Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Kinderopvang 2010

Geldend van 14-04-2014 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 april 2014, 2014-0000049512, houdende de inrichting van de directie Kinderopvang, alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Kinderopvang (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Kinderopvang 2010)

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder directie: de directie Kinderopvang van het ministerie.

§ 2. Organisatie en taken

Artikel 2

  • 1 De directie bestaat uit de volgende afdelingen:

    • a. de afdeling Beleid;

    • b. de afdeling Financiën.

  • 2 De directeur en de hoofden van de afdelingen vormen tezamen het Managementteam van de directie.

Artikel 3

Het hoofd van de afdeling Beleid is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het uitvoeren van programma’s en projecten zoals toegewezen door de directeur of vermeld in het jaarplan van de directie;

  • b. het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de kwaliteit en de veiligheid van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk;

  • c. het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van het toezicht op de kwaliteit en de handhaving van het stelsel van kinderopvang;

  • d. het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van de aansluiting van kinderopvang met het onderwijs en het stelsel van peuterspeelzaalwerk;

  • e. het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen b tot en met d.

Artikel 4

Het hoofd van de afdeling Financiën is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het uitvoeren van programma’s en projecten zoals toegewezen door de directeur of vermeld in het jaarplan van de directie;

  • b. het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de financiering van de kinderopvang en de daarmee samenhangende onderwerpen als kinderopvangtoeslag in Nederland en het buitenland, fraudebestrijding en doelgroepenbeleid;

  • c. het ontwikkelen van beleid ten aanzien van marktwerking in de kinderopvang en de positie van ouders;

  • d. het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen b en c, waaronder registers en ICT- toepassingen;

  • e. het coördineren van de bijdragen aan de begrotingsproducten en de uitvoeringsrapportages binnen de directie;

  • f. het bedrijfsmatig beheren van de budgetten;

  • g. het behartigen van overige financiële activiteiten binnen de directie waaronder het subsidie- en contractenbeheer.

Artikel 5

De hoofden van de afdelingen zijn belast met het leiding geven aan de eigen afdeling.

§ 3. Bevoegdheden

Artikel 6

Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen afdeling, voor zover het betreft:

  • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van beoordelingen van medewerkers;

  • b. het houden van manager-medewerker gesprekken;

  • c. verlof van medewerkers;

  • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

Artikel 7

Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a. het afdoen van informatieve brieven die betrekking hebben op de taakgebieden van de eigen afdeling;

  • b. het paraferen van stukken waar de directie geen voortouw in heeft, met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.

Artikel 8

De hoofden van de afdelingen kunnen aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen bevoegdheden doorverlenen, met uitzondering van bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden. Doorverlening van bevoegdheden is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur.

Artikel 9

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het afdelingshoofd dat is aangewezen als plaatsvervangend directeur.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 10

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 14 oktober 2010.

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Kinderopvang 2010.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:

M.P. Flier,

Directeur Kinderopvang.