Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling open en online hoger onderwijs[Regeling vervalt per 01-09-2019.]

Geldend van 06-04-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 november 2014, nr. 658512, houdende stimulering open en online hoger onderwijs 2014 – 2019 (Regeling open en online hoger onderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, onder a, en artikel 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mede namens de Minister van Economische Zaken;

  • b. instelling voor hoger onderwijs:

  • c. online onderwijs: onderwijs dat volledig of voor een substantieel deel online plaatsvindt;

  • d. open onderwijs: onderwijs dat gebruik maakt van onderwijsmateriaal dat beschikbaar is onder een open licentie en dat bovendien aan ten minste één van de volgende kenmerken voldoet: onderwijs dat open is in tijd, plaats of programma, of onderwijs dat gratis is of waaraan geen vooropleidingseisen worden gesteld.

Artikel 2. Doelomschrijving

De Minister verstrekt subsidie met als doel om het gebruik van open en online onderwijs te stimuleren en inzicht te krijgen hoe open en online onderwijs een bijdrage kan leveren aan:

  • a. kwaliteitsverbetering van het hoger onderwijs;

  • b. toegankelijkheid van het hoger onderwijs;

  • c. doelmatigheid van het hoger onderwijs; of

  • d. verhoging van het studiesucces.

Artikel 3. Subsidieaanvraag

  • 1 De Minister kan subsidie verstrekken aan instellingen voor hoger onderwijs voor projecten die zich richten op één of meer doelstellingen genoemd in artikel 2.

  • 2 Subsidieaanvragen worden jaarlijks uiterlijk op 15 december 12.00 uur van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten bij de Minister ingediend. Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

  • 3 De aanvraag omvat in ieder geval een activiteitenplan en een begroting. Het activiteitenplan bevat een beschrijving van het doel, de doelgroep, het beoogde resultaat, het plan van aanpak van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, een planning en een overzicht van de projectorganisatie. De begroting bevat een overzicht van de voor het betreffende projectjaar geraamde materiële en personele inkomsten en uitgaven voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

  • 4 De aanvraag kan in samenwerking met andere instellingen worden gedaan. Indien de aanvraag in samenwerking met andere instellingen wordt gedaan, treedt één van de instellingen namens alle betrokken instellingen als penvoerder op. Bij de aanvraag wordt een door alle betrokken instellingen getekende verklaring gevoegd, waaruit blijkt dat de instelling die namens alle betrokken instellingen optreedt, gemachtigd is in het kader van deze subsidieaanvraag alle betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De subsidie wordt verstrekt aan de instelling die namens alle betrokken instellingen optreedt als subsidieaanvrager.

Artikel 4. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vier tranches het volgende bedrag beschikbaar:

    • a. voor het jaar 2015: € 830.000;

    • b. voor het jaar 2016: € 700.000;

    • c. voor het jaar 2017: € 705.000.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 100.000 per subsidieaanvrager. Het subsidiebedrag wordt door de ontvanger aangevuld met ten minste hetzelfde bedrag aan eigen middelen.

Artikel 5. Beoordeling

  • 1 De aanvraag heeft betrekking op open en online onderwijs.

  • 2 De aanvragen worden beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

  • 3 De beoordeling geschiedt op basis van de volgende elementen:

    • a. doelstelling en doelgroep,

    • b. beoogd resultaat,

    • c. plan van aanpak, en

    • d. planning, kosten en organisatie.

  • 4 De elementen zijn nader uitgewerkt in het format dat gebruikt wordt voor de beoordeling. De elementen worden gewogen en gescoord op een 10-puntschaal. In totaal kan een aanvraag maximaal 40 punten behalen. Op elk van de vier onderdelen moet minimaal een 6 gescoord worden om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 5 Het format is beschikbaar op www.surf.nl/stimuleringsregeling-open-online-onderwijs

Artikel 6. Voorwaarde

De subsidieontvangers werken mee aan door of namens de Minister uit te voeren flankerend of evaluatief onderzoek.

Artikel 7. Advisering en besluit

  • 1 De Minister wint ten behoeve van de subsidieverstrekking advies in van SURF. De SURF kan de Minister ook adviseren over het vaststellen van de subsidie en de intrekking of wijziging van de subsidie.

  • 2 SURF legt de aanvragen voor aan een commissie onder verantwoordelijkheid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Deze commissie toetst de aanvragen aan deze regeling.

  • 3 Subsidieaanvragers ontvangen een conceptadvies van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF en worden in de gelegenheid gesteld om het conceptadvies op feitelijke onjuistheden en omissies te controleren voordat dit advies definitief wordt vastgesteld.

  • 4 SURF adviseert de Minister jaarlijks op uiterlijk 18 maart van het jaar waarin de subsidieaanvraag is gedaan, over de subsidieverstrekking.

  • 5 De Minister beslist jaarlijks op uiterlijk 1 mei van het jaar waarin de subsidieaanvraag is gedaan over de subsidieverstrekking op basis van het advies van SURF.

  • 6 De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op de aanvragen.

Artikel 8. Subsidie aan bekostigde instellingen

De Minister:

  • a. verstrekt subsidie en betaalt het subsidiebedrag ineens voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft;

  • b. verstrekt subsidie en betaalt het subsidiebedrag per kwartaal voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 100.000 betreft.

Artikel 9. Subsidie aan onbekostigde instellingen

De Minister:

  • a. verstrekt subsidie en betaalt het subsidiebedrag ineens voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft;

  • b. verleent een voorschot van 100 procent en betaalt het subsidiebedrag per kwartaal voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 100.000 betreft.

Artikel 10. Verantwoording door bekostigde instellingen

Door bekostigde instellingen geschiedt de verantwoording aldus:

  • a. voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving, en toont de subsidieontvanger op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

  • b. voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 100.000 betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G1.

Artikel 11. Verantwoording door onbekostigde instellingen

  • 1 Door onbekostigde instellingen geschiedt de verantwoording aldus:

    • a. voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, toont de subsidieontvanger op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

    • b. voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 100.000 betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie aan de hand van een prestatieverklaring, volgens een door de Minister vast te stellen model, waarmee wordt aangetoond dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2 De prestatieverklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is tevens de aanvraag tot subsidievaststelling en wordt ingediend binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend. Artikel 19 van de Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing.

  • 3 De subsidie bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vastgesteld.

Artikel 12. Subsidievaststelling bij onbekostigde instellingen [Vervallen per 01-05-2015]

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2019 met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor zover het betreft besluiten die vóór de vervaldatum zijn genomen.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling open en online hoger onderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker