Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 10 maart 2014, nr. IENM/BSK-2014/57174, houdende vaststelling van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet;

  • hoogwaterbeschermingsprogramma: onderdeel van het deltaprogramma, bedoeld in artikel 4.9 van de Waterwet, bevattende de maatregelen die beheerders dienen te treffen om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet;

  • inpassingsplan: plan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • planuitwerkingsfase: fase volgend op de verkenningsfase, waarin de voorkeursbeslissing wordt uitgewerkt om te komen tot vaststelling en goedkeuring van een projectplan of, indien toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening, een ontwerp en een beschrijving van het werk;

  • primaire waterkering: primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet;

  • Project Planning Infrastructuur-methodiek: planningsmethodiek die wordt toegepast door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;

  • projectplan: projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet;

  • realisatiefase: fase volgend op de planuitwerkingsfase, waarin het werk wordt uitgevoerd;

  • reguliere subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 7.23, eerste lid, van de Waterwet;

  • Standaardsystematiek Kostenramingen 2010: ramingssystematiek die is vastgelegd in CROW-publicatie nr. 137;

  • subsidieprogramma: programma als bedoeld in artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, van de Waterwet;

  • verkenningsfase: fase volgend op het opnemen van een maatregel in het hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin mogelijke ontwerpen van de maatregel worden afgewogen om te komen tot een voorkeursbeslissing over het ontwerp van de maatregel;

  • voorfinancieringslijst: onderdeel van het MIRT Projectenboek, bevattende de maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie bij voorfinanciering door de beheerder;

  • vooronderzoek: facultatief nader onderzoek ter bepaling van de aard of de reikwijdte van een experiment of demonstratieproject;

  • voorverkenning: facultatief onderdeel van de verkenningsfase waarin nader onderzoek plaatsvindt ter bepaling van de aard of de reikwijdte van een maatregel;

  • werk: werk ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 7.24, eerste of vijfde lid, onderdeel c, van de Waterwet.

§ 2. Reguliere subsidie

Artikel 2. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten verkenningsfase

  • 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de aan deze fase rechtstreeks toe te rekenen kosten:

    • a. van voorbereiding, administratie en toezicht;

    • b. van het verrichten van onderzoek;

    • c. van het opstellen van mogelijke ontwerpen van de maatregel;

    • d. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;

    • e. voortvloeiend uit een voor het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • f. van een voor de verwerving van een onroerende zaak of van een beperkt recht op een onroerende zaak gesloten overeenkomst, mits deze overeenkomst is voorzien van een bepaling dat de overeenkomst wordt ontbonden indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • g. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel e of f, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • h. ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999);

    • i. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s.

  • 2 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten die door de subsidieontvanger worden gemaakt om de maatregel te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma;

    • b. kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis van artikel 14a;

    • c. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

Artikel 3. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten planuitwerkingsfase

  • 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de planuitwerkingsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten:

    • a. van voorbereiding, administratie en toezicht;

    • b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;

    • c. van het verrichtten van nader onderzoek;

    • d. voortvloeiend uit een voor het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • e. van een voor de verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak gesloten overeenkomst, mits deze overeenkomst is voorzien van een bepaling dat de overeenkomst wordt ontbonden indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • f. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel d of e, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt;

    • g. ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999);

    • h. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s.

  • 2 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis van artikel 2 of 14a;

    • b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

Artikel 4. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten realisatiefase

  • 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de realisatiefase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten:

    • a. van voorbereiding, administratie en toezicht;

    • b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;

    • c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk;

    • d. van verwerving van een onroerende zaak of van een beperkt recht op een onroerende zaak of van het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;

    • e. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel c of d;

    • f. ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999);

    • g. ten gevolge van nadeelcompensatie aan derden, anders dan uit hoofde van het in onderdeel f bepaalde, voor zover de subsidieontvanger daartoe rechtens gehouden is;

    • h. van bodemsanering, behoudens de kosten, bedoeld in het derde lid, onderdeel a;

    • i. van de opruiming van explosieven, behoudens de kosten, bedoeld in het derde lid, onderdeel b;

    • j. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s;

    • k. anders dan de kosten, bedoeld in de onderdelen a tot en met i, die in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten.

  • 2 De subsidiabele kosten van de aanbesteding van het werk zijn de overeenkomstig artikel 5, tweede lid, geraamde kosten waarin na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing, het aanbestedingsresultaat is verwerkt. Indien het te subsidiëren bedrag meer dan € 40 miljoen bedraagt, vindt aanpassing aan het loon- en prijspeil plaats volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals toegepast door de Minister van Financiën ter zake van de Rijksbegroting.

  • 3 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten van bodemsanering die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wet bodembescherming;

    • b. kosten van de opruiming van explosieven die door een gemeente worden vergoed;

    • c. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud;

    • d. kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis van artikel 2 of 14a;

    • e. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

  • 4 In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger gedeeltelijk afzien van de verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten, indien de subsidieontvanger aannemelijk maakt dat de bieding van de aannemer niet kostendekkend is.

Artikel 5. Kostenraming

  • 1 De raming van de kosten, bedoeld in de artikelen 2 en 3, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010, op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming.

  • 2 De raming van de kosten, bedoeld in artikel 4, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010 op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd niet meer dan € 40 miljoen bedraagt, en op basis van de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd meer dan € 40 miljoen bedraagt.

Artikel 6. Aanvraag verlening reguliere subsidie

  • 1 Per fase wordt door de beheerder een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin de maatregel is opgenomen in het subsidieprogramma.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

  • 3 Betreffende de verkenningsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een eindverantwoording over de in de voorverkenning behaalde resultaten, indien een reguliere subsidie is verstrekt voor een voorverkenning;

    • b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:

      • informatie over de aard, omvang en urgentie van de te nemen maatregel en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen;

      • een beschrijving op hoofdlijnen van mogelijke ontwerpen van de maatregel en van de wijze waarop kansrijke ontwerpen worden geselecteerd;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin de maatregel dient te worden getroffen wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden;

    • c. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de verkenningsfase, overeenkomstig artikel 5, eerste lid;

    • d. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • e. een raming van de subsidiabele kosten die aan de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • f. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase en de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • g. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd.

  • 4 Betreffende de planuitwerkingsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en tot welke voorkeursbeslissing aan het einde van de verkenningsfase is gekomen;

    • b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:

      • hoe de voorkeursbeslissing wordt uitgewerkt;

      • een beschrijving van de marktbenadering;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden;

    • c. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase overeenkomstig artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid;

    • d. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de planuitwerkingsfase en de realisatiefase, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • f. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd.

  • 5 Betreffende de realisatiefase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten;

    • b. het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde projectplan dan wel het vastgestelde inpassingsplan;

    • c. een plan van aanpak, voorzien van ten minste:

      • een ontwerp en een beschrijving van het werk;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden;

    • d. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de realisatiefase overeenkomstig artikel 5, tweede lid;

    • e. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • f. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de realisatiefase, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek;

    • g. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 7. Beslissing op aanvraag subsidieverlening

  • 1 De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De reguliere subsidie wordt uitsluitend verleend voor de in de beschikking omschreven resultaten in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op negentig procent van de in overeenstemming met artikel 5 geraamde subsidiabele kosten van een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het ontwerp dat naar het oordeel van de Minister als sober en doelmatig wordt aangemerkt.

  • 3 Indien subsidie is verleend voor een voorverkenning, wordt een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie voor een verkenning niet in behandeling genomen zolang niet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de voorverkenning is ingediend. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt in dat geval aan zodra beide aanvragen zijn ontvangen.

Artikel 8. Beschikking tot subsidieverlening

Naast het bepaalde in de artikelen 4:30 en 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de beschikking tot verlening van de reguliere subsidie:

  • a. een omschrijving van de resultaten waartoe de betreffende fase moet leiden, en

  • b. een bepaling dat de beschikking ten behoeve van de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt ambtshalve wordt gewijzigd ter verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten.

Artikel 9. Voorschotverlening

  • 1 Aan de subsidieontvanger kan gedurende een fase jaarlijks op aanvraag een voorschot worden verleend. Het totaal aan te verlenen voorschotten ten behoeve van de betreffende fase bedraagt ten hoogste honderd procent van het te subsidiëren bedrag.

  • 2 In afwijking van het eerste lid:

    • a. bedraagt het totaal aan te verlenen voorschotten in de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt tot het moment van de gunningsbeslissing ten hoogste tachtig procent van het in de beschikking vermelde subsidiebedrag;

    • b. kan de Minister op aanvraag het totaal aan te verlenen voorschotten in het eerste kalenderjaar betalen, indien:

      • 1°. het totaal aan te verlenen voorschotten ten hoogste € 40 miljoen bedraagt;

      • 2°. de fase maximaal drie jaar duurt;

      • 3°. het betaalde voorschot op de balans van de beheerder wordt verantwoord via de balanspost overlopende passiva;

      • 4°. de beheerder de bijdragen aan en ontvangsten uit het deltafonds bruto weergeeft in de informatie voor derden die bij het Centraal bureau voor de statistiek wordt aangeleverd;

      • 5°. de beheerder op de exploitatierekening bij de baten en lasten van de posten bijdragen van overheden en bijdragen aan overheden onderscheid maakt tussen het Rijk en andere overheden, en

      • 6°. de beheerder op de balanspost ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen dienend ter dekking van lasten van volgende jaren onderscheid maakt tussen het Rijk en andere overheden.

  • 3 De aanvraag tot voorschotverlening voor het eerste kalenderjaar wordt tegelijkertijd met of uiterlijk acht weken na de subsidieaanvraag voor de betreffende fase ingediend. De aanvraag tot voorschotverlening voor daaropvolgende kalenderjaren wordt ingediend voor 15 april van het kalenderjaar waarvoor een voorschot wordt aangevraagd. Bij de aanvraag legt de subsidieontvanger een raming over van het deel van het te subsidiëren bedrag dat in het betreffende kalenderjaar wordt besteed en waarvoor een voorschot wordt gevraagd, en een raming van de bedragen waarvoor een voorschot zal worden gevraagd in de daaropvolgende kalenderjaren.

  • 4 De Minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit omtrent de voorschotverlening. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag waarvoor het voorschot wordt verleend.

  • 5 Een voorschot wordt binnen zes weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders is bepaald.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger dient per kwartaal een verslag in bij de Minister over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak van de betreffende fase, bedoeld in artikel 6, derde, vierde of vijfde lid.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de Minister toestaan dat de subsidieontvanger tweemaal per jaar een verslag indient, indien daarmee naar het oordeel van de Minister redelijkerwijze kan worden volstaan.

  • 3 De subsidieontvanger treedt onmiddellijk in overleg met de Minister indien er sprake is van ontwikkelingen die kunnen leiden tot wezenlijke wijzigingen in het plan van aanpak of het tijdschema van de betreffende fase, bedoeld in artikel 6, derde, vierde of vijfde lid.

  • 4 De subsidieontvanger informeert de Minister schriftelijk over het aanbestedingsresultaat uiterlijk zes weken na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing.

Artikel 11. Wijziging subsidieverlening

De beschikking tot subsidieverlening wordt gewijzigd indien de geraamde subsidiabele kosten toenemen als gevolg van wijzigingen in wet- of regelgeving of als gevolg van wijziging van de reikwijdte van de maatregel voor zover die wijziging plaatsvindt op initiatief of aanwijzing van de Minister.

Artikel 12. Aanvraag tot vaststelling reguliere subsidie

  • 1 De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na voltooiing van de fase bij de Minister een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger:

    • a. een eindverantwoording over de in de fase behaalde resultaten, en

    • b. een overzicht van de uitbetaalde voorschotten.

  • 3 Op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger, ingediend binnen zes maanden na voltooiing van de fase waarop de subsidieverlening betrekking heeft, kan de in het eerste lid bedoelde termijn worden verlengd.

Artikel 13. Beschikking tot vaststelling reguliere subsidie

Een beschikking tot vaststelling van de reguliere subsidie vermeldt:

  • a. de dagtekening en het nummer van de beschikking tot subsidieverlening;

  • b. het bedrag van de vastgestelde reguliere subsidie voor de betreffende fase en de wijze waarop deze is berekend;

  • c. een specificatie van de gesubsidieerde kosten;

  • d. de betaalde voorschotten;

  • e. het te betalen dan wel terug te vorderen bedrag, en

  • f. wanneer de betaling plaatsvindt.

Artikel 14. Hardheidsclausule

De Minister kan bij het vaststellen van de subsidie afwijken van artikel 5, eerste lid, of 5, tweede lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op doel of strekking van deze bepalingen, voor de subsidieontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14a. Subsidie voor voorverkenning

  • 1 In afwijking van artikel 6, eerste lid, kan de beheerder voor een maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, een aanvraag indienen voor verlening van een reguliere subsidie voor een voorverkenning, indien de voorverkenning in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma.

  • 2 In aanmerking voor reguliere subsidie komen de rechtstreeks aan de voorverkenning toe te rekenen kosten van:

    • a. voorbereiding, administratie en toezicht;

    • b. het verrichten van onderzoek;

    • c. het verkrijgen van de voor de voorverkenning benodigde vergunningen.

  • 3 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten die door de subsidieontvanger worden gemaakt om de maatregel te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma;

    • b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

  • 4 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:

      • informatie over de aard, omvang en urgentie van de te nemen maatregel en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin de maatregel dient te worden getroffen wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe de voorverkenning moet leiden;

    • b. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de voorverkenning, overeenkomstig artikel 5, eerste lid;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • d. een raming van de subsidiabele kosten die aan de verkenning, de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de voorverkenning, de verkenning, de planuitwerkingsfase en de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • f. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd.

§ 2a. Subsidie indien de signaleringswaarde van een dijktraject die is vastgesteld in bijlage II van de Waterwet gelijk is aan de ondergrens van het dijktraject die is vastgesteld in bijlage III van de Waterwet

Artikel 14b. Subsidie indien signaleringswaarde gelijk is aan ondergrens

  • 1 In de bij deze subsidieregeling behorende bijlage wordt voor elk dijktraject waarvan de signaleringswaarde, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Waterwet, gelijk is aan de ondergrens, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Waterwet, een subsidiewaarde vastgesteld. De subsidiewaarde wordt uitgedrukt in een overstromingskans per jaar.

  • 2 De Minister verleent op aanvraag een subsidie aan de beheerder van een dijktraject als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a. de beheerder om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet een maatregel dient te treffen;

    • b. de subsidiewaarde van het dijktraject is overschreden, en

    • c. de maatregel voor het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma.

§ 3. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

Artikel 15. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor het uitvoeren van een experiment of demonstratieproject indien:

  • a. met het experiment of demonstratieproject wordt beoogd te komen tot een innovatie betreffende maatregelen die dienen te worden getroffen om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet;

  • b. het experiment of demonstratieproject voor het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma;

  • c. het experiment of demonstratieproject naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is voor het verwerven van kennis over of het ontwikkelen van maatregelen als bedoeld in onderdeel a;

  • d. het experiment of demonstratieproject naar het oordeel van de Minister kan leiden tot kostenbesparing bij het uitvoeren van het hoogwaterbeschermingsprogramma, en

  • e. bij een experiment of demonstratieproject ten behoeve van een maatregel die betrekking heeft op een dijktraject en nodig is om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerst lid, onderdelen a of b, van de Waterwet:

Artikel 16. Subsidieplafond en verdelingsregime

  • 1 Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 15 wordt vastgesteld door middel van de begroting van het deltafonds.

  • 2 De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats overeenkomstig het subsidieprogramma van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 17. Subsidiemaximum

Een subsidie als bedoeld in artikel 15 wordt verleend voor honderd procent van de subsidiabele werkelijke kosten.

Artikel 18. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

  • 1 Voor een subsidie als bedoeld in artikel 15 komen in aanmerking de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het experiment of demonstratieproject toe te rekenen kosten:

    • a. van voorbereiding, administratie en toezicht, inclusief de kosten van het verkrijgen van de voor het experiment of demonstratieproject benodigde vergunningen;

    • b. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het experiment of demonstratieproject gesloten overeenkomst van aanneming van werk of overeenkomst tot levering van diensten en materialen, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om de overeenkomst te wijzigen of beëindigen indien de realisatie niet plaatsvindt;

    • c. van verwerving van onroerende zaken of van beperkte rechten op onroerende zaken of van het sluiten van overeenkomsten ter zake van het gebruik van onroerende zaken;

    • d. ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999);

    • e. ten gevolge van nadeelcompensatie aan derden, anders dan uit hoofde van het in onderdeel d bepaalde, voor zover de beheerder van een primaire waterkering daartoe rechtens gehouden is;

    • f. van bodemsanering, behoudens de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;

    • g. van de opruiming van explosieven, behoudens de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c;

    • h. anders dan de kosten, bedoeld in de onderdelen a tot en met g, die in redelijkheid zijn aan te merken als aan de uitvoering van het experiment of demonstratieproject toe te rekenen kosten.

  • 2 Niet voor subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten die door de beheerder van een primaire waterwerking worden gemaakt om het experiment of demonstratieproject te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma;

    • b. kosten van bodemsanering die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wet bodembescherming;

    • c. kosten van de opruiming van explosieven die door een gemeente worden vergoed;

    • d. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud;

    • e. kosten waarvoor een subsidie is verstrekt op basis van paragraaf 2 of 4 of artikel 21a;

    • f. kosten die de beheerder van een primaire waterkering op andere wijze vergoed kan krijgen.

Artikel 19. Aanvraag verlening subsidie

  • 1 Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 15 wordt door de beheerder van een primaire waterkering ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin het experiment of demonstratieproject is opgenomen in het subsidieprogramma.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:

      • het doel van het experiment of demonstratieproject;

      • informatie over de aard en omvang van het uit te voeren experiment of demonstratieproject en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen;

      • een beschrijving van de beoogde innovatie en van de wijze waarop die innovatie ertoe kan leiden dat wordt voldaan aan een norm als bedoeld in artikel 2.2 van de Waterwet of de krachtens artikel 2.3 van de Waterwet gestelde regels of krachtens artikel 2.3 of 2.12, vierde lid, van de Waterwet gestelde regels, zoals die luidden op 31 december 2016;

      • een ontwerp en een beschrijving van de activiteiten ter uitvoering van het experiment of demonstratieproject;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin het experiment of demonstratieproject wordt uitgevoerd wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe het experiment of demonstratieproject moet leiden;

    • b. een raming van de kosten die aan het experiment of demonstratieproject zijn toe te rekenen conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en de beheerder van een primaire waterkering inzichtelijk maakt wat het subsidiabele deel is van de kosten en op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • c. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van het experiment of demonstratieproject, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • d. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 20. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 15 zijn de artikelen 7, eerste en derde lid, 8, onderdeel a, 9 en 10, onderscheidenlijk de artikelen 12 en 13 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. in artikel 7, derde lid, voor ‘reguliere subsidie voor een verkenning’ wordt gelezen ‘subsidie als bedoeld in artikel 15’ en voor ‘voorverkenning’ ‘vooronderzoek’;

  • b. de beschikking tot verlening van de subsidie in aanvulling op het bepaalde in artikel 8, onderdeel a:

    • 1°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend later kan worden uitgewerkt door de subsidieontvanger;

    • 2°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 10 en 21, voor de subsidieontvanger later kan worden uitgewerkt door de Minister;

    • 3°. een bepaling bevat dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, indien deze wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld;

  • c. een aanvraag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, ter zake van het tweede of latere kalenderjaar niet in behandeling wordt genomen zolang het verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 21, niet is ingediend;

  • d. de beheerder van een primaire waterkering in aanvulling op het bepaalde in artikel 12, tweede lid:

    • 1°. een financiële eindverantwoording verstrekt over de uitvoering van het experiment of demonstratieproject bestaande uit een overzicht van de gemaakte kosten waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, en

    • 2°. een verklaring verstrekt over de financiële eindverantwoording, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt of het experiment of demonstratieproject is uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en waaruit blijkt dat de onder 1° bedoelde kosten zijn gemaakt, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol.

Artikel 21. Tussentijdse verplichting van de subsidieontvanger

De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 15 dient gedurende de uitvoering van het experiment of demonstratieproject jaarlijks voor 1 juli bij de Minster in een verantwoordingsverslag van de uitvoering van het experiment of demonstratieproject in het voorafgaande kalenderjaar, dat ten minste bevat:

  • a. een financiële verantwoording over het betreffende kalenderjaar waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, en

  • b. een controleverklaring over het betreffende kalenderjaar, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol.

Artikel 21a. Subsidie voor vooronderzoek

  • 1 De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor een vooronderzoek, indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 15, onderdelen a, c, d en e, en het vooronderzoek in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma.

  • 2 In aanmerking voor subsidie komen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het vooronderzoek toe te rekenen kosten van:

    • a. voorbereiding, administratie en toezicht;

    • b. het verrichten van onderzoek;

    • c. het verkrijgen van de voor het vooronderzoek benodigde vergunningen.

  • 3 Niet voor subsidie komen in aanmerking:

    • a. kosten die door de beheerder van een primaire waterkering worden gemaakt om het experiment of demonstratieproject te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma;

    • b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

  • 5 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:

      • het doel van het experiment of demonstratieproject;

      • informatie over de aard en omvang van het uit te voeren experiment of demonstratieproject en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen;

      • een beschrijving van de beoogde innovatie en van de wijze waarop die innovatie ertoe kan leiden dat wordt voldaan aan een norm als bedoeld in artikel 2.2 van de Waterwet of de krachtens artikel 2.3 van de Waterwet gestelde regels of de krachtens artikel 2.3 of 2.12, vierde lid, van de Waterwet gestelde regels, zoals die luidden op 31 december 2016;

      • een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin het experiment of demonstratieproject wordt uitgevoerd wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en

      • een omschrijving van de resultaten waartoe het vooronderzoek moet leiden;

    • b. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan het vooronderzoek;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • d. een raming van de kosten die aan het experiment of demonstratieproject zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en de beheerder van een primaire waterkering inzichtelijk maakt wat het subsidiabele deel is van de kosten en op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van het vooronderzoek en het experiment of demonstratieproject, conform de Project Planning Infrastuctuur-methodiek, en

    • f. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 21b. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 21a zijn de artikelen 7, eerste lid, 8, onderdeel a, 9, 10, 16, 17 en 21 onderscheidenlijk 12 en 13 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. de beschikking tot verlening van de subsidie in aanvulling op artikel 8, onderdeel a:

    • 1°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend later kan worden uitgewerkt door de subsidieontvanger;

    • 2°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 10 en 21, voor de subsidieontvanger later kan worden uitgewerkt door de Minister;

    • 3°. een bepaling bevat dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, indien deze wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld;

  • b. een aanvraag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, ter zake van het tweede of latere kalenderjaar niet in behandeling wordt genomen zolang het verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 21, niet is ingediend;

  • c. de beheerder van een primaire waterkering in aanvulling op artikel 12, tweede lid:

    • 1°. een financiële eindverantwoording verstrekt over de uitvoering van het vooronderzoek bestaande uit een overzicht van de gemaakte kosten waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in artikel 21a, tweede lid, en

    • 2°. een verklaring verstrekt over de financiële eindverantwoording, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt of het vooronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en waaruit blijkt dat de onder 1° bedoelde kosten zijn gemaakt, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol.

§ 4. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder

Artikel 22. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder

  • 2 De subsidie wordt betaald op 1 maart van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarin de maatregel is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals dit luidt in het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip betalen. De betaling vindt plaats op basis van de netto contante waarde van het betreffende deel van het subsidiebedrag, waarbij een rentevoet van nul procent wordt gehanteerd. De verdeling van de volgens de begroting beschikbare middelen voor eerdere betaling vindt plaats aan de hand van de data van betaling die zijn vermeld in de beschikkingen waarin de subsidies met toepassing van artikel 24 zijn vastgesteld. Hierbij heeft een termijn met een eerdere datum van betaling voorrang op een termijn met een latere datum. Wordt in twee of meer beschikkingen eenzelfde datum van betaling vermeld, dan vindt de betaling plaats in de volgorde van de dagtekeningen van de vaststellingsbeschikkingen.

