Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling bescherming persoonsgegevens Ministerie IenM

Geldend van 11-04-2014 t/m heden

Regeling van de minister van Infrastructuur en Milieu, van 28 maart 2014, nr. IenM/BSK-2014/25845, bescherming persoonsgegevens Ministerie IenM

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 62, 63 en 64 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze regeling is van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor de Minister de verantwoordelijke is in de zin van de wet.

Artikel 3. Functionaris voor de gegevensbescherming (fg)

  • 3 De fg ziet erop toe dat het diensthoofd organisatorische en procedurele maatregelen treft die ertoe leiden dat aan degene die een verzoek bij de verantwoordelijke indient als bedoeld in artikel 30, derde lid van de wet, binnen redelijke termijn de gegevens als bedoeld in artikel 28, eerste lid onder a tot en met e, van de wet worden verstrekt, behoudens indien sprake is van één van de uitzonderingsgronden als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de wet,

Artikel 4. Privacycoördinator

  • 1 Het diensthoofd wijst een privacycoördinator aan die, binnen zijn dienst, de uitvoering van de wet en de feitelijke handelingen die daarvoor nodig zijn coördineert, en stelt hem daartoe voldoende tijd en middelen ter beschikking.

  • 2 De door het diensthoofd aangewezen privacycoördinator neemt deel aan het privacy-overleg dat onder leiding staat van de fg en ten minste 5 maal per jaar bijeen komt.

  • 3 Onverminderd het eerste lid kan het dienstonderdeelhoofd voor zijn dienstonderdeel een regionale of afdelingsprivacycoördinator aanwijzen die de door het diensthoofd aangewezen privacycoördinator terzijde staat.

Hoofdstuk 2. Verwerking en registratie van persoonsgegevens

Artikel 5. Verwerking

  • 1 Eenieder die persoonsgegevens verwerkt, onder gezag van of op grond van een overeenkomst met de Minister, die meldingsplichtig zijn als bedoeld in artikel 27 van de wet meldt, voordat daarmee wordt begonnen, de verwerking aan de fg.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde melding wordt gedaan, met tussenkomst van de privacycoördinator van de betreffende dienst, door middel van een daartoe bestemd formulier voor de verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 6. Verwerking van bijzondere gegevens

  • 1 Indien het diensthoofd voornemens is gegevens te verwerken als bedoeld in of aangewezen krachtens artikel 31, eerste lid, van de wet, wordt dit door tussenkomst van de fg aan het College gemeld.

Artikel 7. Register

  • 1 De verwerkingen van persoonsgegevens die bij de fg zijn gemeld op grond van artikel 30 van de wet zijn opgenomen in een register.

  • 2 Het register wordt door de fg ingericht, beheerd en onderhouden.

  • 3 Het register is ter inzage gepubliceerd op zowel de intranetsite van het ministerie als de internetsite van de rijksoverheid.

Hoofdstuk 3. Organisatorische en procedurele maatregelen

Artikel 8. Informeren van betrokkene

Het diensthoofd treft zodanige organisatorische en procedurele maatregelen dat:

  • a. indien het diensthoofd persoonsgegevens door opgave van een betrokkene heeft verkregen, de betrokkene wordt meegedeeld voor welke doeleinden het diensthoofd deze persoonsgegevens wil verwerken,

  • b. indien het diensthoofd persoonsgegevens niet door opgave van een betrokkene heeft verkregen, de betrokkene wordt meegedeeld voor welke doeleinden het diensthoofd deze persoonsgegevens wil verwerken, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat betrokkene daarvan reeds op de hoogte is.

Artikel 9. Beveiliging en beheer

  • 2 De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn schriftelijk of in een andere, vergelijkbare, vorm op controleerbare wijze vastgelegd.

  • 3 Het diensthoofd ziet er op toe dat degenen die belast zijn met het verwerken van persoonsgegevens kennis nemen van de beveiligingsvoorschriften en het beveiligingsbeleid van het Ministerie en deze naleven.

Hoofdstuk 4. Toezicht

Artikel 10. Toezicht

  • 1 In geval de fg bij de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 64 van de wet onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij daarover verslag uit aan de Minister. Hij kan dit verslag vergezeld doen gaan van een advies dat strekt tot een verbetering in de bescherming van de persoonsgegevens die door of namens de Minister worden verwerkt.

  • 2 De Auditdienst voert actief ambtshalve of op verzoek van de fg audits uit naar de naleving van de wet en van deze regeling.

  • 3 De Auditdienst rapporteert haar bevindingen aan de fg en de desbetreffende beheerder(s) en indien nodig door tussenkomst van de fg aan de Minister,

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13. Aanhaling

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling bescherming persoonsgegevens Ministerie IenM.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.