Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling tot instelling van het Comité van toezicht EFMB

Geldend van 05-11-2014 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 oktober 2014, 2014-0000162941, tot instelling van het Comité van toezicht EFMB

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 11 van de Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen en artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Comité: het Comité van toezicht EFMB, genoemd in artikel 2;

  • EFMB: het Europees fonds voor meest behoeftigen;

  • minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • Operationeel Programma: het Operationeel Programma dat door de Europese Commissie wordt goedgekeurd ter uitvoering van de Verordening;

  • beschikking: de Beschikking van de Europese Commissie, houdende goedkeuring van het voor Nederland geldende Operationeel Programma EFMB 2014-2020;

  • verordening: Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen.

Artikel 2. Instelling Comité van toezicht EFMB

Er is een Comité van toezicht EFMB.

Artikel 3. Samenstelling en benoeming

  • 1 Het Comité bestaat uit ten minste vijf leden en een voorzitter.

  • 2 De leden worden door de minister benoemd op voordracht van:

    • het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (tevens voorzitter);

    • het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten;

    • de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen;

    • de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

    • de gemeente Rotterdam ;

    • het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 3 De leden van het Comité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.

  • 4 Voor ieder lid kan de minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.

  • 5 De Europese Commissie neemt met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van het Comité.

Artikel 4. Taken

  • 1 Overeenkomstig artikel 11 en artikel 12 van de verordening:

    • a. beoordeelt het Comité de ter goedkeuring voorgelegde regelingen en besluiten ter uitvoering van het Operationeel Programma;

    • b. gaat het Comité regelmatig na of vooruitgang is geboekt met de verwezenlijking van de doelstellingen die met het Operationeel Programma worden nagestreefd;

    • c. onderzoekt en evalueert het Comité de met de uitvoering van het Operationeel Programma bereikte resultaten;

    • d. beoordeelt het Comité de ter goedkeuring voorgelegde verslagen;

    • e. beoordeelt het Comité eventuele ter goedkeuring voorgelegde voorstellen tot wijziging van het Operationeel Programma;

    • f. beoordeelt het Comité ter goedkeuring voorgestelde voorstellen voor subsidieregelingen of wijzigingen van regelingen die worden vastgesteld op grond van de verordening en het Operationeel Programma.

  • 2 Het Comité onderzoekt bij de uitvoering van de taken, genoemd in het eerste lid, met name:

    • a. de uitvoering van de informatie- en communicatiemaatregelen;

    • b. acties die de gelijkheid van man en vrouw, gelijke kansen en non-discriminatie in aanmerking nemen en bevorderen.

  • 3 De minister verschaft op verzoek aan het Comité de gegevens en inlichtingen waarover hij beschikt, en die het Comité voor de vervulling van zijn taak nodig heeft.

Artikel 5. Adviesbevoegdheid

Indien het Comité van oordeel is dat aanpassing wenselijk is van enig besluit dat is vastgesteld ter uitvoering van het Operationeel Programma, dan wel dat aanpassing wenselijk is van de wijze waarop een dergelijk besluit wordt uitgevoerd teneinde de aan de subsidiëring uit het EFMB ten grondslag liggende doelstellingen zo goed mogelijk te verwezenlijken, kan het uit eigener beweging ter zake advies uitbrengen aan de minister.

Artikel 6. Jaarlijkse vergadering en nadere regeling werkzaamheden

  • 1 Het Comité vergadert ten minste één maal per jaar.

  • 2 Indien nodig kan het Comité gebruik maken van een schriftelijke vergaderprocedure.

  • 3 Het Comité kan zijn werkzaamheden nader regelen binnen het kader, gegeven door de verordening, de te zijner tijd ontvangen beschikking aangaande het Operationeel Programma en de ter uitvoering daarvan genomen ministeriële besluiten.

Artikel 7. Ondersteuning

In het secretariaat wordt voorzien door de minister.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot instelling van het Comité van toezicht EFMB.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 31 oktober 2014

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma