Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie [...] Zaken 2006 (Intensivering Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014)[Regeling vervallen per 01-01-2016.]

Geldend van 27-08-2014 t/m 31-12-2015

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 20 augustus 2014, nr. DSO/GA-230/14, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Intensivering Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Subsidie kan worden verleend voor intensivering van activiteiten waarvoor in het kader van het besluit, genoemd in artikel 1, reeds subsidie is verleend.

  • 2 Voor subsidiëring komen uitsluitend de organisaties in aanmerking waaraan reeds subsidie is verleend in het kader van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2016]

Aanvragen voor een subsidie in het kader van de intensivering van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 september 2014.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2016]

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een gelijke verdeling over de aanvragen die voldoen aan de maatstaven die zijn neergelegd in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2016]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2016 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
namens deze,

de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,

R. Swartbol

I. Achtergrond [Vervallen per 01-01-2016]

Op 10 juni 2010 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een besluit genomen waarmee beleidsregels en een subsidieplafond voor het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 zijn vastgesteld.1 Dit fonds is gericht op financiering van activiteiten van internationale maatschappelijke organisaties die met betrekking tot een aantal Nederlandse prioritaire thema’s uit de beleidsnotitie ‘Hiv/aids en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in het buitenlands beleid, Keuzes en Kansen’ (2009), een strategische meerwaarde hebben. Dit betreft vooral het behalen van de doelstellingen van het Actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (1994), de zogeheten Cairo agenda, en doelen voor universele toegang tot hiv/aids preventie, behandeling, zorg en ondersteuning. Het maximale subsidiebedrag van 40 miljoen euro onder dit fonds is op 29 oktober 2010 toegekend aan een viertal organisaties:

  • International Planned Parenthood Federation (IPPF),

  • International HIV/AIDS Alliance (IHAA),

  • Ipas,

  • PSI.

II. Intensivering van het fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 [Vervallen per 01-01-2016]

De Minister voor Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking heeft de afgelopen jaren middelen ter beschikking gesteld voor het maatschappelijke middenveld voor activiteiten op het terrein van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze subsidiëring vindt plaats binnen het kader van vijf verschillende subsidiebeleidskaders: het Fonds Keuzes en Kansen (2011–2014), het Key Populations Fonds (2011–2015)2, het Opstapfonds (2012–2015)3, het SRGR Fonds (2013–2015)4 en het Kindhuwelijken Fonds (2014–2015)5. Uit het oogpunt van doelmatigheid, overweegt de Minister om in de toekomst de middelen voor de verschillende sub-thema’s op het gebied van SRGR te laten samengaan in één fonds dat vanaf 2016 operationeel wordt. Daarmee zou dit het nieuwe kader ook aansluiten op de looptijd van het beleidskader voor Strategische Partnerschappen Pleiten en Beïnvloeden voor de periode 2016–2020.6

Vier van de vijf genoemde subsidiebeleidskaders voor SRGR lopen in 2015 af, met uitzondering van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014, dat in 2014 wordt beëindigd. Om de beëindiging van dit fonds synchroon te laten lopen met de andere subsidiekaders, zodat toekomstige financiering van activiteiten op dit sub-thema van SRGR kan opgaan in het zojuist genoemde nieuw te ontwikkelen fonds, besloot de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tot een intensivering van uitgaven ten behoeve van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 ter hoogte van € 10 miljoen in 2015. Met deze intensivering wordt de vier internationale maatschappelijke organisaties de kans geboden hun succesvolle programma’s naar een hoger plan te tillen door hun activiteiten te verdiepen of te verbreden.

III. Organisaties en voorstellen die voor subsidieverlening in aanmerking komen [Vervallen per 01-01-2016]

Voor additionele subsidieverlening uit deze middelen komen alleen voorstellen in aanmerking van de vier organisaties waaraan reeds subsidie is verleend uit het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 (zie paragraaf I). Aan deze organisaties kunnen additionele subsidies worden verstrekt in aanvulling op de reeds aan hen verleende subsidies. Voor additionele subsidieverlening uit de intensiveringsmiddelen komen alleen activiteiten in aanmerking die specifiek gericht zijn op:

  • 1) Adolescenten, jongeren en seksualiteit;

  • 2) Alle facetten van geboorteregeling in de context van SRGR;

  • 3) Veilige abortus;

  • 4) Harm reduction.

Alleen activiteiten die een vervolg dan wel uitbreiding zijn van de bestaande activiteiten binnen het Fonds Keuzes en Kansen, komen in aanmerking voor deze additionele subsidie. Het gaat daarbij om activiteiten in de vorm van (i) een intensivering van geplande interventies en/of (ii) het opnemen van aanvullende activiteiten die doelbereiking kunnen verbeteren. Activiteiten waarvoor reeds subsidie is verstrekt en activiteiten die bij aanvraag van de subsidie reeds zijn gestart komen uitdrukkelijk niet in aanmerking.7

Voor additionele subsidieverlening uit de middelen voor de intensivering van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 gelden in aanvulling op de bepalingen van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 de hiernavolgende criteria. Het Standaardkader ontwikkelingssamenwerking8 is eveneens van toepassing, met dien verstande dat waar deze beleidsregels afwijken van het Standaardkader, deze beleidsregels voorrang hebben.

IV. Doelstelling [Vervallen per 01-01-2016]

Met het verstrekken van de additionele subsidies worden de volgende doelstellingen onder het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2104 nagestreefd:

  • A. Internationaal draagvlak vergroten voor en uitvoering geven aan voor Nederland prioritaire thema’s op het gebied van SRGR en hiv/aids.

  • B. Bevorderen van integrale benadering van SRGR en hiv/aids in beleid, programmering en uitvoering.

  • C. Vergroten van toegang tot preventie en gezondheidsfaciliteiten voor vrouwen, jongeren en gemarginaliseerde groepen.

  • D. Empowerment van vrouwen, jongeren en gemarginaliseerde groepen.

Om voor subsidieverlening in het kader van het Fonds in aanmerking te komen dienen activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in hoofdzaak betrekking te hebben op één van de volgende prioritaire thema’s:

  • 1) Adolescenten, jongeren en seksualiteit:

    • a) Bieden van een breed pakket van informatie en educatie op het gebied van seksualiteit, relaties en vaardigheden voor adolescenten en jongeren, waaronder bescherming en bevordering van hun rechten en van gendergelijkheid.

    • b) Inzetten op toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsfaciliteiten, waaronder condoomverstrekking en preventie van hiv en andere soa’s.

    • c) Verlenen van een breed pakket van seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

  • 2) Alle facetten van geboorteregeling in de context van SRGR:

    • a) Inzetten op lobby, pleitbezorging en/of dienstverlening voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder geboorteregeling en seksuele oriëntatie.

    • b) Inzetten op soa- en hiv-preventie en toegang tot behandeling als geïntegreerd onderdeel van programma’s voor seksuele en reproductieve gezondheid en geboorteregeling.

    • c) Leveren van diensten op het gebied van informatievoorziening, voorzieningen voor de gezondheid van vrouwen en moeders en het verstrekken van producten ten behoeve van seksuele en reproductieve gezondheid.

  • 3) Veilige abortus:

    • a) Bieden van informatie en voorzieningen voor veilige abortus, inclusief nazorg.

    • b) Inzetten op preventie van ongewenste zwangerschappen, met name geboorteregeling en counseling.

    • c) Inzetten op decriminaliseren en legaliseren van abortus.

  • 4) Harm reduction:

    • a) Bieden van een breed pakket van maatregelen voor harm reduction ten behoeve van mensen die drugs gebruiken en hun intieme partners en kinderen.

    • b) Ontwikkelen van harm reduction-strategieën en -programma’s in samenwerking met vertegenwoordigers van de doelgroepen (drugsgebruikers, hun partners, sekswerkers, gevangenen, kinderen die op straat leven en werken).

    • c) Inzetten op capaciteitsopbouw, lobby en pleitbezorging ter bescherming en bevordering van de rechten van gemarginaliseerde groepen.

V. Verdeling van de middelen [Vervallen per 01-01-2016]

Om voor subsidie in het kader van het Fonds in aanmerking te komen zal in voldoende mate moeten worden voldaan aan de drempel- en beoordelingscriteria (opgenomen in paragraaf VI). Als de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld volledig te honoreren, zal de verdeling van de middelen over deze aanvragen plaatsvinden op grond van een gelijke verdeling van de beschikbare middelen over deze aanvragen.

VI. Drempel- en beoordelingscriteria van de aanvraag [Vervallen per 01-01-2016]

In aanvulling op en ter nadere invulling van het Standaardkader ontwikkelingssamenwerking wordt de aanvraag beoordeeld op de volgende criteria:

VI.1. Drempelcriteria [Vervallen per 01-01-2016]

Om in aanmerking te kunnen komen voor een additionele subsidie in het kader van de intensivering van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 dienen voorstellen in elk geval te voldoen aan de volgende vereisten:

  • 1. De additionele activiteiten hebben betrekking op één van de in paragraaf IV genoemde thema’s (dat wil dus zeggen niet meer dan één). Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

  • 2. De subsidieaanvraag bedraagt maximaal € 2.500.000. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

  • 3. De looptijd van de additionele activiteiten start niet eerder dan 1 januari 2015 en eindigt uiterlijk op 31 december 2015. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

  • 4. De additionele activiteiten vormen een vervolg op, dan wel een uitbreiding van de activiteiten waarvoor reeds subsidie is verleend in het kader van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014, in de vorm van (i) een intensivering van geplande interventies en/of (ii) het opnemen van aanvullende activiteiten die doelbereiking van de lopende activiteiten kunnen verbeteren. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

Indien aan één van bovengenoemde criteria niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen.

