Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit

Geldend van 29-07-2014 t/m heden

Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Gelet op artikel 33g, zesde lid, van de Wet op de kansspelen,

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begrippen en definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Reikwijdte

Dit reglement is van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor de raad van bestuur de verantwoordelijke is in de zin van de Wbp.

Paragraaf 2. Verwerking van persoonsgegevens

Artikel 2.1. Doelbinding

De raad van bestuur verwerkt persoonsgegevens slechts voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden.

Artikel 2.2. Doeleinden gegevensverwerking

De raad van bestuur kan verder persoonsgegevens, daaronder begrepen de strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wbp, verwerken, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor:

  • a. de uitvoering van de Wok;

  • b. het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wok gestelde of aan de op grond van de Wok verleende vergunning verbonden voorschriften;

  • c. de handhaving van de bij of krachtens de Wok gestelde of aan de op grond van de Wok verleende vergunning verbonden voorschriften.

Paragraaf 3. Verstrekking gegevens aan de Kansspelautoriteit

Artikel 3.1

Onverminderd het bepaalde in artikel 33g, derde lid, van de Wok zijn de volgende bestuursorganen en toezichthouders bevoegd uit eigen beweging of verplicht desgevraagd de raad van bestuur en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34 van de Wok, de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 33b van de Wok:

  • a. Stichting Autoriteit Financiële Markt;

  • b. de Autoriteit Consument en Markt;

  • c. De Nederlandse Bank N.V.;

  • d. de Nederlandse Zorgautoriteit;

  • e. het College bescherming persoonsgegevens;

  • f. het Openbaar Ministerie, waar het betreft de benodigde strafvorderlijke gegevens ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving en de benodigde strafvorderlijke gegevens ten behoeve van het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing;

  • g. gemeenten en provincies;

  • h. bestuursorganen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • i. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;

  • j. de Inspectie Leefomgeving en Transsport, niet zijnde politiegegevens van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transsport;

  • k. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland).

Artikel 3.2

Bij het verzamelen van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, kan de Kansspelautoriteit gebruik maken van het burgerservicenummer en van andere, bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen nummers.

Paragraaf 4. Verstrekking gegevens door de Kansspelautoriteit

Artikel 4.1

Onverminderd het bepaalde in andere wetten, kan de raad van bestuur gegevens verstrekken aan de volgende bestuursorganen, toezichthouders, instanties en personen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taak:

  • a. de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • b. de rijksbelastingdienst;

  • c. de Inspectie SZW, daaronder begrepen de Directie Opsporing van de Inspectie SZW;

  • d. de Stichting Autoriteit Financiële Markt;

  • e. de Autoriteit Consument en Markt;

  • f. De Nederlandse Bank N.V.;

  • g. de Nederlandse Zorgautoriteit;

  • h. het College bescherming persoonsgegevens;

  • i. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  • j. de politie en de Koninklijke marechaussee;

  • k. het Openbaar Ministerie;

  • l. de bijzondere opsporingsdiensten, respectievelijk ressorterend onder de Minister van Financiën, de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

  • m. gemeenten en provincies;

  • n. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;

  • o. de Inspectie Leefomgeving en Transsport, niet zijnde de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transsport;

  • p. bestuursorganen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • q. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland);

  • r. toezichthoudende instanties of autoriteiten in landen binnen de Europese Unie, voor zover dit voortvloeit uit een verdrag of voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wok of het uitoefenen van toezicht op kansspelen in het desbetreffende land;

  • s. toezichthoudende instanties of autoriteiten in landen buiten de Europese Unie, indien dat land partij is bij de op 2 mei 1992 te Oporto tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132), voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wok of het uitoefenen van toezicht op kansspelen in het desbetreffende land;

  • t. toezichthoudende instanties of autoriteiten in andere landen, waarvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld dat die landen waarborgen bieden voor een passend beschermingsniveau, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wok of het uitoefenen van toezicht op kansspelen in het desbetreffende land;

  • u. aan de daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de aan de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) deelnemende partijen, voor zover zij deze gegevens behoeven voor het verrichten van een integrale casusanalyse ten behoeve van het bepalen van een gezamenlijke interventiestrategie en het uitvoeren daarvan voor het voorkomen, opsporen en vervolgen van strafbare feiten, en het handhaven van nationale veiligheid;

  • v. aan de daartoe aangewezen vertegenwoordigers van het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC), voor zover zij deze gegevens behoeven voor het bevorderen van een geïntegreerde aanpak van de georganiseerde criminaliteit;

  • w. financiële instellingen, daaronder begrepen de binnen de financiële instellingen aanwezige Veiligheidszaken, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de aanpak van georganiseerde financieel-economische criminaliteit en de aanpak van of het tegengaan van witwassen;

  • x. notarissen en accountants, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de controle op de door een vergunninghouder aan de Kansspelautoriteit aangeboden financiële afwikkeling van een eerder verleende vergunning;

  • y. desgevraagd, ten behoeve van beleidsonderzoek of wetenschappelijk onderzoek en statistiek, met dien verstande dat de resultaten van een dergelijk onderzoek geen persoonsgegevens mogen bevatten en de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 4.2

De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 4.1, kan zowel mondeling, schriftelijk als ook elektronisch of op elektronische wijze plaatsvinden. Deze verstrekking kan verder zowel eenmalig of incidenteel als ook periodiek plaatsvinden. Indien gegevens periodiek worden verstrekt, dan worden er afspraken gemaakt tussen de Kansspelautoriteit en de ontvangende instantie over welke gegevens worden verstrekt en de wijze van verstrekking. In alle gevallen geschiedt de verstrekking kosteloos.

Artikel 4.3

Een ieder de krachtens de Wok of dit reglement de beschikking krijgt over persoonsgegevens, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover een wettelijk voorschrift verdere verwerking toelaat.

Artikel 4.4

Bij de verstrekking van strafrechtelijke persoonsgegevens die oorspronkelijk afkomstig waren van de politie, de Koninklijke marechaussee of van een bijzondere opsporingsdienst, en daarbij konden worden aangemerkt als politiegegevens, wordt de ontvanger gewezen op de werkingssfeer van artikel 7, tweede lid, van de Wet politiegegevens.

Paragraaf 5. Beheer en beveiliging

Artikel 5.1. Zorgplicht

  • 1 Onverminderd het bepaalde in de Wbp en de Wok en in dit reglement, draagt een ieder die persoonsgegevens verwerkt binnen de Kansspelautoriteit zorg voor de juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid van de gegevens.

  • 2 Er is een handreiking Wet bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit ter ondersteuning van een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens en de uitvoering van de Wbp en dit reglement door de Kansspelautoriteit. De handreiking bevat interne procedures en werkafspraken, onder meer met betrekking tot de uitvoering van de meldingsplicht, de actieve- en passieve informatieplicht naar betrokkenen en de bewaartermijnen van de opgeslagen gegevens.

Artikel 5.2. Functionaris voor de gegevensbescherming

  • 2 De functionaris voor de gegevensbescherming heeft, naast het houden van toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, in ieder geval tot taak:

    • a. het periodiek rapporteren aan de raad van bestuur over de naleving van de wet binnen de Kansspelautoriteit;

    • b. het bijhouden van een voor een ieder kosteloos raadpleegbaar meldingenregister;

    • c. het begeleiden en verzorgen van contacten tussen de raad van bestuur en het college;

    • d. het, voortvloeiende uit het toezicht, adviseren van de raad van bestuur en van de medewerkers over de toepassing en uitvoering van de Wbp en dit reglement;

    • e. het geven van voorlichting over de Wbp, over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij beleidsontwikkelingen binnen de Kansspelautoriteit, alsmede over de wijze waarop toezicht wordt gehouden;

    • f. het toezien op de afwikkeling van klachten en het evalueren van incidenten met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens binnen de Kansspelautoriteit.

  • 3 De functionaris voor de gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor de gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

  • 4 Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de raad van bestuur alsmede een bewerker of een ieder die onder het gezag van een bewerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor de gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.

Artikel 5.3. Meldingenregister

  • 1 Er is een register van meldingen van meldingsplichtige gegevensverwerkingen dat door de functionaris voor de gegevensbescherming wordt ingericht, beheerd en onderhouden. In het register zijn de meldingen opgenomen die bij de functionaris voor de gegevensbescherming zijn gemeld op grond van artikel 27, derde lid, van de Wbp.

  • 2 Dit register wordt in ieder geval op de website en het intranet van de Kansspelautoriteit geplaatst en kan door een ieder worden geraadpleegd.

  • 3 Er is een overzicht van de gegevensverwerkingen die zijn vrijgesteld van de melding op grond van artikel 29 van de Wbp. Dit overzicht wordt door de functionaris voor de gegevensbescherming ingericht, beheerd en onderhouden. In dit overzicht zijn van deze gegevensverwerkingen de gegevens als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wbp vastgelegd.

Artikel 5.4. Beveiliging

  • 1 De raad van bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens bij de Kansspelautoriteit te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

  • 3 De beveiligingsmaatregelen worden vastgelegd in een plan van aanpak dat jaarlijks wordt geactualiseerd.

  • 4 De raad van bestuur ziet er op toe dat degenen die belast zijn met het verwerken van persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken van de Kansspelautoriteit kennis nemen van de beveiligingsvoorschriften en deze naleven.

Paragraaf 6. Audit

Artikel 6.1

  • 1 Een externe auditor voert op verzoek van de raad van bestuur of de functionaris voor de gegevensbescherming, gehoord de raad van bestuur, periodiek een audit uit naar de naleving van de wet en dit reglement.

  • 2 De externe auditor rapporteert haar bevindingen aan de raad van bestuur en de functionaris voor de gegevensbescherming.

Paragraaf 7. Aanwijzing

Artikel 7.1

De raad van bestuur kan nadere aanwijzingen geven ter uitvoering van het bepaalde in dit reglement.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Overgangsrecht

  • 1 De meldingen van al bestaande gegevensverwerkingen bij het College, worden bij de functionaris voor de gegevensbescherming gedaan uiterlijk binnen twee maanden na de datum van publicatie van dit reglement in de Staatscourant.

  • 2 De functionaris voor de gegevensbescherming draagt zorg voor intrekking van de bestaande meldingen bij het College zodra de vervangende meldingen ontvangen zijn.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013.

Artikel 8.3. Citeertitel

  • 1 Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit.

  • 2 Dit reglement zal worden geplaatst in de Staatscourant en op de website van de Kansspelautoriteit.

Den Haag, 29 april 2014

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

namens deze,

J.J.H. Suyver,

voorzitter