beschikbare arbeidsaanbod, hetgeen leidt tot een arbeidsmarktknelpunt nu en in de komende vijf jaren in beroepen in de sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s waarop het sectorplan betrekking heeft;

    • d. een plan van aanpak met ten minste de doelstellingen en beoogde effecten, maatregelen, de doelgroepen voor de maatregelen, het aantal toepassingen per maatregel en de hiermee beoogde resultaten voor het oplossen van de knelpunten, bedoeld in onderdeel c;

    • e. een beschrijving van de uitvoering van het sectorplan, die in ieder geval een omschrijving van de organisatie en een tijdpad bevat;

    • f. een beschrijving van de voorwaarden waaronder de verschillende maatregelen worden uitgevoerd en de wijze waarop deze voorwaarden worden gehandhaafd;

    • g. een onderbouwde begroting van de kosten van de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, waaruit blijkt welke activiteiten zullen worden ondernomen, de bij behorende kosten en hoe tot de inschatting van deze kosten is gekomen, met inbegrip van een liquiditeitsprognose en een financieringsplan waaruit blijkt hoe de maatregelen gefinancierd worden en dat de aangevraagde cofinanciering noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregelen in het sectorplan;

    • h. een omschrijving van de wijze van financiering van structurele maatregelen die worden voortgezet nadat de tijdelijke cofinanciering is beëindigd; en

    • i. een overeenkomst tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties waarin, indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot afwijken als bedoeld in artikel 3.6, vijfde lid, de afwijkende termijn en afwijkende regels zijn opgenomen.

  • 5 Dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag wordt beschikt. Deze termijn wordt opgeschort gerekend vanaf de dag na de dag waarop de indiener, op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen.

  • 6 Door het indienen van een aanvraag stemt de hoofdaanvrager er namens het samenwerkingsverband mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

Artikel 2.4. Subsidieverlening

  • 1 De minister kan subsidie verlenen voor de cofinanciering van maatregelen in een sectorplan.

  • 2 De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.

  • 3 De beschikking tot verlening van subsidie betreft de voor cofinanciering in aanmerking komende maatregelen, en het aantal toepassingen van deze maatregelen, zoals vastgelegd in het bij de subsidieaanvraag gevoegde sectorplan.

  • 4 In de beschikking wordt de periode opgenomen waarbinnen de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt toegekend, worden uitgevoerd. Tevens wordt in de beschikking het maximumbedrag bepaald dat aan subsidie tegemoet kan worden gezien. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, zoals door de hoofdaanvrager geraamd in zijn aanvraag tot cofinanciering, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, maatregelen en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het sectorplan, dan wel onredelijk hoog zijn of uit anderen hoofde worden vergoed.

  • 5 In de beschikking worden de prestaties benoemd waarvoor subsidie wordt verleend en waarop de verantwoording en de subsidievaststelling zal plaatsvinden, en wordt aan de hand van het tijdpad, bedoeld in artikel 2.3, vierde lid, onder e, aangegeven in welke periode deze prestaties worden behaald en of hiervoor voorschotten worden verleend.

  • 6 Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 2.5. Weigering van de subsidie

  • 1 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien naar het oordeel van de minister:

    • a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de daaraan bij en krachtens deze regeling gestelde eisen;

    • b. de arbeidsmarktanalyse, bedoeld in artikel 2.3, vierde lid, onder c, onvoldoende inzicht geeft in de arbeidsmarktknelpunten en oplossingsrichtingen;

    • c. de gekozen maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd niet voldoende aansluiten bij de sectoranalyse;

    • d. onvoldoende is aangetoond dat de aanwending van middelen voor de gekozen maatregelen effectief en efficiënt is;

    • e. de beoogde maatregelen, prestaties en resultaten onvoldoende objectief meetbaar zijn geformuleerd;

    • f. de kosten van de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, niet voldoende zijn onderbouwd;

    • g. onvoldoende is aangetoond hoe de maatregelen gefinancierd worden en dat cofinanciering noodzakelijk is voor het uitvoeren van de maatregelen waarvoor cofinanciering is aangevraagd;

    • h. onvoldoende is aangetoond hoe structurele maatregelen na afloop van de tijdelijke cofinanciering zullen worden voortgezet en hoe deze zullen worden gefinancierd;

    • i. de omvang van het aangevraagde subsidiebedrag de relatieve omvang en problematiek van het samenwerkingsverband op de arbeidsmarkt overstijgt;

    • j. de kosten van de maatregelen niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;

    • k. onvoldoende zekerheid bestaat over de eigen financiering van de kosten van de maatregelen en overhead;

    • l. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;

    • m. de gekozen maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk 3;

    • n. het sectorplan niet open staat voor alle arbeidsorganisaties binnen de sector of de arbeidsmarktregio; of

    • o. onvoldoende is aangetoond dat de partij uit het samenwerkingsverband die zich alleen garant heeft gesteld voor 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, over voldoende middelen beschikt om garantstelling te waarborgen.

  • 2 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval geheel geweigerd, indien het totale te verstrekken subsidiebedrag lager is dan 125.000 EUR.

Hoofdstuk 3. Subsidiabele kosten en maatregelen

Artikel 3.1. Subsidiabele maatregelen

Voor subsidie komen in aanmerking maatregelen zoals opgenomen in de artikelen 3.2 tot en met 3.5, of een samenstelling daarvan.

Artikel 3.2. Van werk naar een ander beroep

  • 1 De sectorplannen kunnen maatregelen bevatten die sectorale of intersectorale mobiliteit van werknemers naar een ander beroep bij een andere werkgever bevorderen.

  • 2 Kosten voor maatregelen komen slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op ten minste één van de volgende activiteiten:

    • a. begeleiding en bemiddeling richting een nieuwe baan, bij een andere werkgever in een ander beroep;

    • b. opzetten, onderhouden en uitbreiden van infrastructuur voor van werk naar werk projecten;

    • c. in kaart brengen van de competenties van de werknemer; of

    • d. omscholing.

Artikel 3.3. Van werk naar hetzelfde beroep

  • 1 De sectorplannen kunnen maatregelen bevatten die sectorale of intersectorale mobiliteit van werknemers in hetzelfde beroep, bij een andere werkgever, bevorderen.

  • 2 Kosten voor maatregelen komen slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op ten minste één van de volgende activiteiten:

    • a. begeleiding en bemiddeling richting een nieuwe baan, bij een andere werkgever, in hetzelfde beroep;

    • b. opzetten, onderhouden en uitbreiden van infrastructuur voor van werk naar werk projecten;

    • c. in kaart brengen van de competenties van de werknemer; of

    • d. bijscholing.

Artikel 3.4. Vanuit een uitkering op grond van de Werkloosheidswet naar een ander of hetzelfde beroep

  • 1 De sectorplannen kunnen maatregelen bevatten die sectorale of intersectorale mobiliteit van WW-gerechtigden bevorderen, naar hetzelfde of een ander beroep, bij een andere werkgever dan de werkgever waarbij de werkloosheid is ontstaan.

  • 2 Kosten voor maatregelen komen slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op ten minste één van de volgende activiteiten:

    • a. begeleiding en bemiddeling richting een baan, in hetzelfde of een ander beroep;

    • b. uitbreiden van infrastructuur voor trajecten naar werk;

    • c. in kaart brengen van de competenties van de uitkeringsgerechtigde; of

    • d. om- of bijscholing.

Artikel 3.5. Van overig naar een ander of hetzelfde beroep

  • 1 De sectorplannen kunnen maatregelen bevatten om zelfstandigen zonder personeel of personen, niet zijnde werknemers of WW-gerechtigden of personen die fulltime een opleiding volgen, te begeleiden naar hetzelfde of een ander beroep.

  • 2 Kosten voor maatregelen komen slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op ten minste één van de volgende activiteiten:

    • a. begeleiding en bemiddeling richting een baan, in hetzelfde of een ander beroep;

    • b. uitbreiden van infrastructuur voor overig naar werk trajecten;

    • c. in kaart brengen van de competenties van de persoon; of

    • d. om- of bijscholing.

Artikel 3.6. Kosten voor opleidingen in het kader van de maatregelen genoemd in de artikelen 3.2 tot en met 3.5

  • 1 Maatregelen als bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.5, die tot doel hebben om werknemers op te leiden door middel van algemene opleiding kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen. De subsidiabele kosten zijn:

    • a. de loonkosten van de opleiders en diegene die bij de werkgever waarbij de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd, werkzaam zijn en een opleiding volgen;

    • b. verplaatsings- en verblijfskosten;

    • c. opleidingsbenodigdheden;

    • d. begeleiding en advisering van opleidingstrajecten.

  • 2 Een maatregel komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag niet meer dan 2 miljoen euro per arbeidsorganisatie per opleidingsproject bedraagt.

  • 3 Indien een deelnemer aan de opleidingen, bedoeld in dit hoofdstuk, recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet informeert de hoofdaanvrager namens de uitvoerders van de opleidingen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen eenmaal per zes maanden over de deelnemers die de opleidingstrajecten volgen.

  • 4 De hoofdaanvrager geeft een verklaring van deelname aan de deelnemer indien:

    • a. er omscholing als bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 of bijscholing als bedoeld in artikel 3.4 wordt gevolgd waarvoor op grond van het sectorplan subsidie is verleend; en

    • b. de werkgever direct na afloop van de scholing een baangarantie van ten minste één jaar biedt.

  • 5 De werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uit het samenwerkverband kunnen gezamenlijk afwijken van de duur van de baangarantie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en afwijkende regels stellen over de baangarantie, waarbij ook kan worden bepaald dat de sector of de arbeidsmarktregio, in plaats van de werkgever, de baangarantie verstrekt.

  • 6 De maximale termijn, bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, en hetgeen is bepaald in artikel 4.2, eerste lid, onderdeel c, zijn niet van toepassing indien de maatregelen bestaan uit scholing in de vorm van een beroepsbegeleidende leerweg, mits er binnen twaalf maanden na de datum van de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 2.4, een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering. In afwijking van artikel 4.5, eerste lid, dient de hoofdaanvrager binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van alle in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van een termijn van zesendertig maanden na de datum van die subsidiebeschikking een aanvraag tot subsidievaststelling van het volledige sectorplan in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier.

Artikel 3.7. In aanmerking te nemen kosten

Voor cofinanciering komen in aanmerking:

  • a. subsidiabele kosten, zijnde kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.5, en die rechtstreeks aan de uitvoering van de maatregelen van het sectorplan zijn toe te rekenen; en

  • b. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten als bedoeld in artikel 4.6.

Artikel 3.8. Niet in aanmerking te nemen kosten

  • 1 Niet voor cofinanciering komen in aanmerking:

    • a. onredelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het sectorplan of een onderdeel daarvan;

    • b. kosten van het sectorplan die naar het oordeel van de minister qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties;

    • c. kosten van inkomensvervangende betalingen of uitkeringen aan deelnemers, niet zijnde loonbetalingen; en

    • d. kosten van maatregelen die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden.

  • 2 Kosten van werkzaamheden ter uitvoering van het sectorplan die door derden zijn verricht, komen niet voor cofinanciering in aanmerking indien uit de controleverklaring van de accountant blijkt dat:

    • a. er geen transparante aanbestedingsprocedure heeft plaatsgevonden; of

    • b. niet ten minste drie offertes zijn aangevraagd, voor zover deze kosten meer bedragen dan 50.000 EUR.

  • 3 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt door de minister geweigerd, indien de kosten van de maatregel waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde van overheidswege worden gefinancierd.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing op de bijdrage van een (centrum)gemeente of provincie, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, aan de bijdrage van het samenwerkingsverband.

Hoofdstuk 4. Subsidieverstrekking

Artikel 4.1. Hoogte van de subsidie

  • 1 De subsidie ten behoeve van maatregelen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

  • 2 Indien bij het controleren van de einddeclaratie blijkt, dat minder dan 60% van de totale subsidiabele kosten, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, wordt het subsidiebedrag op nihil vastgesteld.

  • 3 De subsidie kan bij onderrealisatie, in afwijking van het tweede lid, naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de minister goede gronden aanwezig zijn om de subsidie niet op nihil vast te stellen.

Artikel 4.2. Intrekking en terugvordering

  • 1 Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de beschikking tot subsidieverlening geheel ingetrokken indien:

    • a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten;

    • b. de in de beschikking tot subsidieverlening opgegeven verplichtingen niet zijn nageleefd; of

    • c. binnen 6 maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking, geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de maatregelen in het sectorplan.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.

  • 3 Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het voorschot dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de hoofdaanvrager teruggevorderd.

Artikel 4.3. Bevoorschotting en meldingsplicht

  • 1 Indien een aanvraag tot cofinanciering van een sectorplan wordt goedgekeurd, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt.

  • 2 Na goedkeuring van het sectorplan kan een voorschot van 10% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag worden verstrekt.

  • 3 Iedere zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.

  • 4 De hoofdaanvrager doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als de subsidiabele kosten in die periode 75% of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode en de voorschotten per jaar gemiddeld 200.000 EUR of meer bedragen.

  • 5 De hoofdaanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 6 De hoofdaanvrager kan bij de aanvraag van cofinanciering op het door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier aangeven een voorschot te willen ontvangen. Indien de hoofdaanvrager heeft aangegeven geen voorschot te willen ontvangen, wordt deze niet toegekend.

Artikel 4.4. Rapportageverplichting

  • 1 Voor zover de uitvoering van het sectorplan een periode beslaat van twaalf maanden of langer, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van die twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag.

    Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.

  • 2 Voor zover de uitvoering van het sectorplan door toepassing van artikel 1.2a of artikel 3.6, zesde lid, een periode beslaat van meer dan 24 maanden, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van die 24 maanden een tussentijds voortgangsverslag. Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.

  • 3 De hoofdaanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt.

  • 4 Indien de hoofdaanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 4.3, kan de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opleggen dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een controleverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volgens een door de minister voor te schrijven model.

Artikel 4.5. Einddeclaratie en subsidievaststelling

  • 1 De hoofdaanvrager dient binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van de in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, een verzoek tot vaststelling van subsidie in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier.

  • 2 Bij het verzoek tot vaststelling van subsidie wordt een verantwoording inclusief einddeclaratie gevoegd. De hoofdaanvrager verstrekt bij de verantwoording het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt. De verantwoording bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.

  • 3 Indien de minister toestemming heeft gegeven om een sectorplan te verlengen als bedoeld in artikel 1.2a, dient de hoofdaanvrager binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van de in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van een termijn van dertig maanden na de datum van die subsidiebeschikking, een verzoek tot vaststelling van subsidie van het sectorplan in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier.

  • 4 De minister beslist binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 4.6. Overhead

  • 1 Kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten van de hoofdaanvrager komen voor 50% van een forfaitair bedrag als bedoeld in het vierde lid, voor cofinanciering in aanmerking.

  • 2 Onder kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten worden verstaan alle niet directe kosten waaronder inbegrepen de kosten van administratie en beheer en de kosten van de controleverklaring, bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, en de Algemene regeling SZW-subsidies.

  • 3 De kosten voor overhead worden niet in de begroting bij de aanvraag tot cofinanciering opgenomen doch door de minister vastgesteld op een percentage van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten exclusief de overheadkosten.

  • 4 Het percentage, bedoeld in het derde lid, bedraagt de som van:

    • a. 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten exclusief de overheadkosten tot 1.000.000 EUR;

    • b. 7% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten exclusief de overheadkosten tussen 1.000.000 EUR en 10.000.000 EUR;

    • c. 1% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten exclusief de overheadkosten boven 10.000.000 EUR.

Artikel 4.7. Administratievoorschriften

  • 1 De hoofdaanvrager houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het sectorplan en de in verband daarmee gemaakte kosten en verworven inkomsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder begrepen een financiële administratie en een administratie van de deelnemers per maatregel inclusief een burgerservicenummer waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken. Deze administratie is voor controle beschikbaar op één locatie.

  • 2 De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde maatregelen.

  • 3 De financiële administratie geeft inzicht in de gemaakte subsidiabele kosten, de inkomsten en de wijze waarop de inkomsten en gemaakte kosten aan de maatregelen van het sectorplan worden toegerekend.

Hoofdstuk 5. Evaluatie

Artikel 5.1. Evaluatiebepaling

  • 1 De minister draagt in 2016 en 2018 zorg voor de evaluatie van deze regeling.

  • 2 De hoofdaanvrager verleent aan de minister medewerking aan het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, voor zover het sectorplan niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het sectorplan deze medewerking verleent.

  • 3 De minister past deze regeling zo nodig aan, indien tijdens de uitvoering van deze regeling blijkt dat hier aanleiding toe is.

Hoofdstuk 6. Wijziging van andere regelingen

Artikel 6.1. Wijziging van de Regeling cofinanciering sectorplannen

[Red: Wijzigt de Regeling cofinanciering sectorplannen.]

Artikel 6.2. Wijziging van de Scholingsregeling WW

[Red: Wijzigt de Scholingsregeling WW.]

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling cofinanciering sectorplannen 2015

Artikel 7.2. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt inwerking met ingang van 1 januari 2015 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2019, van toepassing op de afwikkeling van verleende subsidies op grond van deze regeling.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 28 november 2014

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Bijlage 1. : Arbeidsmarktregio’s

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en gemeenten hanteren voor de Nederlandse arbeidsmarkt een indeling in 35 arbeidsmarktregio’s. Per regio is er een centrumgemeente, hieronder aangeduid met*.

Achterhoek

Aalten | Berkelland | Bronckhorst | Doesburg | *Doetinchem | Montferland | Oost Gelre | Oude IJsselstreek | Winterswijk

Drechtsteden

Alblasserdam | *Dordrecht| Hendrik-Ido-Ambacht | Papendrecht | Sliedrecht | Zwijndrecht

Drenthe

Borger-Odoorn | Coevorden | De Wolden | *Emmen | Hoogeveen | Midden-Drenthe

Flevoland

*Almere | Dronten | Lelystad | Noordoostpolder | Urk

Food Valley

Barneveld | *Ede | Renswoude | Rhenen | Scherpenzeel | Veenendaal | Wageningen

Friesland

Achtkarspelen | Ameland | Boarnsterhim | Dantumadiel | Dongeradeel | Ferwerderadiel | Franekeradeel | Gaasterlân-Sleat | Harlingen | Heerenveen | Het Bildt | Kollumerland Ca | *Leeuwarden | Leeuwarderadeel | Lemsterland | Littenseradiel | Menameradiel | Ooststellingwerf | Opsterland | Schiermonnikoog | Skarsterlân | Smallingerland | Súdwest-Fryslân | Terschelling | Tytsjerksteradiel | Vlieland | Weststellingwerf

Gooi- en Vechstreek

Blaricum | Bussum | Eemnes | *Hilversum | Huizen | Laren | Muiden | Naarden | Weesp | Wijdemeren

Gorinchem

Giessenlanden | *Gorinchem | Hardinxveld-Giessendam | Leerdam | Lingewaal | Molenwaard | Zederik

Groningen

Aa en Hunze | Appingedam | Assen | Bedum | Bellingwedde | De Marne | Delfzijl | Eemsmond | *Groningen | Grootegast | Haren | Hoogezand-Sappemeer | Leek | Loppersum | Marum | Menterwolde | Noordenveld | Oldambt | Pekela | Slochteren | Stadskanaal | Ten Boer | Tynaarlo | Veendam | Vlagtwedde | Winsum | Zuidhorn

Groot-Amsterdam

Aalsmeer | Amstelveen | *Amsterdam | De Ronde Venen | Diemen | Landsmeer | Haarlemmermeer | Ouder-Amstel | Uithoorn

Haaglanden

Delft | Midden-Delfland | Rijswijk | *’s-Gravenhage | Westland

Helmond-De Peel

Asten | Deurne | Geldrop-Mierlo | Gemert-Bakel | *Helmond | Laarbeek | Someren

Holland Rijnland

Alphen aan den Rijn | Boskoop | Hillegom | Kaag en Braassem | Katwijk | *Leiden | Leiderdorp | Lisse | Nieuwkoop | Noordwijk | Noordwijkerhout | Oegstgeest | Rijnwoude | Teylingen | Zoeterwoude

Ijsselvechtstreek

Dalfsen | Hardenberg | Hattem | Heerde | Kampen | Meppel | Oldebroek | Ommen | Raalte | Staphorst | Steenwijkerland | Westerveld | Zwartewaterland | *Zwolle

Midden-Brabant

Alphen-Chaam (5130-5131) | Baarle-Nassau | Dongen | Gilze en Rijen | Goirle | Heusden | Hilvarenbeek | Loon op Zand | Oisterwijk | *Tilburg | Waalwijk

Midden-Gelderland

*Arnhem | Duiven | Lingewaard | Overbetuwe | Renkum | Rheden | Rijnwaarden | Rozendaal | Westervoort | Zevenaar

Midden-Holland

Bergambacht | Bodegraven-Reeuwijk | *Gouda | Nederlek | Ouderkerk | Schoonhoven | Vlist | Waddinxveen | Zuidplas

Midden-Limburg

Echt-Susteren | Leudal | Maasgouw | Nederweert | Roerdalen | *Roermond | Weert

Midden-Utrecht

Bunnik | De Bilt | Houten | IJsselstein | Lopik | Montfoort | Nieuwegein | Oudewater | Stichtse Vecht | *Utrecht | Utrechtse Heuvelrug | Vianen | Wijk bij Duurstede | Woerden | Zeist

Noord-Holland Noord

*Alkmaar | Bergen NH | Castricum | Den Helder | Drechterland | Enkhuizen | Graft-De Rijp | Heerhugowaard | Heiloo | Hollands Kroon | Hoorn | Koggenland | Langedijk | Medemblik | Opmeer | Schagen | Schermer | Stede Broec | Texel

Noord-Limburg

Beesel | Bergen LB | Gennep | Horst aan de Maas | Peel en Maas | *Venlo | Venray

Noordoost-Brabant

Boxmeer | Bernheze | Boekel | Boxtel | Cuijk | Grave | Haaren | Mill en Sint Hubert | *’sHertogenbosch | Landerd | Maasdonk | Oss | Schijndel | Sint Anthonis | Sint-Michielsgestel |Sint-Oedenrode | Uden | Veghel | Vught

Oost-Utrecht

*Amersfoort | Baarn | Bunschoten | Leusden | Nijkerk | Soest | Woudenberg

Rijnmond

Albrandswaard | Barendrecht | Bernisse | Binnenmaas | Brielle | Capelle aan den IJssel | Cromstrijen | Goeree-Overflakkee | Hellevoetsluis | Korendijk | Krimpen aan den IJssel | Maassluis | Oud-Beijerland | Ridderkerk | *Rotterdam | Schiedam | Spijkenisse | Strijen | Vlaardingen | Westvoorne

Rivierenland

Buren | Culemborg | Geldermalsen | Neder-Betuwe | Maasdriel | Neerijnen | *Tiel | West Maas en Waal | Zaltbommel

Stedendriehoek

*Apeldoorn | Brummen | Deventer | Elburg | Epe | Ermelo | Harderwijk | Lochem | Nunspeet | Olst-Wijhe | Putten | Voorst | Zeewolde | Zutphen

Twente

Almelo | Borne | Dinkelland | *Enschede | Haaksbergen | Hellendoorn | Hengelo | Hof van Twente | Losser | Oldenzaal | Rijssen-Holten | Tubbergen | Twenterand | Wierden

West-Brabant

Aalburg | Alphen-Chaam (4855-4861) | Bergen op Zoom | *Breda | Drimmelen | Etten-Leur | Geertruidenberg | Halderberge | Moerdijk | Oosterhout | Roosendaal | Rucphen | Steenbergen | Werkendam | Woensdrecht | Woudrichem | Zundert

Zaanstreek/Waterland

Beemster | Edam-Volendam | Oostzaan | Purmerend | Waterland | Wormerland | *Zaanstad | Zeevang

Zeeland

Borsele | *Goes | Hulst | Kapelle | Middelburg | Noord Beveland | Reimerswaal, Schouwen-Duiveland | Sluis | Terneuzen | Tholen | Veere | Vlissingen

Zuid-Holland Centraal

Lansingerland | Leidschendam-Voorburg | Pijnacker-Nootdorp | Voorschoten | Wassenaar |*Zoetermeer

Zuid-Gelderland

Beuningen | Druten | Groesbeek | Heumen | Millingen aan de Rijn | Mook en Middelaar | *Nijmegen | Ubbergen | Wijchen

Zuid-Kennemerland

Beverwijk | Bloemendaal | *Haarlem | Haarlemmerliede Ca | Heemskerk | Heemstede | Uitgeest | Velsen | Zandvoort

Zuid-Limburg

Beek | Brunssum | Eijsden-Margraten | Gulpen-Wittem | *Heerlen | Kerkrade | Landgraaf | Maastricht | Meerssen | Nuth | Onderbanken | Schinnen | Simpelveld | Sittard-Geleen | Stein | Vaals | Valkenburg aan de Geul | Voerendaal

Zuidoost-Brabant

Bergeijk | Best | Bladel | Cranendonck | Eersel | *Eindhoven | Heeze-Leende | Nuenen Ca | Oirschot | Reusel-De Mierden | Son en Breugel | Valkenswaard | Veldhoven | Waalre

Bijlage 2. : Centrale werkgeversorganisaties

Vereniging VNO-NCW

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

Vereniging Land- en Tuinbouworganisatie Nederland

Bijlage 3. : Sectorindeling

Indeling naar sector

1. Landbouw, bosbouw, visserij en delfstoffenwinning

• Landbouw, veehouderij, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht

• Bosbouw, exploitatie van bossen en dienstverlening voor de bosbouw

• Winning van aardolie en aardgas

• Winning van delfstoffen (geen olie en gas)

• Dienstverlening voor de winning van delfstoffen

2. Procesindustrie:

• Vervaardiging van voedingsmiddelen

• Vervaardiging van dranken

• Vervaardiging van tabaksproducten

• Vervaardiging van cokesoven producten en aardolieverwerking

• Vervaardiging van chemische producten

• Vervaardiging van farmaceutische producten en grondstoffen

• Vervaardiging van producten van rubber en kunststof

• Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten

3. Metalektro en metaalnijverheid, vervaardiging van:

• Metalen in primaire vorm

• Producten van metaal

• Computers en elektronische en optische apparatuur

• Elektrische apparatuur

• Overige machines en apparaten

• Auto’s, aanhangwagens en opleggers

• Overige transportmiddelen

4. Overige industrie, energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer

• Vervaardiging van kleding

• Vervaardiging van leer, lederwaren en schoenen

• Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen

• meubels)

• Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren

• Drukkerijen, reproductie van opgenomen media

• Vervaardiging van meubels

• Vervaardiging van overige goederen

• Reparatie en installatie van machines en apparaten

• Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht

• Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

5. Bouwnijverheid en bouwinstallatie

• Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en projectontwikkeling

• Grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet)

• Gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw

6. Handel in en reparatie van auto’s, motorfietsen en aanhangers

7. Groothandel en handelsbemiddeling, excl auto’s en motorfietsen

8. Detailhandel, niet in auto’s en motorfietsen

9. Vervoer en opslag

• Vervoer over land,

• Vervoer over water

• Luchtvaart

• Opslag en dienstverlening voor vervoer

• Post en koeriers

10. Horeca, catering en verblijfsrecreatie

• Logiesverstrekking (hotels, vakantieparken, kampeerterreinen)

• Eet- en drinkgelegenheden (café’s, restaurants, kantines en catering)

11. Informatie en communicatie

• Uitgeverijen

• Productie en distributie van films en televisieprogramma´s; maken en uitgeven van geluidsopnamen

• Verzorgen en uitzenden van radio- en televisieprogramma's

• Telecommunicatie

• Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie

• Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie

12. Financiële dienstverlening

• Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen)

• Verzekeringen en pensioenfondsen (geen verplichte sociale verzekeringen)

• Overige financiële dienstverlening

13. Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer

14. Facility management, reiniging en landschapsverzorging

15. Overig verhuur en overige zakelijke diensten:

• Verhuur van en handel in onroerend goed

• Rechtskundige dienstverlening, accountancy, belastingadvisering en administratie

• Holdings (geen financiële), concerndiensten binnen eigen concern en managementadvisering

• Architecten, ingenieurs en technisch ontwerp en advies; keuring en controle

• Speur- en ontwikkelingswerk

• Reclame en marktonderzoek

• Industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige consultancy

• Veterinaire dienstverlening

• Verhuur en lease van auto's, consumentenartikelen, machines en overige roerende goederen

• Reisbemiddeling, reisorganisatie, toeristische informatie en reserveringsbureaus

• Beveiliging en opsporing

• Overige zakelijke dienstverlening

16. Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen

17. Onderwijs

• Primair en speciaal onderwijs

• Voortgezet onderwijs

• Middelbaar beroepsonderwijs en educatie

• Tertiair onderwijs

• Overig onderwijs (sport, cultuur, autorijscholen, afstandsonderwijs, bedrijfsopleiding en – training)

18. Zorg:

• Ziekenhuizen

• verpleging en verzorging

• Geestelijke gezondheidszorg

• Gehandicaptenzorg

• Thuiszorg

• Overige zorg: (para)medische praktijken, gezondheidscentra

19. Welzijn

• Jeugdhulp

• Kinderopvang/peuterspeelzalen

• Maatschappelijke opvang, sociaal-cultureel werk, maatschappelijk werk en overig welzijn

20. Cultuur, sport en recreatie

• Kunst

• Culturele uitleencentra, openbare archieven, musea, dieren- en plantentuinen, natuurbehoud

• Loterijen en kansspelen

• Sport en recreatie

21. Overige dienstverlening, huishoudens en extraterritoriale organisaties

• Levensbeschouwelijke en politieke organisaties, belangen- en ideële organisaties, hobbyclubs

• Reparatie van computers en consumentenartikelen

• Wellness en overige dienstverlening; uitvaartbranche

• Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel

• Niet-gespecificeerde productie van goederen en diensten door particuliere huishoudens voor eigen gebruik

• Extraterritoriale organisaties en lichamen