Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling theoretisch solvabiliteitscriterium levensverzekeraars Wft[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 01-01-2014 t/m 31-12-2014

Regeling van de Minister van Financiën van 9 december 2013, FM 2013/2204 M, directie Financiële Markten, houdende regels betreffende scenarioanalyses en berekeningswijze van het theoretisch solvabiliteitscriterium (Regeling theoretisch solvabiliteitscriterium levensverzekeraars Wft)

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 24a1, vierde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;

Besluit:

§ 1. Algemene uitgangspunten voor de scenarioanalyses van marktrisico’s en verzekeringstechnische risico’s [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aandelenrisico: het risico voortvloeiend uit een daling van de waarde van aandelen genoteerd op gereglementeerde markten in de Europese Economische Ruimte of OESO-landen, aandelen in opkomende landen, niet-beursgenoteerde aandelen, aandelen in hedgefondsen, aandelen in grondstoffen en soortgelijke zakelijke waarden;

  • b. besluit: het Besluit prudentiële regels Wft;

  • c. kredietbeoordeling: een taxatie van de kredietwaardigheid van een belegging of een financiële onderneming afgegeven door Standard and Poor’s, Fitch, Moody’s of AM Best;

  • d. marktrisico’s: het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, kredietrisico en het tegenpartijkredietrisico;

  • e. verzekeringstechnische risico’s: het kortlevenrisico, langlevenrisico en kostenrisico.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De berekening van het theoretische solvabiliteitscriterium, bedoeld in artikel 24a1 van het besluit, vindt plaats op de volgende wijze en in de volgende volgorde:

    • a. de initiële balans wordt opgesteld op basis van de ingevolge de Wet op het financieel toezicht ingediende staten met toepassing van artikel 3;

    • b. de toereikendheidstoets, bedoeld in artikel 121 van het besluit, is van toepassing;

    • c. de scenarioanalyses van de markt- en verzekeringstechnische risico’s worden toegepast zoals beschreven in deze regeling;

    • d. voor de berekening van de separate effecten van de scenarioanalyses van de markt- en verzekeringstechnische risico’s op de aanwezige solvabiliteitsmarge wordt de balans na doorrekening van een scenarioanalyse opnieuw opgesteld en wordt de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 95 van het besluit, opnieuw berekend; de levensverzekeraar hoeft daarbij geen rekening te houden met veranderingen in het in artikel 98, derde lid, van dat besluit bedoelde verschil en de levensverzekeraar hoeft in de toereikendheidstoets geen rekening te houden met veranderingen in de gehanteerde onzekerheidsmarges;

    • e. bij de meerwaarden, bedoeld in artikel 97, eerste lid, van het besluit wordt voor de berekening van de separate effecten van de scenarioanalyses op de aanwezige solvabiliteitsmarge geen rekening gehouden met belastinglatentie;

    • f. na toepassing van de onderdelen a tot en met e, worden de separate effecten van de markt- en verzekeringstechnische risico’s op de aanwezige solvabiliteitsmarge geaggregeerd met behulp van de formule, bedoeld in artikel 20.

    • g. het in onderdeel f geaggregeerde resultaat wordt gecorrigeerd voor verliesabsorptie van technische voorzieningen overeenkomstig artikel 4;

    • h. het in onderdeel g berekende resultaat wordt gecorrigeerd voor verliesabsorptie van uitgestelde belastingen overeenkomstig artikel 5;

    • i. onverminderd het tweede en derde lid is de uitkomst van het theoretisch solvabiliteitscriterium het resultaat van onderdeel h vermenigvuldigd met 90%.

  • 2 Indien de levensverzekeraar meerwaarden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, niet betrekt in de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge dan is het in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde geaggregeerde resultaat ten minste gelijk aan het geaggregeerde resultaat van de scenarioanalyses indien die meerwaarden wel zouden zijn betrokken in de berekening ter voorkoming van dubbeltellingen; het laatstgenoemde resultaat wordt verminderd met de niet-betrokken meerwaarden.

  • 3 De levensverzekeraar berekent per scenario de toe- of afname van de aanvulling tot de gegarandeerde afkoopwaarden in de toereikendheidstoets, bedoeld in artikel 121 van het besluit. Indien de uitkomst van de met behulp van de formule, bedoeld in artikel 20, geaggregeerde afnames van de aanvulling tot de gegarandeerde afkoopwaarden hoger is dan de aanvulling tot gegarandeerde afkoopwaarden in de initiële toereikendheidstoets dan licht de levensverzekeraar de aanvulling tot gegarandeerde afkoopwaarden toe per scenario onderscheiden naar verzekeringen in geld en beleggingsverzekeringen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor het vaststellen van de initiële balans en de uitkomsten van de scenarioanalyses van de marktrisico’s gaat de levensverzekeraar uit van het doorkijkprincipe, waarbij inzicht wordt verkregen in de aard en het risicoprofiel van de onderliggende beleggingen.

  • 2 Het doorkijkprincipe is van toepassing op alle indirecte blootstellingen.

  • 3 In afwijking van het tweede lid is het doorkijkprincipe niet van toepassing op aandelen of financiële instrumenten, gebaseerd op verpakte leningen, die op een gereglementeerde markt worden verhandeld.

  • 4 De levensverzekeraar past het doorkijkprincipe iteratief toe totdat de in deze regeling genoemde risico’s geïdentificeerd zijn.

  • 5 Het effect per scenarioanalyse op de waarde van een aandeel in de in het tweede lid bedoelde indirecte blootstellingen is niet groter dan de balanswaarde van het aandeel in die beleggingen.

  • 6 In afwijking van het tweede lid wordt, indien de indirecte blootstelling een beleggingsfonds betreft dat onvoldoende transparant is om tot een allocatie van de beleggingen te komen, uitgegaan van het beleggingsmandaat van het beleggingsfonds.

  • 7 Indien het niet mogelijk is om het doorkijkprincipe toe te passen, wordt het beleggingsfonds geclassificeerd als aandelenrisico B overeenkomstig artikel 10, derde lid, onderdeel b. De levensverzekeraar licht de redenen toe waarom het niet mogelijk is het doorkijkprincipe toe te passen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien in de berekening van de verwachtingswaarde van de uit de verzekeringsverplichtingen voortvloeiende kasstromen een voorziening is opgenomen voor winstdelingen die nog niet zijn uitgekeerd of zijn bijgeschreven bij de gegarandeerde uitkeringen en die bij het optreden van de in artikel 1, onderdelen d en e, genoemde risico’s verliesabsorberend zijn, kan de levensverzekeraar in de berekening van de scenarioanalyses deze voorziening in de berekening betrekken.

  • 2 De levensverzekeraar berekent per scenarioanalyse het effect zowel met als zonder rekening te houden met verliesabsorptie van de technische voorzieningen.

  • 3 De correctie in het geaggregeerde resultaat van de scenarioanalyses uit hoofde van de verliesabsorptie bedraagt ten hoogste de in het eerste lid bedoelde voorziening.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien de levensverzekeraar een netto uitgestelde belastingverplichting heeft, kan hij deze betrekken in de berekening van het theoretisch solvabiliteitscriterium als een correctie van het geaggregeerde resultaat van de scenarioanalyses.

  • 2 De in de initiële balans opgenomen waarden van de voorziening voor uitgestelde belastingverplichtingen en de latente belastingvordering blijven bij de berekening van de scenarioanalyses ongewijzigd.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde correctie bedraagt ten hoogste de initiële netto belastinglatentie, zijnde het positieve verschil van de voorziening voor uitgestelde belastingverplichtingen en de latente belastingvordering.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor de berekening van de uitkomsten van scenarioanalyses mag de levensverzekeraar aanwezige risicomitigerende instrumenten meenemen uitsluitend voor zover deze aantoonbaar effectief zijn en als het restrisico niet materieel is. Het restrisico is het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat de risicoblootstelling die wordt afgedekt door risicomitigerende instrumenten niet samenvalt met de risicoblootstelling van de levensverzekeraar.

  • 2 Door de levensverzekeraar voorgenomen maatregelen die betrekking hebben op toekomstige risicomitigerende instrumenten kunnen worden meegenomen voor zover deze realistisch zijn en aantoonbaar voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering, het gevoerde risicobeheer of het afdekkingsbeleid.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een levensverzekeraar neemt bij het gebruik van een kredietbeoordeling het volgende in acht:

    • a. ingeval één kredietbeoordeling beschikbaar is, wordt deze beoordeling gebruikt in de berekening van het effect op de aanwezige solvabiliteitsmarge;

    • b. ingeval twee kredietbeoordelingen beschikbaar zijn, wordt de beoordeling gebruikt die resulteert in de grootste daling van de aanwezige solvabiliteitsmarge;

    • c. ingeval drie of meer kredietbeoordelingen beschikbaar zijn, wordt de op één na hoogste beoordeling gebruikt.

  • 2 De kredietwaardigheidsklassen gehanteerd in deze regeling zijn gelijk aan de volgende kredietbeoordelingen:

    Kredietwaardigheid

    Standard & Poor’s / Fitch

    Moody’s

    AM Best

    0

    AAA

    Aaa

     

    1

    AA

    Aa

    A++

    2

    A

    A

    A

    3

    BBB

    Baa

    B++

    4

    BB

    Ba

     

    5

    B

    B

     

    6

    CCC

    Caa

     

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

Een levensverzekeraar kan uitsluitend voor de in deze regeling onderscheiden onderdelen van de berekening van de scenarioanalyses benaderingen, afrondingen of veralgemeniseringen gebruiken indien de uitkomst ervan prudenter is dan de uitkomst van de berekening met de in deze regeling onderscheiden onderdelen. De verzekeraar licht dit toe.

§ 2. Scenarioanalyse van het renterisico [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het renterisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke stijging of daling van de rente op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 Het renterisico heeft betrekking op alle rentegevoelige activa en passiva.

  • 3 Het effect van het renterisico op de aanwezige solvabiliteitsmarge is gelijk aan de hoogste uitkomst van de berekening op grond van het scenario met een stijging van de rente en het scenario met een daling van de rente. De procentuele stijging en daling in de rente zijn afhankelijk van de looptijd en luiden als volgt:

    Looptijd (in jaren)

    Stijging

    Daling

    ≤ 1

    70%

    75%

    2

    70%

    65%

    3

    64%

    56%

    4

    59%

    50%

    5

    55%

    46%

    6

    52%

    42%

    7

    49%

    39%

    8

    47%

    36%

    9

    44%

    33%

    10

    42%

    31%

    11

    39%

    30%

    12

    37%

    29%

    13

    35%

    28%

    14

    34%

    28%

    15

    33%

    27%

    16

    31%

    28%

    17

    30%

    28%

    18

    29%

    28%

    19

    27%

    29%

    20

    26%

    29%

    ≥ 90

    20%

    20%

  • 4 Voor looptijden die niet zijn vermeld in de in het derde lid opgenomen tabel, wordt de waarde van de stijging of daling lineair geïnterpoleerd. Ondanks de voorgeschreven procentuele mutatie, bedraagt de rentemutatie ten minste 100 basispunten tenzij de rente dan negatief zou worden.

§ 3. Scenarioanalyse van het aandelenrisico [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het aandelenrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke daling van de waarden van de in het derde lid bedoelde activa.

  • 2 Bij de berekening wordt uitgegaan van de onderverdeling tussen aandelenrisico A en aandelenrisico B.

  • 3 In dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. aandelenrisico A: risico van aandelen genoteerd op gereglementeerde markten in de Europese Economische Ruimte of OESO-landen;

    • b. aandelenrisico B: risico van aandelen in opkomende landen, niet-beursgenoteerde aandelen, aandelen in hedgefondsen, aandelen in grondstoffen en andere soortgelijke zakelijke waarden niet bedoeld in onderdeel a.

  • 4 De volgende percentages worden toegepast:

    • a. aandelenrisico A: een daling van de waarde met 39%;

    • b. aandelenrisico B: een daling van de waarde met 49%.

  • 5 De in het vierde lid genoemde percentages worden aangepast met de uitkomst van een symmetrisch dempingmechanisme van het betreffende boekjaar, waardoor de percentages hoger zullen zijn nadat aandelenmarkten zijn gestegen en lager nadat aandelenmarkten zijn gedaald.

  • 6 De Nederlandsche Bank stelt de uitkomst van het symmetrische dempingmechanisme jaarlijks vast en publiceert deze voor 15 januari van het jaar na het betrokken boekjaar op haar website.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor de toepassing van het aandelenrisico kan de levensverzekeraar bepaalde deelnemingen beschouwen als strategisch. De scenarioanalyse van deze categorie is een onmiddellijke daling van de waarde met 22%.

  • 2 De levensverzekeraar kan een deelneming als strategisch beschouwen als de waarde van deze deelneming waarschijnlijk minder volatiel is voor de komende 12 maanden dan de waarde van andere aandelen over dezelfde periode als gevolg van zowel de aard van de deelneming als de invloed uitgeoefend door de levensverzekeraar in de deelneming.

  • 3 De levensverzekeraar licht toe welke deelnemingen hij als strategisch beschouwt en betrekt daarbij alle relevante factoren, waaronder:

    • a. het bestaan van een duidelijke strategie om de deelneming voor een lange periode aan te houden;

    • b. de consistentie van deze strategie met de belangrijkste procedures en maatregelen die richting geven aan de activiteiten van de levensverzekeraar of deze beperken;

    • c. het vermogen van de levensverzekeraar om de deelneming aan te houden;

    • d. het bestaan van een duurzame band; en

    • e. waar de levensverzekeraar onderdeel is van een groep: de consistentie van deze strategie met de belangrijkste procedures en maatregelen die richting geven aan de activiteiten van de groep of deze beperken.

§ 4. Scenarioanalyse van het vastgoedrisico [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het vastgoedrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke daling van 25% van de waarde van in het tweede lid genoemde activa.

  • 2 Het vastgoedrisico heeft betrekking op onroerend goed, zowel in eigen gebruik als beleggingsobjecten.

  • 3 Vastgoedbeleggingen in ondernemingen die materieel met vreemd vermogen zijn gefinancierd of in ondernemingen die geen significant direct of indirect vastgoed op de balans hebben, worden meegenomen in de scenarioanalyse van het aandelenrisico.

§ 5. Scenarioanalyse van het kredietrisico [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het kredietrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke verandering in de kredietwaardigheid van in het tweede lid genoemde activa op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 Het kredietrisico heeft betrekking op leningen, bedrijfsobligaties, gedekte obligaties, (her)verpakte hypotheken, (her)verpakte leningen, gestructureerde producten, deposito’s en liquide middelen.

  • 3 Leningen aan of aantoonbaar gegarandeerd door nationale overheden van landen binnen de EER dan wel met een 0 of 1 kredietwaardigheid, uitgegeven in de nationale valuta worden niet meegenomen in deze module. Dit geldt ook voor leningen aan of aantoonbaar gegarandeerd door multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties.

  • 4 Het effect op de aanwezige solvabiliteitsmarge wordt bepaald door de actuele waarde van de belegging te vermenigvuldigen met een factor uit de onderstaande tabel op basis van duur (d) en kredietwaardigheid (0 – 6, zonder rating). Indien de gemiddelde duur van een instrument kleiner is dan één jaar, wordt deze op één jaar gesteld.

    Bijlage 252955.png

§ 6. Scenarioanalyse van het tegenpartijkredietrisico [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het tegenpartijkredietrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke verandering in het type 1 en type 2 tegenpartijkredietrisico van in het tweede lid genoemde activa op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 Het type 1 tegenpartijkredietrisico heeft betrekking op derivaten met een risicomitigerende werking en vorderingen op herverzekeraars, met inbegrip van het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen.

  • 3 Het type 2 tegenpartijkredietrisico heeft betrekking op leningen op schuldbekentenis aan het midden- en kleinbedrijf en hypotheekleningen met en zonder Nationale Hypotheek Garantie.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De uitkomst van de scenarioanalyse van type 1 tegenpartijkredietrisico wordt als volgt berekend:

    • a. de levensverzekeraar bepaalt voor elke vordering op herverzekeraars het te verwachten verlies bij wanbetaling (loss given default, LGD) door:

      Bijlage 252970.png

      waarbij UitstaandVerhaali staat voor het aandeel herverzekering in de technische voorziening, vermeerderd met vordering op herverzekeraars, van de i-de vordering en Onderpandi voor actuele waarde van het onderpand van de i-de vordering;

    • b. de levensverzekeraar bepaalt voor elk derivaat met een risicomitigerende werking het te verwachten verlies bij wanbetaling (loss given default, LGD):

      Bijlage 252971.png

      waarbij Derivaati staat voor actuele waarde van het i-de derivaat en Onderpandi voor actuele waarde van het onderpand van het i-de derivaat.

  • 2

    • Met de kansen op in gebreke blijven van tegenpartij voor kredietbeoordeling j = 0, 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zijn gedefinieerd door: p0 = 0,002%, p1 = 0,01%, p2 = 0,05%, p3 = 0,24%, p4 = 1,2% en p5 = p6 = 4,175% berekent de verzekeraar voor j = 0, 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en h = 0, 1, 2, 3, 4, 5 en 6 met de volgende grootheden:

      Bijlage 252972.png

      Met deze grootheden bepaalt de verzekeraar de standaarddeviatie S met

      Bijlage 252973.png

      en T met

      Bijlage 252974.png

      waarbij yj de sommatie van alle LGD’s met dezelfde kredietbeoordeling j is en zj de sommatie van alle gekwadrateerde LGD’s met dezelfde kredietbeoordeling j is.

  • 3 De levensverzekeraar berekent de uitkomst van de scenarioanalyse van het in artikel 14, tweede lid, genoemde type 1 risico voor derivaten met een risicomitigerende werking en vorderingen op herverzekeraars als volgt: als S ≤ 0,0705 T dan is de uitkomst 3S, en als S > 0,0705 T dan is de uitkomst min(5S; T).

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De uitkomst van de scenarioanalyse van type 2 tegenpartijkredietrisico is de som van de uitkomsten van de berekeningen in de onderdelen a, b en c:

    • a. de scenarioanalyse van woninghypotheken met een bedrag lager dan 1 miljoen euro zonder Nationale Hypotheek Garantie wordt bepaald als:

      Bijlage 252975.png

      waarbij

      Bijlage 252976.png

      Hierbij staat Leningi voor de actuele waarde van hypotheeklening i en Onderpandi voor de actuele waarde van het onderpand i;

    • b. de scenarioanalyse van woninghypotheekleningen met een bedrag lager dan 1 miljoen euro met Nationale Hypotheek Garantie wordt bepaald als 0,07% van de actuele waarde van de som van de woninghypotheekleningen met Nationale Hypotheek Garantie;

    • c. de scenarioanalyse van leningen aan het Midden- en Kleinbedrijf zonder kredietbeoordeling wordt bepaald als:

      Bijlage 252977.png

      Met

      Bijlage 252978.png

      Hierbij staat Leningi voor de actuele waarde van lening i en Onderpandi voor de actuele waarde van het onderpand specifiek aan lening i toegekend. De indicatie >3 maand versus ≤ 3 maand brengt bij de LGD’s een tweedeling aan in de mate van achterstalligheid.

  • 2 Bij deze scenarioanalyse worden de woninghypotheekleningen meegenomen die zijn verstrekt aan natuurlijke personen of aan kleine tot middelgrote ondernemingen.

  • 3 Hypotheekleningen die niet binnen deze scenarioanalyse vallen, worden opgenomen in de scenarioanalyse van het kredietrisico, bedoeld in artikel 13.

§ 7. Scenarioanalyses van de verzekeringstechnische risico’s [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het kortlevenrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke stijging van 15% van de sterftekansen die worden gebruikt voor de berekening van de toereikendheidstoets op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 Deze scenarioanalyse heeft uitsluitend een effect op de uitkomsten van de toereikendheidstoets en daarmee samenhangende risicomitigerende instrumenten.

  • 3 De stijging van de sterftekansen wordt uitsluitend toegepast op die verzekeringen waarvoor een stijging van de sterftekansen leidt tot een hogere uitkomst van de verwachtingswaarde in de toereikendheidstoets.

  • 4 Verschillende verzekeringen met betrekking tot dezelfde verzekerde persoon kunnen als één verzekering worden behandeld.

  • 5 Indien de berekening van de verwachtingswaarde is gebaseerd op een portefeuille van verzekeringen dan mag voor de beoordeling of de stijging van de sterftekansen leidt tot een hogere uitkomst van de verwachtingswaarde uitgegaan worden van de portefeuille van verzekeringen in plaats van individuele verzekeringen.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het langlevenrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke daling van 20% van de sterftekansen die worden gebruikt voor de berekening van de toereikendheidstoets op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 Deze scenarioanalyse heeft uitsluitend een effect op de uitkomsten van de toereikendheidstoets en daarmee samenhangende risicomitigerende instrumenten.

  • 3 De daling van de sterftekansen wordt uitsluitend toegepast op die verzekeringen waarvoor een daling van de sterftekansen leidt tot een hogere uitkomst van de verwachtingswaarde in de toereikendheidstoets.

  • 4 Verschillende verzekeringen met betrekking tot dezelfde verzekerde persoon kunnen als één verzekering worden behandeld.

  • 5 Indien de berekening van de verwachtingswaarde is gebaseerd op een portefeuille van verzekeringen dan mag voor de beoordeling of de daling van de sterftekansen leidt tot een hogere uitkomst van de verwachtingswaarde uitgegaan worden van de portefeuille van verzekeringen in plaats van individuele verzekeringen.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Met de scenarioanalyse van het kostenrisico wordt het effect berekend van een onmiddellijke en permanente stijging van de kosten tijdens de uitvoering van (her)verzekeringen op de aanwezige solvabiliteitsmarge.

  • 2 De scenarioanalyse van het kostenrisico is gedefinieerd als de combinatie van:

    • a. een toename van de kosten met 10% ten opzichte van de veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de verwachtingswaarde in de toereikendheidstoets; en

    • b. een toename met 1%-punt per jaar van de kosteninflatie boven het in de verwachtingswaarde veronderstelde niveau per jaar.

  • 3 In de scenarioanalyse worden geen uitgaven voor kosten opgenomen als het bedrag daarvan op het rapportagemoment al vaststaat en ten laste van het resultaat is gebracht. Voor polissen met aanpasbare kostenopslagen wordt rekening gehouden met realistische managementacties met betrekking tot deze opslagen.

§ 8. Aggregatie van de uitkomsten van de scenarioanalyses [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2015]

De levensverzekeraar berekent het geaggregeerde resultaat AR van de uitkomsten van de scenarioanalyses als:

Bijlage 252982.png
Bijlage 252979.png

Waarbij si de uitkomst van scenarioanalyse i en sj de uitkomst van scenarioanalyse j is en aij de correlatie tussen scenarioanalyses i en j overeenkomstig onderstaande tabel waarbij i= rente,.....,kosten en j=rente,......,kosten:

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling theoretisch solvabiliteitscriterium levensverzekeraars Wft.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën,

J.R.V.A. Dijsselbloem