Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (algemene versie)

Geldend van 01-11-2014 t/m heden

Circulaire Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (algemene versie)

Algemeen

Deze circulaire heeft als doel de circulaire van 19 november 2008 (kenmerk 2008-0000548161) te actualiseren. De ingangsdatum van de onderhavige circulaire is 1 november 2014. Per deze datum vervalt de circulaire van 19 november 2008.

Op 1 oktober 2009 is de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (hierna: Wet dwangsom) in werking getreden. Deze wet biedt burgers meer doeltreffende rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door de overheid. In deze circulaire wordt de betekenis van de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (hierna: Wet dwangsom) voor bestuursorganen van zowel het Rijk als de decentrale overheden toegelicht. Deze versie is geschikt voor al het overheidspersoneel. Tegelijk met deze circulaire is een versie van deze circulaire voor juristen werkzaam bij bestuursorganen (kenmerk 2014-0000234272) vastgesteld.

1. Wat is het doel van de wet?

De Wet dwangsom wil burgers een effectiever rechtsmiddel geven tegen te trage besluitvorming door het bestuur. Deze wet geeft meer mogelijkheden om op te komen tegen niet tijdige beslissingen van een bestuursorgaan. De wet bevat hiervoor een tweetal regelingen voor die gevallen waarin een bestuursorgaan niet binnen de daarvoor geldende termijn beslist:

  • 1. Een regeling op grond waarvan een bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd kan zijn voor iedere dag dat de beslissing uitblijft.

  • 2. Een regeling op grond waarvan direct beroep – met overslaan van bezwaar – kan worden ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen door bestuursorganen.

De overheid wil een betrouwbare partner zijn van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In de wet staat dat de overheid dat onder andere moet doen door tijdig te beslissen op een aanvraag. De aanvrager heeft daar recht op. ‘Tijdig’ betekent: binnen de geldende termijn. Dat kan een wettelijke of een redelijke termijn zijn. Een beslissing moet zonodig kunnen worden afgedwongen. De Wet dwangsom voorziet in een sanctie voor het bestuur: een dwangsom bij het niet naleven van de wettelijke voorgeschreven beslistermijnen. De dwangsomregeling geeft een financiële prikkel voor bestuursorganen om te besluiten binnen de geldende beslistermijnen.

Deze termijnen beschermen burgers tegen onbehoorlijk gedrag van de overheid. Ze verschaffen teven rechtszekerheid, omdat burgers zo weten binnen welke termijn ze duidelijkheid krijgen over het standpunt van de overheid. Een aanvrager van een beschikking krijgt de mogelijkheid om een bestuursorgaan dat verzuimt tijdig te beslissen, aan te sporen dit binnen een periode van twee weken alsnog te doen. Doet het bestuursorgaan dat niet, dan verbeurt het een dwangsom voor elke dag dat een beslissing nog langer uitblijft.

2. Wanneer is de wet in werking getreden?

Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom in werking getreden. De wet is van toepassing op een aanvraag die, of een bezwaar- of (administratief) beroepschrift dat is ingediend na 1 oktober 2009. Voor aanvragen, bezwaar- of (administratief) beroepschriften die zijn ingediend voor 1 oktober 2009, geldt het oude recht. De dwangsomregeling en regeling beroep bij niet tijdig beslissen zijn dan niet van toepassing. De aanvrager of bezwaarmaker moet dan eerst bezwaar maken tegen het uitblijven van een beslissing (of de bezwaarprocedure voortzetten); pas daarna kan hij beroep instellen bij de bestuursrechter.

Sinds 1 januari 2012 geldt de dwangsomregeling voor aanvragen en bezwaarschriften over huurtoeslag, kindergebonden budget, kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag bij de Belastingdienst/Toeslagen.

Sinds 1 oktober 2012 geldt de dwangsomregeling voor beschikkingen die zijn genomen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of het Soeverein Besluit van 12 december 1813 (en bezwaar tegen zodanige beschikkingen). Dit geldt ook voor een verklaring omtrent het gedrag op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en voor aanvragen en bezwaarschriften op grond van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.

3. Wat houdt de regeling in?

Na de inwerkingtreding van de Wet dwangsom is het volgende veranderd:

  • 1. Wanneer een bestuursorgaan de beslissing op een aanvraag of beslissing op bezwaar (of administratief beroep) niet tijdig heeft genomen, dan is het een dwangsom aan de aanvrager of bezwaarde verschuldigd voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Daarvoor gelden bepaalde voorwaarden (zie paragraaf 6.1).

  • 2. De aanvrager of bezwaarde hoeft niet eerst bezwaar te maken tegen het uitblijven van een beslissing. In plaats daarvan kan hij direct in beroep gaan bij de bestuursrechter (zie paragraaf 6.2).

4. Wat is een aanvraag?

Onder een aanvraag wordt verstaan een verzoek van een belanghebbende (dit kan ook een derde-belanghebbende zijn) om een besluit te nemen. Dit kan bijvoorbeeld de aanvraag voor een vergunning, de aanvraag voor een uitkering of een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur zijn. Maar ook een personeelsbesluit kan een aanvraag zijn, wanneer dit een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit geldt ook voor een bezwaarschrift dat is ingediend tegen een besluit van de overheid. Met het bezwaarschrift wordt immers gevraagd om een ander besluit te nemen. Het verzoek tot het verrichten van een feitelijke handeling (bijvoorbeeld een verzoek tot het dichten van een gat in het wegdek) is geen aanvraag.

5. Wanneer spreken we van niet tijdig beslissen?

‘Niet tijdig beslissen’ betekent dat een bestuursorgaan bij het nemen van een besluit de beslistermijn heeft overschreden. Dat kan een wettelijke termijn zijn. Als een wettelijke termijn ontbreekt, dan geldt een ‘redelijke termijn’. Wat redelijk is hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.1. Primaire fase: de aanvraag

Wettelijke termijn

Indien de termijn waarbinnen het bestuursorgaan moet beslissen is de wet staat, spreken we van een wettelijke termijn. Het kan voorkomen dat de termijn eindigt in het weekend of op een feestdag. In dat geval wordt in beginsel de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

Redelijke termijn

Als er geen wettelijke termijn is vastgesteld, geldt een redelijke termijn. Wat een redelijke termijn is, is afhankelijk van de soort beslissing en kan enkele weken of maanden zijn, maar in uitzonderlijke gevallen zelfs enkele dagen. Het bestuursorgaan moet in ieder geval binnen acht weken een beslissing nemen of, als het bestuursorgaan ziet aankomen dat het er niet in slaagt binnen acht weken te beslissen, aan de aanvrager een redelijke termijn meedelen waarbinnen de beslissing wél zal worden genomen. Die redelijke termijn is niet vastgesteld op acht weken en is afhankelijk van de complexiteit van de besluitvorming en het belang dat de aanvrager heeft bij een snelle beslissing.

Een ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen zal bij het ontbreken van een wettelijke termijn dus in een aantal gevallen mogelijk zijn. Ten eerste zodra de door het bestuur meegedeelde redelijke termijn is verstreken. Ten tweede zodra acht weken zijn verstreken na ontvangst van de aanvraag door het bestuursorgaan en het bestuur geen mededeling doet. Het bestuursorgaan heeft in zo’n geval na de ontvangst van een ingebrekestelling twee weken om alsnog een beslissing te nemen. Wanneer dit niet gebeurt, begint de dwangsom automatisch te lopen en kan de aanvrager direct beroep instellen. Dit betekent dat de aanvrager al na enkele dagen, wanneer hij of zij meent dat de redelijke termijn verstreken is, het bestuursorgaan in gebreke kan stellen wegens het niet tijdig beslissen. Een redelijke termijn is immers afhankelijk van de soort beslissing en kan enkele weken of maanden zijn, maar in uitzonderlijke gevallen zelfs dagen.

Wanneer het bestuursorgaan deze ingebrekestelling ontvangt, staan de volgende mogelijkheden open:

  • 1. Het bestuursorgaan kan binnen twee weken een beslissing nemen. Hiermee voorkomt het bestuursorgaan dat een dwangsom betaald moet worden én wordt direct beroep voorkomen.

  • 2. Wanneer het bestuursorgaan niet binnen twee weken een beslissing kan nemen, kan het bestuursorgaan mededelen dat de redelijke termijn nog niet verstreken is. In dat geval is het aan de rechter om te bepalen wat de redelijke termijn is.

Een belanghebbende kan het bestuursorgaan niet in gebreke stellen als hij de termijn onredelijk vindt. Wel kan hij in dat geval bezwaar maken tegen de vastgestelde termijn.

5.2. Fase van bezwaar en administratief beroep

De beslistermijn loopt vanaf de dag na de laatste dag waarop de bezwaartermijn verstreek. De termijn om te beslissen op een bezwaarschrift is zes weken. Indien een bezwaaradviescommissie is ingesteld, bedraagt de termijn twaalf weken.

Bij administratief beroep moet het beroepsorgaan binnen zestien weken beslissen. Indien het beroepsorgaan behoort tot dezelfde rechtspersoon als het primair besluitende orgaan, geldt echter dezelfde termijn als bij bezwaar: zes weken of – indien een adviescommissie is ingesteld – tien weken. Dit laatste geval doet zich voor indien de gemeenteraad de beroepsinstantie is en het college van burgemeester en wethouders het primair besluitende orgaan. Beide behoren tot dezelfde rechtspersoon: de gemeente.

5.3. Opschorten en verdagen

In bepaalde gevallen wordt de termijn opgeschort. Ondanks opschorting van de termijn blijft het mogelijk om de termijn te verdagen. Ter illustratie volgt een voorbeeld.

Stel, de beslistermijn van beschikking X is zes weken, met de mogelijkheid van verdaging van nog eens twee weken. Bij de ontvangst van de aanvraag wordt geconstateerd dat die onvolledig is. Daarom biedt het bestuursorgaan de aanvrager de mogelijkheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. Dertien dagen later maakt de aanvrager van die mogelijkheid gebruik. Met die termijn wordt de beslistermijn opgeschort.

Dan verloopt de procedure als volgt:

  • 1 oktober: indiening aanvraag (einde termijn: 1 oktober + 6 weken = 12 november)

  • 4 oktober: bestuursorgaan biedt de gelegenheid aan te vullen

  • 17 oktober: ontvangst aanvulling

  • opschorting beslistermijn: 12 november + 13 dagen = 25 november.

Het bestuursorgaan heeft tot en met 25 november de tijd om de oorspronkelijke beslistermijn te verdagen. Als op 25 november geen beschikking is genomen én niet is verdaagd, is in dit voorbeeld sprake van niet tijdig beslissen. Is wel tijdig verdaagd, dan wordt de beslistermijn met maximaal twee weken verlengd. Het bestuursorgaan heeft dan tot 9 december de tijd om te beslissen. Na 9 december is sprake van niet tijdig beslissen.

6. Wat is er veranderd met de komst van de Wet dwangsom?

6.1. Dwangsom bij niet tijdig beslissen1

Vanaf de inwerkingtreding van de Wet dwangsom geldt de dwangsomregeling bij niet tijdig beslissen. De dwangsom is alleen verschuldigd als aan de drie volgende voorwaarden is voldaan:

  • 1. Het bestuursorgaan heeft niet tijdig beslist op een aanvraag (zie paragraaf 5 voor wat verstaan wordt onder ‘niet tijdig’).

  • 2. De aanvrager heeft het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke gesteld.

  • 3. Het bestuursorgaan heeft twee weken na de ingebrekestelling nog geen besluit genomen.

