Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit aanwijzing en taakvervulling toezichthouders Kernenergiewet 2013

Geldend van 24-03-2015 t/m heden

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 29 november 2013, nr. WJZ/13175315, houdende aanwijzing en taakvervulling toezichthouders Kernenergiewet 2013 (Besluit aanwijzing toezichthouders en taakvervulling Kernenergiewet 2013)

De Minister van Economische Zaken,

Handelende mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Defensie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op onderdeel 4, onder b, van bijlage II bij de op 4 maart 1970 te Almelo tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking bij de ontwikkeling van het gas-ultra-centrifuge-procedé voor de productie van verrijkt uranium (Trb. 1970, 41), artikel I, onder h, van het Verdrag van Cardiff van 12 juli 2005 tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie (Trb. 2005, 266), en de artikelen 58 en 65 van de Kernenergiewet;

Besluit:

§ 1. Aanwijzing toezichthouders

Artikel 1

  • 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van de directie Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor zover het hun werkterrein betreft.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn tevens belast met het toezicht op de bescherming tegen de risico’s van ioniserende straling van de werknemers in inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet is verleend.

Artikel 1a

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor zover het hun werkterrein betreft.

Artikel 2

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen van het Ministerie van Economische Zaken voor zover het hun werkterrein betreft.

Artikel 3

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken voor zover het hun werkterrein betreft.

Artikel 4

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor zover het hun werkterrein betreft, met uitzondering van het toezicht op de bescherming tegen de risico’s van ioniserende straling van de werknemers in inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet is verleend.

Artikel 5

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid voor zover het hun werkterrein betreft.

Artikel 6

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg van het Ministerie van Defensie voor zover het betreft de Nederlandse krijgsmacht of die van een bondgenootschappelijke mogendheid.

Artikel 7

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet zijn belast de daartoe door de algemeen directeur Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming aangewezen inspecteurs van Euratom en van het Internationaal Atoom Agentschap, bedoeld in het op 22 september 1998 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend protocol bij de Overeenkomst tussen de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, het Koninkrijk Zweden, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4 van het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, met bijlagen (Trb.  1999, nr. 147).

§ 2. Taakvervulling

Artikel 8

De algemeen directeur Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming wordt aangewezen als instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van rubriceringsregelingen en beveiligingsmaatregelen als bedoeld in onderdeel 4, onder b, van bijlage II bij de op 4 maart 1970 te Almelo tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking bij de ontwikkeling van het gas-ultra-centrifuge-procedé voor de productie van verrijkt uranium (Trb. 1970, 41) en artikel I, onder h, van het Verdrag van Cardiff tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie van 12 juli 2005 (Trb. 2005, 266).

§ 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9

De volgende besluiten worden ingetrokken:

a. het Besluit aanwijzing toezichtambtenaren Kernenergiewet (Stcr. 1969, 239),

b. de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet: Aanwijzing ambtenaren (Stcr. 1969, 239),

c. het Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 5 april 2004, nr. MJZ2004031561, Centrale Sector, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende wijziging van de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet en betreffende aanwijzing van functionarissen (Stcr. 2004, 76).

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing en taakvervulling toezichthouders Kernenergiewet 2013.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s Gravenhage, 29 november 2013

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp