Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013

Geldend van 01-10-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 april 2014, nr. IenM/BSK-2014/88344, houdende regels met betrekking tot het ingeperkt gebruik en de doelbewuste introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen (Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1.1. Reikwijdte

Artikel 1

De volgende onderdelen van deze regeling gelden mede voor degene die een inrichting drijft als bedoeld in bijlage I, onderdeel C, categorie 21, van het Besluit omgevingsrecht:

  • a. artikel 2, voor zover de begripsomschrijvingen van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften die zijn opgenomen in bijlage 9;

  • b. artikel 15;

  • c. artikel 24 en de op dat artikel berustende bijlage 9, voor zover het betreft de in die bijlage opgenomen inrichtingsvoorschriften;

  • d. artikel 49, en de op dat artikel berustende bijlage 12;

  • e. andere onderdelen van, en bijlagen bij, deze regeling, voor zover zij van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften.

Afdeling 1.2. Begripsbepalingen

Artikel 2

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen: vervaardiging van of handelingen met genetisch gemodificeerde organismen;

    • Besluit: Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013;

    • biologische inperking: eigenschappen van een organisme, waaronder de eigenschappen van het ingebrachte genetisch materiaal, die de overleving en de verspreiding van dat organisme of van het in dat organisme ingebrachte genetisch materiaal in het milieu beperken;

    • bijlage: bijlage bij deze regeling, voor zover niet anders is aangegeven;

    • chimeer virus: virus, samengesteld uit virale sequenties afkomstig van virussen die behoren tot verschillende varianten, zoals stammen en serotypes, van dezelfde virussoort, of tot verschillende virussoorten;

    • defect virus: vorm van een voor planten, dieren of mensen infectieus virus die zich als gevolg van een aangebrachte genetische verandering uitsluitend kan vermenigvuldigen met een helperfunctie aanwezig in de gastheercel;

    • derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:

      • a. de genen gag/pol, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over vier individuele plasmiden;

      • b. de accessoire genen vif, vpr, tat, vpu en nef ontbreken;

      • c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;

      • d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere drie plasmiden, het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van het vesiculaire stomatitis virus;

    • Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken;

    • donororganisme: organisme waaruit de in een gastheer te brengen of gebrachte erfelijke informatie, daaronder mede begrepen synthetisch nagemaakt erfelijk materiaal, oorspronkelijk afkomstig is;

    • donorsequentie: sequentie afkomstig uit een donororganisme;

    • ecotroop muizenretrovirus: retrovirus dat uitsluitend cellen van muizen en ratten kan infecteren;

    • fysische inperking: voorzieningen aangebracht aan werkruimten, installaties en apparatuur, waardoor verspreiding van organismen, daaronder begrepen genetisch gemodificeerde organismen, wordt tegengegaan;

    • fysisch inperkend systeem: inperkende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties, dan wel het samenstel van een ingeperkte werkruimte met de zich daarin bevindende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties;

    • gastheer: organisme waaruit een genetisch gemodificeerd organisme wordt of is vervaardigd;

    • gekarakteriseerde sequentie: sequentie waarvan is onderbouwd welke functie of functies deze kan hebben;

    • handelingen met genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten bestaande uit het vermeerderen, in Nederland invoeren, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen;

    • kennisgeving: kennisgeving als bedoeld in afdeling 2.2.2 van het Besluit;

    • micro-organisme van klasse 1: micro-organisme dat in ieder geval voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

      • a. het micro-organisme behoort niet tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant;

      • b. het micro-organisme heeft een lange historie van veilig gebruik onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen;

      • c. het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van klasse 2, 3 of 4, maar de stam in kwestie bevat geen genetisch materiaal dat verantwoordelijk is voor de virulentie;

      • d. van het micro-organisme is het niet-virulente karakter door middel van adequate tests aangetoond;

    • micro-organisme van klasse 2: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ziekte kan veroorzaken, waarvan het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is, alsmede een micro-organisme dat bij planten een ziekte kan veroorzaken;

    • micro-organisme van klasse 3: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;

    • micro-organisme van klasse 4: micro-organisme dat bij mensen of dieren een zeer ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er geen effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;

    • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

    • ODG: overig deel ggo-gebied, zijnde het ggo-gebied met uitzondering van de werkruimten waaraan een categorie van fysische inperking is toegekend;

    • onderzoeksleider: onderzoeksleider, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a;

    • ongekarakteriseerde sequentie: sequentie die geen gekarakteriseerde sequentie is;

    • schadelijk genproduct: genproduct dat een mogelijk toxische, carcinogene, allergene, pathogene of immuun-modulerende eigenschap heeft, dan wel een genproduct dat kan bijdragen aan de verspreiding van ingebracht genetisch materiaal, dan wel tot een antibioticumresistentie kan leiden waardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht;

    • toepassing van naakt DNA: toediening van DNA-moleculen aan mens of dier waarbij geen gebruik wordt gemaakt van macromoleculen van virale oorsprong als hulpstof zoals onderdelen van een virusomhulsel;

    • tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:

      • a. de genen gag/pol, tat, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over drie individuele plasmiden;

      • b. de accessoire genen vif, vpr, vpu en nef ontbreken;

      • c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;

      • d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere twee plasmiden, het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van het vesiculaire stomatitis virus;

    • verantwoordelijk medewerker: verantwoordelijk medewerker, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b;

    • vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het Besluit is verleend;

    • vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat één of meerdere genetisch gemodificeerde organismen ontstaan;

    • virale sequentie: iedere sequentie die direct of oorspronkelijk uit een virus afkomstig is of daarvan synthetisch is nagemaakt, of iedere daarvan afgeleide sequentie;

    • virale vector: vector die nucleïnezuursequenties bevat afkomstig van een voor plantaardige, dierlijke of humane cellen infectieus virus, en die dat genetisch materiaal aan eukaryote cellen kan toevoegen, met dien verstande dat de betrokken virale sequenties kunnen leiden tot replicatie van de vector of delen hiervan, of tot integratie van genetische informatie van de vector of delen hiervan in het genetisch materiaal van de cel.

Afdeling 1.3. Overbrenging en vervoer

Artikel 3

  • 1 Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.1, indien de overbrenging plaatsvindt:

    • a. in het kader van ingeperkt gebruik of doelbewuste introductie voor overige doeleinden,

    • b. buiten een categorie van fysische inperking, en

    • c. niet over de openbare weg.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen aan boord van een schip, indien de overbrenging voldoet aan het eerste lid, aanhef en onder a en b.

Artikel 4

Vervoer van organismen als bedoeld in artikel 1.6 van het Besluit geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.2, indien het vervoer plaatsvindt:

  • a. buiten een inrichting;

  • b. binnen een inrichting, maar over de openbare weg.

Afdeling 1.4. Opslag bij schorsings- of stakingsbevel

Artikel 5

  • 2 Indien genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen naar aanleiding van een bevel krachtens artikel 3.28 van het Besluit, dan wel naar aanleiding van een besluit als bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit, geschiedt de opslag zodanig dat de genetisch gemodificeerde organismen zich niet kunnen verspreiden of vermenigvuldigen en zij niet vermengd kunnen raken met niet genetisch gemodificeerde organismen. De opslag is herkenbaar door een aanduiding met het opschrift ‘opslag genetisch gemodificeerde organismen waarop een schorsings- of stakingsbevel van toepassing is’.

Hoofdstuk 2. Ingeperkt gebruik

Afdeling 2.1. Interne organisatie, procedures en administratie

Artikel 6

  • 1 De gebruiker stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 14 toegelaten biologischeveiligheidsfunctionarissen aan.

  • 2 Voor elke categorie van fysische inperking waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is voorafgaand aan de activiteiten in de betreffende categorie van fysische inperking een daarvoor toegelaten biologischeveiligheidsfunctionaris aangesteld.

  • 3 Een biologischeveiligheidsfunctionaris voert zijn dagelijkse werkzaamheden uit binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt.

  • 4 Indien de gebruiker om bedrijfseconomische redenen geen biologischeveiligheidsfunctionaris kan aanstellen die zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt, kan die gebruiker gebruik maken van de diensten van een biologischeveiligheidsfunctionaris die niet voldoet aan het derde lid.

  • 5 Indien het vierde lid van toepassing is, is de mate van aanwezigheid van de biologischeveiligheidsfunctionaris in overeenstemming met de aard en de omvang van de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen, het aantal medewerkers dat activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verricht, en de hoeveelheid tijd die nodig is om de taken op een adequate wijze te kunnen uitvoeren.

  • 6 Indien meer dan één biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de gebruiker, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionarissen.

Artikel 7

  • 1 De gebruiker belast de biologischeveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:

    • a. het doen opstellen en wijzigen van nadere interne procedures en voorschriften ter uitwerking van de wettelijke bepalingen voor het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen;

    • b. het uitoefenen van interne controle op de uitgevoerde risicobeoordelingen en de naleving van de wettelijke bepalingen, alsmede de procedures en voorschriften, bedoeld onder a;

    • c. het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels;

    • d. de evaluatie en rapportage over het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, bedoeld onder c, aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;

    • e. het geven van interne voorlichting over biologische veiligheid;

    • f. het onverwijld intern melden aan de gebruiker van situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn.

  • 2 De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, en geeft de biologischeveiligheidsfunctionaris daartoe instructies. Hij verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn taken:

    • a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en plaatsen die tot de inrichting behoren te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke dan wel elektronische bescheiden;

    • b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de gebruiker en aan de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker wordt gedaan.

  • 3 De gebruiker verschaft elke biologischeveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat deze:

    • a. voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de gebruiker;

    • b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;

    • c. niet tevens optreedt als onderzoeksleider of verantwoordelijk medewerker voor de groep van activiteiten waarvoor hij als biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld.

  • 4 Indien een biologischeveiligheidsfunctionaris toeziet op personen die niet in dienst zijn bij de gebruiker die de biologischeveiligheidsfunctionaris heeft aangesteld, draagt de gebruiker er zorg voor dat de zeggenschap van de biologischeveiligheidsfunctionaris over deze medewerkers schriftelijk is vastgelegd.

Artikel 8

  • 1 De gebruiker voorziet in de aanwijzing van:

    • a. een of meerdere onderzoeksleiders per te onderscheiden groep van activiteiten waarvan kennisgeving is gedaan, of

    • b. een of meerdere verantwoordelijk medewerkers per te onderscheiden groep van activiteiten waarvoor een vergunning is verleend.

  • 2 De gebruiker belast de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker met de dagelijkse leiding per te onderscheiden groep van activiteiten en het opstellen van werkprotocollen. De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering daarvan.

  • 3 De gebruiker voorziet, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionaris en de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker, en, indien van toepassing, tussen de onderzoeksleiders dan wel de verantwoordelijk medewerkers onderling.

  • 4 De gebruiker zorgt ervoor dat medewerkers activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften en geeft de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker de hiervoor benodigde instructies.

  • 5 Indien onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht door personen die niet in dienst zijn van de gebruiker, is de zeggenschap van de gebruiker over deze personen schriftelijk vastgelegd.

Artikel 9

  • 1 De gebruiker voorziet in het opstellen van procedures voor:

    • a. de onverwijlde interne melding aan de biologischeveiligheidsfunctionaris van afwijkingen van de wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures, en

    • b. het onverwijld melden aan de Minister van situaties waarbij mogelijk ernstig risico voor mens en milieu is ontstaan.

  • 2 De gebruiker voorziet voorts in het opstellen van procedures voor:

    • a. het uitoefenen van de interne controle op de naleving van de relevante wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures;

    • b. de wijze van optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, alsmede de evaluatie en rapportage hierover aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;

    • c. het indienen respectievelijk wijzigen van een kennisgeving dan wel het indienen van, wijzigen van respectievelijk het doen van meldingen bij een vergunning;

    • d. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen, waarbij, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;

    • e. de beoordeling en goedkeuring door de biologischeveiligheidsfunctionaris van interne procedures en veiligheidsvoorschriften als bedoeld in artikel 7, en wijzigingen daarvan, die door de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld.

  • 3 De gebruiker voorziet in het opstellen van veiligheidsvoorschriften voor:

    • a. de wijze van inactivering van genetisch gemodificeerde organismen en de wijze van ontsmetting van materiaal dat met genetisch gemodificeerde organismen in aanraking is geweest;

    • b. het opslaan en het ter onmiddellijke verbranding aan een verbrandingsinstallatie aanbieden van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten;

    • c. het schoonhouden en ontsmetten van de werkruimte en apparatuur;

    • d. de wijze waarop de reinheid dan wel de juiste identiteit van gebruikte micro-organismen en de bij de constructie van genetisch gemodificeerde organismen gebruikte nucleïnezuurpreparaten worden gegarandeerd;

    • e. de bij incidenten en ongevallen te nemen maatregelen;

    • f. het testen van de goede werking en het onderhoud van de gebruikte inperkingsapparatuur;

    • g. de regeling van de toegang tot de werkruimten en overige ruimten;

    • h. de adequate invulling van doelvoorschriften die op de uitgevoerde activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen zijn toegesneden.

Artikel 10

  • 1 De gebruiker voorziet in een op één plaats binnen de inrichting gehouden toegankelijke administratie, waarin ten minste zijn opgenomen:

    • a. de op schrift gestelde aanstellingen, aanwijzingen, bevoegdheden, instructies, procedures en voorschriften als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9;

    • b. een overzicht van de door de gebruiker gedane kennisgevingen onder vermelding van de verschillende onderzoeksleiders per kennisgeving;

    • c. een overzicht van aan de gebruiker afgegeven vergunningen onder vermelding van de verschillende verantwoordelijk medewerkers per vergunning of vergunningonderdeel;

    • d. een overzicht van de kennisgevingen en vergunningen die niet meer door de gebruiker worden gebruikt;

    • e. een inzichtelijk overzicht van de locaties binnen de inrichting waar de verslagen van de risicobeoordelingen worden bewaard;

    • f. een actuele plattegrond van de inrichting waarbij, voor zover aanwezig, is aangegeven:

      • 1°. het ggo-gebied met het daarbinnen gelegen ODG en de werkruimten waar activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen mogen worden verricht onder vermelding van de categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau van die ruimten, en

      • 2°. waar genetisch gemodificeerde organismen en afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten binnen het ODG worden opgeslagen, onder vermelding van de wijze van opslag;

    • g. de resultaten van een periodieke inventarisatie, uitgevoerd over de gehele inrichting, van de organisatie-onderdelen die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren;

    • h. de resultaten van de controle op de uitvoering van de procedures voor het uitvoeren van risicobeoordelingen en de uitvoering van de procedures als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c;

    • i. gegevens, onder vermelding van de datum, betreffende:

    • j. een inzichtelijk overzicht van de in de inrichting bijgehouden administratieve gegevens als bedoeld in het tweede lid onder vermelding van de ruimte waar deze gegevens zich bevinden.

  • 2 De gebruiker voorziet in het bijhouden van actuele en inzichtelijke administratieve gegevens, betreffende:

    • a. de voorhanden zijnde genetisch gemodificeerde organismen, per genetisch gemodificeerd organisme of groep van genetisch gemodificeerde organismen inhoudende ten minste de volgende gegevens:

      • 1°. de gastheren die zijn gebruikt, met de namen waaronder de van de gastheren afgeleide genetisch gemodificeerde organismen bekend zijn;

      • 2°. het genetisch materiaal dat is gebruikt bij de vervaardiging van het genetisch gemodificeerde organisme en een omschrijving van de samenstellende delen onder vermelding van de donororganismen;

      • 3°. indien het activiteiten betreft met een genetisch gemodificeerd organisme waarvoor overeenkomstig artikel 2.10, derde en vierde lid, of artikel 2.11, tweede en derde lid, van het Besluit geen risicobeoordeling hoeft te worden gedaan:

        • i. de vermelding van ‘artikel 2.10’ met de van toepassing zijnde combinatie van lijsten dan wel de vermelding van ‘artikel 2.11’, en

        • ii. de functie of functies van de geïnserteerde genen;

      • 4°. het nummer dat de Minister aan de betreffende kennisgeving dan wel vergunning heeft gegeven, en, voor zover onderdeel a, onder 3°, niet van toepassing is, het onderdeel van de daarbij behorende risicobeoordeling;

    • b. een overzicht, gegroepeerd per opslagfaciliteit, van opgeslagen genetisch gemodificeerde organismen;

    • c. relevante gegevens van de medewerkers die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, waarbij per medewerker ten minste de volgende informatie wordt vastgelegd:

      • 1°. naam;

      • 2°. relevante opleiding, training en ervaring;

      • 3°. de inperkingsniveaus van de projecten waarbij de medewerker betrokken is;

      • 4°. een door de biologischeveiligheidsfunctionaris getekende verklaring voor welke functie of functies en activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen de medewerker vakbekwaam wordt geacht;

    • d. een lijst met de namen van andere personen dan bedoeld onder c, die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, onder vermelding van de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker onder wiens dagelijkse leiding zij de activiteiten verrichten, alsmede de periode gedurende welke zij in de inrichting werkzaam zijn;

    • e. de vastlegging van de data en resultaten van de uitvoering van de voorschriften, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder d, e en f;

    • f. de werkprotocollen die door de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld;

    • g. een overzicht per werkruimte van de nummers van de kennisgevingen dan wel vergunningen die betrekking hebben op de activiteiten die in die ruimte worden uitgevoerd;

    • h. een overzicht per werkruimte van inperkingsniveau III of inperkingsniveau IV van de medewerkers die bevoegd zijn die werkruimte te betreden;

    • i. de opslag van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten als bedoeld in bijlage 9, onderdeel ODG.

Afdeling 2.2. Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris

Artikel 11

  • 1 Een persoon kan op aanvraag door de Minister worden toegelaten als biologischeveiligheidsfunctionaris voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking en inperkingsniveaus.

  • 2 Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7, eerste lid, beschikt de betrokkene in elk geval over:

    • a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;

    • b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorieën van fysische inperking en de aangevraagde inperkingsniveaus;

    • c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen;

    • d. algemene kennis van inperkende apparatuur en technische voorzieningen die inperking bewerkstelligen.

Artikel 12

  • 1 Bij de aanvraag om toelating als biologischeveiligheidsfunctionaris wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld formulier.

  • 2 Bij de aanvraag worden de volgende gegevens overgelegd:

    • a. de persoonlijke gegevens van de aanvrager;

    • b. een deugdelijk bewijs van de identiteit van de aanvrager;

    • c. de categorie of categorieën van fysische inperking en het inperkingsniveau of de inperkingsniveaus waarvoor de toelating wordt aangevraagd;

    • d. informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 11, tweede lid.

Artikel 13

  • 1 De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven inperkingsniveaus en categorieën van fysische inperking. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.

  • 3 Aan de toelating kunnen voorschriften worden verbonden, inhoudende dat de toegelaten functionaris:

    • a. meldt voor welke rechtspersoon of rechtspersonen hij werkzaam is of zal zijn, en op welke kennisgevingen of vergunningen en plaatsen van uitvoering hij toeziet of gaat toezien,

    • b. een wijziging van de gemelde gegevens onverwijld meldt, of

    • c. een melding doet aan de Minister indien hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel of gedeeltelijk staakt.

  • 4 Bij een melding als bedoeld in het derde lid wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld formulier.

  • 5 De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.

  • 6 Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kan in elk geval behoren de beperking dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.

Artikel 14

  • 1 De biologischeveiligheidsfunctionaris kan een aanvraag indienen om wijziging van zijn toelating.

  • 2 De artikelen 11 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.

  • 3 De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken:

    • a. indien de functionaris bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de beschikking niet of onder andere voorwaarden zou hebben gegeven;

    • b. indien de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;

    • c. indien de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;

    • d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.

  • 4 De Minister kan de toelating voorts ambtshalve intrekken indien de functionaris aan de Minister heeft gemeld dat hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel staakt.

  • 5 De toelating komt te vervallen indien de functionaris gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar niet als biologischeveiligheidsfunctionaris werkzaam is geweest.

Afdeling 2.3. Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling

Artikel 15

Als categorieën van fysische inperking worden, naast de categorieën van fysische inperking, genoemd in bijlage 4 bij het Besluit, onderscheiden:

  • a. apparatuurruimten, bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in apparaten op inperkingsniveau I, genaamd AP-I;

  • b. laboratoria, uitsluitend bedoeld voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die zijn vermeld in bijlage 11 of die voldoen aan de criteria in bijlage 6 voor S-I op inperkingsniveau I en III, genaamd S-I en S-III.

Artikel 16

  • 2 Bij de risicobeoordeling geeft de gebruiker tevens toepassing aan:

    • a. bijlage 2, of onderdelen van die bijlage, voor zover daarnaar wordt verwezen in bijlage 5;

    • b. bijlage 7, voor wat betreft de inschaling van genetisch gemodificeerde planten, met inbegrip van de daarbij aangegeven beschermingsmaatregelen.

  • 3 Bij de risicobeoordeling hanteert de gebruiker uitsluitend de indeling in klassen van pathogene micro-organismen die is aangegeven in bijlage 4.

Artikel 17

  • 1 De gebruiker kent, op basis van een risicobeoordeling die is uitgevoerd met toepassing van artikel 16, toe:

    • a. als categorie van fysische inperking: de categorie van fysische inperking die volgt uit de risicobeoordeling, met inbegrip van beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken;

    • b. als inperkingsniveau: het inperkingsniveau dat overeenkomt met het Romeinse cijfer dat behoort bij de aanduiding van de toegekende categorie van fysische inperking, waarbij indien het inperkingsniveau II betreft, tevens wordt aangegeven of het niveau II-k of II-v betreft als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, van het Besluit.

  • 2 Ingeperkt gebruik is ingeperkt gebruik op inperkingsniveau II-v, indien het als zodanig is aangewezen in bijlage 5, of door de Minister als zodanig is vastgesteld.

Artikel 18

  • 1 Het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit, bevat in ieder geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen:

    • a. de gebruikte gastheren of gastheerstammen, vectoren en inserties, onder vermelding van de pathogeniteitsklasse van gastheer en donororganisme;

    • b. informatie over de aard en de omvang van de handelingen met de toegepaste genetisch gemodificeerde organismen;

    • c. de uitkomst van de risicobeoordeling, overeenkomstig het derde lid.

  • 2 Indien het gaat om toepassingen in S-I of S-III of om toepassingen in procesinstallaties, niet zijnde toepassingen in MI-III met genetisch gemodificeerde organismen die voldoen aan artikel 2.10, derde lid, van het Besluit, bevat het verslag, in afwijking van het eerste lid, de in het eerste lid aangewezen gegevens per genetisch gemodificeerd organisme.

  • 3 De uitkomst van de risicobeoordeling omvat in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau onder vermelding van het bijbehorende inschalingsartikel van deel I van bijlage 5, en de eventuele aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen onder vermelding van de toepasselijke inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5.

  • 4 Bij de vermelding van een inschalingsartikel, als bedoeld in het derde lid, worden tevens vermeld het lid van dat inschalingsartikel en, indien van toepassing, het onderdeel of de onderdelen van dat lid die hebben geleid tot de toe te passen categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau.

  • 5 De gebruiker draagt er zorg voor dat er steeds een actueel verslag aanwezig is van het ingeperkt gebruik.

  • 6 Het verslag wordt voorts aangepast op basis van de uitkomsten van een periodieke herhaling van de risicobeoordeling als bedoeld in de artikelen 2.32 en 2.53 van het Besluit.

  • 7 De gebruiker voorziet voorts in het inzichtelijk groeperen van de verslagen van de risicobeoordelingen:

    • a. per kennisgeving en per onderzoeksleider van de activiteiten binnen die kennisgeving;

    • b. per afgegeven vergunning en per verantwoordelijk medewerker van de activiteiten binnen die vergunning.

  • 8 Voor het verslag van de risicobeoordeling geldt een bewaartermijn van ten minste 20 jaar, indien het verslag betrekking heeft op:

    • a. een groep van samenhangende activiteiten binnen een kennisgeving die niet meer worden verricht;

    • b. vergunde activiteiten die niet meer worden verricht.

Artikel 19

  • 1 Als de gebruiker voornemens is een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 2.8, tweede of derde lid, van het Besluit, voert hij een risicobeoordeling uit overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling, zoals aangegeven in bijlage 8, tenzij het een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, betreft, en dit verzoek betrekking heeft op:

    • a. inschaling op MI-I dan wel op MI-II, of

    • b. inschaling op S-I.

  • 2 De gebruiker bewaart een verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing op het verslag.

  • 4 Het verslag omvat voorts in elk geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken.

  • 5 In afwijking van artikel 18, derde lid, omvat de uitkomst van de risicobeoordeling als bedoeld in het eerste lid in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau, waarbij een bijlage wordt gevoegd waarin de risicobeoordeling wordt omschreven.

Artikel 20

Artikel 21

De combinaties van lijsten, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder a, b en c, van het Besluit, zijn de combinaties van lijsten, opgenomen in bijlage 2.

Artikel 22

  • 1 Als over te leggen gegevens bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een gastheer in aanmerking komt voor opname op bijlage 2, lijst A1 van bijlage 2, worden aangewezen:

    • a. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme niet behoort tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant,

    • b. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme een lange historie van veilig gebruik kent onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen,

    • c. indien het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van micro-organismen van klasse 2, 3 of 4, gegevens waaruit blijkt dat de betrokken stam geen genetisch materiaal bevat dat verantwoordelijk is voor de virulentie, of

    • d. testgegevens die aantonen dat het micro-organisme niet-virulent is.

  • 2 Als over te leggen gegevens bij een verzoek, als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een vector in aanmerking komt voor opname op lijst A2 van bijlage 2, worden aangewezen:

    • a. de grootte van de vector,

    • b. een vectorkaartje of beschrijving waarop alle samenstellende delen en relatieve posities van de vector zijn aangegeven,

    • c. gegevens over de functie en de herkomst van de samenstellende delen,

    • d. de origins of replication (ori’s) die aanwezig zijn in de vector,

    • e. gegevens waaruit blijkt dat de samenstellende delen niet behoren tot de groep van inserties zoals bedoeld in bijlage 2, lijst A3, en

    • f. gegevens waaruit blijkt dat de vector geen virale sequenties, afkomstig van virussen die hogere eukaryoten als gastheer hebben, bevat waardoor de vector als virale vector zou kunnen functioneren.

  • 3 Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, derde lid, van het Besluit tot vaststelling dat een insertie niet behoort tot de inserties die zijn opgenomen op lijst A3 van bijlage 2 als aangegeven in bijlage 2, worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de insertie niet voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 2, lijst A3.

Artikel 23

  • 1 Een gebruiker kan de Minister verzoeken om een daarbij aangegeven genetisch gemodificeerd organisme op te nemen in bijlage 11.

  • 2 Bij het verzoek worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het organisme voldoet aan de criteria, opgenomen in bijlage 6, voor activiteiten onder laboratoriumcondities op S-I dan wel aan de criteria, opgenomen in bijlage II, onderdeel B, van richtlijn 2009/41, zoals aangevuld met daarop betrekking hebbende besluiten of aanbevelingen van de Raad van de Europese Unie of van de Europese Commissie.

  • 3 De Minister zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst van het verzoek.

Afdeling 2.4. De uitvoering van het ingeperkt gebruik

Artikel 24

Aan de categorieën van fysische inperking zoals opgenomen in bijlage 4 bij het Besluit, en in artikel 15, zijn de voorschriften verbonden zoals die zijn aangegeven in bijlage 9.

Artikel 25

  • 1 Als categorieën van gevallen waarin kan worden volstaan met een melding in plaats van een aanvraag tot wijziging van een vergunning, als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, van het Besluit, worden aangewezen de toevoeging van een of meer:

    • a. gastheren met vergelijkbare eigenschappen als de gastheren waarop de eerder uitgevoerde risicobeoordeling betrekking heeft,

    • b. vectoren, of

    • c. inserties,

    mits is voldaan aan de vereisten, aangegeven in het tweede lid.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vereisten zijn:

    • a. de toevoeging valt binnen het doel van het onderzoek waarvoor de vergunning is afgegeven;

    • b. de toevoeging leidt tot toekenning van dezelfde categorie van fysische inperking, hetzelfde inperkingsniveau en hetzelfde onderdeel onderscheidenlijk dezelfde onderdelen van het inschalingsartikel van deel I van bijlage 5 alsmede, indien van toepassing, hetzelfde inschalingsartikel dan wel dezelfde inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5;

    • c. de uitkomst van de risicobeoordeling die ten grondslag ligt aan de reeds verleende vergunning, en de bij de risicobeoordeling in de beschouwing te betrekken beschermingsmaatregelen blijven ongewijzigd.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen in een procesinstallatie.

Hoofdstuk 3. Doelbewuste introductie voor overige doeleinden

Afdeling 3.1. Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden

§ 3.1.1. Interne organisatie, procedures en administratie

Artikel 26

  • 1 De vergunninghouder stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 33 toegelaten milieuveiligheidsfunctionarissen aan.

  • 2 Voor elke categorie van werkzaamheden waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is een daarvoor toegelaten milieuveiligheidsfunctionaris aangesteld.

  • 3 Indien meer dan één milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de vergunninghouder, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de milieuveiligheidsfunctionarissen.

  • 4 Een milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld bij de instelling waarvoor hij zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert.

Artikel 27

  • 1 De vergunninghouder belast de milieuveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:

    • a. het doen opstellen en wijzigen van de instructies die dienen als invulling van de wettelijke voorschriften of de algemene en bijzondere bepalingen in de vergunning voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu;

    • b. het uitoefenen van interne controle op de naleving van de bepalingen in de vergunning en de instructies, bedoeld onder a;

    • c. het optreden bij afwijkingen, wijzigingen en onvoorziene omstandigheden;

    • d. het geven van interne voorlichting over milieuveiligheid van genetisch gemodificeerde organismen;

    • e. het onverwijld intern melden aan de vergunninghouder van iedere wijziging van gegevens, onvoorziene omstandigheden en situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn;

    • f. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, waarbij door de milieuveiligheidsfunctionaris, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;

    • g. het zich verzekeren van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.

  • 2 De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, geeft de milieuveiligheidsfunctionaris daartoe instructies en verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in het eerste lid:

    • a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en locaties die voor een introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen gebruikt worden of locaties waar handelingen plaatsvinden onder zeggenschap van de vergunninghouder, te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke bescheiden;

    • b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de vergunninghouder en de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen, wordt gedaan.

  • 3 De vergunninghouder verschaft elke milieuveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat:

    • a. deze voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de vergunninghouder;

    • b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;

    • c. deze niet tevens optreedt als de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen waarvoor hij als milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld.

  • 4 De milieuveiligheidsfunctionaris draagt er zorg voor dat medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de veldproef, op de hoogte zijn van de toepasselijke voorschriften. Hij verstrekt hen daartoe een exemplaar van de instructies, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover deze betrekking hebben op hun werkzaamheden.

Artikel 28

  • 1 De vergunninghouder voorziet in een actuele en inzichtelijke administratie betreffende de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen, waarin ten minste zijn opgenomen:

    • a. de aan de vergunninghouder afgegeven vergunningen, daaronder begrepen wijzigingen van vergunningen, en de door de vergunninghouder gedane meldingen;

    • b. de door de vergunninghouder opgestelde en aan de Minister gestuurde beschrijving van voorgenomen werkzaamheden, zoals opgenomen in de vergunningen of in bijlage 10, en het overeenkomstig artikel 3.27 van het Besluit en artikel 43 opgestelde verslag;

    • c. de instructies, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder a.

  • 2 Bij medische en veterinaire toepassingen worden voorts in de administratie opgenomen:

    • a. een actuele plattegrond van de inrichting waarop zijn aangegeven:

      • 1°. de werkruimten waarin werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht,

      • 2°. de plaatsen waar genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen, en

      • 3°. de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen.

    • b. een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:

      • 1°. het nummer van de vergunning dan wel de wijziging van de vergunning;

      • 2°. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder 1°, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;

      • 3°. de datum van verzending van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;

      • 4°. voor iedere batch: de datum van ontvangst, een kopie van de kwaliteitsgegevens en de actuele plaats van opslag;

      • 5°. voor iedere geïncludeerde proefpersoon, onderscheidenlijk ieder geïncludeerd proefdier: de resultaten van tests waaruit blijkt dat de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier voldoet aan de in de vergunning gestelde in- en exclusiecriteria;

      • 6°. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;

      • 7°. voor iedere toediening aan een proefpersoon onderscheidenlijk een proefdier: een beschrijving van eventuele onvoorziene omstandigheden die zich bij de toediening of na de toediening hebben voorgedaan, waarbij in ieder geval de volgende gegevens opgenomen worden:

        • i. de naam of codering van de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier;

        • ii. de maatregelen die zijn genomen om de gevolgen voor mens en milieu te beperken;

        • iii. de datum waarop deze onvoorziene omstandigheden overeenkomstig vergunningvoorschrift aan de Minister zijn gemeld;

      • 8°. bij hospitalisatie van een proefpersoon en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefpersoon:

        • i. de naam van de proefpersoon;

        • ii. datum en locatie van hospitalisatie;

        • iii. datum van ontslag of beëindiging van deelname aan de studie;

        • iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot ontslag;

        • v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;

      • 9°. bij huisvesting van een proefdier en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefdier:

        • i. de codering van het proefdier;

        • ii. datum van opname in huisvesting en locatie van huisvesting;

        • iii. vertrek uit huisvesting of beëindiging van deelname aan de studie;

        • iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot beëindiging van de huisvesting;

        • v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;

      • 10°. bij vervoer: de datum of data waarop materiaal is vervoerd buiten de instelling waar de behandeling van de proefpersonen, onderscheidenlijk proefdieren, plaatsvindt met daarbij de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken, waarbij onder materiaal wordt verstaan het studiemateriaal dat aan de proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren wordt toegediend alsmede monsters die mogelijk genetisch gemodificeerde organismen bevatten;

      • 11°. voor afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten, inclusief alle van een proefpersoon onderscheidenlijk proefdier afgenomen materiaal:

        • i. de datum, de locatie en de manier van afvalverwerking;

        • ii. in geval van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging.

  • 3 Bij de toepassing van planten wordt voorts in de administratie opgenomen een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:

    • a. het nummer van de vergunning;

    • b. het kalenderjaar waarvoor de gegevens worden verzameld;

    • c. de datum van verzending van de jaarlijkse beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;

    • d. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie zijn betrokken bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder a, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;

    • e. de locatie of locaties van het proefobject;

    • f. de kadastrale percelen waarop de werkzaamheden als omschreven in de vergunning bedoeld onder a, plaatsvinden, waarbij wordt aangegeven of deze in eigendom zijn van de vergunninghouder en indien dit niet het geval is, hoe door de vergunninghouder is voorzien in de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen;

    • g. indien van toepassing: de gegevens en resultaten van de controles op het naleven van de isolatiezone, of de gemaakte schriftelijke afspraken met degenen die het desbetreffende teeltseizoen zeggenschap hebben over de teelt van hetzelfde, niet gemodificeerde gewas op de binnen de isolatiezone gelegen kadastrale percelen;

    • h. de datum of data waarop het proefobject is ingezaaid of beplant;

    • i. de periode waarin de planten bloeien;

    • j. de datum of data waarop de plantendelen geoogst worden of de planten van het veld worden verwijderd;

    • k. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;

    • l. de resultaten van de monitoring zoals beschreven in het monitoringplan en verricht overeenkomstig de vergunningvoorschriften betreffende monitoring;

    • m. de gedurende de experimenten opgetreden afwijkingen in de fenotypen van de genetisch gemodificeerde planten in vergelijking met niet-genetisch gemodificeerde uitgangsplanten, geteeld onder gelijke omstandigheden;

    • n. de datum of data waarop de plantendelen worden geoogst of de planten van het veld worden verwijderd;

    • o. indien van toepassing: de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen;

    • p. de datum of data waarop materiaal afkomstig van het proefveld wordt vervoerd, met vermelding van de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken;

    • q. de datum of data waarop het afval van het proefobject is verwerkt;

    • r. voor zover in de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden diverse mogelijkheden zijn aangegeven voor de wijze van afvalverwerking: de gebruikte wijze van afvalverwerking;

    • s. voor zover er sprake is van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging;

    • t. indien van toepassing, na afronding van de werkzaamheden: de datum of data waarop het proefveld op opslag is gecontroleerd alsmede de datum of data waarop opslag is waargenomen, met de aantallen waargenomen opslagplanten, de wijze waarop deze planten zijn verwijderd en de wijze waarop het afval is verwerkt;

    • u. de datum waarop het verslag, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, is gezonden aan de Minister;

    • v. voor zover het betreft de op grond van artikel 39, eerste lid, aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend: de in bijlage 10 aangewezen gegevens.

Artikel 29

De Minister legt een openbaar register aan waarin de locatie van overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen wordt opgenomen.

§ 3.1.2. Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris

Artikel 30

  • 1 De aanvrager of houder van een vergunning kan bij de Minister een aanvraag indienen om een persoon toe te laten als milieuveiligheidsfunctionaris binnen zijn organisatie. De aanvrager of houder van een vergunning geeft daarbij aan voor welke categorie of categorieën van werkzaamheden de toelating wordt aangevraagd.

  • 2 Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 27, eerste lid, beschikt de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd in elk geval over:

    • a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;

    • b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorie of categorieën van werkzaamheden;

    • c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen.

Artikel 31

  • 1 Bij de aanvraag om toelating als milieuveiligheidsfunctionaris wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld formulier.

  • 2 Bij de aanvraag worden de volgende gegevens overgelegd:

    • a. de gegevens van de aanvrager en van de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd;

    • b. de categorie of categorieën van werkzaamheden;

    • c. informatie waaruit blijkt dat de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd voldoet aan artikel 30, tweede lid.

Artikel 32

  • 1 De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.

  • 3 Aan de toelating kan een voorschrift worden verbonden, inhoudende dat de houder van een vergunning een melding aan de Minister doet als de milieuveiligheidsfunctionaris zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk staakt.

  • 4 Bij de melding, bedoeld in het derde lid, wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld formulier.

  • 5 De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.

  • 6 Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen in elk geval behoren de bepaling dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.

Artikel 33

  • 1 De houder van een vergunning kan een aanvraag indienen om wijziging van een toelating.

  • 2 De artikelen 30 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.

  • 3 De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken indien:

    • a. de houder van een vergunning bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de toelating niet of onder andere voorwaarden zou hebben afgegeven;

    • b. de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;

    • c. de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;

    • d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.

  • 4 De toelating komt te vervallen indien de functionaris zijn werkzaamheden als milieuveiligheidsfunctionaris geheel staakt.

§ 3.1.3. Melding en wijziging van de vergunning

Artikel 34

  • 1 Als categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen:

    • a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare of 10 hectare waarbij de vergunning is verleend met toepassing paragraaf 3.2.2 van het Besluit:

      • 1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag;

      • 2°. het toevoegen van andere cultivars van hetzelfde gewas;

      • 3°. het toevoegen van extra constructen, die dezelfde of sterk soortgelijke sequenties bevatten, en waarbij de vectorbackbone afwezig is of het construct geen andere antibioticum resistentiegenen bevat;

      • 4°. een verandering van de volgorde van sequenties binnen eenzelfde construct;

      • 5°. het gebruiken van een andere promoter, met dezelfde weefselspecificiteit;

      • 6°. het gebruiken van een andere terminator;

      • 7°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding, waaronder een andere indeling of een groter aantal planten;

      • 8°. een verandering in de behandeling van monsters afkomstig van het proefveld;

      • 9°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;

      • 10°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.

    • b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van meer dan 10 hectare:

      • 1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag, waaronder het doen van registratieproeven in plaats van proeven voor agronomische performance;

      • 2°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding;

      • 3°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;

      • 4°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.

  • 2 Als categorieën van gevallen die geen significante gevolgen hebben voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder b, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen de categorieën van gevallen waarbij de vergunning is verleend met toepassing van paragraaf 3.2.2 van het Besluit en die voldoen aan de navolgende criteria:

    • a. de gevolgde redenatie in de milieurisicobeoordeling verandert niet fundamenteel;

    • b. er worden geen andere belangrijke factoren meegewogen in de milieurisicobeoordeling;

    • c. de uitkomst van de milieurisicobeoordeling verandert niet;

    • d. het beoogde effect van de risico-inperkende maatregelen verandert niet.

  • 3 De volgende categorieën van gevallen voldoen in elk geval aan de criteria, bedoeld in het tweede lid:

    • a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare:

      • 1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;

      • 2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;

      • 3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentie gen op de vectorbackbone gelegen is;

      • 4°. een andere wijze van inperken van proef, indien dit even veel inperking geeft, waaronder het verwijderen van bloeiwijzen in plaats van een isolatieafstand;

    • b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 10 hectare:

      • 1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;

      • 2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;

      • 3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentiegen op de vectorbackbone gelegen is.

  • 4 Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in paragraaf 3.3.2 van het Besluit, betreft, mits de doelbewuste introductie voor overige doeleinden na de beoogde verandering nog steeds voldoet aan het bepaalde in artikel 39, eerste en tweede lid.

Artikel 35

Als medische of veterinaire categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden aangewezen:

  • a. iedere verandering in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA waarbij de vergunning is gebaseerd op een door de Minister opgestelde milieurisicobeoordeling voor naakt DNA, tenzij deze verandering:

    • 1°. een toevoeging van een locatie betreft;

    • 2°. indien het een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren in de studie betreft, leidt tot een overschrijding van het maximaal vergunde aantal proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren;

    • 3°. indien het een verandering van de einddatum van de studie betreft, leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;

    • 4°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op gentherapie in de mens, niet beperkt blijft tot gentherapie in de mens;

    • 5°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op een veterinaire studie, niet binnen het kader blijft van de vergunde diersoort;

    • 6°. een verandering in de toedieningswijze betreft, en deze niet beperkt blijft tot tatoeage of directe injectie in de huid of dwarsgestreepte spieren;

    • 7°. een toevoeging van een virale sequentie betreft, waaronder niet wordt begrepen een toevoeging van een van de volgende virale regulatoire sequenties, mits de daarbij aangegeven restricties in acht worden genomen:

      • i. een CMV-promoter, toegepast bij mensen met uitsluiting van immuungecompromitteerde proefpersonen en pasgeborenen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;

      • ii. een RSV-promoter, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van kippen;

      • iii. een SV40 polyadenyleringssignaal, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;

      • iv. een SV40 nucleaire ‘targeting’ sequentie, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;

    • 8°. een toevoeging van antibioticum-resistentie genen betreft, tenzij deze resistentie bieden tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;

  • b. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA, waarbij de vergunning is gebaseerd op een andere dan de onder a bedoelde milieurisicobeoordeling:

    • 1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;

    • 2°. een verandering van de samenstelling van het DNA-preparaat met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen, waaronder niet wordt begrepen de veranderingen aan de naakt DNA sequentie beschreven onder 6° tot en met 9°;

    • 3°. een verandering in de productie van het DNA-preparaat, voor zover dit als eindproduct niet wordt verworpen op grond van de toepasselijke verwerpingscriteria;

    • 4°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;

    • 5°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;

    • 6°. een vervanging van de bestaande promoter door een niet-virale of niet-bacteriële promoter;

    • 7°. een verwijdering uit het DNA van sequenties, coderend voor antibioticum resistentie;

    • 8°. een vervanging van de bestaande ‘origin of replication’ (ori) door een ori van de plasmiden pBR322, pUC (ColE1 ori), of p15A (pACYC-serie plasmiden);

    • 9°. een vervanging van het bestaande antibioticum-resistentie gen door een gen dat in prokaryoten resistentie biedt tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;

  • c. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot de toepassing van virale vectoren of genetisch gemodificeerde bacteriën:

    • 1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;

    • 2°. een verandering van de samenstelling van het preparaat van het genetisch gemodificeerde organisme, met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen;

    • 3°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;

    • 4°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum.

Artikel 36

Als over te leggen gegevens, als bedoeld in artikel 3.16, derde lid, van het Besluit, bij een melding van een voorgenomen verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden, worden aangewezen:

  • a. de van toepassing zijnde aangewezen categorie van gevallen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 35;

  • b. het nummer van de vergunning waarop de melding plaatsvindt en de naam van de vergunninghouder;

  • c. een omschrijving van de verandering.

Afdeling 3.2. Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek

Artikel 37

De aanvrager om een vergunning overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu van beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, van toepassing op grond van artikel 3.23, eerste lid, van het Besluit, legt de volgende gegevens over:

  • a. een duidelijk omschreven werkprogramma voor de introducties in het milieu van genetisch gemodificeerde planten die verkregen zijn met één duidelijk omschreven uitgangsplantensoort en een duidelijk omschreven reeks ingebouwde of geëlimineerde sequenties, dat een aantal jaren beslaat in een van te voren duidelijk omschreven periode en waarvoor op verschillende plaatsen introducties worden uitgevoerd;

  • b. een technisch dossier met informatie overeenkomstig bijlage IIIB bij richtlijn 2001/18 en de daarbij behorende Europese beschikkingen, die nodig is om een milieurisicobeoordeling uit te voeren, daaronder in ieder geval begrepen:

    • 1°. informatie over algemene zaken, en informatie over personeel en opleiding;

    • 2°. informatie over het genetisch gemodificeerde organisme;

    • 3°. informatie over de omstandigheden van de introductie en het potentiële milieu waarin genetisch gemodificeerde organismen doelbewust wordt geïntroduceerd;

    • 4°. informatie over de interactie tussen het genetisch gemodificeerde organisme en het milieu;

    • 5°. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18;

    • 6°. informatie over plannen voor monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en noodmaatregelen, en

    • 7°. een samenvatting van het dossier als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2001/18 gebruikmakende van het model dat op basis van die richtlijn is vastgesteld,

    met dien verstande dat de volgende gegevens betreffende de introducties niet in de aanvraag behoeven te worden aangegeven of te worden beschreven voor zover deze niet noodzakelijk zijn voor de gedetailleerde milieurisicobeoordeling als bedoeld onder c:

    • i. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, de beschrijving en de oppervlakte daarvan;

    • ii. het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;

    • iii. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;

    • iv. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;

    • v. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;

  • c. een gedetailleerde milieurisicobeoordeling voor in ieder geval de eerste introductie die in het kader van het werkprogramma wordt verricht, met een of meerdere globale milieurisicobeoordelingen voor de overige introducties die niet door de gedetailleerde milieurisicobeoordeling worden gedekt, voorzien van alle bibliografische verwijzingen en indicaties over de gebruikte methoden.

Artikel 38

  • 1 Een melding van een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu vastgesteld bij beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, als bedoeld in artikel 3.23, zesde lid, van het Besluit, bevat de volgende gegevens:

    • a. de naam van de vergunninghouder;

    • b. het nummer van de vergunning.

  • 2 Indien de onderstaande gegevens niet eerder zijn overgelegd of indien deze gegevens een wijziging inhouden in vergelijking met eerdere, al dan niet bij een melding overgelegde gegevens, bevat de melding tevens de volgende gegevens:

    • a. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;

    • b. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, waaronder in ieder geval wordt begrepen de beschrijving en de oppervlakte daarvan, en het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;

    • c. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;

    • d. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;

    • e. een verklaring waarin wordt aangegeven of de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling al dan niet zijn geldigheid behoudt.

  • 3 Indien in de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt aangegeven dat de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling zijn geldigheid niet behoudt, legt de vergunninghouder tevens de volgende gegevens over:

    • a. de oorzaken van het niet behouden van de geldigheid van de milieurisicobeoordeling en de daarbij behorende informatie;

    • b. een nieuwe milieurisicobeoordeling van de eerste, na de verandering te verrichten introducties, waarin ook de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn betrokken, en een globale beoordeling van de risico’s van alle verdere introducties.

Artikel 39

  • 1 Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van het Besluit, met betrekking waartoe op verzoek van de aanvrager de procedure voor het verlenen van een vergunning onder vaste voorschriften wordt toegepast, wordt aangewezen:

    genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de volgende sequenties:

    • a. delen van het korrelgebonden zetmeelsynthase (kgz) gen van aardappel, in sense of antisense oriëntatie;

    • b. de merker genen nptII en ahas;

    • c. alle knolspecifieke promotoren van aardappel;

    • d. de NOS terminator van R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens),

    onder de voorwaarde dat is aangetoond dat de vectorbackbone in de aardappelplant afwezig is.

  • 2 De toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, is voor de in het eerste lid aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen beperkt tot veldproeven met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar.

Artikel 40

Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit, die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39, eerste lid, worden aangewezen:

  • a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;

  • b. de titel van de aanvraag;

  • c. het doel van de aanvraag;

  • d. de geschatte tijdsduur van de werkzaamheden;

  • e. het DNA-construct dat gebruikt wordt voor de genetische modificatie;

  • f. gegevens die de afwezigheid van de vector backbone onderbouwen;

  • g. gegevens over de te gebruiken locaties;

  • h. maatregelen voor inperking en risicomanagement;

  • i. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18.

Artikel 41

Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39, eerste lid, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel A.

Afdeling 3.3. Overige bepalingen

Artikel 42

Indien de vergunninghouder op grond van een vergunning of van bijlage 10 een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden zendt aan de Minister, maakt hij daarbij gebruik van een door de Minister vastgesteld formulier.

Artikel 43

  • 1 De vergunninghouder zendt jaarlijks uiterlijk op 1 januari voor werkzaamheden met planten en uiterlijk op 1 maart voor overige werkzaamheden aan de Minister aangetekend een verslag over de resultaten van de doelbewuste introductie voor overige doeleinden in het voorafgaande kalenderjaar.

  • 2 De vergunninghouder maakt daarbij gebruik van een door de Minister vastgesteld formulier.

  • 3 Het verslag bevat in elk geval de volgende informatie:

    • a. informatie over algemene zaken, waaronder nummer van de vergunning en jaar van verslaglegging;

    • b. een beschrijving van de geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen;

    • c. informatie over de omstandigheden van de introductie, het aantal geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen en de omvang van de introductie;

    • d. informatie over de methode of methoden en de resultaten van de introductie in het voorafgaande kalenderjaar en de risicobeheersmaatregelen;

    • e. informatie over de resultaten van monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en eventueel genomen noodmaatregelen.

Hoofdstuk 4. Doelbewuste introductie door het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen alsmede bepalingen omtrent het gebruik van toegelaten producten

Artikel 44

  • 1 Degene die een toegelaten product teelt of gaat telen in Nederland, doet daarvan melding aan de Minister. De melding wordt gedaan door inzending van een formulier zoals aangegeven op de website ‘www.mijn.rvo.nl’, dat wordt ingediend bij de Dienst Regelingen.

  • 3 De Minister maakt de gemelde locaties elektronisch bekend op de website, genoemd in het eerste lid.

  • 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de gemelde gegevens.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Afdeling 5.1. Bepalingen ter uitvoering van het Besluit omgevingsrecht

Artikel 45

Als activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in categorie 21, onderdeel 21.2, onder b, van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, die niet worden verstaan onder categorie 21, onderdeel 21.1, van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, worden aangewezen:

  • a. activiteiten met uitsluitend genetisch gemodificeerde organismen die zijn opgenomen in bijlage 11;

  • b. activiteiten met uitsluitend genetisch gemodificeerde organismen met betrekking waartoe op grond van het Besluit een besluit van de Minister is verkregen inhoudend dat de activiteiten mogen worden verricht op S-I.

Afdeling 5.2. Bepalingen in verband met Europese verordeningen

Artikel 46

Indien de uitvoerder, bedoeld in verordening 1946/2003, een administratie bijhoudt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, maakt het dossier, bedoeld in artikel 6 van verordening 1946/2003, onderdeel van die administratie uit.

Afdeling 5.3. Overgangsbepalingen

Artikel 47

Artikel 48

Elke biologischeveiligheidsfunctionaris die als zodanig is toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, is mede toegelaten voor de categorie van fysische inperking AP-I.

Artikel 49

  • 2 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een bijlage die is vermeld in de linkerkolom van tabel 1 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende bijlage, of het genoemde onderdeel daarvan, in de rechterkolom van die tabel.

  • 3 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een categorie van fysische inperking die is vermeld in de linkerkolom van tabel 2 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende categorie van fysische inperking in de rechterkolom van die tabel.

  • 4 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling’, wordt deze verwijzing, in afwijking van het tweede en derde lid, gelezen als een verwijzing naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013’.

  • 5 Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede, derde en vierde lid, met ingang van of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het besluit een andere bijlage onderscheidenlijk een andere categorie van fysische inperking aangeven.

Artikel 50

  • 1 In aanvulling op artikel 49, tweede en derde lid en bijlage 12, wordt op ingeperkt gebruik:

    • a. dat betrekking heeft op de productie van en infectie met genetisch gemodificeerde retrovirale partikels die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, of op de transfectie van retrovirale transfervectoren die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, en

    • b. waarop categorie van fysische inperking ML-I wordt toegepast,

    in plaats daarvan categorie van fysische inperking ML-II-k toegepast.

Artikel 51

  • 1 Indien aan een beschikking als bedoeld in artikel 6.8 van het Besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat betrekking heeft op handelingen buiten inperking, wordt voor de toepassing van die beschikking de locatie van deze handelingen voortaan aangemerkt als apparatuurruimte.

  • 2 Naast de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften, verbonden aan de handelingen in de apparatuurruimte, bedoeld in het eerste lid, zijn mede van toepassing de voorschriften die zijn verbonden aan de categorie van fysische inperking AP-I, voor zover deze niet in strijd zijn met de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften.

Afdeling 5.4. Wijziging van andere regelingen

Artikel 52

[Red: Wijzigt de Regeling omgevingsrecht.]

Afdeling 5.5. Slotbepalingen

Artikel 54

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 in werking treedt.

Artikel 55

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

W.J. Mansveld

Bijlage 1. , behorende bij artikel 3 en artikel 4 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013

Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen

De overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting, niet over de openbare weg of aan boord van een schip wordt niet geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Regels daaromtrent worden gesteld onder 1.1. Dit onderdeel berust op artikel 3 van deze Regeling.

Het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt in principe geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en, wat toegelaten producten betreft, door de aan de toelating verbonden voorwaarden. Er blijven echter situaties over waarvoor de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de toelatingsvoorschriften geen of geen toepasbare voorschriften geven. Regels voor die situaties worden gesteld onder 1.2. Dit onderdeel berust op artikel 4 van deze Regeling.

Voor een algemene toelichting op het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt verwezen naar § 11.2 van de Nota van toelichting bij het Besluit ggo. Op overbrenging en vervoer wordt voorts ingegaan in hoofdstuk 6 van de toelichting bij deze Regeling.

1.1. Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3

Het overbrengen van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting of aan boord van een schip, als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:

  • a. genetisch gemodificeerde micro-organismen worden overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden, die voor het overbrengen uitwendig worden ontsmet;

  • b. genetisch gemodificeerde planten en plantendelen worden overgebracht in eenheden die zodanig zijn afgesloten, dat verspreiding van reproductieve plantendelen wordt voorkomen;

  • c. grote genetisch gemodificeerde dieren worden tijdens het overbrengen zodanig begeleid dat zij niet kunnen ontsnappen;

  • d. kleine genetisch gemodificeerde dieren worden overgebracht in gesloten, breukvaste bakken of kooien;

  • e. planten of dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden overgebracht in een gesloten, breukvaste, lekdichte eenheid, waarbij de eenheid voor het overbrengen uitwendig wordt ontsmet en waarbij de eenheid voor het betreffende micro-organisme afdoende inperking biedt;

  • f. afval dat genetisch gemodificeerde micro-organismen bevat of kan bevatten wordt overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden, waarbij de eenheid voor het overbrengen uitwendig wordt ontsmet;

  • g. afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten anders dan genetisch gemodificeerde micro-organismen wordt overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden.

1.2. Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 4

Het vervoeren van genetisch gemodificeerde organismen buiten een inrichting, of binnen een inrichting, maar over de openbare weg, als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:

  • a. genetisch gemodificeerde pollen worden vervoerd in gesloten, breukvaste, pollendichte eenheden;

  • b. genetisch gemodificeerde zaden worden vervoerd in gesloten breukvaste, zaaddichte eenheden;

  • c. knollen en andere overlevingsstructuren van genetisch gemodificeerde planten, uitgezonderd zaden en pollen, worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd dat daaruit geen overlevingsstructuren kunnen vrijkomen;

  • d. niet-bloeiende genetisch gemodificeerde planten of delen daarvan worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd dat daaruit geen plantenmateriaal kan vrijkomen;

  • e. bloeiende genetisch gemodificeerde planten of delen daarvan, met pollen of zaden worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd, dat daaruit geen pollen of zaden kunnen vrijkomen;

  • f. genetisch gemodificeerde dieren worden zodanig vervoerd dat de dieren niet buiten de vervoerseenheid kunnen geraken anders dan door ingrijpen van de mens of door een calamiteit;

  • g. planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden vervoerd in een gesloten, breukvaste, lekdichte vervoerseenheid die direct na het sluiten uitwendig wordt ontsmet en waarbij ventilatieopeningen zijn voorzien van een voor het betreffende micro-organisme afdoend filter;

  • h. dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden vervoerd in een gesloten, breukvaste, lekdichte vervoerseenheid die direct na het sluiten uitwendig wordt ontsmet, en waarbij ventilatieopeningen zijn voorzien van een voor het betreffende micro-organisme afdoend filter;

  • i. voor het vervoer conform a tot en met h geldt dat op de verpakking of in de begeleidende papieren is aangegeven dat het vervoer betreft van genetisch gemodificeerde organismen.

Bijlage 2. , behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013

Combinaties van lijsten als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit

Op grond van artikel 2.10, eerst lid, van het Besluit kan de Minister combinaties van lijsten vaststellen voor de vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen van inperkingsniveau I in een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking. De vaststelling van de combinatie van lijsten is geschied in artikel 21 van deze regeling. In dat artikel wordt voor de vastgestelde combinaties van lijsten verwezen naar de combinaties van lijsten opgenomen in deze bijlage.

De vaststelling van een combinatie van lijsten omvat daarbij op grond van artikel 2.10 van het Besluit:

  • een lijst met gastheerorganismen;

  • een lijst met vectoren;

  • een lijst met inserties die een sequentie bevat die het in te brengen genetisch materiaal niet mag bevatten;

  • een daarbij aangegeven categorie van fysische inperking.

De risicobeoordeling van daarbij aangegeven samenstellingen van onderdelen uit de lijsten leidt tot inschaling op inperkingsniveau I. Deze inschaling is alleen van toepassing op ingeperkt gebruik onder laboratoriumcondities.

De gebruiker behoeft geen risicobeoordeling uit te voeren, indien hij voornemens is onder laboratoriumcondities een genetisch gemodificeerd organisme te vervaardigen dat is samengesteld uit gastheerorganismen en een of meer vectoren die zijn opgenomen in een combinatie van lijsten en waarvan de insertie of inserties niet is of zijn vermeld op de lijst die behoort tot dezelfde combinatie van lijsten.

Combinatie A:

Activiteiten met een genetisch gemodificeerd organisme:
  • a. dat is samengesteld uit een gastheerorganisme en een of meer vectoren, die zijn opgenomen op respectievelijk lijst A1 en lijst A2, en

  • b. waarvan de insertie of inserties, voor zover deze niet behoort of behoren tot een vector, niet is of zijn vermeld op lijst A3,

worden uitgevoerd op: ML-I.

Lijst A1. Gastheerorganismen behorende bij combinatie A

Op deze lijst A1 zijn gastheersoorten opgenomen die zijn gesorteerd op hun bijbehorende geslachtsnaam. Voor de werking van deze lijst betekent dit, dat alleen de soorten die zijn opgenomen op deze lijst, als apathogene gastheer in de context van bijlage 5 van deze regeling mogen worden gehanteerd.

Een soort die behoort tot een geslacht dat op deze lijst staat vermeld, maar waarbij deze soort zelf niet op de lijst is opgenomen, mag niet onder het regime van deze lijst worden gehanteerd.

Acetivibrio
cellulolyticus
multivorans
Acetoanaerobium
noterae
Acetobacter

aceti subsp. aceti

aceti subsp. orleanensis

diazotrophicus
europaeus
hansenii
liquefaciens

pasteurianus subsp. ascendens

pasteurianus subsp. estunensis

pasteurianus subsp. lovaniensis

pasteurianus subsp. paradoxus

pasteurianus subsp. pasteurianus

peroxydans
xylinum
Acetobacterium
carbinolicum
malicum
wieringae
woodii
Acetofilamentum
rigidum
Acetohalobium
arabaticum
Acetomicrobium
faecalis
flavidum
Acetonema
longum
Acetothermus
paucivorans
Acholeplasma
brassicae
cavigenitalium
equifetale
multilocale
palmae
parvum
Achromatium
oxaliferum
Acidaminobacter
hydrogenoformans
Acidianus
brierleyi
infernus
Acidicapsa
ligni
Acidiphilium
acidophilum
angustum
cryptum
facilis
multivorum
organovorum
rubrum
Acidithiobacillus
albertensis
ferrooxidans
Acidobacterium
capsulatum
Acidomonas
methanolica
Acidothermus
cellolyticus
Acidovorax
facilis
Acinetobacter
calcoaceticus BD413
calcoaceticus BD413 IV-110
radioresistens
Actinobispora
yunnansensis
Actinocorrallia
herbida
Actinokineospora
riparia
Actinomadura
atramentaria
aurantiaca
carminata
citrea
coerulea

cremea subsp. cremea

cremea subsp. rifamycini

echinospora
fibrosa
fulvescens
hibisca
kyaniata
libanotica
livida
luteofluorescens
macra
oligospora
rubrobrunea
rugatobispora
spadix
umbrina
verrucosospora
vinacea
viridis
yumaensis
Actinomyces
denticolens
georgiae
howellii
humiferus
slackii
Actinoplanes
auranticolor
brasiliensis
caeruleus
campanulatus
consettensis
cyaneus
deccanensis
derwentensis
digitatis
durhamensis
ferrugineus
globisporus
humidus
italicus
lobatus
minutisporangius
missouriensis
palleronii
philippinensis
rectilineatus
regularis
utahensis
Actinopolyspora
halophila
iraqiensis
mortivallis
Actinosynnema
mirum

pretiosum subsp. auranticum

pretiosum subsp. pretiosum

Aeromicrobium
erythreum
fastidiosum
Aeromonas
media
Agaricus
bisporus
Agitococcus
lubricus
Agrobacterium
atlanticum
ferrugineum
gelatinovorum
meteori

radiobacter (zie R. radiobacter)

stellutatum
tumefaciens ('disarmed' stammen)

(zie R. radiobacter)

Agrocybe
aegerita
Agromonas
oligotrophica
Agromyces

cerinus subsp. cerinus

cerinus subsp. nitratus

fucosus subsp. fucosus

fucosus subsp. hippuratus

ramosus
Akkermansia
muciniphila
Alcaligenes
eutrophus
latus
paradoxus
ruhlandii
Alcanivorax
borkumensis
Alicyclobacillus
acidocaldarius
acidoterrestris
cycloheptanicus
Alteromonas
atlantica
aurantia
carrageenovora
citrea
denitrificans
espejiana
luteoviolacea
nigrifaciens
rubra
tetraodonis
undina
Alysiella
filiformis
Aminobacter
aganoensis
aminovorans
niigataensis
Amoebobacter
pedioformis
pendens
purpureus
roseus
Amphibacillus
xylanus
Amycolatopsis
alba
azurea
coloradensis
fastidiosa
mediterranei
methanolica

orientalis subsp. lurida

rugosa
sulphurea
Anabaena

variabilis stam ATCC 29413

Anacystis
nidulans
Anaeroplasma
abactoclasticum
bactoclasticum
intermedium
varium
Anaerovibrio
burkinabensis
lipolytica
Ancalochloris
perfilievii
Ancalomicrobium
adetum
Ancylobacter
aquaticus
Angiococcus
disciformis
Angulomicrobium
tetraedrale
Aquabacter
spiritensis
Aquaspirillum
anulus
aquaticum
arcticum
autotrophicum
delicatum
dispar
metamorphum

peregrinum subsp. integrum

peregrinum subsp. peregrinum

polymorphum
psychrophilum
putridiconchylium
serpens
sinuosum
Aquifex
pyrophilus
Archaeoglobus
fulgidus
profundus
Archangium
gephyra
Arcobacter
nitrofigilis
Arhodomonas
aquaeolei
Arthrobacter
atrocyaneus
aurescens
citreus
chlorophenolicus
crystallopoietes
duodecadis
globiformis
histidinolovorans
mysorens
nicotianae
nicotinovorans
oxydans
pascens
polychromogenes
protophormiae
ramosus
siderocapsulatus
sulfureus
uratoxydans
ureafaciens
viscosus
Asaia

sp. SF2.1

Aspergillus
chevalieri
Aspergillus
nidulans
niger var. awamori
niger var. niger
sojae
vadensis
oryzae
Asteroleplasma
anaerobium
Asticcacaulis
biprosthecum
excentricus
Aureobacterium
arabinogalactanolyticum
barkeri
esteraromaticum
flavescens
keratanolyticum
liquefaciens
luteolum
saperdae
schleiferii
terrae
terregens
testaceum
trichothecenolyticum
Azoarcus
communis
indigens
Azomonas
agilis
insignis
macrocytogenes
Azorhizobium
caulinodans
Azorhizophilus
paspali
Azospirillum
amazonense
brasilense
halopraeferens
irakense
lipoferum
Azotobacter
armeniacus
beijerinckii
chroococcum

nigricans subsp. achromogenes

nigricans subsp. nigricans

salinestris
vinelandii
Bacillus
agri
alcalophilus
alginolyticus
amyloliquefaciens
aneurolyticus
azotoformans
badius
benzoevorans
borstelensis
brevis
centrosporus
chondroitinus
choshinensis
coagulans
cohnii
fastidiosus
firmus
flexus
formosus
fusiformis
globisporus
glucanolyticus
halodenitrificans
insolitus
kaustophilus
laevolacticus
laterosporus
lautus
lentus
licheniformis
marinus
megaterium
methanolicus
migulanus
mojavensis
mycoides
naganoensis
natto
niacini
pallidus
pantothenticus
parabrevis
pasteurii
peoriae
psychrophilus
psychrosaccharolyticus
reuszeri
schlegelii
simplex
smithii
stearothermophilus
subtilis
thermoamylovorans
thermocatenulatus
thermocloaceae
thermoglucosidasius
thermoleovorans
thermoruber
thiaminolyticus
tusciae
Bacteroides
cellulosolvens
merdae
polypragmatus
xylanolyticus
Bactoderma
alba
rosea
Bdellovibrio
bacteriovorus
starrii
stolpii
Beggiatoa
alba
Beijerinckia

derxia subsp. derxia

derxia subsp. venezuelae

fluminensis

indica subsp. indica

indica subsp. lacticogenes

mobilis
Bifidobacterium
adolescentis
angulatum
animalis
asteroides
bifidum
boum
breve
catenulatum
choerinum
coryneforme
cuniculi
gallicum
gallinarum
indicum
infantis
longum
magnum
merycicum
minimum
pseudocatenulatum

pseudolongum subsp. globosum

pseudolongum subsp. pseudolomgum

pullorum
ruminantium
saeculare
subtile
suis
thermophilum
Blastobacter
aggregatus
capsulatus
denitrificans
henricii
natatorius
Blastococcus
aggregatus
Blattabacterium
cuenoti
Brachybacterium
conglomeratum
faecium
nesterenkovii
rhamnosum
Bradyrhizobium
elkanii
japonicum
Brettanomyces
bruxellensis
Brevibacterium
casei
epidermidis
frigoritolerans
halotolerans
incertum
iodinum
linens
liquefaciens
luteum
oxydans
pusillum
stationis
Brochothrix
campestris
thermosphacta
Buchnera
aphidicola
Budvicia
aquatica
Burkholderia
caribensis
cocovenenans
graminis
phymatum
phytofirmans
pickettii
tropica
xenovorans
Buttiauxella
agrestis
Butyrivibrio
crossotus
fibrisolvens
Calderobacterium
hydrogenophilum
Caldicellulosiruptor
saccharolyticus
Caloramotor
fervidus
Campylobacter
helveticus
Candida
maltosa
utilis
Carbophilus
carboxidus
Carboxydothermus
hydrogenoformans
Carnobacterium
alterfunditum
divergens
funditum
gallinarum
mobile
Caryophanon
latum
tenue
Catellatospora

citrea subsp. citrea

citrea subsp. methionotrophica

ferruginea
matsumotoense
tsunoense
Catenococcus
thiocycli
Catenuloplanes
japonicus
Caulobacter
bacteroides
crescentus
fusiformis
halobacteroides
henricii
intermedius
leidyia
maris
subvibrioides
variabilis
vibrioides
Cellulomonas
biazotea
cellasea
cellulans
fermentans
fimi
flavigena
gelida
uda
Cellvibrio

mixtus subsp. dextranolyticus

mixtus subsp. mixtus

Ceriporiopsis
subvermispora
Chelatobacter
heintzii
Chelatococcus
asaccharovorans
Chitinophaga
pinensis
Chlamydomonas
moewusii
reinhardtii
Chlorella
ellipsoidea
kessleri
saccharophila
vulgaris
zofingienesis
Chlorobium
chlorovibrioides
limicola
phaeobacteroides
phaeovibrioides
vibrioforme
Chloroflexus
aurantiacus
Chloroherpeton
thalassium
Chloronema
giganteum
Chondromyces
apiculatus
catenulatus
crocatus
lanuginosus
pediculatus
Chromatium
buderi
gracile
minus
minutissimum
okenii
purpuratum
salexigens
tepidum
vinosum
violascens
warmingii
weissei
Chromohalobacter
marismortui
Chryseobacterium
balustinum
indoltheticum
Chrysosporium
lucknowense
Clavibacter
toxicus
Clevelandina
reticulitermitidis
Clostridium
aceticum
acetobutylicum
acidiurici
aerotolerans
aldrichii
aminophilum
aminovalericum
arcticum
aurantibutyricum
autoethanogenum
beijerinckii
butyricum
celatum
celerecrescens
cellobioparum
cellulofermentans
cellulolyticum
cellulosi
cellulovorans
coccoides
collagenovorans
cylindrosporum
disporicum
estertheticum
felsineum
formicoaceticum
halophilum
homopropioicum
hydroxybenzoicum
intestinales
irregularis
josui
kluyveri
lentocellum
leptum
litorale
lituseburense
ljungdahlii
magnum
mangenotii
mayombei
methylpentosum
nexile
oceanicum
orbiscindes
papyrosolvens
paradoxum
pasteurianum
phytofermentans
polysaccharolyticum
populeti
propionicum
proteolyticum
purinolyticum
quercicolum
rectum
roseum
saccharolyticum
sartagoformum
scatologenes
scindens
sporosphaeroides
stercorarium
sticklandii
termitidis
thermoalcaliphilum
thermobutyricum
thermocellum
thermolacticum
thermopalmarium
thermopapyrolyticum
tyrobutyricum
xylanolyticum
Colwellia
hadaliensis
psychroerythrus
Comamonas
acidovorans
testosteroni
Conglomeromonas

largomobilis subsp. largomobilis

largomobilis subsp. parooensis

Coprococcus
catus
eutactus
Coprothermobacter
proteolyticus
Coriobacterium
glomerans
Corynascus
fumimontanus
Corynebacterium
callunae
flavescens
glutamicum
variabilis
vitarumen
Couchioplanes
caeruleus

caeruleus subsp. azureus

caeruleus subsp. caeruleus

Crenothrix
polyspora
Crinalium
epipsammum
Cristispira
pectinis
Cupriavidus
basilensis
necator
Curtobacterium
albidum
citreum
luteum
plantarum
pusillum
Cutaneotrichosporon
curvatus
oleaginosus
Cyclobacterium
marinus
Cycloclasticus
pugetti
Cystobacter
ferrugineus
fuscus
minus
Cytophaga
agarovorans
aprica
arvensicola
aurantiaca
diffluens
fermentans
flevensis
hutchinsonii
latercula
lytica
marinoflava
pectinovora
saccharophila
salmonicolor
succinicans
uliginosa
xylanolytica
Dactylosporangium
aurantiacum
fulvum
matsuzakiense
roseum
thailandense
vinaceum
Deinobacter
grandis
Deinococcus
erythromyxa
proteolyticus
radiodurans
radiophilus
radiopugnans
Deleya
cupida
halophila
marina
pacifica
salina
venusta
Derxia
gummosa
Desulfacinum
infernum
Desulfobacter
curvatus
hydrogenophilus
latus
postgatei
Desulfobacterium
anilini
autotrophicum
catecholicum
indolicum
macestii
phenolicum
Desulfobulbus
elongatus
propionicus
Desulfococcus
biaculus
multivorans
Desulfohalobium
retbaense
Desulfomicrobium
apsheronum
baculatus
Desulfomonas
pigra
Desulfomonile
tiedjei
Desulfonema
limicola
magnum
Desulfosarcina
variabilis
Desulfotomaculum
acetoxydans
antarcticum
australicum
geothermicum
guttoideum
kuznetsovii
nigrificans
orientis
ruminis
sapomandens
Desulfovibrio
africanus
baarsii

desulfuricans subsp. aestuarii

desulfuricans subsp. desulfuricans

fructosovorans
furfuralis
giganteus
gigas
halophilus
longus
salexigens
sapovorans
simplex
sulfodismutans
termitidis

vulgaris subsp. oxamicus

vulgaris subsp. vulgaris

Desulfurococcus
mobilis
mucosus
Desulfurolobus
ambivalens
Desulfuromonas
acetoxidans
Desulfuromusa
baki
kysingii
succinoxidans
Dichomitus
squalens
Dichotomicrobium
thermohalophilum
Dictyoglomus
thermophilum
Dictyostelium
spp.
Dietzia
maris
Dinoroseobacter
shibae
Diplocalyx
calotermitidis
Dunaliella
bardawil
salina
tertiolecta
Ectothiorhodospira
abdelmalekii
halochloris
halophila
marismortui
mobilis
shaposhnikovii
vacuolata
Enhydrobacter
aerosaccus
Ensifer
adhaerens
Enterococcus
cecorum
columbae
malodoratus
mundtii
sulfureus
Erwinia
carnegieana
Erythrobacter
litoralis
longus
Erythromicrobium
ramosum
Escherichia
blattae
coli B
coli C
coli K12
coli W
Eubacterium
acidaminophilum
angustum
barkeri
biforme
budayi
callanderi
cellulosolvens
coprostanoligenes
cylindroides
desmolans
dolichum
eligens
fissicatena
formicigenerans
hadrum
hallii
oxidoreducens
plautii
plexicaudatum
ramulus
rectale
ruminantium
siraeum
uniforme
xylanophilum
Excellospora
viridilutea
Exiguobacterium
acetylicum
aurantiacum
Faecalibacterium
prausnitzii
Fervidobacterium
islandicum
nodosum
Fibriobacter
intestinalis

succinogenes subsp. elongata

succinogenes subsp. succinogens

Filibacter
limicola
Filifactor
villosus
Filomicrobium
fusiforme
Flavobacterium
acidificum
acidurans
aquatile
devorans
ferrugineum
gondwanense
marinotypicum
oceanosedimentum
okeanokoites
resinovorum
salegens
thermophilum
uliginosum
Flectobacillus
glomeratus
major
Flexibacter
aggregans
aurantiacus
canadensis
elegans
filiformis
flexilis
litoralis
polymorphus
roseolus
ruber
sancti
tractuosus
Flexithrix
dorotheae
Formivibrio
citrus
Frankia
alni
Frateuria
aurantia
Fusobacterium
simiae
Gallionella
ferruginea
Gemmata
obscuriglobus
Gemmiger
formicilis
Gemmobacter
aquatilis
Geobacter
metallireducens
sulfurreducens
Geodermatophilus
obscurus
Geotoga
petraea
subterranea
waeveri
Glarea
lozoyensis
Gluconobacter
asai
cerinus
frateurii

oxidans subsp. Industrius

oxidans subsp. Melanogenes

oxydans subsp. oxydans

oxydans subsp. Sphaericus

oxydans subsp. Suboxydans

Glycomyces
harbinensis
rutgersensis
tenuis
Gordona
amarae
rubropertinctus
terrae
Granulicella
arctica
aggregans
cerasi
mallensis
paludicola
pectinivorans
rosea
sapmiensis

sp. 5B5

sp. WH15

tundricola
Haliscomenobacter
hydrossis
Haloanaerobium
praevalens
salsugo
Haloarcula
hispanica
japonica
marismortui
vallismortis
Halobacterium
cutirubrum
distributum
halobium
lacusprofundi
saccharovorum
salinarium
sodomense
trapanicum
Halobacteroides
acetoethylicus
halobius
lacunaris
Halocella
cellulolytica
Halococcus
morrhuae
saccharolyticus
salifodinae
turkmenicus
Haloferax
denitrificans
gibbonsii
mediterranei
volcanii
Haloincola

saccharolytica subsp. saccharolytica

saccharolytica subsp. senegalensis

Halomethanococcus
doii
Halomonas
elongata
halmophila
halodurans
meridiana
subglaciescola
Halothermotrix
orenii
Halothiobacillus
neapolitanus
Halovibrio
variabilis
Hansenula
polymorpha
Helicobacter
nemestrinae
pametensis
Heliobacterium
chlorum
Heliothrix
oregonensis
Herbaspirillum
frisingense
seropedicae
Herbidospora
cretacea
Herpetosiphon
aurantiacus
cohaerens
geysericola
nigricans
persicus
Hirschia
baltica
Hodococcus
globerulus globerulus
Hollandina
pterotermitidis
Holophaga
foetida
Holospora
caryophila
elegans
obtusa
undulata
Hydrogenobacter
acidophilus
thermophilus
Hydrogenophaga
flava
palleronii
pseudoflava
taeniospiralis
Hydrogenovibrio
marinus
Hyperthermus
butylicus
Hyphomicrobium
aestuarii
coagulans

facilis subsp. facilis

facilis subsp. tolerans

facilis subsp. ureaphilum

hollandicum
indicum
methylovorum
vulgare
zavarzinii
Hyphomonas
hirschiana
jannaschiana
neptunium
oceanitis
polymorpha
Ideonella
dechloratans
Ilyobacter
delafieldii
polytropus
tartaricus
Intrasporangium
calvum
Iodobacter
fluviatile
Irpex
lacteus
Isochrysis
galbana
Janthinobacterium
lividum
Kibdelosporangium
albatum

aridum subsp. aridum

aridum subsp. largum

philippinense
Kineococcus
aurantiacus
Kinesporia
aurantiaca
Kitasatoa
diplospora
kauaiensis
nagasakiensis
Klebsiella
planticola
terrigena
Kluyveromyces
marxianus var. lactis
marxianus var. marxianus
Kosakonia
radicincitans
Kurthia
sibirica
Kutzneria
albida
kofuensis
viridogrisea
Labrys
monachus
Lachancea
kluyveri
Lachnospira
multipara
pectinoschiza
Lactobacillus
acetotolerans
acidophilus
agilis
alimentarius
amylophilus
amylovorus
animalis

aviarius subsp. araffinosus

aviarius subsp. aviarius

bavaricus
bifermentans
brevis [var. lindneri]
buchneri
casei
cellobiosus
collinoides

coryniformis subsp. Coryniformis

coryniformis subsp. Torquens

crispatus
curvatus

delbrueckii subsp. Bulgaricus

delbrueckii subsp. Delbrueckii

delbrueckii subsp. Lactis

farciminis
fermentum
fructivorans
fructosus
gallinarum
gasseri
graminis
hamsteri
helveticus
hilgardii
homohiochii
intestinalis
jensenii
johnsonii
kefir
kefiranofaciens
kefirgranum
malefermentans
mali
maltaromicus
murinus
oris
parabuchneri

paracasei subsp. paracasei

paracasei subsp. tolerans

parakefir
pentosus
plantarum
pontis
reuteri
rhamnosus
rogosae
ruminis
sake

salivarius subsp. salicinius

salivarius subsp. salivarius

sanfrancisco
sharpeae
suebicus
vaccinostercus
vitulinus
xylosus
Lactococcus

lactis subsp. cremoris

lactis subsp. hordniae

lactis subsp. lactis

piscium
plantarum
raffinolactis
Lactosphaera
pasteurii
Lamprobacter
modestohalophilus
Lamprocystis
roseopersicina
Lampropedia
hyalina
Legionella
geestiana
londiniensis
nautarum
quateirensis
rubrilucens
shakespearei
spiritensis
worsleiensis
Leptonema
illini
Leptospira
biflexa
meyeri
parva
wollbachii
Leptothrix
cholodnii
lopholea
ochracea
Leuconostoc
argentinum
carnosum
citreum
fallax
gelidum
lactis

mesenteroides subsp. cremoris

mesenteroides subsp. dextranicum

mesenteroides subsp. mesenteroides

pseudomesenteroides
Leucothrix
mucor
Listeria
grayi
innocua
welshimeri
Listonella
pelagia
Luteococcus
japonicus
Lysobacter
antibioticus
brunescens

enzymogenes subsp. cookii

enzymogenes subsp. enzymogenes

Lyticum
flagellatum
sinuosum
Macromonas
bipunctata
mobilis
Magnetospirillum
gryphiswaldense
magnetotacticum
Malonomonas
rubra
Marinobacter
hydrocarbonoclasticus
Marinococcus
albus
halophilus
Marinomonas
communis
vaga
Megamonas
hypermegas
Megasphaera
cerevisiae
Melanocarpus
albomyces
Melittangium
alboraceum
boletus
lichenicola
Meniscus
glaucopis
Mesophilobacter
marinus
Mesoplasma
chauliocola
coleopterae
corruscae
entomophilum
florum
grammopterae
lactucae
photuris
pleciae
seiffertii
syrphidae
tabanidae
Metallosphaera
sedula
Methanobacterium
alcaliphilum
bryantii
defluvii
espanolae
formicicum
ivanovii
palustre
thermoaggregans
thermoalcaliphilum
thermoautotrophicum
thermoflexum
thermoformicicum
thermophilum
uliginosum
wolfei
Methanobrevibacter
arbophilicus
ruminantium
smithii
Methanococcoides
burtonii
methylens
Methanococcus
deltae
igneus
jannaschii
maripaludis
thermolithotrophicus
vannielii
voltae
Methanocorpusculum
aggregans
bavaricum
labreanum
parvum
sinense
Methanoculleus
bourgense
marisnigri
olentangyi
thermophilicus
Methanogenium
cariaci
liminatans
organophilum
tationis
Methanohalobium
evestigatus
Methanohalophilus
halophilus
mahii
oregonense
portucalensis
zhilinae
Methanolacinia
paynteri
Methanolobus
bombayensis
taylori
tindarius
vulcani
Methanomicrobium
mobile
Methanoplanus
endosymbiosus
limicola
Methanopyrus
kandleri
Methanosaeta
concilii
thermoacetophila
Methanosarcina
acetivorans
barkeri
frisia
mazei
methanica
siciliae
thermophila
vacuolata
Methanosphaera
cuniculi
stadtmanae
Methanospirillum
hungatei
Methanothermobacter
thermautotrophicus
Methanothermus
fervidus
sociabilis
Methanothrix
soehngenii
thermophila
Methylobacillus
glycogenes
Methylobacter
luteus
marinus
wittenburyi
Methylobacterium
aminovorans
extorquens
fujisawaense
mesophilicum
organophilum
radiotolerans
rhodesianum
rhodinum
zatmanii
Methylococcus
bovis
capsulatus
chroococcus
mobilis
thermophilus
vinelandii
whittenburyi
Methylocystis
echinoides
parvus
Methylomicrobium
agile
album
pelagicum
Methylomonas
aurantiaca
fodinarum
methanica
Methylophaga
marina
thalassica
Methylophilus
methylotrophus
Methylosinus
sporium
trichosporum
Methylovorus
glucosotrophus
Micavibrio
admirandus
Microbacterium
arborescens
aurum
dextranolyticum
imperiale
lacticum
laevaniformans
Microbispora
bispora

rosea subsp. aerata

rosea subsp. rosea

Micrococcus
agilis
halobius
luteus
lylae
nishinomiyaensis
roseus
varians
Microlunatus
phosphovorus
Micromonospora
aurantiaca
brunnea

carbonacea subsp. aurantiaca

carbonacea subsp. carbonacea

chalcea
coerulea

echinospora subsp. echinospora

echinospora subsp. ferruginea

echinospora subsp. pallida

gallica
inositola
olivasterospora
purpurea
purpureochromogenes
rhodorangea
rosaria
Micropolyspora
internatus
Microscilla
marina
Microtetraspora
africana
angiospora
fastidiosa
ferruginea
flexuosa
fusca
glauca
helvata
niveoalba
polychroma
pusilla
recticatena
roseola
roseoviolacea
rubra
salmonea
spiralis
turkmeniaca
tyrrhenii
Monascus
ruber
Moorella
thermoacetica
thermoautotrophica
Moraxella
caviae
cuniculi
bovis
Mortierella
alpina
Mucor
miehei
Myceliophthora
fergusii
thermophila
Mycobacterium
agri
aichiense
alvei
aurum
austroafricanum
brumae
chitae
chlorophenolicus
chubuense
confluentis
cookii
diernhoferi
fallax
gilvum
hiberniae
komossense
madagascariense
obuense
parafortuitum
phlei
poriferae
pulveris
sphagni
tokaiense
triviale
Mycoplana
bullata
dimorpha
ramosa
segnis
Mycoplasma
alvi
anseris
auris
cavipharyngis
citelli
columbinum
columborale
cottewii
cricetuli
ellychniae
fastidiosum
faucium
felifaucium
feliminutum
hyopharyngis
indiense
leocaptus
leopharyngis
lucivorax
luminosum
melaleuca
mirum
moatsii
molare
muris
mustelae
opalescens
oxoniensis
ovipneumoniae
pirum
simbae
somnilux
sualve
testudinis
yeatsi
Mycothermus
thermophilus
Myxococcus
coralloides
flavescens
fulvus
macrosporus
stipitatus
virescens
xanthus
Nannochloropsis
gaditana
oceanica
Nannocystis
exedens
Nannochloris
sp. Utex 1999
Natronobacterium
gregoryi
magadii
pharaonis
vacuolatum
Natronococcus
occultus
Neisseria
animalis
denitrificans
macacae
polysaccharea
Neochloris
oleoabundans
Neosartorya
fischeri
Neurospora
crassa 37102
crassa 37401
crassa 46316
crassa 64001
crassa 89601
crassa FS590
crassa UCLA37
crassa UCLA101
crassa UCLA191
Nevskia
ramosa
Nitrobacter
winogradskyi
Nitrococcus
mobilus
Nitrosococcus
nitrosus
oceanus
Nitrosolobus
multiformis
Nitrosomonas
europeae
Nitrosospira
briensis
Nitrospina
gracilis
Nitrospira
marina
Nocardia
carnea
coeliaca
corynebacteroides
pinensis
rugosa
sulphurea
vaccinii
Nocardioides
albus
jensenii
luteus
plantarum
simplex
Nocardiopsis
alborubidus

albus subsp. albus

albus subsp. prasina

antarcticus
halophila
listeri
lucentensis
Obesumbacterium
proteus
Oceanospirillum

beijerinckii subsp. beijerinckii

beijerinckii subsp. pelagicum

communis
jannaschii
japonicum
kriegii
linum

maris subsp. hirooshimense

maris subsp. maris

maris subsp. williamsae

minutulum
multiglobuliferum
pusillum
vagum
Oenococcus
oeni
Ogataea
parapolymorpha
Oidiodendron
maius
Oligotropha
carboxidovorans
Oscillochloris
chrysea
trichoides
Oscillospira
guilliermondii
Oxalobacter
formigenes
vibrioformis
Oxalophagus
oxalicus
Oxobacter
pfennigii
Paenibacillus
amylolyticus
azotofixans
durum
gordonae
macquariensis
pabuli
polymyxa
pulvifaciens
validus
Panellus
stipticus
Pantoea
citrea
punctata
terrea
Paracoccus
alcaliphilus
aminophilus
aminovorans
denitrificans
halodenitrificans
kocurii
versutus
Parietochloris
incisa
Pasteurella
anatis
avium
langaa
Pectinatus
cerevisiiphilus
frisingensis
Pediococcus
acidilactici
damnosus
dextrinicus
inopinatus
parvulus
pentosaceus
urinaeequi
Pedomicrobium
americanum
australicum
ferrugineum
manganicum
Pelczaria
aurantia
Pelobacter
acetylenicus
acidigallici
carbinolicus
massiliensis
propionicus
venetianus
Pelodictyon
clathratiforme
luteolum
phaeoclathratiforme
phaeum
Penicillium
brasilianum
chrysogenum
roqueforti
Peptostreptococcus
barnesae
heliotrinreducens
hydrogenalis
lactolyticus
tetradius
Petrotoga
miotherma
Phaeodactylum
tricornutum
Phaffia
rhodozyma
Phascolarctobacterium
faecium
Phenylobacterium
immobile
Phlebia
radiata
tremellosa
Photobacterium
angustum
fischeri
histaminum
leiognathi
phosphoreum
Phyllobacterium
myrsinacearum
rubiacearum
Physisporinus
rivulosus
Pichia
pastoris
jadinii
methanolica
Pilimelia
anulata

columellifera subsp. columellifera

columellifera subsp. pallida

terevasa
Pillotina
calotermitidis
Pirellula
marina
staleyi
Planctomyces
bekefii
brasiliensis
guttaeformis
limnophilus
maris
stranskae
Planobispora
longispora
rosea
Planococcus
citreus
kocurii
Planomonospora
alba

parontospora subsp. antibiotica

parontospora subsp. parontospora

sphaerica
venezuelensis
Planotetraspora
mira
Pleurotus
eryngii
ostreatus
pulmonarius
Podospora
pauciseta
Polyangium
aureum
cellulosum
fumosum
luteum
minor
parasiticum
rugiseptum
sorediatum
spumosum
vitellinum
Polynucleobacter
necessarius
Porphyridium
cruentum
Porphyrobacter
neustonensis
Pragia
fontium
Prevotella
oulora
veroralis
zoogleoformans
Prochloron
didemni
Prochlorothrix
hollandica
Prolinoborus
fasciculus
Promicromonospora
citrea
enterophila
sukumoe
Propionibacterium
acidipropionicum

freudenreichii subsp. freudenreichii

freudenreichii subsp. shermanii

jensenii
thoenii
Propioniferax
innocua
Propionigenium
modestum
Propionispira
arboris
Propionivibrio
decabroxylicus
Prosthecobacter
fusiformis
Prosthecochloris
aestuarii
Prosthecomicrobium
enhydrum
hirschii
litoralum
pneumaticum
Proteus
myxofaciens
Pseudocaedibacter
conjugatus
falsus
Pseudomonas
alcaligenes
antimicrobica
aurantiaca
azotoformans
beijerinckii
betle
boreopolis
carboxydohydrogena
chlororaphis
citronellolis
doudoroffii
echinoides
elongata
fluorescens
fragi
fulva
gelidicola
geniculata
glathei
halophila
huttiensis
indigofera
iners
jessenii
lanceolata
lemoignei
lundensis
mephitica
mucidolens
nautica
nitroreducens
oleovorans
pertucinogena
phenazinium
pictorum
putida
pyrocinia
resinovorans
saccharophila
spinosa
stanieri
straminae
synxantha
taetrolens
Pseudonocardia
alni
compacta
halophobica
hydrocarbonoxydans
nitrificans
petroleophila
saturnea
spinosa
thermophila
Pyrobaculum
islandicum
organotrophum
Pyrococcus
furiosus
woesei
Pyrodictium
abyssi
brockii
occultum
Quinella
ovalis
Rarobacter
faecitabidus
incanis
Rhizobium
ciceri
etli
galegae
huakuii
leguminosarum
loti
lupini
phaseoli
radiobacter (‘disarmed’ stammen)

(voorheen A. tumefaciens)

tianshanense
trifolii
tropici
Rhizopus
arrhizus
oryzae
Rhodobacter
blastica
capsulatus
sphaeroides
veldkampii
Rhodobium
marinum
orientis
Rhodocista
centenaria
Rhodococcus
coprophilus
erythropolis
globerulus
luteus
marinonascens
opacus
rhodnii
ruber
zopfii
Rhodocyclus
purpureus
tenuis
Rhodoferax
fermentans
Rhodomicrobium
vannielii
Rhodopila
globiformis
Rhodoplanes
elegans
roseus
Rhodopseudomonas
aciophila
julia
palustris
sulfoviridis
viridis
Rhodospirillum
centenum
fulvum
molischianum
photometricum
rubrum
salexigens
salinarum
sodomense
Rhodotorula
glutinis
Rhodovulum
adriaticum
euryhalinum
sulfidophilum
Rikenella
microfusus
Roseburia
cecicola
Roseobacter
denitrificans
litoralis
Roseococcus
thiosulfatophilus
Rubrivivax
gelatinosus
Rubrobacter
radiotolerans
Rugamonas
rubra
Ruminobacter
amylophilus
Ruminococcus
albus
bromii
callidus
flavefaciens
gnavus
hansenii
lactaris
obeum
productus
torquens
Runella
slithyformis
Saccharobacter
fermentatus
Saccharococcus
thermophilus
Saccharomonospora
azurea
cyanea
glauca
Saccharomyces
bayanus
cerevisiae
eubayanus
kudriavzevii
mikatae
paradoxus
pastorianus
uvarum
Saccharopolyspora
erythraea
gregorii

hirsuta subsp. hirsuta

hirsuta subsp. kobensis

hordei
spinosa
taberi
Saccharothrix
aerocolonigenes
australiensis
coeruleofusca
coeruleoviolacea
cryophilis
espanaensis
flava
longispora

mutabilis subsp. capreolus

mutabilis subsp. mutabilis

syringae
texasensis
waywayandensis
Salinicoccus
hispanicus
roseus
Salmonella
Typhi stam Ty21a
typhimurium SL 3261
gallinarum 9R
Saprospira
grandis
Sarcina
maxima
ventriculi
Scenedesmus
obliquus
Scheffersomyces
stipitis
Schizosaccharomyces
pombe
Schizophyllum
commune
Schwanniomyces
occidentalis
Sebaldella
termitidis
Selenomonas
lacticifex

ruminantium subsp. lactilytica

ruminantium subsp. ruminantium

sputigena
Seliberia
stellata
Serpens
flexibilis
Serpulina
innocens
Serratia
ficaria
fonticola
odorifera
Shewanella
benthica
colwelliana
hanedai
Simonsiella
crassa
muelleri
steedae
Sinorhizobium
fredii
meliloti
saheli
teranga
xinjiangensis
Sodiomyces
alkalinus
Sphaerobacter
thermophilus
Sphaerotilus
natans
Sphingobacterium
antarticus
faecium
heparina
piscium
Sphingomonas
adhaesiva
capsulata
wittichii
Spirillospora
albida
rubra
Spirillum
volutans
Spirochaeta

aurantia subsp. aurantia

aurantia subsp. stricta

halophila
isovalerica
litoralis
plicatilis
stenostrepta
thermophila
zuelzerae
Spiroplasma
cantharicola
clarkii
chinense
culicicola
floricola
insolitum
ixodetis
monobiae
sabaudiense
taiwanense
Spirosoma
linquale
Sporichthia
polymorpha
downei
myxococcoides
Sporohalobacter
lortetii
marismortui
Sporolactobacillus
inulinus
Sporomusa
acidovorans
malonica
ovata
paucivorans
sphaeroides
termitida
Sporosarcina
halophila
ureae
Staphylococcus
arlettae
auricularis
carnosus
caseolyticus
chromogenes
delphini
equorum
gallinarum
kloosii
lentus
muscae
piscifermentans
sciuri
vitulus
Staphylothermus
marinus
Starkeya
novella
Stella
humosa
vacuolata
Stibiobacter
senarmonti
Stigmatella
aurantiaca
erecta
Stomatococcus
mucilaginosus
Streptoalloteichus
hindustanus
Streptococcus
alactolyticus
cricetus
crista
downei
ferus
gordonii
helveticus
hyointestinalis
intestinalis
macacae
oligofermentans
pleomorphus
rattus
thermophilus
vestibularis
Streptomyces
abikoensis
aburaviensis

achromogenes subsp. achromogenes

achromogenes subsp. rubradiris

acrimycini
aculeolatus
afghanensis
alanosinicus
albaduncus
albiaxialis
albidochromogenes
albireticuli
albofaciens
alboflavus
albogriseolus
albolongus
alboniger
albospinus

albosporeus subsp. albosporeus

albosporeus subsp. labilomyceticus

albovinaceus
alboviridis
albulus

albus subsp. albus

albus subsp. pathocidicus

almquistii
althioticus
amakusaensis
ambofaciens
aminophilus
anandii
anthocyanicus
antibioticus
antimycoticus
anulatus
arabicus
arenae
armeniacus
asterosporus
atratus
atroauranticus
atroolivaceus
atrovirens
aurantiacus
aurantiogriseus
aureocirculatus
aureofaciens
aureorectus
aureoverticillatus
avellaneus
avidinii
azaticus
azureus
baarnensis
bacillaris
badius
baldaccii
bambergiensis
bellus
bikiniensis
biverticillatus
blastomyceticus
bluensis
bobili
bottropensis
brasiliensis
bungoensis

cacaoi subsp. asoensis

cacaoi subsp. cacaoi

caelestis
caeruleus
californicus
calvus
canarius
canescens
caniferus
canus
capillispiralis
capoamus
carpaticus
carpinensis
catenulae

cavourensis subsp. cavourensis

cavourensis subsp. washingtonensis

cellostaticus
celluloflavus
cellulosae
champavatii
chartreusis
chattanoogensis
chibaensis
chrestomyceticus
chromofuscus
chryseus

chrysomallus subsp. chrysmallus

chrysomallus subsp. fumigatus

cinereorectus

cinereoruber subsp. cinereoruber

cinereoruber subsp. fructofermentans

cinereospinus
cinereus
cinerochromogenes
cinnabarinus
cinnamonensis
cinnamoneus
cirratus
ciscaucasicus
citreofluorescens
clavifer
clavuligerus
cochleatus
coelescens
coelicoflavus
coelicolor
coeruleoflavus
coeruleofuscus
coeruleoprunus
coeruleorubidus
coerulescens
colombiensis
corchorusii
cremeus
crystallinus
curacoi
cuspidosporus
cyaneofuscatus
cyaneus
cyanoalbus
cystargineus
daghestanicus

diastaticus subsp. diastaticus

diastaticus subsp. ardesiacus

diastatochromogenes
distallicus
djakartensis
durhamensis
echinatus
echinoruber
ederensis
ehimensis
endus
enissocaesilis
erumpens
erythrogriseus
eurocidicus
eurythermus
exofoliatus
faecalis
felleus
fervens
filamentosus
filipinensis
fimbriatus
fimicarius
finlayi
flaveolus
flaveus
flavidofuscus
flavidovirens
flaviscleroticus
flavofungini
flavofuscus
flavogriseus
flavopersicus
flavotricini
flavovariabilis
flavovirens
flavoviridis
flocculus
floridae
fluorescens
fradiae
fragilis
fulvissimus
fulvorobeus
fumanus
fumigatiscleroticus
galbus
galilaeus
gancidicus
gardneri
gelaticus
geysiriensis
ghanaensis
gibsonii
glaucescens
glaucosporus
glaucus

globisporus subsp. caucasicus

globisporus subsp. globisporus

globosus
glomeratus
glomeroaurantiacus
gobitricini
goshikiensis
gougerotii
graminearus
graminofaciens
griseinus
griseoaurantiacus
griseobrunneus
griseocarneus
griseochromogenes
griseoflavus
griseofuscus
griseoincarnatus
griseoloalbus
griseolosporeus
griseolus
griseoluteus
griseomycini
griseoplanus
griseorubens
griseoruber
griseorubiginosus
griseosporeus
griseostramineus
griseoverticillatus
griseoviridis
griseus

griseus subsp. alpha

griseus subsp. cretosus

griseus subsp. griseus

griseus subsp. solvifaciens

hachijoensis
halstedii
hawaiiensis
heliomycini
helvaticus
herbaricolor
hiroshimensis
hirsutus
humidus
humiferus
hydrogenans

hygroscopicus subsp. angustmyceticus

hygroscopicus subsp. decoyicus

hygroscopicus subsp. glebosus

hygroscopicus subsp. hygroscopicus

hygroscopicus subsp. ossamyceticus

iakyrus
indiaensis
indigoferus
inusitatus
janthinus
kanamyceticus
kashmirensis
katrae
kentuckensis
kifunensis
kishiwadensis
kunmingensis
kurssanovii
labedae
ladakanum
lanatus
lateritius
laurentii
lavendofoliae

lavendulae subsp. grasserius

lavendulae subsp. lavendulae

lavenduligriseus
lavendulocolor
levis

libani subsp. libani

libani subsp. rufus

lienomycini
lilacinus
limosus
lincolnensis
lipmanii
litmocidini
lividans
lomondensis
longisporoflavus
longispororuber
longosporus
longwoodensis
lucensis
luridus
lusitanus
luteogriseus
luteosporeus
luteoverticillatus
lydicus
macrosporus
malachitofuscus
malachitospinus
mashuensis
massasporeus
matensis
mauvecolor
mediocidicus
mediolani
megasporus
melanogenes
melanosporofaciens
michiganensis
microflavus
minutiscleroticus
mirabilis
misakiensis
misionensis
mobaraensis
monomycini
morookaensis
murinus
mutabilis
mutomycini
naganishii
narbonensis
nashvillensis
natalensis
netropsis
neyagawaensis
niger
nigrescens
nigrifaciens
nitrosporeus
niveoruber
niveus
noboritoensis
nodosus
nogalater
nojiriensis
noursei
novaecaesareae
ochraceiscleroticus
odorifer
olivaceiscleroticus
olivaceoviridis
olivaceus
olivochromogenes
olivoreticuli
olivoverticillatus
olivoviridis
omiyaensis
orinoci
ossamyceticus
pactum
paracochleatus
paradoxus
parvisporogenes
parvulus
parvus
peucetius
phaeochromogenes
phaeofaciens
phaeopurpureus
phaeoviridis
phosalacinea
pilosus
platensis
plicatus
pluricolorescens
pneumoniae
polychromogenes
poonensis
praecox
prasinopilosus
prasinosporus
prasinus
prunicolor
psammoticus
pseudoechinosporeus
pseudogriseolus
pseudovenezuelae
pulveraceus
puniceus
purpeofuscus
purpurascens
purpureus
purpurogeneiscleroticus
racemochromogenes
rameus
ramocissimus
ramulosus
rangoon
recifensis
rectiverticillatus
rectiviolaceus
regensis
resistomycificus
rimosus

rimosus subsp. paromomycinus

rimosus subsp. rimosus

rishiriensis
rochei
roseiscleroticus
roseodiastaticus
roseoflavus
roseofulvus
roseolilacinus
roseolus
roseosporus
roseoverticillatus
roseoviolaceus
roseoviridis
ruber
rubiginosohelvolus
rubiginosus
rubrogriseus

rutgersensis subsp. castelarensis

rutgersensis subsp. rutgersensis

sampsonii
sanguis
sannanensis
sclerotialus
septatus
setae
showdoensis
sindenensis
sioyaensis
sparsogenes
spectabilis
speleomycini
spheroides
spinoverrucosus
spiralis
spiroverticillatus
sporocinereus
sporoclivatus
spororaveus
sporoverrucosus
subrutilus
sulfonofaciens
sulphureus
tanashiensis
tauricus
tendae
termitum
thermoautotrophicus
thermodiastaticus
thermolineatus
thermonitrificans

thermoviolaceus subsp. apingens

thermoviolaceus subsp. thermoviolaceus

thermovulgaris
thioluteus
torulosus
toxytricini
tricolor
tubercidicus
tuirus
umbrinus
variabilis
variegatus
varsoviensis
vastus
venezuelae
vinaceus
vinaceusdrappus
violaceochromogenes
violaceolatus
violaceorectus
violaceoruber
violaceorubidus
violaceus
violaceusniger
violarus
violascens
violatus
violens
virens
virginiae
viridiviolaceus
viridobrunneus
viridochromogenes
viridodiastaticus
viridoflavus
viridosporus
vitaminophilus
werraensis
willmorei
xanthochromogenes
xanthocidicus
xantholiticus
xanthophaeus
yerevanensis
yokosukanensis
zaomyceticus
Streptosporangium
album
amethystogenes
carneum
corrugatum
fragile
longisporum
nondiastaticum
pseudovulgare
viridialbum
vulgare
Streptoverticillium
alboverticillatum
album
ardum
aureoversile
olivomycini
salmonis
sapporonense
syringium
Stygiolobus
azoricus
Succinimonas
amylolytica
Sulfobacillus
thermosulfidooxidans
Sulfolobus
acidocaldarius
metallicus
shibatae
solfataricus
Sulfurimonas
denitrificans
Sulfurospirillum
deleylanum
Symbiotes
lectularius
Synechococcus
elongatus
sp. stam PCC7002
Synechocystis
sp. PCC 6803
Synergistes
jonesii
Syntrophobacter
wolinii
Syntrophococcus
sucromutans
Syntrophomonas
sapovorans

wolfei subsp. saponavida

wolfei subsp. wolfei

Syntrophospora
bryantii
Syntrophus
buswellii
Talaromyces
columbinus
emersonii
Tectibacter
vulgaris
Telluria
chitinolytica
mixta
Terrabacter
tumescens
Tetragenococcus
halophilus
Thauera
selenatis
Thermithiobacillus
tepidarius
Thermoactinomyces
intermedius
peptonophilus
putidus
Thermoanaerobacter
acetoethylicus
brockii
ethanolicus
finnii
kivui
thermocopriae
thermohydrosulfuricus
Thermoanaerobacterium
saccharolyticum
thermosaccharolyticum
thermosulfurogenes
xylanolyticum
Thermoanaerobium
acetigenum
Thermoascus
crustaceus
Thermobacteroides
leptospartum
Thermococcus
celer
profundus
stetteri
Thermocrispum
agreste
munincipale
Thermodesulfobacterium
commune
mobile
Thermodesulfovibrio
yellowstonii
Thermofilum
pendens
Thermoleophilum
album
minutum
Thermomicrobium
fosteri
roseum
Thermomonospora
alba
chromogena
curvata
formosensis
fusca
mesophila
mesouviformis
Thermonema
lapsum
Thermoplasma
acidophilum
volcanium
Thermoproteus
neutrophilus
tenax
Thermosipho
africanus
Thermothrix
thiopara
Thermotoga
maritima
neapolitana
thermarum
Thermus
aquaticus
filiformis
ruber
scotoductus
thermophillus
Thioalkalivibrio
denitrificans
jannaschii
halophilus
nitratireducens
nitratis
paradoxus
sulfidophilus
thiocyanodenitrificans
thiocyanoxidans
versutus
Thiobacillus
acidophilus
albertis
concretivorus
delicata
denitrificans
ferrooxidans
intermedius
neapolitanus
novellus
perometabolis
rapidicrescens
tepidarius
thiooxidans
thioparus
versutus
Thiobacterium
bovistum
Thiocapsa
halophila
pfennigii
roseopersicina
Thiocystis
gelatinosa
violacea
Thiodictyon
bacillosum
elegans
Thiomicrospira
crunogena
denitrificans
pelophila
Thiomonas
intermedia
perometabolis
Thiopedia
rosea
Thioploca
araucae
chileae
ingrica
schmidlei
Thiorhodovibrio
winogradski
Thiospira
winogradsky
Thiospirillum
jenense