Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening 2014

Geldend van 27-02-2015 t/m heden

Verordening van het Productschap Vis van 26 juni 2014. houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Vis ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2014 (Heffingsverordening 2014)

Het bestuur van het Productschap Vis;

Gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikel 7 van het Instellingsbesluit Productschap Vis (Stb, 2003, 253);

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze verordening wordt verstaan onder:

    a.

    Instellingsbesluit Productschap Vis

    :

    Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Stb. 2003, 253);

    b.

    productschap

    :

    het Productschap Vis, als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis;

    c.

    bestuur

    :

    het bestuur van het productschap;

    d.

    voorzitter

    :

    de voorzitter van het productschap;

    e.

    secretaris

    :

    de secretaris van het productschap;

    Æ’.

    ondernemer

    :

    degene, die een onderneming drijft, waarvoor het productschap is ingesteld;

    g.

    vis

    :

    vissen, schaal- en schelpdieren, delen van vissen alsmede van schaal-en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren;

    h.

    visproducten

    :

    vis en uit vis verkregen producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen, welke ingedeeld kunnen worden in één van de goederencodes van het Douanewetboek van de EU beginnend met de cijfers 0301, 0302, 0303, 0304, 0305, 0306, 0307 (met uitzondering van post 030760), 051191,1604, 1605 of 19022010;

    i.

    visserij

    :

    het bedrijf van het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sieren aquariumdieren;

    j.

    basislijn

    :

    de laagwaterlijn (dieptelijn van nul meter) langs de kust of de lijn die door de kuststaat is getrokken tussen een aantal vaste punten, zoals aangegeven op kaarten die door de bevoegde kuststaat officieel zijn erkend;

    k.

    zeevis

    :

    vis verkregen door uitoefening van de visserij zeewaarts vanaf een basislijn of door uitoefening van de kustvisserij in de zin van artikel 1, vierde lid onder c, van de Visserijwet 1963, met uitzondering van garnalen, mosselen, oesters, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, en nonnetjes;

    l.

    kweekvis

    :

    forel, meerval, tilapia, paling en tarbot die in Nederland wordt gekweekt en gehouden in recirculatiesystemen en vijvers ten behoeve van productiedoeleinden gericht op menselijke consumptie;

    m.

    pootvis

    :

    levende jonge vis, schaal- of schelpdieren die bestemd zijn voor de kweek van kweekvis;

    n.

    trawler

    :

    vaartuig waarvan de lengte over alles 60 meter of meer bedraagt of een vaartuig met een bruto tonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, waarbij de gevangen vis en visproducten aan boord worden ingevroren;

    o.

    kotter

    :

    vaartuig waarvan de lengte over alles minder dan 60 meter bedraagt;

    p.

    forel

    :

    vissen van de soort Oncorhynchus mykiss;

    q.

    meerval

    :

    vissen uit de familie van de Clariidae of uit de familie van de Heteropneustidae alsmede een kruising van hieronder vallende soorten onderling of een kruising met één van de soorten uit de families Clariidae of Heteropneustidae;

    r.

    tilapia

    :

    vissen van de soorten uit het geslacht Oreochromis;

    s.

    paling

    :

    vissen van de soort Anquilla anquilla;

    t.

    tarbot

    :

    vissen van de soort Psetta maximus;

    u.

    garnalen

    :

    garnalen van de soort Crangon crangon;

    v.

    platte oesters

    :

    schelpdieren uit het geslacht Ostrea;

    w.

    creuses

    :

    schelpdieren uit het geslacht Crassostrea;

    x.

    oesters

    :

    platte oesters en creuses;

    y.

    kokkels

    :

    schelpdieren uit het geslacht Cerastoderma;

    z.

    spisula

    :

    schelpdieren uit het geslacht Spisula;

    aa.

    zwaardscheden en mesheften

    :

    schelpdieren uit het geslacht Ensis;

    bb.

    nonnetjes

    :

    schelpdieren uit het geslacht Macoma;

    cc.

    mosselen

    :

    schelpdieren uit het geslacht Mytilus of uit het geslacht Perna;

    dd.

    tarra

    :

    alles wat niet tot de mossel behoort zoals losse schelpen, zeesterren, slikmosselen, slippers, pokken, kluiten modder, stenen, dode of kapotte mosselen als ook zaadmosselen met een lengte van minder dan 45 mm;

    ee.

    ton

    :

    een inhoudsmaat van 1/7 m3;

    ff.

    aanvoeren

    :

    het als eerste eigenaar voor de eerste keer of het met behulp van de spanvisserij aan land brengen van vis;

    gg.

    aanvoerder

    :

    de ondernemer, die met een in Nederland geregistreerd vissersvaartuig of op andere wijze vis aanvoert;

    hh.

    buitenlandse aanvoerder

    :

    degene die met een in het buitenland geregistreerde kotter in Nederland aanvoert;

    ii.

    kleinhandelaar

    :

    een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het verkopen van vis of visproducten aan particulieren, instellingen of bedrijven als eindverbruikers;

    jj.

    afslag

    :

    een veiling van vis of visproducten;

    kk.

    be- of verwerker

    :

    een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het fysiek in Nederland be- of verwerken van vis of visproducten, zijnde een handeling die het oorspronkelijke product ingrijpend wijzigt door middel van bijvoorbeeld verhitten, roken, zouten, rijpen, drogen, marineren, extraheren, snijden, fileren of een combinatie van dergelijke handelingen, niet zijnde de handelingen aan boord van een vissersvaartuig, fabrieksvaartuig of in een verkooppunt van een kleinhandelaar, waarbij de vis en visproducten eigendom blijven van degene die de opdracht tot be- of verwerken heeft gegeven;

    ll.

    verwaterplaats

    :

    een al dan niet kunstmatige, al dan niet in de zee of in een zeearm in de Nederlandse kustwateren gelegen plaats of inrichting, welke door ondernemers wordt gebruikt voor het verwateren of opslaan van schelpdieren;

    mm.

    productiegebied

    :

    een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium waarin zich hetzij natuurlijke gronden voor tweekleppige weekdieren, hetzij gebieden die worden gebruikt voor de kweek van tweekleppige weekdieren bevinden en waar levende tweekleppige weekdieren worden verzameld;

    nn.

    oesterseizoen

    :

    de periode welke loopt vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014;

    oo.

    inkoopbedrag

    :

    de totale factuurwaarde van alle gekochte vis- of visproducten, met uitzondering van pootvis;

    pp.

    kopen

    :

    zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen ofwel de overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt vis of visproducten te leveren en de andere om daarvoor een prijs in geld te betalen;

    qq.

    vergunning

    :

    de vergunning die verleend is om te vissen op grond van het bepaalde bij of krachtens de Visserijwet 1963 dan wel bij of krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 en geldig is of is geweest in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014;

    rr.

    haring

    :

    alle vis behorende tot de soort Clupea harengus, welke al dan niet is gekaakt, gezouten of gerijpt en al dan niet bevroren, schoongemaakt of gefileerd is, vol- en halfconserven daaronder niet begrepen;

    ss.

    maatjesharing

    :

    haring, welke in de periode van 1 mei 2014 tot en met 31 juli 2014 is gevangen en bestemd is om na be- of verwerking geconsumeerd te worden als Hollandse Nieuwe of maatjesharing.

  • 2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening vindt het aanvoeren - voor zover dit geschiedt met een vaartuig - plaats op het tijdstip waarop het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen.

§ 2. Heffingsplicht

Artikel 2

  • 1 Onder het productschap ressorterende ondernemers zijn wegens de uitoefening van hun bedrijfsactiviteiten in de periode van 1 januari 2014 tot 1 juli 2014 aan en ten behoeve van het productschap een heffing verschuldigd volgens de in de artikelen 3, 3a, 4, 4a, 5, 6 en 7 vermelde heffingsgrondslagen met de daarbij behorende tarieven, De berekening en de wijze van betaling vinden plaats, zoals in de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 is bepaald.

  • 2 Indien een heffingsplichtige ondernemer gegevens die hem zijn gevraagd krachtens de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 ten behoeve van de onderhavige verordening of bij of krachtens de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 ten behoeve van het vaststellen en opleggen van de verschuldigde heffingen niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, welke heffing in dat geval verhoogd wordt met € 270,00 in verband met administratiekosten.

  • 3 Indien na een administratieve boeken- of accountantscontrole krachtens de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 blijkt dat de heffingsplichtige ondernemer de gevraagde gegevens niet volledig of onjuist heeft verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de nieuwe gegevens als grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, welke heffing in dat geval verhoogd wordt met € 1.125,00 in verband met administratiekosten en controlekosten.

§ 3. Grondslag en hoogte heffingen

Artikel 3. (aanvoerheffing)

  • 1 De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

    • a. de aanvoerder van zeevis:

      • 1°. 0 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een kotter aangevoerde zeevis;

      • 2°. 0 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis;

    • b. de aanvoerder van vis verkregen door uitoefening van de binnenvisserij:

      • 1°. 0 promille van de waarde van de door hem aangevoerde vis welke is verkregen door uitoefening van de IJsselmeervisserij;

      • 2°. € 0.00 per kalenderjaar wegens het aanvoeren van vis welke is verkregen door uitoefening van de binnenvisserij in de zin van artikel 1, vierde lid onder d, van de Visserijwet 1963 - de IJsselmeervisserij hieronder niet begrepen;

    • c. de aanvoerder van kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes:

      • 1°. 0 promille van de waarde van de door hem aangevoerde kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften, of nonnetjes welke zijn verkregen door uitoefening van de visserij met een mechanisch vistuig of door uitoefening van de visserij met een niet mechanisch vistuig;

      • 2°. € 0,00 per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische visserij op kokkels in de Westerschelde;

      • 3°. € 0,00 per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische visserij op kokkels in de Nederlandse wateren - de Westerschelde hieronder niet begrepen;

      • 4°. € 0,00 per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op kokkels met een niet mechanisch vistuig in de Nederlandse wateren en;

      • 5°. € 0,00 per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op spisula of nonnetjes in de Nederlandse wateren; en

      • 6°. € 0,00 per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op zwaardscheden en mesheften in de Nederlandse wateren;

    • d. de aanvoerder van mosselen: € 0,00 per door hem aangevoerde ton mosselen;

    • e. de ondernemer die kweekvis kweekt:

      • 1°. € 0,00 per ondernemer die forel kweekt;

      • 2°. € 0,00 per ondernemer die meerval kweekt;

      • 3°. € 0,00 per ondernemer die paling kweekt;

      • 4°. € 0,00 per ondernemer die tarbot kweekt;

    • f. de aanvoerder van garnalen: € 0,00 per kilogram aangevoerde garnalen die onder de controleplicht vallen voor controle op de indeling in de bij of krachtens de verordening (EG) nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen voor garnalen voor eerste verhandeling.

  • 2 Bij de bepaling van de waarde van de aangevoerde zeevis als bedoeld in het eerste lid, onder a2°, wordt het deel van de aangevoerde zeevis, dat fysiek niet in Nederland komt, buiten beschouwing gelaten.

Artikel 3a. (afslagheffing)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt:

  • a. € 883,00 voor Zeeuwse ‘Visveilingen N.V. voor de afslaglocatie Breskens;

  • b. € 3.027,00 voor de Zeeuwse Visveilingen N.V. voor de afslaglocatie Vlissingen;

  • c. € 2.565,00 voor International Seafood Auctions B.V. voor de afslaglocatie Lauwersoog;

  • d. € 2.270,00 voor Visafslag Hollands Noorden V.O.F. voor de afslaglocatie Den Oever;

  • e. € 2.313,00 voor Visafslag Hollands Noorden V.O.F. voor de afslaglocatie Den Helder;

  • f. € 11.394,00 voor Visafslag Urk B.V. voor de afslaglocatie Urk;

  • g. € 2.397,00 voor Visafslag Urk B.V. voor de afslaglocatie Harlingen;

  • h. € 5.760,00 voor Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. voor de afslaglocatie IJmuiden;

  • i. € 2.691,00 voor Visafslag Scheveningen B.V. voor de afslaglocatie Scheveningen;

  • j. € 2.313,00 voor Visafslag Stellendam B.V. voor de afslaglocatie Stellendam;

  • k. € 252,00 voor Visafslag Colijnsplaat B.V. voor de afslaglocatie Colijnsplaat;

  • l. € 1.135,00 voor Garnalenafslag Zoutkamp voor de afslaglocatie Zoutkamp.

Artikel 4. (aankoopheffing)

De heffing bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

  • a. de ondernemer die zeevis koopt van een aanvoerder of van een buitenlandse aanvoerder, die fysiek Nederland binnenkomt:

    • 1°. 0 promille van de waarde van de door hem aangekochte zeevis, voor zover het betreft met een kotter aangevoerde zeevis;

    • 2°. 0 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis;

  • b. de ondernemer die vis koopt van een aanvoerder, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b: € 0,00 per ondernemer;

  • c. de ondernemer die kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes koopt van een aanvoerder:

    0 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes;

  • d. de ondernemer die mosselen koopt van een aanvoerder:

    € 0,00 per door hem van een aanvoerder gekochte ton mosselen;

  • e. de ondernemer die kweekvis koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder e; € 800,00 per ondernemer;

  • f. de ondernemer die garnalen koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder fi € 0,00 per kilogram garnalen.

Artikel 5. (handelsheffing)

  • 1 De inkoop is onderhevig aan een heffing als bedoeld in artikel 2.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 0,00 per ondernemer die vis- of visproducten inkoopt.

  • 3 De heffing als bedoeld in het eerste lid is verschuldigd door een ondernemer die:

    • a. de handel uitoefent in vis of uit vis verkregen producten, met uitzondering van pootvis, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

    • b. vis of uit vis verkregen producten be- of verwerkt, met uitzondering van pootvis, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen.

  • 4 De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de ondernemer die mosselen, niet zijnde tarra, inkoopt: € 0,00 per door hem ingekochte ton consumptiemosselen.

Artikel 6. (detailhandelsheffing)

  • 1 De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een kleinhandelaar € 0,00 per verkooppunt per kalenderjaar.

  • 2 Onder verkooppunt als bedoeld in het eerste lid, wordt onder meer verstaan een viswinkel, een webwinkel, een viskraam of een visverkoopwagen.

Artikel 7. (overige vaste heffingen)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een be- of verwerker € 60,00 per kalenderjaar.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 8

  • 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2014. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 juli 2014, treedt deze verordening in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt deze terug tot en met 1 juli 2014.

  • 2 Deze verordening kan worden aangehaald als Heffingsverordening 2014.

Rijswijk, 26 juni 2014

A. Bruggeman

voorzitter

H. Horsman

secretaris