Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 01-12-2015 t/m heden

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 augustus 2014, nr. MBO/643941, houdende instelling van de Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo (Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Minister van Economische Zaken;

  • b. commissie: tijdelijke adviescommissie, bedoeld in artikel 2;

  • c. regeling: Regeling regionaal investeringsfonds mbo.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.

  • 2 De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juni 2014 en wordt opgeheven per 1 januari 2018.

  • 4 De commissie adviseert de Minister, telkens na afloop van een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 18 van de regeling binnen 10 weken over de binnengekomen aanvragen. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 20, vijfde lid, van de regeling adviseert de commissie de Minister binnen 10 werkdagen.

  • 5 Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2018 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in het derde lid genoemde taken van de commissie.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming en ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste twaalf andere leden.

  • 2 De voorzitter en de overige leden worden door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap benoemd en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.

  • 3 De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:

    • a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;

    • b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of

    • c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.

  • 4 Bij tussentijds ontslag van een lid kan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een ander lid benoemen.

  • 5 Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.

Artikel 4. Leden

Tot leden van de commissie worden benoemd:

  • a. de heer drs. A. Kraaijeveld te Haarlem, tevens voorzitter;

  • b. mevrouw dr. M.J.M. van den Berg te Rotterdam;

  • c. de heer drs. W.A. van Bruggen te Weert;

  • d. [Red: vervallen;]

  • e. de heer bc. P. Dirckx te Wessem;

  • f. de heer drs. J.W. Koole te Haarlem;

  • g. mevrouw Y. Moerman van Heel te ’s-Hertogenbosch;

  • h. de heer drs. B.P.A. Schippers MBA te Leiden;

  • i. mevrouw H.C.W. Verhoeven-van Lierop te Grathem;

  • j. mevrouw dr. M.J.H. van der Weiden te Utrecht;

  • k. dhr. dr. R.J. Stol te Kimswerd;

  • l. dhr. drs. W.E. van den Brandt te Lunteren;

  • m. dhr. dr. J.P. van den Toren te Veenendaal.

Artikel 5. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3 In het secretariaat wordt voorzien door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8. Advies

  • 2 Het advies bevat:

    • a. een omschrijving van de aanvragen die als voldoende of als onvoldoende zijn beoordeeld;

    • b. een ranglijst van de voldoende beoordeelde aanvragen, als bedoeld in artikel 2, derde lid;

    • c. een draagkrachtige motivering per beoordeling.

  • 3 De commissie brengt per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 18 van de regeling een verslag uit over de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden.

Artikel 9. Vergoeding

  • 1 De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt 333 euro per dagdeel.

  • 2 De vergoeding van de overige leden bedraagt 256 euro per dagdeel per beoordeelde aanvraag.

Artikel 10. Kosten van de commissie

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning.

Artikel 11. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Middelbaar Beroepsonderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2014.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker