Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie van toezicht op het beheer politie

Geldend van 20-06-2014 t/m heden

Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 15 mei 2014, nummer 513226, houdende instelling van de Commissie van toezicht op het beheer politie (Instellingsbesluit Commissie van toezicht op het beheer politie)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 31 van de Politiewet 2012 en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een commissie van toezicht op het beheer politie.

  • 2 De commissie heeft tot taak het beoordelen van de wijze waarop de politie uitvoering geeft aan het door de minister vastgestelde beleid en de kaders inzake het beheer van de politie en de minister hieromtrent gevraagd en ongevraagd te adviseren.

  • 3 De korpschef ontvangt een afschrift van de adviezen van de commissie.

  • 4 De commissie kan de minister aanbevelen onderzoek uit te voeren.

Artikel 3. Samenstelling en vergoeding

  • 1 Tot lid van de commissie worden benoemd:

    • a. de heer mr. E. Kronenburg, tevens voorzitter;

    • b. de heer drs. G. de Jong;

    • c. mevrouw A.M.C. Kuks;

    • d. de heer mr. A.H.P. van Gils;

    • e. de heer P. Eringa.

  • 2 De commissie en haar leden zijn onafhankelijk en hebben geen belangen in relatie tot de politie en zijn niet in dienst van het ministerie of de politie.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor de duur van vier jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd voor ten hoogste vier jaar.

  • 5 De voorzitter ontvangt daarenboven per vergadering een toeslag van 30% van de vergoeding, bedoeld in het vierde lid.

Artikel 4. Secretaris

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretaris, die door de minister wordt aangewezen. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 2 De minister draagt zorg voor adequate ondersteuning van de secretaris.

  • 3 De secretaris is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 5. Werkwijze

  • 1 De commissie komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

  • 2 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 6. Jaarplan en jaarverslag

  • 1 Ten behoeve van haar werkzaamheden in een kalenderjaar stelt de commissie in het jaar daaraan voorafgaand een jaarplan vast.

  • 3 De commissie biedt de minister jaarlijks een verslag aan van de werkzaamheden die in het kader van artikel 2, tweede lid, zijn uitgevoerd.

  • 4 De minister zendt het jaarverslag aan de Staten-Generaal.

Artikel 7. Informatie ten behoeve van de commissie

  • 1 De minister stelt documenten en andere informatie beschikbaar die de commissie redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft en doet hiervan mededeling aan de korpschef.

  • 2 De korpschef draagt er zorg voor dat documenten en andere informatie die de commissie redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft beschikbaar worden gesteld en doet hiervan mededeling aan de minister. De korpschef draagt er tevens zorg voor dat ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012 de commissie op haar verzoek alle medewerking verlenen bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • 3 De commissie neemt kennis van andere documenten voor zover zij deze redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft.

Artikel 8. Informatieplicht commissie

  • 1 De commissie informeert de minister middels periodieke rapportages over haar bevindingen.

  • 2 De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste informatie. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 10. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Directoraat-Generaal Politie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 11. Kosten van de commissie

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het instellen van externe deskundigheid.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan.

Artikel 12. Evaluatie

De minister evalueert binnen vier jaar het functioneren van de commissie.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2014.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van toezicht op het beheer politie.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten