Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling bijzondere Europese maatregelen inzake Russische boycot groenten en fruit

Geldend van 13-07-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 september 2014, nr. WJZ/14144628, tot uitvoering van de bijzondere Europese maatregelen in verband met het importverbod groenten en fruit van de Russische Federatie

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op:

artikelen 219, eerste lid, en 228 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (Pb L 347);

Gedelegeerde Verordening (EG) nr. 932/2014 van de Commissie van 29 augustus 2014 tot vaststelling van tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde soorten groenten en fruit en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 913/2014 (Pb L 259), en

artikelen 13, eerste lid, onderdeel b, 15, en 19, eerste lid, onderdeel a, van de Landbouwwet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • Verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (Pb L 347),

  • producentenorganisatie: erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154 van Verordening 1308/2013 in de sector groenten en fruit;

  • producent: producent in de sector groenten en fruit, die als zodanig is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, die niet is aangesloten bij een producentenorganisatie;

  • verordening 2016/921: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/921 van de Commissie van 10 juni 2016 tot vaststelling van verdere tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde groenten en fruit;

  • verordening 2017/1165: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1165 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van verdere tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde soorten fruit (Pb L 154).

Artikel 2

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag bijstand voor de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 2016/921 vanaf 1 juli 2016 tot en met:

    • a. 30 juni 2017, of

    • b. het moment waarop verordening 2016/921 op grond van artikel 1, vierde lid, van verordening 2016/921 wordt ingetrokken.

  • 2 De minister verstrekt op aanvraag bijstand voor de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 2017/1165 vanaf 1 juli 2017 tot en met:

  • 3 Meldingen voor verrichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden afgedaan op volgorde van binnenkomst.

Artikel 3

Voor producentenorganisaties zijn ten aanzien van:

  • a. het uit de markt nemen van producten de artikelen 185, derde, vierde en vijfde lid, 186, 188, 189 en 190 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017 van toepassing, en

  • b. het groen oogsten en het niet oogsten de artikelen 193, 194 en 195 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017 van toepassing.

Artikel 4

  • 2 Ten aanzien van het uit de markt nemen van producten door een producent die de melding, bedoeld in het eerste lid, verricht, zijn de artikelen 185, derde, vierde en vijfde lid, 186, 188, 189 en 190 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4a

  • 1 Het vrij in te zetten productvolume van 3.000 ton, bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede volzin, van verordening 2016/921, wordt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aangewend ten behoeve van meldingen voor producten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen c, e, h, k en l, van verordening 2016/921.

  • 2 Het vrij in te zetten productievolume, bedoeld in het eerste lid, wordt in aanvulling op de aanwending, bedoeld in het eerste lid, aangewend ten behoeve van meldingen inzake het uit de markt nemen voor gratis verstrekking van producten waarvoor een maximumhoeveelheid is toegewezen in bijlage I van Verordening 2016/921 indien:

    • a. de desbetreffende maximumhoeveelheid van een groep producten voor Nederland is overschreden, of

    • b. de op grond van de onderverdeling, bedoeld in artikel 4b, vastgestelde maximumproducthoeveelheid is overschreden.

  • 3 Het volume van alle meldingen van elke afzonderlijke productgroep als bedoeld in het eerste of tweede lid, bedraagt ten hoogste 50% van het vrij in te zetten productievolume, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4b

  • 1 De voor Nederland in bijlage I van verordening 2016/921 vastgestelde maximum producthoeveelheid voor de groep producten tomaten, wortelen, paprika’s, komkommers en augurken wordt als volgt onderverdeeld:

    • a. tomaten, paprika’s, komkommers en augurken: 3.400 ton, en

    • b. wortelen: 3.400 ton.

  • 2 De minister kan besluiten om de onderverdeling, bedoeld in het eerste lid, aan te passen indien:

    • a. gedurende de periode, bedoeld in artikel 1, derde lid, van verordening 2016/921, blijkt dat de in het eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, bedoelde maximum producthoeveelheid niet volledig dreigt te worden benut, en

    • b. de in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel a, bedoelde maximumhoeveelheid wordt overschreden dan wel dreigt te worden overschreden.

Artikel 4c

  • 1 Het vrij in te zetten productvolume van 2.000 ton, bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede volzin, van verordening 2017/1165, wordt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aangewend ten behoeve van meldingen voor producten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen c en i, van verordening 2017/1165.

  • 2 Het vrij in te zetten productvolume, bedoeld in het eerste lid, wordt in aanvulling op de aanwending, bedoeld in het eerste lid, aangewend ten behoeve van meldingen inzake het uit de markt nemen voor gratis verstrekking van producten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a en b, indien de aan deze producten toegewezen maximumhoeveelheid in bijlage I van Verordening 2017/1165 is overschreden.

  • 3 Het volume van alle meldingen van elke afzonderlijk product als bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten hoogste 50% van het vrij in te zetten productievolume, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4d

  • 1 Van de voor Nederland in bijlage I van verordening 2017/1165 vastgestelde maximum producthoeveelheid voor de groep producten appelen en peren wordt:

    • a. 1932,5 ton aangewend ten behoeve van meldingen inzake het uit de markt nemen voor gratis verstrekking.

    • b. 1932,5 ton aangewend ten behoeve van meldingen inzake het uit de markt nemen voor overige bestemmingen, groen oogsten of niet oogsten.

  • 2 De minister kan besluiten om de onderverdeling, bedoeld in het eerste lid, aan te passen indien:

    • a. gedurende de periode, bedoeld in artikel 1, derde lid, van verordening 2017/1165, blijkt dat de in het eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, bedoelde maximum producthoeveelheid niet volledig dreigt te worden benut, en

    • b. de in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel a, bedoelde maximumhoeveelheid wordt overschreden dan wel dreigt te worden overschreden.

Artikel 5

Ten aanzien van het groen oogsten en het niet oogsten door producenten zijn de artikelen 191, derde lid, 193, 143 en 195 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen bijstand per hectare, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening 2016/921 en artikel 7, eerste lid, van verordening 2017/1165 vast.

Artikel 7 [Vervallen per 12-07-2016]

Artikel 7a

  • 1 Wanneer het plafond genoemd in artikel 2, eerste lid, van verordening 2016/921 of het plafond genoemd in artikel 2, eerste lid, van verordening 2017/1165 bereikt is, beëindigt de minister de mogelijkheid om voorafgaande meldingen als bedoeld in de artikelen 78, eerste lid, en 85, tweede lid, van verordening 543/2011 in te dienen, voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, respectievelijk voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, met ingang van het moment waarop het plafond is bereikt.

  • 2 Na de beëindiging, bedoeld in het eerste lid, komen gedane meldingen voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid of voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, niet meer in aanmerking voor de verstrekking van de bijstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid, respectievelijk voor de verstrekking van bijstand bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • 3 Een voorafgaande melding als bedoeld in de artikelen 78, eerste lid, en 85, tweede lid, van verordening 543/2011, voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die op het moment van beëindiging, bedoeld in het eerste lid, een hoeveelheid vertegenwoordigt die de in bijlage I van verordening 2016/921 vastgestelde maximum producthoeveelheid overstijgt, wordt ten laste gebracht van het vrij in te zetten productvolume bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2016/921 in het geval artikel 4a, tweede lid, van toepassing is.

  • 4 Een voorafgaande melding als bedoeld in de artikelen 78, eerste lid, en 85, tweede lid, van verordening 543/2011, voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die op het moment van beëindiging, bedoeld in het eerste lid, een hoeveelheid vertegenwoordigt die de in bijlage I van verordening 2017/1165, vastgestelde maximum de producthoeveelheid overstijgt, wordt ten laste gebracht van het vrij in te zetten productvolume bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2017/1165 in het geval artikel 4c, tweede lid, van toepassing is.

  • 5 Een melding als bedoeld in artikel 4a, eerste of tweede lid, komt niet in aanmerking voor de verstrekking van bijstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien het volume van het product van desbetreffende melding leidt tot overschrijding van het maximum, bedoeld in artikel 4a, derde lid.

  • 6 Een melding als bedoeld in artikel 4c, eerste of tweede lid, komt niet in aanmerking voor de verstrekking van bijstand, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het volume van het product van desbetreffende melding leidt tot overschrijding van het maximum, bedoeld in artikel 4c, derde lid.

Artikel 7b

  • 1 Aanvragen tot uitbetaling van de bijstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden ingediend van 1 augustus 2016 tot en met 31 juli 2017 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

  • 2 Aanvragen tot uitbetaling van de bijstand, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden ingediend van 1 september 2017 tot en met 31 juli 2018 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

  • 3 Voor iedere afzonderlijke melding voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten op grond van deze regeling wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

Artikel 7c

Als bewijsstukken bij de aanvraag, bedoeld in artikel 7b, eerste en tweede lid, worden de vrachtbrief en de weegbonnen overgelegd aan minister.

Artikel 8

[Red: Wijzigt de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.]

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling bijzondere Europese maatregelen inzake Russische boycot groenten en fruit.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 augustus 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 2 september 2014

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

S.A.M. Dijksma