Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling formulier verslaglegging verpakkingen

Geldend van 31-05-2014 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 28 mei 2014 nr. IENM/BSK-2014/112494, houdende vaststelling van het formulier voor het doen van een verslag in verband met de uitvoering van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton (Regeling formulier verslaglegging verpakkingen)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 7 van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton;

Besluit:

Artikel 1

De producent of importeur maakt bij het indienen van het verslag, bedoeld in artikel 7 van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton, gebruik van het in de bijlage bij deze regeling opgenomen formulier en vult dat formulier overeenkomstig de in die bijlage opgenomen toelichting in.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling formulier verslaglegging verpakkingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

W.J. Mansveld

Bijlage , behorende bij artikel 1

Formulier Verslaglegging Verpakkingen

De in dit formulier gestelde vragen moeten zo onafhankelijk, transparant, betrouwbaar en verifieerbaar mogelijk worden beantwoord. Hierbij is het van belang dat er waarborgen worden afgegeven voor de gerapporteerde gegevens. De betrouwbaarheid van de in dit formulier op te nemen gegevens, met uitzondering van tabel 2, kan geborgd worden door dit formulier te voorzien van een Assurance-opdracht voor het gehele ingevulde formulier en waar nodig specifieke bijlagen ter ondersteuning van specifieke kwantitatieve gegevens. De betrouwbaarheid van de gegevens kan ook geborgd worden door gecertificeerde documenten van bijvoorbeeld onafhankelijke, deskundige keuringsinstanties of onderzoeksinstellingen. Indien er gegevens worden weggelaten of anders worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn, is er geen sprake van het indienen van een verslag als bedoeld in artikel 7 van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton (hierna: Besluit) en kan handhavend worden opgetreden.

Het verslag is ook gezamenlijk in te dienen, bijvoorbeeld via een collectieve uitvoeringsorganisatie die dan namens de aangesloten deelnemers verslag doet. Niet collectief uitvoerbaar zijn de verplichtingen rond preventie zoals geformuleerd in artikel 3, met uitzondering van de bepalingen zoals aangegeven in artikel 3, onderdeel d. De rapportage over de preventieverplichtingen is wel collectief uitvoerbaar.

Het volledig ingevulde formulier dient elk jaar voor 1 augustus verzonden te worden naar Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Risicovolle Stoffen en Producten, EVOA en Besluiten Vergunningverlening, Postbus 24062, 3502 MB UTRECHT, of digitaal naar besluiten@ilent.nl.

A. Gegevens bedrijf of collectief

De in tabel 1 gevraagde gegevens dienen ingevuld te worden met de jaarlijkse verslaglegging over het Besluit.

Tabel 1 Gegevens verslaglegger verpakkingen

Kalenderjaar (t) waarover verslag wordt gedaan

 

Naam bedrijf / collectief

 

Postadres

 

Postcode / plaats

 

Kamer van Koophandelnummer

 

Zaaknummer (indien bekend)

 

Contactpersoon

 

Telefoonnummer contactpersoon

 

E-mail contactpersoon

 

Datum ondertekening

 

Naam ondertekenaar

 

Handtekening

 
Toelichting bij tabel 1:

Het kalenderjaar (t) waarover verslag wordt gedaan heeft conform het Besluit betrekking op het voorgaande kalenderjaar. Het gaat hier dus niet om het jaar waarin het verslag wordt ingediend.

Indien er namens een collectief wordt gerapporteerd dient er, bij voorkeur digitaal, aangegeven te worden welke producenten en/of importeurs aangesloten zijn bij het collectief op 31 december van het jaar (t) waarover verslag wordt gedaan. Producenten en/of importeurs die in het betreffende jaar uitgesloten zijn van het collectief dienen apart aangegeven te worden. De producenten en/of importeurs dienen gerapporteerd te worden met hun naam, adres en Kamer van Koophandelnummer.

De ondertekenaar/indiener van het verslag wordt geacht bevoegd of gemachtigd te zijn om het bedrijf of het collectief te mogen vertegenwoordigen.

B. Gegevens preventie

De in tabel 2 gevraagde gegevens over preventie dienen ingevuld te worden om inzicht te geven in de activiteiten die ondernomen zijn om te voldoen aan de in artikel 3 van het Besluit aangegeven verplichtingen, en de bereikte resultaten.

Tabel 2 Gegevens preventie

a) Het minimaliseren van het gebruik van verpakkingsmateriaal. Onderbouw deze maatregel o.a. met kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld de verhouding toegepast verpakkingsmateriaal t.o.v. hoeveelheid verpakt product (beide in massa bezien).

Genomen activiteiten/maatregelen Bereikte resultaten
   
   

b) Het ontwerpen, vervaardigen en in de handel brengen van verpakkingen opdat recycling vergemakkelijkt wordt.

Genomen activiteiten/maatregelen Bereikte resultaten
   
   

c) Het zoveel mogelijk toepassen van gerecycled materiaal in nieuwe verpakkingen.

Genomen activiteiten/maatregelen Bereikte resultaten
   
   

d) Het zoveel mogelijk voorkomen van het ontstaan van zwerfafval.

Genomen activiteiten/maatregelen Bereikte resultaten
   
   
Toelichting bij tabel 2:

Artikel 3 van het Besluit stelt eisen ten aanzien van preventie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de in tabel 2 aangegeven aspecten.

Het nemen van maatregelen ter bevorderen van preventie is een verplichting waar alle producenten of importeurs van verpakkingen individueel aan dienen te voldoen. Alleen producenten of importeurs die meer dan 50.000 kg verpakkingen op de markt brengen dienen daar ook over te rapporteren.

Een collectieve uitvoeringsorganisatie kan namens de aangesloten producenten en importeurs gezamenlijk verslag doen over de individueel genomen preventiemaatregelen. Bij toezicht en handhaving kan de ILT de collectieve uitvoeringsorganisatie aanspreken op het niet rapporteren hierover. Voor het wel of niet nemen van de verplichte maatregelen worden de individuele producenten of importeurs aangesproken door de ILT. Een collectieve uitvoeringsorganisatie kan wel voor de aangesloten producenten en importeurs de individuele rapportages over preventiemaatregelen verzamelen en, bij een verzoek van de ILT, beschikbaar stellen aan de ILT.

Het zoveel mogelijk voorkomen van het ontstaan van zwerfafval (artikel 3, onderdeel d) is deels wel collectief uitvoerbaar. Een collectieve organisatie is op dit punt wel aanspreekbaar door de ILT.

Bij de jaarlijkse rapportage van tabel 2 is het noodzakelijk inzicht te geven in de genomen maatregelen en de kwantitatieve en/of kwalitatieve resultaten die daarbij behaald zijn.

In de praktijk kunnen de verplichte maatregelen uit artikel 3 een tegengesteld effect hebben. Het toepassen van zoveel mogelijk gerecycled materiaal (artikel 3, onderdeel c) kan ertoe leiden dat het verpakkingsmateriaal zwaarder wordt, en werkt daarmee tegengesteld aan de maatregel uit artikel 3, onderdeel a (zo weinig mogelijk verpakkingsmateriaal gebruiken). In die gevallen is het van belang dat de genomen maatregelen leiden tot een verlaging van de overall milieudruk van de verpakking. De verlaging van de overall milieudruk is o.a. aan te tonen via een LCA-methodiek conform ISO-normen.

C. Gegevens op de markt gebrachte verpakkingen

De in tabel 3 gevraagde gegevens over op de markt gebrachte verpakkingen over het kalenderjaar (t) dienen ingevuld te worden om inzicht te geven in de hoeveelheid in Nederland op de markt gebrachte verpakkingen, per materiaalsoort. De gegevens over het kalenderjaar daarvoor (t-1) mogen ingevuld worden.

Tabel 3 Gegevens op de markt gebrachte verpakkingen
 

t

t-1

Aantal bedrijven

Totaal op de markt gebrachte verpakkingen

[ton]

Aantal bedrijven

Totaal op de markt gebrachte verpakkingen

[ton]

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Glas

Onderdrempelige bedrijven (OB)

           

Bovendrempelige bedrijven (BB)

           

Logistieke hulpmiddelen (LH)

           

Totaal

           

Papier

OB

           

BB

           

LH

           

Totaal

           

Kunststoffen

OB

           

BB

           

LH

           

Totaal

           

Metalen

OB

           

BB

           

LH

           

Totaal

           

Hout

OB

           

BB

           

LH

           

Totaal

           

Overig

OB

           

BB

           

LH

           

Totaal

           
Toelichting bij tabel 3:

Inzicht in de hoeveelheid in Nederland op de markt gebrachte verpakkingen per materiaalsoort is nodig om de in het Besluit gestelde recyclingsnormen te kunnen toetsen.

De praktijk leert dat soms nieuwe inzichten worden opgedaan over een eerder gerapporteerd kalenderjaar. Om die reden is voor producenten en/of importeurs tabel 3 zo opgezet dat naast de verplichte gegevens over het kalenderjaar (t) het ook mogelijk is om over het kalenderjaar daarvoor (t-1) te rapporteren. Voor beide jaren geldt dat de hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen gerapporteerd dienen te worden zoals bekend op 1 juli van het jaar waarin gerapporteerd wordt (t+1).

Per materiaalsoort dient er per jaar aangegeven te worden hoeveel bedrijven verpakkingen op de markt gebracht hebben, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen onderdrempelige bedrijven (OB) en bovendrempelige bedrijven (BB). Voor beide soorten bedrijven dient de hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen gerapporteerd te worden.

Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen de hoeveelheden die feitelijk gemeten zijn, en de hoeveelheden die op basis van aannames tot stand zijn gekomen.

Vanuit de wens om zo onafhankelijk, transparant, betrouwbaar en verifieerbaar mogelijk over de totale hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen inclusief logistieke hulpmiddelen te rapporteren, verdient het de voorkeur om één methode in te zetten voor het bepalen van alle verpakkingen tezamen. Een reductie van het aantal gebruikte methoden en bronnen reduceert tevens de kans op onjuistheden en maakt de herkomst van de gegevens overzichtelijker. Mocht het nog niet mogelijk zijn om per materiaalsoort het totaal aan verpakkingen te bepalen via één methode, dan zal de hoeveelheid logistieke hulpmiddelen (LH) apart weergegeven moeten worden in tabel 3. Met ook hierbij het onderscheid tussen feitelijke metingen en aannames. Belangrijk hierbij is dat alleen die logistieke hulpmiddelen apart gerapporteerd worden die nog niet als onderdeel van boven- of onderdrempelige bedrijven zijn opgenomen in tabel 3.

Met de opzet van tabel 3 wordt niet voorgeschreven dat de hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen opgesplitst dienen te worden naar onderdrempelige bedrijven, bovendrempelige bedrijven en logistieke hulpmiddelen. Als de logistieke hulpmiddelen al gezamenlijk met de andere verpakkingen in kaart gebracht worden via één methode, dan hoeven ze niet ook nog apart in kaart gebracht te worden voor tabel 3.

Naast de verantwoording van de hoeveelheden verpakkingen op de markt gebracht dient in de jaarlijkse verslaglegging via dit formulier separaat duidelijk gemaakt te worden hoe de gegevens achterhaald zijn en welke audits zijn uitgevoerd op deze gegevens, inclusief de uitkomsten van deze audits. Bij het beschrijven van de onderzoeksmethode(n) dient minimaal ingegaan te worden op de volgende vragen:

  • welke methode is gebruikt?

  • wat was de respons?

  • welke onzekerheidsmarges zijn waargenomen?

Alleen als een weging van de hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen economisch nadelig is kan de hoeveelheid ook bepaald worden op basis van aannames (in volgorde van voorkeur: via een indicator/kental, via een extrapolatie of via een expert guess). Deze aannames dienen apart verantwoord/onderbouwd te worden. Aspecten die daarbij minimaal1 aan bod dienen te komen zijn:

  • voor welk materiaal, product en/of branche is de aanname gedaan?

  • wie of wat is de bron van de informatie?

  • hoe is de aanname bepaald?

  • voor welk jaar geldt de aanname?

  • waarom kan de hoeveelheid niet op basis van wegingen bepaald worden?

De onderbouwing van aannames op individueel bedrijfsniveau dienen op aangeven van de ILT inzichtelijk gemaakt te kunnen worden.

Verschillende aannames die ‘jaar-op-jaar’ gebruikt worden dienen regelmatig geactualiseerd te worden. De minimale frequentie voor actualisatie is eens in de vijf jaar, met een eerste actualisatie uiterlijk 1 januari 2015. De frequentere actualisatie is afhankelijk van de omvang van een (deel)stroom en de mate waarin over de jaren heen fluctuaties gevonden worden in deze aannames.

De opzet van tabel 3 is met name bedoeld voor een collectieve uitvoeringsorganisatie. Voor individuele producenten of importeurs is tabel 3 eenvoudig in te vullen omdat dan alleen informatie verstrekt dient te worden voor een enkel bovendrempelig bedrijf.

Tot slot dient aannemelijk gemaakt te worden dat de gerapporteerde hoeveelheden op de markt gebrachte verpakkingen een betrouwbaar beeld geven van de werkelijkheid. Met een ‘betrouwbaar beeld’ wordt hier bedoeld dat de gerapporteerde hoeveelheden overeenkomstig de werkelijke hoeveelheden zijn. Als een methode nog niet helemaal betrouwbaar is of als gegevens moeilijk te meten zijn kunnen bij het aannemelijk maken van de betrouwbaarheid bandbreedtes gebruikt worden waarbinnen de gerapporteerde hoeveelheden zich bevinden.

D. Gegevens ingezameld verpakkingsafval

De in tabel 4 gevraagde gegevens over de inzameling van verpakkingsafval over het kalenderjaar (t) dienen ingevuld te worden. De gegevens over het kalenderjaar daarvoor (t-1) mogen ingevuld worden.

Tabel 4 Gegevens inzameling verpakkingsafval

Materiaal

t

t-1

Hoeveelheid verpakkingsafval gescheiden ingenomen [ton]

Hoeveelheid verpakkingsafval verkregen door inname en nascheiding [ton]

Hoeveelheid verpakkingsafval gescheiden ingenomen [ton]

Hoeveelheid verpakkingsafval verkregen door inname en nascheiding [ton]

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Glas

               

Papier

               

Kunststoffen

               

Metalen

               

Hout

               

Overig: ....

....

               
               

Totaal

               
Toelichting bij tabel 4:

In artikel 2 van het Besluit is geregeld dat producenten en/of importeurs van verpakkingen zorg dienen te dragen voor de gescheiden inname of de inname en nascheiding van de ‘eigen’ verpakkingen. De rapportage hierover dient via tabel 4 plaats te vinden. Beide methoden van inname dienen separaat terug te komen in tabel 4.

De praktijk leert dat soms nieuwe inzichten worden opgedaan over een eerder gerapporteerd kalenderjaar. Om die reden is voor producenten en/of importeurs tabel 4 zo opgezet dat naast de verplichte gegevens over het kalenderjaar (t) het ook mogelijk is om over het kalenderjaar daarvoor (t-1) te rapporteren. Voor beide jaren geldt dat het gaat om de informatie over de inzameling van verpakkingsafval zoals bekend op 1 juli van het jaar waarin gerapporteerd wordt (t+1).

Per materiaalsoort dient er per jaar aangegeven te worden hoeveel verpakkingsafval gescheiden is ingenomen en hoeveel verpakkingsafval verkregen is via nascheiding. Nascheiding is in dit kader het na de inzameling scheiden van gemengd afval in zo zuiver mogelijke deelstromen met behulp van een installatie en of handpicking. Het moment waarop deze hoeveelheden bepaald dienen te worden is het eerste weegmoment na de inzameling van het gescheiden aangeboden verpakkingsafval en/of direct na de nascheiding (ofwel bij de afvoer van nascheidingsproducten). Nascheidingsproducten zijn direct via nascheiding verkregen verpakkingsmaterialen en/of afvalstromen.

Ter onderbouwing van de hoeveelheden gerapporteerd in tabel 4 dient in de jaarlijkse verslaglegging via dit formulier per materiaal en manier van inzameling (gescheiden ingezameld of via nascheiding) separaat aangegeven te worden welk deel gebaseerd is op feitelijke wegingen en welk deel via aannames. Als voor het verzamelen van de informatie onderscheid gemaakt is tussen verpakkingsafval afkomstig van huishoudens en verpakkingsafval afkomstig van bedrijven, dan dient dit onderscheid in de onderbouwing van de gegevens terug te komen.

Alleen als een weging van de hoeveelheid economisch nadelig is kan de hoeveelheid ook bepaald worden op basis van aannames (in volgorde van voorkeur: via een indicator/kental, via een extrapolatie of via een expert guess). Deze aannames dienen vervolgens apart verantwoord of onderbouwd te worden. Aspecten die daarbij minimaal2 aan bod dienen te komen zijn:

  • voor welk materiaal, product en/of branche is de aanname gedaan?

  • wie of wat is de bron van de informatie?

  • hoe is de aanname bepaald?

  • voor welk jaar geldt de aanname?

  • waarom kan de hoeveelheid niet op basis van wegingen bepaald worden?

De onderbouwing van aannames op individueel bedrijfsniveau dienen op aangeven van de ILT inzichtelijk gemaakt te kunnen worden.

Verschillende aannames die ‘jaar-op-jaar’ gebruikt worden dienen regelmatig geactualiseerd te worden. De minimale frequentie voor actualisatie is eens in de vijf jaar, met een eerste actualisatie uiterlijk 1 januari 2015. De frequentere actualisatie is afhankelijk van de omvang van een (deel)stroom en de mate waarin over de jaren heen fluctuaties gevonden worden in deze aannames.

Als gegevens zich binnen een bepaalde bandbreedte bevinden, dan kan ook met behulp van deze bandbreedtes gerapporteerd worden in bijvoorbeeld de toelichtingen bij de tabellen. Zeker als een methode nog niet helemaal betrouwbaar is of als gegevens moeilijk te meten zijn kunnen bij het aannemelijk maken van de betrouwbaarheid bandbreedtes gebruikt worden waarbinnen de gerapporteerde hoeveelheden zich bevinden.

E. Gegevens verwerking verpakkingsafval

De in tabel 5 gevraagde gegevens over de verwerking van verpakkingsafval voor het kalenderjaar (t) dienen ingevuld te worden. De gegevens in tabel 6, over het kalenderjaar daarvoor (t-1), mogen ingevuld worden.

Tabel 5 Gegevens verwerking verpakkingsafval in het jaar t

Materiaal

Hoeveelheid afval [ton]

Recycling

Energieterugwinning

Totaal aan nuttige toepassing

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Glas

           

Papier

           

Kunststoffen

           

Metalen

           

Hout

           

Overig: ....

....

           
           

Totaal

           
Tabel 6 Gegevens verwerking verpakkingsafval in het jaar t-1

Materiaal

Hoeveelheid afval [ton]

Recycling

Energieterugwinning

Totaal aan nuttige toepassing

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Feitelijke meting

Aanname

Glas

           

Papier

           

Kunststoffen

           

Metalen

           

Hout

           

Overig: ....

....

           
           

Totaal

           
Toelichting bij de tabellen 5 en 6:

De praktijk leert dat soms nieuwe inzichten worden opgedaan over een eerder gerapporteerd kalenderjaar. Om die reden is voor producenten en/of importeurs tabel 5 en 6 zo opgezet dat naast de in tabel 5 verplichte gegevens over het kalenderjaar (t) het ook mogelijk is om in tabel 6 over het kalenderjaar daarvoor (t-1) te rapporteren. Voor beide tabellen geldt dat het gaat om de informatie over de verwerking van verpakkingsafval zoals bekend op 1 juli van het jaar waarin gerapporteerd wordt (t+1).

Per materiaalsoort dient er per jaar aangegeven te worden hoeveel verpakkingsafval gerecycled is en hoeveel via energieterugwinning is verwerkt. Recycling is hierbij conform artikel 3, zevende lid, van de Richtlijn Verpakkingen gedefinieerd als ‘het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met inbegrip van organische recycling maar uitgezonderd terugwinning van energie’. Het ‘productieproces’ dient hierbij gezien te worden als een reeks van handelingen waarbij fysiek inputmateriaal wordt omgezet in de gewenste nieuwe grondstoffen, die in een (mogelijk) vervolgproces ingezet worden voor de productie van nieuwe producten. Verwerking van verpakkingsafval in Nederlandse afvalverbrandinginstallaties wordt voor de tabellen 5 en 6 niet gezien als ‘energieterugwinning’. In de Regeling is voor deze afbakening gekozen om in het kader van de rapportage over de Richtlijn Verpakkingen onderscheid te kunnen maken tussen verwerking in een AVI en overige energieterugwinning. De Rijksoverheid brengt voor de Richtlijn zelf de verwerking in een AVI in beeld.

Het ‘totaal aan nuttige toepassing’ in de tabellen 5 en 6 is per materiaal een optelling van de hoeveelheid ‘recycling’ en ‘energieterugwinning’.

Ter onderbouwing van de hoeveelheden gerapporteerd in de tabellen 5 en 6 dient in de jaarlijkse verslaglegging via dit formulier per materiaal en verwerkingsmethode onderbouwd te worden welk deel gebaseerd is op feitelijke wegingen en welk deel via aannames. Als voor het verzamelen van de informatie onderscheid gemaakt is tussen verpakkingsafval afkomstig van huishoudens en verpakkingsafval afkomstig van bedrijven, dan dient dit onderscheid in de onderbouwing van de gegevens terug te komen.

Alleen als een weging van de hoeveelheid economisch nadelig is, kan de hoeveelheid ook bepaald worden op basis van aannames (in volgorde van voorkeur: via een indicator/kental, via een extrapolatie of via een expert guess). Deze aannames dienen vervolgens apart verantwoord of onderbouwd te worden. Aspecten die daarbij minimaal3 aan bod dienen te komen zijn:

  • voor welk materiaal, product en/of branche is de aanname gedaan?

  • wie of wat is de bron van de informatie?

  • hoe is de aanname bepaald?

  • voor welk jaar geldt de aanname?

  • waarom kan de hoeveelheid niet op basis van wegingen bepaald worden?

De onderbouwing van aannames op individueel bedrijfsniveau dienen op aangeven van de ILT inzichtelijk gemaakt te kunnen worden.

Verschillende aannames die ‘jaar-op-jaar’ gebruikt worden dienen regelmatig geactualiseerd te worden. De minimale frequentie voor actualisatie is eens in de vijf jaar, met een eerste actualisatie uiterlijk 1 januari 2015. De frequentere actualisatie is afhankelijk van de omvang van een (deel)stroom en de mate waarin over de jaren heen fluctuaties gevonden worden in deze aannames.

Het meetpunt waarop recycling bepaald moet worden is de door een onafhankelijke instantie periodiek geijkte weegbrug (waarbij het gaat om het wegen van de invoer van het recyclingsproces) van of in opdracht van de inrichting voor het recyclen van het verpakkingsafval. Voor de afzonderlijke materiaalsoorten ligt het meetpunt voor recycling op specifieke punten in de keten. In de navolgende opsomming is voor elk van de materiaalsoorten aangegeven waar het meetpunt ligt:

  • Voor glas ligt het meetpunt voor recycling bij de ontvangsten van het ingezamelde glas bij het glasrecyclingbedrijf. Hier wordt het ingezamelde glas nog opgewerkt tot grondstof voor de glasfabriek.

  • Voor papier ligt het meetpunt voor recycling bij de door oud papierondernemingen uitgeleverde hoeveelheid gereinigd en (al dan niet) gesorteerd oud papier en -karton.

  • Voor kunststoffen ligt het meetpunt voor recycling bij het bedrijf waar al gesorteerde kunststoffracties worden opgewerkt tot recyclaat dat geschikt is om te worden toegepast als secundaire grondstof. Indien sortering en opwerking bij één bedrijf plaatsvindt ligt het meetpunt na het sorteerproces bij dit bedrijf.

  • Voor metalen ligt het meetpunt voor recycling bij de inrichting voor de productie van de secundaire grondstof.

  • Voor hout ligt het meetpunt voor recycling bij het bedrijf waar het (al of niet gesorteerde) hout wordt ingezet voor de productie van bijvoorbeeld spaanplaat.

De verwerking van verpakkingsafval buiten de EU mag alleen meegeteld worden als recycling of energieterugwinning als aangetoond wordt dat de verwerking van gelijk niveau was als in de EU. Alvorens verwerking buiten de EU mee te kunnen tellen zal onderzoek gedaan moeten worden naar de verwerking aldaar en dient hierover via de jaarlijkse verslaglegging via dit formulier, ter onderbouwing van de gegevens, gerapporteerd te worden. Dit is o.a. mogelijk door bijvoorbeeld een lijst op te stellen en overleggen van voor recycling gecertificeerde bedrijven buiten de EU. Een andere mogelijkheid is voor het betreffende materiaal in het specifieke land onderzoek te doen naar bijvoorbeeld de recycling van het materiaal en deze gemiddelde praktijk in aannames vast te leggen. Belangrijk hierbij is de afgesproken meetpunten voor recycling in ogenschouw te nemen. Als er voor de recycling in het betreffende land nog sorteerstappen worden uitgevoerd, dan zal voor de hierbij optredende uitval gecorrigeerd moeten worden.

De praktijk leert dat de verwerking van verpakkingsmaterialen vaak tezamen gaat in een mengsel met niet-verpakkingen. Omdat het Besluit uitsluitend betrekking heeft op verpakkingen is het van belang om zo vroeg mogelijk in de keten vast te leggen wat het aandeel verpakkingen in een bepaalde partij is en dit administratief vast te leggen. Hierbij is het toegestaan om met aannames te werken mits op de reeds aangegeven manier via de jaarlijkse verslaglegging via dit formulier, helderheid verschaft wordt over de herkomst en de doorwerking van die aannames.

Als gegevens zich binnen een bepaalde bandbreedte bevinden, dan kan ook voor dit onderdeel met behulp van deze bandbreedtes gerapporteerd worden in bijvoorbeeld de toelichtingen bij de tabellen.

  • ^ [1]

    De volledige lijst met de aan bod te komen aspecten is opgenomen in bijlage 4 van het Basisdocument Monitoring Verpakkingen (Bijlage bij Kamerstukken II 2012/13, 30 872, nr. 148). Per soort van aanname zijn steeds andere aspecten van belang om bij de verantwoording/onderbouwing op in te gaan.

  • ^ [2]

    De volledige lijst met aan bod te komen aspecten is opgenomen in bijlage 4 van het Basisdocument Monitoring Verpakkingen. Per soort van aanname zijn steeds andere aspecten van belang om bij de verantwoording/onderbouwing op in te gaan.

  • ^ [3]

    De volledige lijst met aan bod te komen aspecten is opgenomen in bijlage 4 van het Basisdocument Monitoring Verpakkingen. Per soort van aanname zijn steeds andere aspecten van belang om bij de verantwoording/onderbouwing op in te gaan.