  • 5 De artikelen 2 tot en met 7, 10 tot en met 12 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rentekosten van een maatregel die in het hoogwaterbeschermingsprogramma is vermeld als maatregel die wordt voorgefinancierd door de beheerder, niet in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 23. Beschikking tot subsidieverlening

Naast het bepaalde in de artikelen 4:30 en 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de beschikking tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 22:

  • a. een omschrijving van de resultaten waartoe de betreffende fase moet leiden;

  • b. een bepaling dat de beschikking ten behoeve van de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt ambtshalve wordt gewijzigd ter verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten;

  • c. een bepaling dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d. een vermelding van de datum of data waarop de betaling overeenkomstig artikel 22, tweede lid en derde lid, eerste volzin, uiterlijk plaatsvindt, en

  • e. een bepaling dat de Minister krachtens artikel 22, derde lid, de vordering geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip kan betalen.

Artikel 24. Beschikking tot vaststelling subsidie

Een beschikking tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 22 vermeldt:

  • a. de dagtekening en het nummer van de beschikking tot subsidieverlening;

  • b. het bedrag van de vastgestelde subsidie voor de betreffende fase en de wijze waarop deze is berekend;

  • c. een specificatie van de gesubsidieerde kosten;

  • d. het te betalen bedrag;

  • e. de datum of data waarop de betaling overeenkomstig artikel 22, tweede lid en derde lid, eerste volzin, uiterlijk plaatsvindt, en

  • f. dat de Minister krachtens artikel 22, derde lid, de vordering geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip kan betalen.

§ 4a. Subsidie voor in bijlage VI van het Waterbesluit vermelde andere dan primaire waterkeringen

Artikel 24a. Subsidie voor andere dan primaire waterkeringen

  • 1 De Minister verleent op aanvraag een subsidie voor het treffen van een maatregel aan de beheerder van een segment van een andere dan een primaire waterkering, dat vermeld wordt in bijlage VI van het Waterbesluit, indien:

    • a. het segment niet voldoet aan de krachtens artikel 2.4 van de Waterwet door provinciale staten voor het segment vastgestelde veiligheidsnorm, en

    • b. de maatregel in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma.

§ 5. Subsidie voor activiteiten die zijn voltooid voor 1 januari 2017 ten behoeve van maatregelen die nodig zijn om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet

Artikel 25. Subsidie bij voor 1 april 2014 voltooide activiteiten

  • 1 De Minister stelt op aanvraag van de beheerder die om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet een maatregel dient te treffen, een subsidie vast voor activiteiten in de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase, indien:

    • a. de signaleringswaarde van het dijktraject, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Waterwet, is overschreden, als het dijktraject niet is een dijktraject als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, of de subsidiewaarde van het dijktraject is overschreden, als de maatregel betrekking heeft op een dijktraject als bedoeld in artikel 14b, eerste lid;

    • b. de maatregel is opgenomen in het hoogwaterbeschermingsprogramma;

    • c. de activiteiten zijn voltooid voor 1 januari 2017, en

    • d. de betreffende maatregel is opgenomen in de voorfinancieringslijst zoals deze luidt in het jaar van aanvraag.

  • 2 De subsidie wordt betaald op 1 maart van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarin de maatregel is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals dit luidt in het kalenderjaar waarin de subsidievaststelling plaatsvindt.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip betalen. De betaling vindt plaats op basis van de netto contante waarde van het betreffende deel van het subsidiebedrag, waarbij een rentevoet van nul procent wordt gehanteerd. De verdeling van de volgens de begroting beschikbare middelen voor eerdere betaling vindt plaats aan de hand van de data van betaling die zijn vermeld in de beschikkingen waarin de subsidies met toepassing van artikel 27 zijn vastgesteld. Hierbij heeft een termijn met een eerdere datum van betaling voorrang op een termijn met een latere datum. Wordt in twee of meer beschikkingen eenzelfde datum van betaling vermeld, dan vindt de betaling plaats in de volgorde van de dagtekeningen van de vaststellingsbeschikkingen.

  • 4 De artikelen 2 tot en met 5 en 7, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rentekosten van een maatregel die in het hoogwaterbeschermingsprogramma is vermeld als maatregel die wordt voorgefinancierd door de beheerder niet in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 26. Aanvraag tot vaststelling subsidie

  • 1 De beheerder dient voor 1 juli 2018 per fase een aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 25 in bij de Minister.

  • 2 Betreffende de verkenningsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een beschrijving van:

      • de aard, omvang en urgentie van de te nemen maatregel en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen;

      • mogelijke ontwerpen van de maatregel en van de wijze waarop de voorkeursbeslissing is geselecteerd;

      • de voorkeursbeslissing;

      • de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, en

      • de betrokkenheid van de provincie waarin de maatregel dient te worden getroffen wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie;

    • b. een eindverantwoording over de in deze fase behaalde resultaten;

    • c. een voorafgaand aan de verkenningsfase volgens de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010 opgestelde raming van de aan die fase toe te rekenen subsidiabele kosten, overeenkomstig artikel 5, eerste lid;

    • d. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten van de verkenningsfase is gedekt;

    • e. een raming van de subsidiabele kosten die aan de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt;

    • f. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de planuitwerkingsfase en de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • g. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3 Betreffende de planuitwerkingsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten;

    • b. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten;

    • c. het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde projectplan dan wel het vastgestelde inpassingsplan;

    • d. een beschrijving van:

      • de marktbenadering;

      • de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • e. een voorafgaand aan de planuitwerkingsfase volgens de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010 opgestelde raming van de aan die fase toe te rekenen subsidiabele kosten, overeenkomstig artikel 5, eerste lid;

    • f. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten van de planuitwerkingsfase is gedekt;

    • g. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de realisatiefase conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010, overeenkomstig artikel 5, tweede lid;

    • h. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten van de realisatiefase wordt gedekt;

    • i. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en

    • j. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 4 Betreffende de realisatiefase gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten;

    • b. een eindverantwoording over de in de realisatiefase behaalde resultaten;

    • c. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • d. een voorafgaand aan de realisatiefase volgens de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010 opgestelde raming van de aan die fase toe te rekenen subsidiabele kosten, overeenkomstig artikel 5, tweede lid;

    • e. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten van de realisatiefase is gedekt;

    • f. het aanbestedingsresultaat na de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk, en

    • g. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 27. Beschikking tot vaststelling subsidie

Naast het bepaalde in artikel 4:43, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt een beschikking tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 25:

  • a. het bedrag van de vastgestelde subsidie voor de betreffende fase en de wijze waarop deze is berekend;

  • b. een specificatie van de gesubsidieerde kosten;

  • c. het te betalen bedrag, en

  • d. de datum of data waarop de betaling overeenkomstig artikel 25, tweede lid en derde lid, eerste volzin, uiterlijk plaatsvindt, en

  • e. dat de Minister krachtens artikel 25, derde lid, de vordering geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip kan betalen.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 28. Evaluatie van de regeling

De subsidieontvanger zorgt voor het aanleveren van de ten behoeve van het verslag, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gevraagde gegevens.

Artikel 29. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014.

Artikel 30. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

Bijlage behorend bij artikel 14b, eerste lid, van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

Subsidiewaarden voor dijktrajecten als bedoeld in artikel 14b, eerste lid

Traject

Subsidiewaarde

1-1

1:3000

1-2

1:3000

2-2

1:3000

3-1

1:10000

3-2

1:3000

4-1

1:1000

5-2

1:10000

12-1

1:3000

13-2

1:10000

14-3

1:30000

14-9

1:100000

14-10

1:100000

20-2

1:30000

24-3

1:30000

25-4

1:1000

26-4

1:3000

27-1

1:10000

27-2

1:30000

29-4

1:3000

30-2

1:300000

30-4

1:3000000

39-1

1:10000

40-1

1:100000

41-3

1:10000

91-1

1:1000