Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels internationale betrekkingen op cultureel gebied 2014-2016[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 05-06-2014 t/m 31-12-2016

Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 21 mei 2014, nr. ICE-088/14, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieplafond en beleidsregels internationale betrekkingen op cultureel gebied 2014–2016)

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2017]

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 8.1, onder a, en 8.2, eerste lid onder b, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 voor de bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor subsidieverlening zoals genoemd in artikel 1 van dit besluit geldt voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2016 een subsidieplafond van € 2,3 miljoen.

  • 2 De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt, voldoende geld ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2017]

Aanvragen voor een subsidie in het kader van dit subsidieplafond worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 15 september 2014.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2017]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2017, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,
namens deze,

de Directeur Generaal Europese Samenwerking,

R.E. de Groot

Bijlage [Vervallen per 01-01-2017]

Inleiding [Vervallen per 01-01-2017]

De beleidsregels die in deze bijlage zijn neergelegd vormen het richtsnoer voor de beoordeling van aanvragen voor subsidies voor de bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied voor de periode 2014–2016. In totaal is voor deze periode € 2,3 miljoen beschikbaar.

Het internationaal cultuurbeleid van de Nederlandse regering dient ter versterking van de (internationale positie van de) Nederlandse cultuursector én ter ondersteuning van het Nederlandse buitenlandse beleid, waaronder ook de economische belangen van Nederland in het buitenland. De uitgangspunten van het Nederlandse internationale cultuurbeleid zijn vastgelegd in de Kamerbrief ‘Meer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid’ van 10 juni 2011 en in de aanvullende Kamerbrief over de visie op het internationaal cultuurbeleid van 24 april 20121. Beide documenten vormen de basis voor deze beleidsregels.

Beleidsuitgangspunten [Vervallen per 01-01-2017]

Kunst en cultuur horen op verschillende manieren thuis in het Nederlandse buitenlandse beleid. De Nederlandse kunst- en cultuursector profiteert van internationale samenwerking, drukt een sterk stempel op het beeld dat in het buitenland bestaat over Nederland en draagt bij aan het verstevigen van internationale betrekkingen.

Met het in dit besluit beschikbaar gestelde bedrag biedt de Minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse cultuurfondsen de mogelijkheid hier een meerjarige en gerichte bijdrage aan te leveren, die rekening houdt met de internationale culturele, politieke en economische agenda in de komende jaren.

Op basis van artikel 8.1, onder a en artikel 8.2, eerste lid, onder b, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 komen voor financiering in aanmerking gebundelde of sectorale presentaties van Nederlandse cultuuruitingen in het buitenland.

Wie kan aanvragen [Vervallen per 01-01-2017]

Voor subsidieverlening in het kader van het internationaal cultuurbeleid van de Minister van Buitenlandse Zaken op grond van artikel 8.2, eerste lid, onder b komen alleen de zes cultuurfondsen (Filmfonds, Fonds Podiumkunsten, Fonds voor de Creatieve Industrie, Mondriaan Fonds en Nederlands Letterenfonds, Fonds voor Cultuurparticipatie) bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid in aanmerking voor een subsidie. De minister vraagt de fondsen samen één aanvraag in te dienen.

Beoordelingscriteria [Vervallen per 01-01-2017]

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een subsidie in het kader van deze beleidsregels gelden de volgende criteria:

  • 1. Het voorstel wordt namens een samenwerkingsverband van tenminste drie van de hiervoor genoemde fondsen ingediend door een penvoerder die namens de in het samenwerkingsverband deelnemende fondsen optreedt. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd is de penvoerder de subsidieontvanger, en als zodanig ten volle verantwoordelijk voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij de aanvraag dient een door de deelnemende fondsen ondertekende samenwerkingsovereenkomst te zijn gevoegd waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen jegens de Minister is gewaarborgd.

  • 2. De doelstellingen van het voorstel sluiten aan bij de doelstellingen en uitgangspunten van het Nederlandse internationaal cultuurbeleid zoals neergelegd in de Kamerbrief ‘Meer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid’ van 10 juni 2011 en in de aanvullende Kamerbrief over de visie op het internationaal cultuurbeleid van 24 april 2012.

  • 3. Tenminste 70% van de activiteiten in het voorstel is gericht op de prioriteitslanden voor het internationaal cultuurbeleid2, maximaal 30% van de activiteiten in het voorstel is gericht op landen die geen prioriteitsland zijn.

  • 4. Het voorstel biedt ruimte aan initiatieven vanuit de kunst- en cultuursector zelf.

  • 5. Het voorstel geeft op vernieuwende wijze invulling aan de ondersteuning van het Nederlandse buitenlandse en economische beleid.

Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt in aanvulling hierop tevens gekeken naar:

  • 1. Inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag:

    • Het voorstel bevat een specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden vertaling van doelen in resultaten, activiteiten en middelen;

    • De concrete werkzaamheden die verricht worden ter realisering van het project zijn omschreven en voor de te verrichten werkzaamheden is een planning bijgevoegd;

    • De wijze waarop de activiteiten bijdragen aan de bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied zoals beschreven in de Kamerbrief over de visie op het internationaal cultuurbeleid van 24 april 2012 is duidelijk beschreven;

    • Gedetailleerde (totaal en jaren)begroting(en), gerelateerd aan resultaten, bestaande uit voorziene uitgaven en financiering is bijgevoegd, welke tevens inzichtelijk maakt op welke wijze de gevraagde subsidie over de aan het samenwerkingsverband deelnemende fondsen wordt verdeeld;

    • Een liquiditeitsprognose (totaal en per kalenderjaar) is eveneens bijgevoegd.

  • 2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.

  • 3. Duurzaamheid van het voorstel.

Overige bepalingen:

  • 1. Activiteiten waarvoor reeds een subsidie is verstrekt ten laste van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken, onverschillig of dit is gebeurd vanuit het departement in Den Haag of door een ambassade, komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit besluit.

  • 2. Activiteiten die plaatsvinden voordat een aanvraag wordt ingediend komen niet voor subsidieverlening in aanmerking.

  • 3. De Minister kan gelet op het bepaalde in artikel 8 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken bepalen dat slechts een deel van de kosten voor subsidiering in aanmerking komt, mede gelet op beschikbare middelen, en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het internationaal cultuurbeleid.

  • 4. De subsidie wordt verleend als activiteitensubsidie; aanvragen die hoofdzakelijk op de overheadkosten van de aanvrager betrekking hebben komen niet voor toekenning in aanmerking.

Procedure [Vervallen per 01-01-2017]

De Ambassades van het Koninkrijk der Nederlanden in de doellanden worden uitgenodigd om advies te geven over de aanvragen. Het advies van de Ambassade is zwaarwegend.

Aanvragen voor een subsidie kunnen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels worden ingediend bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Eenheid Internationaal Cultuurbeleid (ICE), Bezuidenhoutseweg 67, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag. De uiterste datum waarop aanvragen moeten zijn ingediend is 15 september 2014.

  • ^ [1]

    Kamerstukken II 2010/11, 32 820 nr. 1, Kamerstukken II 2011/12, 31 482 nr. 84.

  • ^ [2]

    Duitsland, België (Vlaanderen), het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Italië, Frankrijk, Spanje, Brazilië, Turkije, Rusland, China, India, Zuid-Afrika, Indonesië en Japan.