Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2014

Geldend van 04-06-2014 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën van 2 mei 2014 inzake het kwijtschelden en het buiten in vordering stellen van vorderingen die het Rijk op derden heeft (Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2014)

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 38, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 en op artikel 8 van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996;

Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 1 mei 2014, kenmerk 14001091R);

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. vorderingenbeheer: de zorg voor het invorderbaar stellen en het innen van de aan het Rijk toekomende vorderingen, die voortvloeien uit het beheer van de begroting van het Rijk en uit het beheer van de rekeningen buiten het begrotingsverband als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001.

  • b. vordering: het recht van het Rijk op een geldbedrag van een wederpartij.

  • c. debiteur: een wederpartij op wie het Rijk een vordering heeft.

  • d. kwijtschelding: een overeenkomst tussen het Rijk en een debiteur waarbij een vordering van het Rijk op de debiteur geheel of gedeeltelijk tenietgaat.

  • e. buiteninvorderingstelling: een eenzijdig door het Rijk genomen besluit om een vordering op een debiteur voorlopig of definitief niet te innen.

  • f. de directeur FEZ: de directeur Financieel-economische zaken van het betrokken ministerie.

  • g. budgethouder: een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001.

  • h. a.o.-procedure: procedure van de administratieve organisatie.

Artikel 2

  • 1 Ten behoeve van een ordelijk en doelmatig vorderingenbeheer legt elke minister de a.o.-procedure met betrekking tot het vorderingenbeheer vast en draagt hij zorg voor de toepassing van die procedure.

  • 2 Voor verschillende categorieën vorderingen kunnen verschillende a.o.-procedures worden vastgelegd.

Artikel 3

  • 1 Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde kan tot kwijtschelding worden besloten op grond van billijkheid, doelmatigheid of om een beleidsmatige reden.

  • 2 Voor een kwijtschelding die niet bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.

  • 3 Voor een kwijtschelding die bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is boven het bedrag van € 500.000 (vijfhonderdduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.

  • 4 Het kwijtgescholden bedrag wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.

  • 5 Na afloop van elk jaar stelt de betrokken budgethouder aan de directeur FEZ de door deze te bepalen gegevens beschikbaar over de verleende kwijtscheldingen waartoe in het voorafgaande jaar is besloten.

Artikel 4

  • 1 Indien een invorderbaar gesteld bedrag, ook na herhaalde schriftelijke aanmaningen, niet wordt ontvangen en met de betrokken debiteur geen nadere schriftelijke betalingsafspraken zijn te maken, wordt achtereenvolgens nagegaan of:

    • a) andere mogelijkheden tot invordering openstaan, waaronder het aanspreken van een eventuele borg of het verrekenen van de vordering met een schuld van het Rijk aan de betrokken debiteur;

    • b) het bedrag van de vordering opweegt tegen de nader te maken kosten van de invordering, waaronder de kosten van invordering langs gerechtelijke weg.

  • 2 Een besluit tot invordering langs gerechtelijke weg wordt niet genomen, dan nadat daarover juridisch advies is ingewonnen.

Artikel 5

  • 1 Indien de in artikel 4, eerste lid, onder b, bedoelde afweging ten nadele uitvalt van verdere invorderingsmaatregelen en er niet om een beleidsmatige reden wordt besloten de invorderingsprocedure voort te zetten, wordt de vordering buiten invordering gesteld.

  • 2 Voor een buiteninvorderingstelling die niet op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 5.000 (vijfduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.

  • 3 Voor een buiteninvorderingstelling die op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 25.000 (vijfentwintigduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.

  • 4 Voor een buiteninvorderingstelling boven het bedrag van € 1 miljoen euro is de instemming van de Minister van Financiën nodig.

Artikel 6

  • 1 Het buiten invordering stellen van een vordering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft een voorlopig karakter, tenzij het evident is dat de betrokken vordering ook op termijn niet invorderbaar zal zijn, in welk geval de vordering definitief buiten invordering wordt gesteld.

  • 2 Van een voorlopig buiten invordering gestelde vordering wordt gedurende een aantal jaar nog enkele keren nagegaan of invordering alsnog mogelijk is.

  • 3 Een voorlopig buiten invordering gesteld bedrag kan geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden, indien daarmee zekerheid wordt verkregen over de invordering van het resterende bedrag of van andere vorderingen op dezelfde debiteur.

Artikel 7

Het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 6 laat onverlet hetgeen elders bij of krachtens de wet omtrent buiteninvorderingstelling is bepaald.

Artikel 8

  • 1 Het bedrag dat met een definitieve buiteninvorderingstelling is gemoeid, wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.

  • 2 Van een buiteninvorderingstelling wordt de betrokken debiteur niet in kennis gesteld.

Artikel 9

  • 1 Een ingestelde vordering waarvan achteraf blijkt dat deze geheel of gedeeltelijk ten onrechte is ingesteld, wordt geheel respectievelijk gedeeltelijk ingetrokken. De betrokken debiteur wordt daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

  • 2 Het bedrag dat met de intrekking is gemoeid, wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.

Artikel 10

  • 1 Met de schriftelijke toestemming van de Minister van Financiën kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de bepalingen van deze regeling.

  • 2 Van zodanige afwijkingen doet de Minister van Financiën schriftelijk mededeling aan de Algemene Rekenkamer.

Artikel 11

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2014.

  • 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

    Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van 1 januari 2014, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van die Staatscourant en werkt zij terug tot en met 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën,

J.R.V.A. Dijsselbloem