Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling EGF 2014–2020[Regeling vervalt per 01-01-2021.]

Geldend van 28-02-2014 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 februari 2014, 2014-0000017865, houdende voorwaarden voor de projectvoorstellen voor financiële middelen uit het Europees Globaliseringsfonds 2014–2020 (Subsidieregeling EGF 2014–2020)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 21, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014–2020) en tot intrekking van Verordening (EG) 1927/2006 (PbEU 2013, L347) en artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Aanvrager: rechtspersoon die in aanmerking wil komen voor een financiële bijdrage uit het EGF en daartoe een projectvoorstel indient bij de minister;

  • Auditautoriteit: Auditdienst Rijk van het ministerie van Financiën;

  • Certificeringsautoriteit: Certificeringsautoriteit van het ministerie van Economische Zaken;

  • Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • Verordening: Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014–2020) en tot intrekking van Verordening (EG) 1927/2006 (PbEU 2013, L347);

  • EGF: Europees Globaliseringsfonds;

  • Managementautoriteit: Agentschap van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat door de minister is aangewezen als uitvoerder van deze regeling;

  • Project: Een gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de verordening, met het doel om aan de beoogde ontslagen werknemers tegemoet te komen;

  • Referentieperiode: de periode waarbinnen de vereiste 500 ontslagen zijn gevallen of een periode die, wanneer er geen 500 ontslagen zijn gevallen, om uitzonderlijke redenen door de Europese Commissie is aangewezen als referentieperiode.

Artikel 2. Subsidie uit EGF

De minister verstrekt subsidie aan de aanvrager ter hoogte van het door de Europese Commissie toegekende bedrag onder de voorwaarden, gesteld bij en krachtens de verordening, en de voorwaarden op grond van deze regeling.

Artikel 3. Aanvraag

  • 1 De aanvrager dient een projectvoorstel in bij de minister.

  • 2 De minister kan ondersteuning bieden bij de uitwerking van het projectvoorstel.

  • 3 Wanneer het projectvoorstel past binnen de doelstelling van het EGF en voldoet aan de bij of krachtens de verordening gestelde voorwaarden, kan de minister besluiten het voorstel conform de daaraan gestelde voorwaarden in te dienen bij de Europese Commissie.

Artikel 4. Indiening

  • 1 De aanvrager dient de aanvraag binnen 6 weken na de referentieperiode in bij de minister.

  • 2 De minister dient slechts een verzoek om middelen op grond van het EGF in bij de Europese Commissie, na controle van de vereiste ontslagen in de referentieperiode en nadat hij een convenant heeft afgesloten met de aanvrager, waarin afspraken over de samenwerking en de wijze van uitvoering van de beheers- en controle activiteiten worden vastgelegd.

  • 3 De minister dient de aanvraag binnen 12 weken na de referentieperiode bij de Europese Commissie in.

Artikel 5. Subsidiabele kosten

  • 1 De kosten van een project als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de verordening, zijn subsidiabel vanaf de datum waarop gestart wordt met individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers, welke datum niet voor de referentieperiode ligt.

  • 2 De kosten die gemaakt zijn ter ondersteuning van het tot stand brengen van een aanvraag, zijn subsidiabel vanaf de einddatum van de referentieperiode mits de individuele dienstverlening is gestart. De aanvrager draagt er zorg voor dat deze kosten marktconform zijn.

Artikel 6. Looptijd

  • 1 Het project heeft, vanaf de datum waarop de minister de aanvraag indient, een looptijd van 24 maanden. Het individuele begeleidingstraject kan uiterlijk 3 maanden na de indieningdatum starten; de looptijd van 24 maanden vangt dan aan vanaf de startdatum van het individuele begeleidingstraject.

  • 2 De periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag door de minister kan worden toegevoegd aan de looptijd van het project, vanaf de datum waarop het eerste individuele begeleidingstraject voor de ontslagen medewerker is gestart.

  • 3 Deze startdatum valt binnen de referentieperiode.

  • 4 De aanvrager start met het project uiterlijk 3 maanden na indiening van het verzoek door de minister bij de Europese Commissie.

Artikel 7. Verlening en voorschot

  • 1 De minister geeft de aanvrager een beschikking tot subsidieverlening, nadat de Europese Commissie het projectvoorstel heeft goedgekeurd.

  • 2 De minister verstrekt de aanvrager een voorschot van de Europese financiering voor de projectsubsidie naar rato van de gerealiseerde kosten, mits:

    • a. de Europese Commissie het projectvoorstel heeft goedgekeurd;

    • b. de uitvoering conform de aanvraag en het convenant, bedoeld in artikel 4, tweede lid, geschiedt;

    • c. de gerealiseerde kosten zijn gecontroleerd door de managementautoriteit.

Artikel 8. Administratievoorschriften en inlichtingenverplichtingen

  • 1 De aanvrager draagt zorg voor een inzichtelijke en controleerbare projectadministratie met betrekking tot de uitvoering van de projectactiviteiten en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten. Hierin zijn een financiële administratie, een deelnemersadministratie en een projectadministratie met geleverde prestaties opgenomen.

  • 2 De aanvrager richt de nodige beheers- en controle systemen in conform de eisen die worden gesteld bij en krachtens de verordening en werkt volledig mee aan de door de minister en de auditautoriteit uitgevoerde controles.

  • 3 De aanvrager bewaart de projectadministratie op een centrale locatie; dit lid is ook van toepassing voor sectorale aanvragen.

  • 4 De aanvrager geeft inzage in of toegang tot de projectadministratie op verzoek voor controle door de minister, de auditautoriteit, de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer.

  • 5 De projectadministratie wordt bewaard tot 3 jaar na de vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 10.

  • 6 De aanvrager verstrekt aan de managementautoriteit, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, 3 maal het burgerservicenummer van de deelnemers aan zijn project.

Artikel 9. Rapportage

Gedurende de looptijd van het project kan de minister jaarlijks verzoeken om een rapportage over de voortgang van het project. Tevens kan de minister in individuele gevallen inzicht vragen in de stand van zaken van concrete activiteiten.

Artikel 10. Vaststelling van de subsidie

  • 1 Uiterlijk zes weken na afloop van het project dient de aanvrager bij de minister een verzoek in tot vaststelling van de subsidie. Dit verzoek bestaat uit een eindverslag over de uitvoering van de projectactiviteiten en een einddeclaratie van de kosten.

  • 2 Indien de minister tot het oordeel komt dat bepaalde kosten in de einddeclaratie van de aanvrager niet subsidiabel zijn onder de gestelde voorwaarden van de verordening deelt hij dit aan de aanvrager mee met het verzoek de einddeclaratie op dit punt te wijzigen.

  • 3 Uiterlijk zes maanden na afloop van het project levert de minister, na controles door de managementautoriteit, de auditautoriteit en de certificeringsautoriteit, aan de Europese Commissie het eindverslag in samen met de einddeclaratie waarin de uitgaven worden verantwoord conform de in de verordening gestelde eisen.

  • 4 De minister stelt de aanvrager zo snel mogelijk op de hoogte van de definitieve beslissing van de Europese Commissie waarin de financiële bijdrage van het EGF wordt afgesloten, en stelt, met inachtneming van het oordeel van de Commissie, de subsidie vast.

Artikel 11. Intrekking en terugvordering

Ingevolge het bepaalde in afdeling 4.2.6. en afdeling 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht kan een beschikking tot subsidieverlening door de minister worden ingetrokken, en kunnen op basis daarvan uitbetaalde bedragen of voorschotten worden teruggevorderd, indien:

  • a. het project wordt uitgevoerd in afwijking van het projectvoorstel, voor zover de subsidieverlening daarop was gebaseerd;

  • b. de doelstellingen van het projectvoorstel, ten gevolge van nalatigheid van de aanvrager, niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;

  • c. de aanvrager niet heeft voldaan aan een of meer administratievoorschriften.

Artikel 12. Publiciteit

De aanvrager verleent zijn medewerking aan publicitaire activiteiten van lidstaten van de EU, informeert alle deelnemers over de bijdrage uit het EGF en voert zelf activiteiten uit ter promotie van de bijdrage van het EGF.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2014 en vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling EGF 2014–2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 19 februari 2014

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher