Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES

Geldend van 23-05-2014 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 mei 2014, nr. 2014-0000261552, inzake de vertrouwenspersonen integriteit en de klachtencommissie ongewenste omgangsvormen rijksambtenaren in Caribisch Nederland (Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen rijksambtenaren BES)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 77, onder a, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES en artikel 9:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. misstand:

    • 1°. schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;

    • 2°. gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;

    • 3°. onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst.

  • c. ongewenste omgangsvormen: ongewenst gedrag in onderlinge verhoudingen en contacten in de arbeidssituatie, waaronder discriminatie, seksuele en andere vormen van intimidatie, fysiek geweld, verbale agressie en pesten;

  • d. intern onderzoek: onderzoek binnen de Rijksdienst Caribisch Nederland bij een vermoeden van plichtsverzuim als bedoeld in artikel 78, eerste en tweede lid, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES;

  • e. klacht: een schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;

  • f. vertrouwenspersoon: de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 2;

  • g. klachtencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 5;

  • h. melder: de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die zich in verband met een vermoeden van een misstand, in verband met ongewenste omgangsvormen of in verband met een jegens hem ingesteld intern onderzoek tot de vertrouwenspersoon heeft gewend;

  • i. klager: de ambtenaar die een klacht heeft ingediend bij de klachtencommissie.

Artikel 2

  • 1 De ambtenaar in dienst van de staat die is of wordt geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan dit melden bij een vertrouwenspersoon of een klacht indienen bij de klachtencommissie.

  • 2 De ambtenaar in dienst van de staat die een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden melden bij een vertrouwenspersoon.

  • 3 De gewezen ambtenaar die in dienst is geweest van de staat en een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden binnen twee jaar na het einde van zijn dienstverband melden bij een vertrouwenspersoon.

  • 4 Melding van een vermoeden van een misstand laat wettelijke verplichtingen tot het doen van aangifte van strafbare feiten onverlet.

  • 5 De ambtenaar in dienst van de staat die is of wordt geconfronteerd met een intern, jegens hem ingesteld, onderzoek kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon.

§ 2. Vertrouwenspersoon integriteit rijksambtenaren BES

Artikel 3

  • 1 De minister wijst een of meer ambtenaren aan als vertrouwenspersoon integriteit rijksambtenaren BES.

  • 2 De aanwijzing als vertrouwenspersoon integriteit vindt plaats voor de duur van vijf jaar en kan telkens voor vijf jaar worden verlengd.

  • 3 Een vertrouwenspersoon integriteit kan tussentijds van zijn taak worden ontheven door de minister.

Artikel 4

  • 1 De vertrouwenspersoon integriteit heeft met betrekking tot vermoedens van misstanden tot taak:

    • a. een ambtenaar of een gewezen ambtenaar op diens verzoek te adviseren over een melding;

    • b. de minister te informeren over een melding;

    • c. de minister te adviseren over vermoedens van misstanden.

  • 2 De vertrouwenspersoon integriteit heeft met betrekking tot ongewenste omgangsvormen in ieder geval tot taak:

    • a. het opvangen, begeleiden en adviseren van de melder en het zo nodig doorverwijzen naar een hulpverlenende instantie of hulpverlener;

    • b. het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om een goed inzicht te krijgen over de melding en over de mogelijkheden om tot een oplossing te komen;

    • c. het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator om tot een oplossing te komen;

    • d. het adviseren en het behulpzaam zijn van de melder over eventueel verder te nemen stappen;

    • e. het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en bij het horen van de melder door die commissie;

    • f. het verlenen van nazorg aan de melder;

    • g. het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland;

    • h. het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen.

  • 3 De vertrouwenspersoon heeft met betrekking tot interne onderzoeken tot taak het ondersteunen en begeleiden van de betrokken ambtenaar.

Artikel 5

  • 1 De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks voor 1 mei een verslag uit aan de minister. Indien er meerdere vertrouwenspersonen zijn, brengen zij het verslag gezamenlijk uit.

  • 2 Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van de werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar.

§ 3. Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen

Artikel 6

  • 1 Er is een Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES.

    De Klachtencommissie bestaat uit:

    • a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister;

    • b. ten minste twee overige leden.

  • 2 De leden van de commissie hebben plaatsvervangers.

  • 3 Bij afwezigheid van de voorzitter treedt een van de andere leden of een plaatsvervangend lid op als voorzitter.

  • 4 De voorzitter, de overige leden en de plaatsvervangend leden worden benoemd en ontslagen door de minister. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor vijf jaar en kan telkens voor vijf jaar worden verlengd. Ingeval van tussentijds ontslag vindt tussentijdse benoeming plaats van een nieuw of plaatsvervangend lid voor de resterende periode.

  • 5 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris.

Artikel 7

  • 1 De commissie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar elke bij haar ingediende klacht.

  • 2 Als tijdens het onderzoek naar de klacht zowel klager als de aangeklaagde bereid blijken tot bemiddeling of mediation schort de commissie de behandeling van de klacht op.

Artikel 8

  • 1 De commissie registreert alle schriftelijk ingediende klachten.

  • 2 De commissie brengt jaarlijks voor 1 mei een verslag uit aan de minister.

  • 3 Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van het aantal en de aard van de klachten in het voorgaande kalenderjaar en de strekking van de adviezen die daarover zijn uitgebracht. Het verslag kan aanbevelingen van algemene aard bevatten.

§ 4. Identiteit melder en klager

Artikel 9

  • 1 De vertrouwenspersoon of de klachtencommissie maakt de identiteit van de melder of klager niet bekend zonder toestemming van de melder of klager.

  • 2 De vertrouwenspersoon doet zonder toestemming van de melder geen mededelingen aan anderen over hetgeen tussen hem en de melder is besproken.

§ 5. Rechtspositie

Artikel 10

  • 1 Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand of van ongewenste omgangsvormen geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van de melding.

  • 2 Ten aanzien van een klager wordt als gevolg van het te goeder trouw indienen van een klacht geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een klager niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die klacht.

  • 3 Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon wordt als gevolg van zijn activiteiten als vertrouwenspersoon geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon niet op andere wijze in zijn positie als ambtenaar bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt van zijn activiteiten in het kader van zijn activiteiten als vertrouwenspersoon.

  • 4 Ten aanzien van een lid of gewezen lid van de klachtencommissie wordt als gevolg van zijn activiteiten in het kader van de klachtencommissie geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een lid of een gewezen lid van de klachtencommissie niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt van zijn activiteiten in het kader van de klachtencommissie.

  • 5 Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot:

    • a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;

    • b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst;

    • c. het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst;

    • d. het verplaatsen of het overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe;

    • e. het treffen van een ordemaatregel;

    • f. het treffen van een disciplinaire maatregel;

    • g. het onthouden van een salarisverhoging;

    • h. het onthouden van promotiekansen;

    • i. het afwijzen van verlof.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 15 mei 2014

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk