Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek[Regeling vervalt per 01-01-2019.]

Geldend van 26-03-2016 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 2014, 2014-0000087456, ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvraagtijdvak: een door de minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ontvangen;

  • b. aanvrager: rechtspersoon die de in het projectplan aangegeven activiteiten voor zijn rekening neemt;

  • c. activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren: activiteiten van de aanvrager, met een bovenregionaal karakter, die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van de armoede- en schuldenproblematiek in Nederland;

  • d. cofinanciering: het percentage van de kosten in de begroting en de gerealiseerde uitgaven van het projectplan dat op grond van deze regeling gefinancierd wordt door de aanvrager, of een betrokken derde partij, en niet voor subsidiëring in aanmerking komt;

  • e. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • f. project: het geheel van activiteiten gericht op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek gedurende de projectperiode, dat wordt uitgevoerd door of namens de aanvrager en dat wordt gesubsidieerd op grond van deze regeling;

  • g. projectperiode: het overeengekomen tijdpad in de subsidiabele periode waarbinnen de uitvoering van het projectplan zal plaatsvinden;

  • h. projectplan: een door de aanvrager ingediend plan waarin een beschrijving van het project is opgenomen en de vereiste documenten voor het indienen van een aanvraag zijn opgenomen;

  • i. subsidiabele activiteiten: alle activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;

  • j. subsidiabele periode: periode van maximaal twee jaar, waarbinnen de aanvrager subsidiabele activiteiten kan uitvoeren;

  • k. volledige subsidieaanvraag: een aanvraag tot subsidieverlening die voldoet aan alle formele vereisten als bedoeld in artikel 8, waaronder worden begrepen een volledig ingevuld aanvraagformulier en alle op grond van deze regeling vereiste stukken.

Artikel 2

De minister stelt in de jaren 2014 tot en met 2017 middelen beschikbaar ten behoeve van activiteiten van landelijke betekenis, die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in Nederland.

Artikel 3

Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken.

Artikel 4

  • 1 Subsidieaanvragen worden door de minister ontvangen in de volgende aanvraagtijdvakken:

    • a. van 1 augustus 2014, 09:00 uur tot en met 30 september 2014, 17:00 uur.

    • b. van 1 april 2015, 09:00 uur tot en met 31 mei 2015, 17:00 uur.

    • c. van 23 mei 2016, 9:00 uur tot en met 17 juni 2016, 17:00 uur.

    • d. van 1 februari 2017, 9:00 uur tot en met 28 februari 2017, 17:00 uur.

  • 2 Het subsidieplafond voor de in deze regeling genoemde activiteiten bedraagt:

    • a. voor aanvragen, ingediend in 2014: € 4.000.000,–.

    • b. voor aanvragen, ingediend in 2015: € 4.000.000,–.

    • c. voor aanvragen, ingediend in 2016: € 4.000.000,–.

    • d. voor aanvragen, ingediend in 2017: € 4.000.000,–.

Artikel 5

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen.

  • 2 Wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst en behandeling de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

  • 3 De onderlinge rangschikking van aanvragen die op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen wordt vastgesteld door middel van loting.

Artikel 6 [Vervallen per 26-03-2016]

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 7

De subsidie met betrekking tot een project wordt aangevraagd door één rechtspersoon.

Artikel 8

  • 1 Aanvragen die buiten de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.

  • 2 De aanvraag bedraagt per project ten minste € 125.000,– en maximaal € 350.000,– waarbij per aanvrager maximaal € 350.000,– per aanvraagtijdvak kan worden aangevraagd.

  • 3 De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt aanvraagformulier.

  • 4 Bij de aanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin de aanvrager aangeeft:

    • a. aan de hand van een begroting voor welke subsidiabele activiteiten een subsidie wordt gevraagd, waarbij de in de begroting gehanteerde tarieven worden getoetst aan de ‘Handleiding overheidstarieven’;

    • b. op welke wijze de subsidiabele activiteiten een duurzame bijdrage van landelijke betekenis leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in artikel 11, eerste lid, genoemde prioriteiten, dan wel de in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder;

    • c. op welke wijze de subsidiabele activiteiten van toegevoegde waarde zijn;

    • d. op welke wijze gemeenten en andere relevante partijen zijn betrokken;

    • e. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid noodzakelijk is; en

    • f. wat de planning van het project is.

  • 5 Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

Artikel 9

  • 1 De minister kan subsidie verlenen voor de financiering van projecten.

  • 2 De subsidiabele periode voor een project bedraagt maximaal twee jaar.

  • 3 De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het projectplan, bedoeld in artikel 8, vierde lid.

  • 4 De beschikking bevat het maximum bedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het projectplan, dan wel uit andere hoofde worden vergoed.

  • 6 In de beschikking tot verlening van subsidie wordt voorts bepaald:

    • a. de prestaties waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de periode waarbinnen de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd.

    • c. over welke prestaties wordt verantwoord ten behoeve van de subsidievaststelling;

    • d. in welke periode deze prestaties worden behaald;

    • e. de wijze van voorschotverlening.

  • 7 Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 10

  • 1 De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen;

    • b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het op duurzame wijze tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in artikel 11, eerste lid, genoemde prioriteiten, dan welde in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder of dat de activiteiten landelijke betekenis hebben, dan wel dat de noodzaak tot financiering vanuit de landelijke overheid ontbreekt;

    • c. de kosten voor de beoogde activiteiten, gelet op het beoogde resultaat, niet in redelijke verhouding staan tot de voorgenomen activiteiten.

  • 2 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt afgewezen, indien de kosten van de activiteiten waarvoor financiering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde van overheidswege worden gefinancierd.

Hoofdstuk 3. Subsidiabele kosten

Artikel 11

  • 1 Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op:

    • a. ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening;

    • b. landelijke verspreiding van reeds bestaande effectieve initiatieven;

    • c. activiteiten die de samenwerking met ketenpartners verbeteren;

    • d. activiteiten die de kwaliteit van dienstverlening van landelijk opererende organisaties die zich richten op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek verhogen.

  • 2 Activiteiten van landelijke betekenis waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op vermindering van armoede- en schuldenproblematiek dan wel de preventie van armoede en schulden bij de volgende kwetsbare groepen:

    • a. kinderen in huishoudens met een laag besteedbaar inkomen;

    • b. jongeren met (risico op) schulden;

    • c. alleenstaande oudergezinnen;

    • d. huishoudens met een langdurig laag inkomen;

    • e. niet-westerse huishoudens; of

    • f. andere naar het oordeel van de minister kwetsbare groepen.

  • 3 Activiteiten die bestaan uit het verlenen van goederen of diensten aan individuele burgers komen niet in aanmerking voor subsidie.

  • 4 Kosten van activiteiten als omschreven in het projectplan, die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden komen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 12

  • 1 Voor subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten die rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen;

    • b. kosten die gemaakt worden in verband met het verkrijgen van een controle- verklaring ten behoeve van de afwikkeling en einddeclaratie van het project.

  • 2 Indien de aanvrager, naast de cofinanciering, andere inkomsten door en ten behoeve van het project ontvangt, worden deze in mindering gebracht op het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, voor zover hier bij de subsidieverlening niet reeds rekening mee is gehouden.

Artikel 13

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

  • a. kosten gemaakt buiten de projectperiode, met uitzondering van de kosten ter verkrijging van de controleverklaring ten behoeve van de afwikkeling en einddeclaratie van het project;

  • b. kosten die geen verband houden met de uitvoering van het projectplan of een onderdeel daarvan;

  • c. kosten van het project die, naar het oordeel van de minister, qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties.

Hoofdstuk 4. Subsidieverstrekking en verantwoording

Artikel 14

  • 1 Indien de subsidie wordt verleend, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt, waarbij:

    • a. bij aanvang van de subsidieverlening een bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag wordt uitgekeerd;

    • b. 60% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag in kwartalen wordt uitgekeerd, en de hoogte van het uit te keren bedrag afhankelijk is van de looptijd van het project, waarbij de verdeling zal worden bepaald in de subsidiebeschikking; en

    • c. het resterende bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag zal worden betaald bij de subsidievaststelling, voor zover dit noodzakelijk is voor de vastgestelde kosten.

  • 2 Indien bovenstaand bevoorschottingsregime voor de aanvrager tot problemen leidt, kan de aanvrager een schriftelijk en gemotiveerd verzoek indienen bij de minister om van de in het eerste lid bepaalde systematiek af te wijken.

  • 3 De aanvrager doet onverwijld en schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 15

Voor zover de uitvoering van het projectplan een periode beslaat die langer is dan twaalf maanden, kan de minister de aanvrager verzoeken om na twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag te verstrekken met de tot dan toe behaalde resultaten en gemaakte kosten.

Artikel 16

  • 1 De aanvrager dient binnen dertien weken na afloop van de projectperiode een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de minister.

  • 2 Het verzoek tot vaststelling vindt plaats op basis van een eindrapportage met het daarbij behorende financieel verslag, en wordt vergezeld van een controleverklaring.

Artikel 17

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken indien:

    • a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten, of

    • b. binnen drie maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking, geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de activiteiten in het projectplan.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.

  • 3 Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de aanvrager teruggevorderd.

Artikel 18

  • 1 De aanvrager houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten.

  • 2 De administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder begrepen een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken.

  • 3 De administratie is voor controle beschikbaar op één locatie.

  • 4 De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde activiteiten.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 19

  • 1 De minister draagt zorg voor de evaluatie van deze regeling in 2020.

  • 2 De aanvrager verleent zijn medewerking aan de minister bij het opstellen van evaluatierapporten over deze regeling.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek.

Artikel 21

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2019.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2018, van toepassing op de afwikkeling van subsidies op grond van deze regeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 juni 2014

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma