Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het busvervoer

Geldend van 31-12-2013 t/m heden

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 1 december 2013, inzake de toepassing van regels van Verordening (EG) 1071/2009, de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000, houdende bepalingen in verband met de toetsing van evenredigheid van de sanctie van het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder en de vervoersmanager in het busvervoer (Beleidsregel toetsing evenredigheid verlies betrouwbaarheid busvervoer)

Hoofdstuk 1. Definities en inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. zeer ernstige overtredingen: zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van verordening 1071/2009/EG;

  • b. strafpunten: punten die aan de vervoerder worden toegekend indien deze zeer ernstige overtredingen als bedoeld onder a heeft gepleegd.

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op:

  • a. het aantal strafpunten dat moet zijn overschreden alvorens een besluit tot verlies van betrouwbaarheid van de desbetreffende vervoerder of vervoersmanager geen onevenredig strenge sanctie kan worden geacht;

  • b. de feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat het verlies van betrouwbaarheid een onevenredig strenge sanctie is, ofschoon het onder a bedoelde minimumaantal strafpunten is overschreden.

Hoofdstuk 2. Strafpuntensysteem

Artikel 3

  • 1 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder het in artikel 5 aan hem gerelateerde minimumaantal strafpunten heeft overschreden.

  • 2 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager is geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder, waarvoor de vervoersmanager als vakbekwame leidinggevende werkzaam is, het in artikel 5 aan hem gerelateerde aantal strafpunten heeft overschreden.

  • 3 In afwijking van het eerste lid is het verlies van betrouwbaarheid van een vervoerder een onevenredig strenge sanctie indien artikel 7 van toepassing is.

  • 4 In afwijking van het tweede lid is het verlies van betrouwbaarheid van een vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie indien artikel 8, eerste of tweede lid, van toepassing is.

Artikel 4

  • 1 Het aantal toe te kennen strafpunten per zeer ernstige overtreding is als volgt:

    ZEER ERNSTIGE OVERTREDINGEN VAN BIJLAGE IV VAN VERORDENING 1071/2009 ONDER VERMELDING VAN MSI CODE

    STRAF-PUNTEN

    101 (a). Overschrijden van de maximaal toegestane zesdaagse rijtijd met >= 25%

    3

    101 (b). Overschrijden van de maximaal toegestane tweewekelijkse rijtijd met >= 25%

    3

    102. Overschrijden van de maximaal toegestane dagelijkse rijtijd op één dag, met een marge van >= 50% zonder een onderbreking of zonder een ononderbroken rusttijd van ten minste 4½ uur in te lassen.

    4

    201. Nalaten een tachograaf te installeren als vereist door de communautaire wetgeving

    6

    202. Frauduleus gebruik van een apparaat dat de geregistreerde gegevens van het controleapparaat kan wijzigen

    10

    203. Nalaten een snelheidsbegrenzer te installeren als vereist door de communautaire wetgeving

    10

    204. Frauduleus gebruik van een apparaat dat de instellingen van de snelheidsbegrenzer kan wijzigen

    10

    205. Vervalsen van de registratiebladen van de tachograaf

    10

    206. Vervalsen van de door de tachograaf en/of bestuurderskaart overgebrachte gegevens

    10

    301. Rijden zonder geldige APK (Indien vereist door de communautaire wetgeving)

    4

    302. Rijden met een zeer ernstig gebrek aan onder meer het remsysteem, het stangenstelsel, de wielen/banden, de ophanging of het chassis dat een zodanig onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat het leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    401. Vervoer van gevaarlijke stoffen die niet vervoerd mogen worden (vervoerverbod)

    10

    402. Vervoer van gevaarlijke stoffen in verboden of niet erkende middelen van omsluiting, zodat er gevaar dreigt voor mensenlevens of het milieu en leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    403. Vervoer van gevaarlijke stoffen die niet op het voertuig vermeld zijn (etiketten/borden) als gevaarlijke stoffen, zodat er gevaar dreigt voor mensenlevens of het milieu en leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    501. Vervoer van passagiers zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs

    6

    502. Vervoer van goederen zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs

    6

    503. Vervoer van passagiers door een onderneming die niet in het bezit is van een geldige communautaire vergunning)

    4

    504. Vervoer van goederen door een onderneming die niet in het bezit is van een geldige communautaire vergunning

    4

    601. Rijden met een vervalste bestuurderskaart

    10

    602. Rijden met een bestuurderskaart waarvan de chauffeur niet de houder is

    10

    603. Rijden met een bestuurderskaart verkregen op basis van valse gronden (valse verklaring/document)

    10

    701. Vervoer van goederen waarbij de maximaal toegestane massa met >=20% wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan gewicht > 12t

    4

    702. Vervoer van goederen waarbij de maximaal toegestane massa met >=25% wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan gewicht van maximaal 12t

    4

  • 2 De binnen een periode van twee jaar aan een vervoerder toegekende strafpunten worden bij elkaar opgeteld.

  • 3 Toegekende strafpunten vervallen twee jaar nadat de desbetreffende veroordeling of sanctie wegens een zeer ernstige overtreding op de communautaire wetgeving onherroepelijk is geworden.

Artikel 5

Het minimumaantal strafpunten is gerelateerd aan het aantal gewaarmerkte afschriften waarover de vervoerder beschikt, zoals vermeld in de onderstaande tabel:

Aantal gewaarmerkte afschriften

Minimumaantal strafpunten

1

15

2-5

30

6-20

40

21-50

50

51-500

50 + 0,40 x (aantal vergunningbewijzen – 50)

501 en meer

230 + 0,20 x (aantal vergunningbewijzen-500)

Artikel 6

Indien mogelijk krijgt de vervoerder ten spoedigste een schriftelijke waarschuwing als ten minste 50%, doch niet meer dan 100% van het minimumaantal strafpunten is bereikt.

Hoofdstuk 3. Verwijtbaarheid en preventie

Artikel 7

  • 1 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie, indien:

    • a. de invloed van derden op de handelingen die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen, doorslaggevend is geweest;

    • b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of

    • c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.

  • 2 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder heeft aangetoond dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:

    • a. het geven van de nodige en kenbare bevelen aan de chauffeurs;

    • b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;

    • c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving, en

    • d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.

  • 3 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien zich de omstandigheid als bedoeld in artikel 8, derde lid, voordoet.

Artikel 8

  • 1 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager is een onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder waarvoor hij werkzaam is, op grond van artikel 7, eerste of tweede lid, zijn betrouwbaarheid niet heeft verloren.

  • 2 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager is een onevenredig strenge sanctie indien de vervoersmanager heeft aangetoond dat:

    • a. hij niet verantwoordelijk is voor de bedoelde zeer ernstige inbreuken omdat hij destijds niet degene was die leiding gaf aan de vervoersactiviteiten, of

    • b. hij op gezag van de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, of een meerdere gedwongen werd aanwijzingen of bevelen te geven, of na te laten deze te geven, die hebben geleid tot het begaan van de bedoelde zeer ernstige overtredingen.

  • 3 In afwijking van het eerste lid is het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoersmanager door zijn wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van zeer ernstige overtredingen.

Hoofdstuk 4. Sancties: intrekking en schorsing van de communautaire vergunning en de ongeschiktverklaring van de vervoermsmanager

Artikel 9

Bij de voorbereiding van de beslissing omtrent de intrekking dan wel de schorsing van de communautaire vergunning, alsmede de duur van de schorsing, wordt rekening gehouden met de volgende feiten en omstandigheden:

  • a. de omvang van de vervoerder gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften;

  • b. het vitale belang van continuïteit van de vervoersactiviteiten en de beschikbare alternatieven voor die activiteiten;

  • c. de mate waarin de belanghebbenden door de intrekking of schorsing van de communautaire vergunning worden geraakt;

  • d. de verstoring van de markt;

  • e. de reëel mogelijke alternatieven voor opdrachtgevers van de vervoerder;

  • f. recidive, en

  • g. zwaarwegende maatschappelijke of economische gevolgen.

Artikel 10

  • 1 Indien het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder geen onevenredig strenge sanctie is, wordt de vergunning van de vervoerder, met inachtneming van de in artikel 9 genoemde feiten en omstandigheden,

    • a. geschorst voor de duur van ten hoogste zes maanden, of

    • b. ingetrokken.

  • 2 De communautaire vergunning van de vervoerder wordt in ieder geval ingetrokken in indien deze in de afgelopen twee jaar geschorst is geweest.

Artikel 11

  • 1 De vervoersmanager die zijn betrouwbaarheid verliest, wordt voor de duur van twee jaar ongeschikt verklaard.

  • 2 De in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar kan worden ingekort indien de vervoersmanager aantoont de noodzakelijke maatregelen te hebben genomen om te borgen dat de zeer ernstige overtredingen die hebben geleid tot het verlies van diens betrouwbaarheid zich niet meer zullen voordoen.

Hoofdstuk 5. Rehabilitatie

Artikel 12

Na de schorsing of intrekking van de communautaire vergunning worden de strafpunten, die de vervoerder heeft opgebouwd en die zijn meegewogen bij het schorsings- of intrekkingsbesluit, gewist.

Artikel 13

Ingeval de communautaire vergunning wordt ingetrokken, bedraagt de rehabilitatietermijn twee jaar.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Artikel 14

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het busvervoer.

Artikel 15

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,
namens deze:

De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport,

J. Thunnissen