VI.2. Beoordelingscriteria [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1. Bijdrage aan doelstellingen Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014: De mate waarin de voorgenomen (additionele) activiteiten bijdragen aan één van de in paragraaf IV van deze beleidsregels genoemde doelstellingen. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

  • 2. Analyse van het lopende programma: Het voorstel waarvoor organisaties financiering aanvragen is een aanvulling op een al lopend programma dat wordt gefinancierd onder het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014. De aanvrager dient aan de hand van een analyse van de voortgang van het programma, inzicht te geven in de behaalde resultaten, eventuele moeilijkheden in de uitvoering, de internationale context, ontwikkelingen in partnerlanden, de rol van betrokken actoren en de uitvoeringscapaciteit.

  • 3. Uitwerking van Outcomes en Outputs: De aanvrager dient aan de hand van het logical framework van het lopende programma, de verschillen in outcomes en outputs die het additionele programmavoorstel zal bewerkstelligen toe te lichten, door op kwalitatieve en kwantitatieve wijze aan te geven hoe, waar en voor hoeveel meer mensen de additionele activiteiten de doelbereiking van het lopende programma zullen vergroten.

  • 4. Uitwerking van het verband tussen outputs, activiteiten en middelen: De aanvrager beschrijft in een budget welke middelen nodig zijn om de voorgenomen outputs te realiseren. In dit budget onderbouwt de aanvrager het verband tussen de te bereiken outputs en de daarvoor benodigde activiteiten en middelen.

  • 5. Uitwerking van beoogde outcomes, outputs en middelen in SMART-systematiek: de mate waarin de verwachte outcomes van het reeds lopende programma en de outputs en middelen van het nieuwe programmavoorstel Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn uitgewerkt. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.

  • 6. Duurzaamheid: aangezien de additionele financiering slechts beschikbaar is voor maximaal 12 maanden, maakt de aanvrager/penvoerder aannemelijk dat het programmavoorstel zodanig aansluit op een lopend programma dat het (i) in korte tijd kan worden opgeschaald en/of geïntensiveerd, (ii) na afloop van de subsidie kan worden voortgezet en (iii) een blijvend effect voor de uiteindelijke doelgroep heeft en (iv) bijdraagt aan de institutionele duurzaamheid van de lokale partnerorganisaties. De aanvrager dient ook aandacht te besteden aan de wijze waarop resultaten worden gedocumenteerd en beschikbaar worden gesteld.

VII. Aanvraag- en beoordelingsprocedure [Vervallen per 01-01-2016]

Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Fonds dienen uiterlijk 30 september 2014 schriftelijk, en rechtsgeldig ondertekend, één versie op papier en één versie via e-mail, te zijn ontvangen op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Sociale Ontwikkeling, Afdeling Gezondheid en AIDS, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag. De minister zal besluiten over de ingediende aanvragen uiterlijk op 1 november 2014.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om de indiener om een aanvulling te vragen aangezien een dergelijke aanvulling niet meer mogelijk is zonder de deadline te overschrijden. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair was ingediend.

VIII. Bij de aanvraag te voegen stukken [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1. Activiteitenplan met daarin een overzicht van activiteiten, naar aard, omvang, fasering en onderling verband, in relatie tot de daarmee beoogde doelstellingen en resultaten en verwachte effecten voor de periode waarin de activiteiten worden uitgevoerd.

  • 2. Een gedetailleerde en sluitende begroting behorende bij het activiteitenplan voor de periode waarvoor de additionele financiering wordt gevraagd.

  • 3. Liquiditeitsprognose per jaar voor de gehele activiteitenperiode en, indien van toepassing, een overzicht van financiële bijdragen van andere donoren voor de voorgestelde activiteiten.

  • ^ [1]

    Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 2 juni 2010, nr. DSO/GA-265/10, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring van internationale maatschappelijke organisaties op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en HIV/aids op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014), Stcrt. 2010, nr. 8769.

  • ^ [2]

    Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 26 april 2011, nr. DJZ/BR-0418/11, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Key Populations Fonds), Stcrt. 2011, nr. 7683.

  • ^ [3]

    Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 juni 2012, nr. DJZ/BR/0501/12, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Opstapfonds), Stcrt. 2012, nr. 14902.

  • ^ [4]

    Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 6 augustus 2012, nr. DSO/GA-236/12, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (SRGR Fonds), Stcrt. 2012, nr. 16621.

  • ^ [5]

    Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 31 maart 2014, nr. DSO/GA-107/14, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Kindhuwelijken Fonds), Stcrt. 2014, nr. 9837.

  • ^ [6]

    Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 mei 2014, nr. DSO/MO-113/2014 tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Strategische partnerschappen pleiten en beïnvloeden 2016–2020), Stcrt. 2014, nr. 13509.

  • ^ [7]

    Zie artikel 9 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • ^ [8]

    Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 24 juli 2012, nr. MinBuZa02012.16922, tot vaststelling van beleidsregels houdende algemene bepalingen voor subsidieverlening ten behoeve van activiteiten in het kader van ontwikkelingssamenwerking (Standaardkader ontwikkelingssamenwerking 2012), Stcrt. 2012, nr. 15896.