Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten[Regeling vervallen per 01-01-2016.]

Geldend van 30-08-2014 t/m 31-12-2015

Besluit van de Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Justitie van Sint Maarten en de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland van 21 augustus 2014, nr. 551539, houdende instelling van de Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten)

De Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Justitie van Sint Maarten en de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2016]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Justitie van Sint Maarten of de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland, afhankelijk van het land dat het aangaat;

  • b. de ministers: de Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Justitie van Sint Maarten en de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland gezamenlijk;

  • c. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Er is een Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten.

  • 3 Bij het opstellen van het evaluatieverslag neemt de commissie de criteria en thema’s in acht die zijn vervat in de evaluatieopdracht, vastgesteld door de ministers in het Justitieel Vierpartijenoverleg van 11 juni 2014.

Artikel 3. Samenstelling [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie bestaat uit:

    • a. twee door de ministers te benoemen voorzitters;

    • b. één lid per land, te benoemen door de minister.

  • 2 De minister benoemt tevens een plaatsvervangend lid. Het plaatsvervangend lid neemt slechts aan een vergadering deel bij afwezigheid van het lid.

Artikel 4. Secretaris en uitvoerend secretariaat [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretaris en een uitvoerend secretariaat.

  • 2 De secretaris en het uitvoerend secretariaat zijn voor de inhoudelijke uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitters van de commissie.

  • 3 De ministers benoemen de secretaris en voorzien in het uitvoerend secretariaat.

Artikel 5. Werkwijze [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie stelt met inachtneming van dit besluit haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich, na toestemming van de ministers, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

  • 3 Indien de commissie van oordeel is dat de evaluatieopdracht moet worden gewijzigd, zendt zij een voorstel daartoe aan de ministers. De commissie kan binnen de kaders van haar opdracht in haar evaluatieverslag ingaan op alle aspecten die zij voor een adequate invulling van haar taak relevant acht.

Artikel 6. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2016]

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 7. Onderzoeksopzet en tussenrapportage [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie zendt vóór 1 december 2014 een onderzoeksopzet voor de evaluatie toe aan de ministers.

  • 2 De commissie zendt vóór 1 juni 2015 een tussenrapportage toe aan de ministers.

  • 3 De Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland zendt een afschrift van de onderzoeksopzet en de tussenrapportage toe aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 8. Evaluatieverslag [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie zendt vóór 1 september 2015 een ontwerp van het evaluatieverslag toe aan de ministers.

  • 2 De commissie zendt vóór 1 oktober 2015 het evaluatieverslag toe aan de ministers.

  • 3 De Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland zendt een afschrift van het ontwerp en van het evaluatieverslag toe aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 9. Vergoeding voorzitterschap en bijstand [Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 10. Vergoeding en kosten lidmaatschap [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De minister stelt de vergoeding voor het lid en het plaatsvervangend lid vast.

  • 2 De vergoeding en reis- en verblijfskosten komen voor rekening van de minister.

Artikel 11. Overige kosten van de commissie [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De overige kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van:

    • a. de minister van Justitie van Aruba: voor 10%;

    • b. de minister van Justitie van Curaçao: voor 30%;

    • c. de minister van Justitie van Sint Maarten: voor 30%;

    • d. de minister van Veiligheid en Justitie van Nederland: voor 30%.

  • 2 Onder overige kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten van het voorzitterschap;

    • b. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • c. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid, daaronder begrepen personen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het laten verrichten van onderzoek; en

    • d. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 3 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de ministers aan.

Artikel 12. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De commissie biedt de ministers vóór 1 oktober 2015 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

  • 2 Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het evaluatieverslag indienen.

  • 3 De Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland zendt een afschrift van het eindverslag toe aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 13. Openbaarmaking [Vervallen per 01-01-2016]

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht of aan de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland overgedragen.

Artikel 14. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-01-2016]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van Nederland.

Artikel 15. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 16. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2016]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten.

Dit besluit zal in de Staatscourant, het Afkondigingsblad van Aruba, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister van Justitie van Aruba,

A.L. Dowers

De Minister van Justitie van Curaçao,

N.G. Navarro

De Minister van Justitie van Sint Maarten,

D.L. Richardson

De Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland,

I.W. Opstelten