Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling loonkostensubsidie Participatiewet

Geldend van 01-02-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2014 tot het stellen van nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 10d, vierde lid en 10e van de Participatiewet en de artikelen 1, 3, en 4 van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet;

Besluit:

§ 1. Hoogte vergoeding van werkgeverslasten

Artikel 1

  • 2 Het percentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 23.

§ 2. Vaststelling van de loonwaarde

Artikel 2

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. kwaliteit: het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode dat bruikbaar is en voldoet aan de gestelde kwaliteit;

  • b. tempo: het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode;

  • c. inzetbaarheid: de gemiddelde productieve tijd, die direct is gerelateerd aan de mogelijkheden van de werknemer over een relevante periode;

  • d. normfunctie: de functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet, die qua samenstelling van de werkzaamheden het dichtst tegen de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden van de potentiële werknemer aan ligt;

  • e. werknemer: een persoon als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet met wie de werkgever voornemens is een dienstbetrekking als bedoeld in die leden aan te gaan, of met wie de werkgever een dienstbetrekking als bedoeld in die leden is aangegaan.

Artikel 3

  • 1 Bij de vaststelling van de loonwaarde neemt het college de taken in aanmerking, waarbij de bijdrage van de afzonderlijke taken aan het totale takenpakket in procenten wordt weergegeven.

  • 2 Het totale takenpakket omvat 100% van de totale arbeidstijd van de werknemer.

  • 3 Bij de vaststelling van de loonwaarde van de werknemer bepaalt het college een normfunctie.

Artikel 4

  • 1 De loonwaarde van een werknemer wordt vastgesteld met inachtneming van de bijlage behorend bij dit besluit, en bedraagt de som van de loonwaarden per taak.

  • 2 De loonwaarde per taak bedraagt: L=T*K*I*BT, waarbij:

    L staat voor de loonwaarde per taak,

    T staat voor de prestatie in de taak in tempo van de werknemer uitgedrukt in een percentage van wat een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, presteert,

    K staat voor de prestatie in de taak in kwaliteit van de werknemer uitgedrukt in een percentage van wat een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, presteert,

    I staat voor de prestatie in de taak in inzetbaarheid van de werknemer uitgedrukt in een percentage van wat een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, presteert, en

    BT staat voor de bijdrage van de taak aan het totale takenpakket.

  • 3 De loonwaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele procenten.

  • 4 Factoren die van invloed zijn op meer dan een van de prestaties T, K of I komen in slechts een van de prestaties tot uitdrukking.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling loonkostensubsidie Participatiewet.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, van de Invoeringswet Participatiewet in werking treedt.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 10 oktober 2014

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma

Bijlage bij artikel 4, eerste lid, van de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet

Checklist/stappenplan vaststelling loonwaarde

Vooraf:
  • Heeft een werkgever de intentie om met betrokkene een dienstbetrekking aan te gaan als bedoeld in artikel 10d, eerste lid, Participatiewet, of is hij al een dienstbetrekking aangegaan met forfaitaire loonkostensubsidie op grond van dat lid of is hij een dienstbetrekking aangegaan als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet?

  • Heeft betrokkene al bij die werkgever gewerkt, bijvoorbeeld met proefplaatsing of werkervaringsplaats?

Stappen ter bepaling van de loonwaarde:
  • 1. Beoordeling vindt plaats op basis van de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden door de werknemer op de werkplek, met werkgever.

  • 2. Vaststellen van de taken, die betrokkene kan verrichten en aandeel (percentage) van totale takenpakket.

  • 3. Vaststellen van de normfunctie van een werknemer zonder beperkingen.

  • 4. Vaststellen van de normen voor de prestaties op basis waarvan de loonwaarde wordt bepaald: tempo, kwaliteit, inzetbaarheid (prestatie van de persoon zonder beperkingen) per taak.

  • 5. Vaststellen van de afzonderlijke prestaties (in percentage van 4) op de bestanddelen, tempo, kwaliteit, inzetbaarheid, van betrokkene met beperkingen per taak1.

  • 6. Vaststellen van de prestaties per taak in vergelijking met de prestatie van de persoon zonder beperkingen: het product van de prestaties op de bestanddelen, tempo, kwaliteit, inzetbaarheid, van betrokkene met beperkingen

  • 7. Vaststellen van het loonwaardepercentage per taak door het aandeel van de taak in het totale takenpakket te vermenigvuldigen met de prestatie per taak (stap 6).

  • 8. Vaststellen van het totale loonwaardepercentage door de verschillende loonwaardepercentages per taak bij elkaar op te tellen en af te ronden.

Voorbeeld van een loonwaardebepaling aan de hand van stappenplan
  • 1. Bob heeft arbeidsbeperkingen en werkt in een grote sportwinkel.

  • 2. Als taken van Bob worden benoemd: T1=magazijnmedewerker (90% van het takenpakket) en T2=administratieve taken (10% van het takenpakket).

  • 3. De normfunctie is: magazijnmedewerker, functieloon 110% van het wettelijk minimumloon (WML).

  • 4. De normen van de vergelijkbare persoon zonder arbeidsbeperkingen zijn in dit voorbeeld als volgt:

     

    T1

    T2

    Tempo

    500 eenheden per week opbergen

    100 orders per week verwerken

    Kwaliteit

    Eenheden correct opbergen

    Orders correct digitaal verwerken

    Inzetbaarheid

    Volledig inzetbaar

    Volledig inzetbaar

  • 5. De prestaties van Bob zelf worden op de werkplek bepaald en zijn als volgt:

     

    T1

    T2

    Tempo

    400 eenheden per week opbergen

    50 orders per week verwerken

    Kwaliteit

    100% (=geen kwaliteitsverlies)

    80% bruikbaar (=20% kwaliteitsverlies)

    Inzetbaarheid

    Volledig inzetbaar

    90% inzetbaar (=10% verminderd inzetbaar omdat hij herhaaldelijk instructie nodig heeft)

  • 6. De prestatie per taak van Bob is hierdoor:

    T1: (400/500)*100%*100%=80% van vergelijkbare persoon zonder beperkingen.

    T2: (50/100)*80%*90%=36% van vergelijkbare persoon zonder beperkingen.

  • 7. Dit leidt op grond van de formule van artikel 4, tweede lid, tot een loonwaardepercentage per taak van Bob:

    T1: 80%*90%=72%.

    T2: 36%*10%=3,6%.

  • 8. De totale loonwaarde is de som van de loonwaardepercentages per taak op grond van artikel 4, eerste lid. Rekenkundig afgerond op grond van artikel 4, derde lid, resulteert een loonwaardepercentage van 76%.

De gemeente besluit op basis van deze loonwaardemeting aan de werkgever van Bob een loonkostensubsidie participatiewet te verstrekken ter hoogte van (100% – 76%) van het op Bob van toepassing zijnde Wettelijk Minimum Loon, vermeerderd met de vergoeding voor werkgeverslasten.

  • ^ [1]

    Artikel 4, vierde lid: factoren die van invloed zijn op de prestatie van de werknemer met beperkingen mogen maar bij één van de bestanddelen worden meegeteld, dus bij tempo, kwaliteit of inzetbaarheid.