De dwangsomregeling ziet er, van aanvraag tot betaling van de dwangsom, als volgt uit:

  • de aanvrager dient een aanvraag in;

  • de beslistermijn – al dan niet verlengd – verstrijkt zonder beslissing;

  • de aanvrager stelt het bestuursorgaan in gebreke;

  • twee weken verstrijken zonder beslissing;

  • het bestuursorgaan is een dwangsom verschuldigd voor elke dag dat de beslissing uitblijft (als het bestuursorgaan de ingebrekestelling op maandag ontvangt, is de eerste dag waarover de dwangsom is verschuldigd de dinsdag twee weken later);

  • de maximale looptijd van de dwangsom bedraagt 42 dagen;

  • de dwangsom bedraagt maximaal € 1.260;

  • de dwangsom bedraagt € 20 per dagen over de eerste twee weken, € 30 per dag over de volgende twee weken en € 40 per dagen over de overige dagen;

  • het bestuursorgaan stelt binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd is het totaalbedrag van de verschuldigde dwangsommen bij beschikking vast;

  • het bestuursorgaan betaalt binnen zes weken na de vaststelling van het totaalbedrag het verschuldigde bedrag aan de aanvrager.

NB

Het bestuursorgaan tekent de datum van ontvangst van een aanvraag onverwijld aan en stuurt de aanvrager een bewijs van ontvangst. Deze bepaling en vastlegging van de datum van ontvangst is van belang voor alle betrokkenen, omdat vanaf die datum verschillende termijnen beginnen te lopen.

Een ingebrekestelling die te vroeg is verstuurd, is ongeldig. Het is dus niet mogelijk om bij een aanvraag al een voorwaardelijke ingebrekestelling te voegen. Een voorwaardelijke ingebrekestelling is een brief waarin de aanvrager het bestuursorgaan vast in gebreke stelt in het eventuele geval dat het bestuursorgaan niet tijdig beslist. Anders ligt het bij een ingebrekestelling die per abuis een dag te vroeg is ingediend. Deze zou door het bestuursorgaan wel als geldig kunnen worden beschouwd. Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet dwangsom is uitgesproken dat in de praktijk de rechter zou kunnen oordelen dat een ingebrekestelling die per abuis een dag te vroeg is ingediend, toch geldt; de dwangsom is dan twee weken en een dag later verschuldigd. Dus: is de ingebrekestelling op maandag ontvangen en had dat eigenlijk pas dinsdag moeten zijn, dan is de dwangsom verschuldigd met ingang van de woensdag twee weken later.

6.2. Direct beroep bij niet tijdig beslissen

De regeling beroep bij niet tijdig beslissen geldt in alle gevallen waarin het bestuursorgaan de beslistermijn heeft overschreden. In tegenstelling tot de dwangsomregeling die alleen geldt voor aanvragen en beslissingen op bezwaar die het karakter van een beschikking hebben.

Direct beroep bij het niet tijdig nemen van een besluit

Bij termijnoverschrijding door het bestuursorgaan heeft de burger niet alleen recht op een dwangsom, maar ook de mogelijkheid om direct beroep in te stellen bij de rechter. De aanvrager kan vanaf de eerste dag dat het bestuursorgaan te laat is met beslissen het bestuursorgaan in gebreke stellen. De enige eis is dat de ingebrekestelling schriftelijk moet gebeuren. Een mondelinge ingebrekestelling volstaat dus niet. De Algemene wet bestuursrecht stelt verder geen eisen aan de vorm. Het is belangrijk om in de gaten te houden dat de ingebrekestelling dus ook ‘verpakt’ kan zitten in een bezwaarschrift of klacht, die (mede) is gericht tegen het niet tijdig beslissen.

Na de ingebrekestelling heeft het bestuursorgaan twee weken om alsnog te beslissen. Gebeurt dat binnen die twee weken niet, dan kan de aanvrager daarna beroep instellen bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen.

Voorbeeld: als de ingebrekestelling op maandag verzonden is, kan het beroepschrift op zijn vroegst worden verstuurd op de dinsdag twee weken later.

De rechtbank behandelt het beroep – zonder zitting – binnen acht weken. Als de rechter een zitting toch nodig acht, dan vindt de behandeling van het beroep binnen dertien weken plaats. Besluit de rechtbank dat het beroep gegrond is, dan moet het bestuursorgaan alsnog binnen twee weken beslissen.

NB

Ook hier geldt dat een ingebrekestelling die te vroeg is verstuurd, ongeldig is.

Het is dus niet mogelijk om bij een aanvraag al een voorwaardelijke ingebrekestelling te voegen. Anders ligt het bij een ingebrekestelling die per abuis een dag te vroeg is ingediend. Deze zou door het bestuursorgaan wel als geldig kunnen worden beschouwd. Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet dwangsom is uitgesproken dat in de praktijk de rechter zou kunnen oordelen dat een ingebrekestelling die per abuis een dag te vroeg is ingediend, toch geldt; de dwangsom is dan twee weken en een dag later verschuldigd. Dus: is de ingebrekestelling op maandag ontvangen en had dat eigenlijk pas dinsdag moeten zijn, dan is de dwangsom verschuldigd met ingang van de woensdag twee weken later.

Direct beroep én dwangsomregeling

Twee weken nadat het bestuursorgaan een ingebrekestelling heeft ontvangen, gaat de dwangsom automatisch lopen. Twee weken nadat de aanvrager een ingebrekestelling heeft verzonden, kan hij een beroepschrift tegen niet tijdig beslissen bij de rechtbank indienen. Of hij dat doet en zo ja, wanneer, bepaalt degene die beroep instelt zelf. De grens ligt bij het onredelijk laat instellen van beroep. De rechter bepaalt wat onder ‘onredelijk laat’ moet worden verstaan, dus of de aanvrager op tijd is met het instellen van beroep.

6.3. Opschorten beslistermijn

Het bestuursorgaan kan de beslistermijn onder bepaalde voorwaarden verlengen. De Wet dwangsom biedt meer mogelijkheden om de termijn te verlengen.

De beslistermijn wordt opgeschort (loopt niet door) in de volgende gevallen:

  • 1. als het bestuursorgaan de aanvrager vraagt om zijn aanvraag aan te vullen, bijvoorbeeld door meer informatie te verschaffen. De beslistermijn wordt dan opgeschort op de dag nadat het bestuursorgaan de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvrager dat heeft gedaan of de gestelde termijn is verstreken;

  • 2. als het bestuursorgaan wacht op informatie uit het buitenland, die onmisbaar is om te kunnen beslissen. Opschorting begint op de dag nadat het bestuursorgaan dit aan de aanvrager heeft meegedeeld en eindigt als de informatie binnen is. De opschorting eindigt óók als de informatie na een redelijke termijn nog steeds niet is ontvangen;

  • 3. als de aanvrager schriftelijk instemt met uitstel;

  • 4. als de vertraging de schuld is van de aanvrager. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de aanvrager een dag voor afloop van de beslistermijn een dik pak met aanvullende gegevens opstuurt; of als hij steeds opnieuw vraagt om uitstel van een hoorzitting of om nader onderzoek;

  • 5. als het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is te beslissen. Er moeten dan wel abnormale en onvoorziene omstandigheden zijn waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft, zoals het volledig afbranden of onder water lopen van het gemeentehuis.

Communicatie over opschorten

  • in de bovenstaande gevallen 1, 2 en 3 verneemt de aanvrager altijd dat de beslistermijn is opgeschort;

  • in de gevallen 1 en 3 wordt de aanvrager bovendien ingelicht wanneer de opschorting ten einde is;

  • in geval 4 hoeft het bestuursorgaan de aanvrager niet in te lichten;

  • in geval 5 moet het bestuursorgaan de aanvrager meedelen dat de beslistermijn is opgeschort;

  • in de gevallen 2, 4 en 5 moet het bestuursorgaan de aanvrager meedelen wanneer de opschorting afloopt én binnen welke termijn alsnog een beslissing moet worden genomen (de resterende beslistermijn).

NB

Soms wordt met geautomatiseerde systemen de voortgang van de behandeling bewaakt of (als kwaliteitsinstrument) doorlooptijden gemeten. In dat geval zullen deze systemen moeten worden aangepast aan de nieuwe opschortingsgronden.

Dat geldt ook voor de registratie van ingebrekestellingen en beroepschriften wegens niet tijdig beslissen en voor de registratie van dwangsommen.

6.4. Van aanvraag tot beroep: de procedure in stappen

Indienen aanvraag/bezwaar/administratief beroepschrift

I

I

Verstrijken beslistermijn (wettelijk/redelijk) zonder beslissing

I

I

Ingebrekestelling bestuursorgaan door aanvrager

I

I

Na verstrijken twee weken zonder beslissing:

dwangsom gaat automatisch lopen (max. € 1.260 en 42 dagen)

I

I

Regeling beroep bij niet tijdig beslissen bij bestuursrechter door aanvrager

(naar keuze van aanvrager)

I

I

Beroep gegrond: bestuursorgaan moet binnen twee weken beslissen

7. Werking van de wet binnen uw organisatie

Het is van belang dat u zorgt voor goede communicatie binnen de eigen organisatie over de Wet dwangsom. De wet kan gevolgen hebben voor de interne organisatie van het bestuursorgaan. Vanaf het moment van de ontvangst van een aanvraag beginnen de termijnen te lopen. De aanvraag moet dan ook zo snel mogelijk worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke afdeling of ambtenaar binnen het bestuursorgaan. Wanneer het bestuursorgaan een ingebrekestelling ontvangt, moet deze herkend worden en met prioriteit worden afgehandeld. Het bestuursorgaan heeft dan immers nog twee weken om te beslissen zonder dat een dwangsom wordt opgelegd.

8. Voorlichting aan burgers

De wet is bedoeld om de betrouwbaarheid van de overheid te vergroten; het is essentieel dat u burgers daarvan op de hoogte stelt. Het is van belang dat zij goede voorlichting krijgen over de wet. U kunt algemene voorlichting geven via uw websites en bijvoorbeeld in de vorm van brochures. Op de website www.rijksoverheid.nl zijn verschillende documenten beschikbaar, die u hiervoor kunt gebruiken, zie deze link.

Bestuursorganen, die aanvragen in behandeling nemen, kunnen individuele aanvragers wijzen op de mogelijkheid om – na overschrijding van de beslistermijn – het bestuursorgaan in gebreke te stellen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bij de ontvangstbevestiging. Op die manier profiteert de samenleving optimaal van haar verbeterde relatie met de overheid.

9. Publiekelijk inzichtelijk maken van de betalingen

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is de motie Dittrich inzake het publiek inzichtelijk maken van aan overheidsorganen opgelegd dwangsommen (zie Kamerstukken II 2005/06, 29 934, nr. 17) aangenomen. Deze motie vraagt overheidsorganen die een dwangsom hebben moeten betalen wegens niet of niet tijdig beslissen op aanvragen deze periodiek publiekelijk inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld in het (burger)jaarverslag of op de website. Mijn dringende verzoek aan u is om aan deze oproep van de Tweede Kamer tegemoet te komen en daarom te registreren wanneer en hoeveel dwangsommen er zijn betaald en deze jaarlijks te publiceren. Daarnaast zullen dwangsombedragen uiteraard al moeten worden verantwoord in de financiële jaarverslagen, aangezien bestuursorganen jaarlijks verantwoording afleggen over de gelden die zij ontvangen en uitgeven.

10. Verdere informatie

Mocht u nog vragen hebben over de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, dan kan u als volgt meer informatie krijgen:

  • Via de website www.rijksoverheid.nl kunt u verschillende documenten vinden met informatie over de Wet dwangsom. Via deze link zijn er bijvoorbeeld circulaires, handleidingen en modelbrieven beschikbaar.

  • Daarnaast kunt u contact opnemen met Informatie Rijksoverheid.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk

  • ^ [1]

    Wat hier voor aanvragen wordt vermeld, geldt ook voor bezwaar en administratief beroep.