Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Raad voor rechtsbijstand Maatregelbeleid

Geldend van 28-11-2013 t/m heden

Raad voor rechtsbijstand Maatregelbeleid

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verder te noemen de Raad,

In aanmerking nemend artikel 17 van de Wet op de rechtsbijstand;

Besluit:

De wijze waarop de Raad gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om de inschrijving van advocaten al dan niet tijdelijk door te halen neer te leggen in het hierna volgende Maatregelbeleid.

Op eerdere schriftelijke stukken aangaande maatregelbeleid, voor zover niet betrekking hebbend op asiel en vreemdelingenbewaring, kan geen beroep meer worden gedaan.

Utrecht, 25 november 2013

J. Wijkstra

P.J.M. van den Biggelaar

Voorwoord

Het maatregelbeleid, zoals dat is vastgesteld door het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) is het formele sluitstuk van de acties die de Raad onderneemt om advocaten en advocatenkantoren te bewegen te voldoen en te blijven voldoen aan wet en regelgeving betreffende gefinancierde rechtsbijstand op grond van de Wrb. In het voortraject onderscheiden we maatregelen op grond van overschrijding van de gestelde regels in de inschrijvingsvoorwaarden en maatregelen op grond van overschrijding van de afspraken in het kader van het High Trust convenant.

Bij herhaalde regelovertreding overweegt het bestuur of een maatregel op grond van art. 17 Wrb op zijn plaats is. In dat geval brengt het bestuur een voornemen uit en schakelt de adviescommissie in conform de procedure van het maatregelbeleid.

De primaire bevoegdheid ten aanzien van toezicht en sanctionering van advocaten ligt bij de lokale dekens van de 11 Orden van Advocaten. De Raad heeft een eigenstandige bevoegdheid waar het de naleving van artikel 17 Wrb betreft. In dit maatregelbeleid wordt nader ingegaan op de afstemming tussen de Raad en dekens, zodat een eenduidig en efficiënt kader voor beoordeling van advocaten binnen het stelsel van de gefinancierde rechtsbijstand ontstaat.

In de Inschrijvingsvoorwaarden zijn regels gesteld waaraan een advocaat moet voldoen om te kunnen worden ingeschreven bij de Raad. Met steekproeven en gerichte controles wordt getoetst of de advocaten aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoen. Hierbij kan worden gedacht aan het niet voldoen aan de deskundigheidsvereisten, overschrijding van het maximum aantal zaken of niet voldoen aan de afspraken in het kader van de piketregeling. Bij overtreding van de voorwaarden volgen maatregelen (zoals tijdelijke, voorwaardelijke uitschrijving) zoals voorzien in de Inschrijvingsvoorwaarden.

De Raad stimuleert de vrijwillige naleving van regels door alle bij de Raad ingeschreven advocaten en wil handhavingsinterventies tot het noodzakelijke beperken.

Een High Trust convenant wordt gesloten met een advocatenkantoor. Indien binnen een kantoor een individuele advocaat regels overtreedt, wordt het kantoor als geheel daar op aangesproken. Het is de verantwoordelijkheid van het kantoor om naleving van de regels te bevorderen. Blijft desondanks sprake van regelovertreding, dan wordt het convenant met het kantoor opgezegd.

De Raad controleert achteraf (steekproef of een op een controle) of voldaan is aan de voorwaarden. Bij geconstateerde fouten wordt een onterecht uitbetaalde toevoegingsvergoeding uit de steekproef verrekend en worden verbeterafspraken gemaakt, die worden vastgelegd. Indien het verbetertraject niet het beoogde resultaat heeft opgeleverd, stelt de regiomanager aan het bestuur voor het convenant met het kantoor op te zeggen.

Na opzegging van het convenant worden de aanvragen van de aan dat kantoor verbonden advocaten weer volledig getoetst.

De Raad heeft een schematisch model (bijlage) vastgesteld waarin wordt aangegeven hoe de Raad, in afstemming met de dekens, bij High Trust kantoren zonodig gericht en volgordelijk kan interveniëren.

Het maatregelbeleid is gericht op individuele advocaten en leidt in het uiterste geval tot doorhaling van de inschrijving.

Aan de oplegging van een maatregel gaat in beginsel een traject vooraf.

Bij regelovertreding neemt de Raad contact op met de advocaat. De advocaat wordt geconfronteerd met de overtreding. Naar gelang de ernst van de onregelmatigheid, worden afspraken gemaakt met de advocaat over het voorkomen van nieuwe overtredingen.

Daarbij wordt erop gewezen dat de inschrijving zal worden doorgehaald indien de advocaat zich niet aan de afspraken houdt. Dit wordt vastgelegd in een dossier.

In alle gevallen zal de Deken in zijn hoedanigheid als primaire toezichthouder worden geïnformeerd, conform de afspraken die gemaakt zijn met de Orde.

Indien een advocaat zich niet houdt aan de gemaakte afspraken met de Raad, zal, eveneens in overleg met de Deken, gekeken worden welke stappen vervolgens worden gezet.

Indien er een tuchtrechtelijke maatregel op grond van de Advocatenwet opgelegd wordt neemt het bestuur de maatregel over.

Indien een maatregel op grond van art. 17 Wrb geïndiceerd is, geldt de procedure van het maatregelbeleid.

Indien sprake is van fraude wordt aangifte gedaan bij het OM.

Maatregelbeleid Raad voor Rechtsbijstand

Inleiding

Advocaten die deel willen nemen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, dienen zich in te schrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. De Wet op de rechtsbijstand (Wrb) geeft het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand de bevoegdheid om advocaten onder bepaalde, in artikel 17 van de Wrb omschreven omstandigheden de inschrijving door te halen. De Raad heeft tot op heden slechts beperkt gebruik gemaakt van deze bevoegdheid.

De Raad heeft tot taak het waarborgen van kwalitatief goede rechtsbijstandverlening door ingeschreven advocaten. Op het gebied van het asielrecht en vreemdelingen-bewaring is een klachtregeling tot stand gebracht, waarbij een commissie van specialisten toetst of een inhoudelijk goede rechtsbijstand is verleend en de Raad adviseert over op te leggen maatregelen. Op het terrein van asiel- en vluchtelingenrecht functioneert een systeem van intercollegiale toetsing. Op de terreinen vreemdelingenrecht en vreemdelingenbewaring wordt een dergelijk systeem ontwikkeld.

Op de specialistische terreinen zoals strafrecht, jeugdrecht, personen en familierecht, asiel en vreemdelingenrecht en psychiatrisch patiëntenrecht gelden specifieke inschrijvingsvoorwaarden. Indien een advocaat niet meer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden, maakt de Raad gebruik van zijn bevoegdheid een maatregel op te leggen. Ook voor jeugdstrafzaken en plaatsing in instellingen voor gesloten jeugdzorg zijn inschrijvingsvoorwaarden vastgesteld.

Naast deze instrumenten om de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand te waarborgen, vergt ook de nieuwe werkwijze High Trust verdere ontwikkeling van het maatregelbeleid.

De werkwijze High Trust wordt gekenmerkt door minder administratieve belasting in de relatie Raad en advocaat en is gebaseerd op gerechtvaardigd vertrouwen tussen beide partners. Het aangaan van een High Trust samenwerkingsrelatie met een kantoor vraagt van de advocaat dat hij/zij zelf verantwoordelijkheid neemt voor een goede toepassing van de uitvoeringsregels (compliance). Daarmee is onlosmakelijk verbonden dat duidelijk is wat de consequenties zijn indien de regels worden overtreden.

Indien er in de High Trust relatie sprake is van herhaalde overtreding van voorwaarden en schending van afspraken en vertrouwen volgen voor individuele advocaten maatregelen op basis van art. 17 Wrb. Het maatregelbeleid vormt het sluitstuk van de High Trust werkwijze. Het treffen van maatregelen tegen individuele advocaten laat het onverlet dat – indien binnen een kantoor een of meer individuele advocaten regels overtreden – ook het kantoor als geheel daar op wordt aangesproken. Het is de verantwoordelijkheid van het kantoor om naleving van de regels te bevorderen.

In het jaarplan 2013 heeft de Raad in het hoofdstuk: ‘kwaliteit: vernieuwen en borgen’ te kennen gegeven een maatregelbeleid vast te stellen voor het geval een advocaat niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden of aan de andere eisen die worden gesteld in art. 17 Wrb. Op grond van het hieronder beschreven beleid wordt bepaald in welke gevallen de inschrijving van een advocaat tijdelijk of definitief wordt doorgehaald.

Hoofdstuk 1

Algemeen

De Wrb draagt de Raad op om de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand aan minder draagkrachtige rechtzoekenden te organiseren (art. 7 Wrb). De wet draagt aan de Raad voorts het toezicht op de verlening van rechtsbijstand op (art. 7a Wrb).

Krachtens de hem verleende wettelijke bevoegdheid in de artikelen 14 en 15 van de Wrb heeft de Raad inschrijvingsvoorwaarden vastgesteld.

Grondslag voor het treffen van maatregelen

Art. 17 van de Wrb regelt de doorhaling van de inschrijving van een bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven advocaat. Op grond van art. 17 lid 1 Wrbmoet de inschrijving worden doorgehaald bij verlies van de hoedanigheid van advocaat.

Op grond van art. 17 lid 2 Wrbkan de Raad de inschrijving voorts in een aantal gevallen doorhalen.

Doorhaling van de inschrijving op basis van art. 17 lid 2 van de Wrb

Doorhaling kan plaatsvinden indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden (art. 17 lid 2 sub a Wrb), indien naar het oordeel van de Raad genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de advocaat niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid (art. 17 lid 2 sub b Wrb), indien de advocaat als maatregel een waarschuwing, berisping of schorsing opgelegd heeft gekregen (art. 17 lid 2 sub c Wrb), of indien de advocaat niet voldoet aan de eisen die – kort gezegd – aan de informatievoorziening en de administratieve processen worden gesteld (art. 17 lid 2 sub d, e en f Wrb).

De Raad zal van de mogelijkheid tot doorhaling slechts dan gebruik maken indien minder vergaande sancties geen soelaas bieden. In de regel zal de raad in eerste instantie tot waarschuwing overgaan en voorts van geval tot geval steeds overwegen of kan worden volstaan met een (al dan niet voorwaardelijke) tijdelijke doorhaling van de inschrijving.

Procedure

Indien een advocaat niet meer voldoet aan de Inschrijvingsvoorwaarden, wordt de inschrijving (tijdelijk) doorgehaald. Doorhaling vindt plaats op grond van art. 17 lid 2 sub a Wrb.

Voordat de Raad overgaat tot oplegging van een maatregel op grond van art. 17 lid 2 sub b, d, e en/of f, Wrb, wordt advies gevraagd aan de Adviescommissie Toetsing Inschrijvingsvoorwaarden. De samenstelling en werkwijze van deze commissie is geregeld in het Reglement Adviescommissie Toetsing Inschrijvingsvoorwaarden (Staatscourant 2011, nr. 10654 d.d. 1 juli 2011).

Indien een maatregel wordt opgelegd, zendt de Raad een afschrift van het besluit aan de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt.

Over de rechtsbijstandverlening op het rechtsgebied asiel-en vluchtelingenrecht kan worden geklaagd bij een aparte adviescommissie (de Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring) met een eigen reglement (Staatscourant 2011, nr. 10574 d.d. 1 juli 2011).

Hoofdstuk 2

Gronden artikel 17 lid 2 Wrb

Hieronder wordt de opsomming van het tweede lid van art. 17 Wrb gevolgd.

17 lid 2 a

Indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden; De inschrijvingsvoorwaarden hebben betrekking op de organisatie van het kantoor, op de verslaglegging, het minimum en maximum aantal zaken/eenheden en stellen deskundigheidseisen op bepaalde rechtsterreinen.

Bij overschrijden van het maximum aantal toevoegingen en niet voldoen aan de deskundigheidsvereisten voor speciale rechtsgebieden wordt de inschrijving (tijdelijk) doorgehaald (zie art. 5 en 6 Inschrijvingsvoorwaarden).

Bereikbaarheid en beschikbaarheid piketadvocaat

Incidenteel kan het gebeuren dat een advocaat niet of te laat reageert op een piketmelding, bijvoorbeeld als er sprake is van overmacht. In dat geval kan hij het beste contact opnemen met de piketafdeling van de Raad.

Als dit echter vaker gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben voor verdere deelname aan het piketrooster. De eerste keer neemt de Raad altijd contact met de advocaat op als hij dit zelf nog niet heeft gedaan. Als de advocaat een tweede keer niet reageert, stuurt de Raad een schriftelijke waarschuwing. Bij de derde keer verwijdert de Raad de advocaat van het nog lopende rooster aangevuld met een half jaar. Daarna wordt de advocaat pas weer ingeroosterd. Gedurende deze periode mag hij wel voorkeursmeldingen blijven doen.

Komt het na een tijdelijke uitschrijving opnieuw voor dat de advocaat niet reageert dan krijgt hij een laatste waarschuwing. Een volgend verzuim leidt tot definitieve verwijdering van het strafpiketrooster.

Bij de beslissing om een waarschuwing te geven of u uit te schrijven, kijkt de Raad niet verder terug dan de afgelopen twee jaar. Dit betekent dat de Raad opnieuw telefonisch contact met de advocaat zal opnemen als meer dan twee jaar is verstreken sinds hij voor de eerste maal niet bereikbaar was.

17 lid 2 b

Rechtsbijstand(verlening) voldoet niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid en dit genoegzaam is gebleken naar het oordeel van de Raad.

Het maatregelbeleid op deze grondslag is nader uitgewerkt in de inschrijfvoorwaarden van de Raad.

Het asiel- en vluchtelingenrecht kent een eigen maatregelbeleid (gepubliceerd in Stcrt 2011, 10653).

17 lid 2 c

De Orde van advocaten heeft een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.

Indien het gaat om een onherroepelijke schorsing van tenminste de duur van 4 weken neemt de Raad deze maatregel altijd over en haalt de inschrijving door voor de duur van de maatregel.

N.B. Bij verlies van hoedanigheid van advocaat c.q. schrapping van het tableau van de orde van Advocaten wordt de inschrijving doorgehaald op grond van art. 17 lid 1 van de Wrb.

17 lid 2 d

Bij herhaling onjuiste informatie verstrekken ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding indien dit genoegzaam is gebleken naar het oordeel van de Raad.

Uitgangspunt zal zijn dat bij constatering van herhaalde, aan de advocaat te wijten regelovertreding doorhaling van de inschrijving zal volgen. Daarbij worden teveel betaalde vergoedingen teruggevorderd c.q. verrekend conform art. 32 Bvr.

Het maatregelbeleid op deze grondslag is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3.

17 lid 2 e en f.

Niet op de voorgeschreven wijze aanvragen van toevoegingen en vergoedingen.

In de processen rondom het aanvragen en het declareren van toevoegingen kunnen zich problemen tussen de raad en een advocaat voordoen die aan ernstige en toerekenbare onzorgvuldigheid van de advocaat te wijten zijn. Het maatregelbeleid op deze grondslag is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 3

Uitwerking maatregelbeleid.

3.1. Maatregelbeleid toepassing artikel 17, tweede lid, aanhef en onder b, Wrb

De Raad heeft tot taak het waarborgen van een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening. Om die reden acht de Raad het van belang een maatregelbeleid op deze grond te formuleren. Gelet op het uitgangspunt van waarborging van een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstand zal een maatregel erop gericht zijn te voorkomen dat zich tekortkomingen blijven voordoen.

Om tekort schieten te kunnen vaststellen is het noodzakelijk dat inhoud wordt gegeven aan het begrip zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstand. Hiervoor wordt verwezen naar de inschrijfvoorwaarden waarin dit is uitgewerkt.

3.2. Maatregelbeleid toepassing artikel 17, tweede lid, aanhef en onder d, Wrb

De vergoedingen van de kosten van rechtsbijstand op basis van een toevoeging worden betaald uit publieke middelen. Misbruik en oneigenlijk gebruik van publieke middelen dient tegen te worden gegaan. Het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot het vaststellen van een te hoge vergoeding.

De Raad vordert bij constatering dat een vergoeding te hoog is vastgesteld, het teveel uitbetaalde terug. De Raad heeft de bevoegdheid om de inschrijving van een advocaat door te halen vanwege onjuiste en/of onvolledige informatie.

De Raad stimuleert de vrijwillige naleving van regels door alle bij de Raad ingeschreven advocaten en wil handhavingsinterventies tot het noodzakelijke beperken.

Bij regelovertreding neemt de Raad contact op met de advocaat. De advocaat wordt geconfronteerd met de overtreding. Naar gelang de ernst van de onregelmatigheid, worden in beginsel afspraken gemaakt met de advocaat over het voorkomen van nieuwe overtredingen. Daarbij wordt erop gewezen dat de inschrijving zal worden doorgehaald indien de advocaat zich niet aan de afspraken houdt. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd.

In alle gevallen zal de Deken in zijn hoedanigheid als primaire toezichthouder worden geïnformeerd, conform de afspraken die gemaakt zijn met de Orde (vastgelegd in het document Afspraken over informatie-uitwisseling tussen de Orde en de Raad voor Rechtsbijstand) Indien een advocaat zich niet houdt aan de gemaakte afspraken met de Raad, zal, eveneens in overleg met de Deken, gekeken worden welke stappen vervolgens worden gezet.

Regelovertreding kan in het kader van High Trust naar voren komen bij de controles. Een High Trust convenant wordt gesloten met een advocatenkantoor. Het kantoor als geheel wordt aangesproken op de regelovertreding. Het is de verantwoordelijkheid van het kantoor om naleving van de regels te bevorderen. Blijft desondanks sprake van regelovertreding, dan wordt het convenant met het kantoor opgezegd. Ook in deze gevallen wordt de Deken hierover geïnformeerd. Dit laat onverlet dat daarnaast het hierboven beschreven individuele traject gevolgd wordt voor een advocaat waaraan de regelovertreding is te wijten.

3.3. Maatregelbeleid toepassing artikel 17, tweede lid, aanhef en onder e en f, Wrb

Aan de indiening van een aanvraag stelt de Raad eisen met het oog op de beoordeling van de aanvraag. Deze gegevens moet de advocaat op grond van artikel 4:2 tweede lid, van de Awb overleggen. Ter sturing van de processen rondom aanvragen en declareren van toevoegingen zijn formulieren ontwikkeld (artikel 4:4 Awb, art. 24 Wrb). In de procesbeschrijvingen van MijnRvR en High Trust worden de eisen nader toegelicht.

De Raad probeert via deze bepalingen de administratieve bewerkelijkheid van aanvragen terug te dringen maar is wel afhankelijk van een nauwgezette naleving van de voorschriften. Bij herhaaldelijk niet juist invullen wordt de volgende werkwijze gevolgd:

De Raad zal in eerste instantie de advocaat wijzen op de onzorgvuldigheden of onvolkomenheden in de aanvragen en de advocaat hulp aanbieden ter verbetering. De hulp kan bestaan uit het geven van schriftelijke en mondelinge voorlichting. Daarnaast kunnen algemene richtlijnen en specifieke aanwijzingen worden gegeven. Er wordt een periode afgesproken waarbinnen verbetering wordt verwacht.

Indien dit niet tot resultaat leidt, zal de advocaat na ommekomst van de afgesproken periode worden gewaarschuwd dat een maatregel zal volgen indien binnen een bepaalde termijn geen verbetering is opgetreden. Daarbij worden specifieke aanwijzingen gegeven.

Indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd, zal een maatregel worden opgelegd. De maatregel bestaat uit een al dan niet voorwaardelijke (tijdelijke) doorhaling van de inschrijving. Indien sprake is van een High Trust relatie wordt tevens het convenant opgezegd.

Zowel de periode die wordt gegeven voor verbetering als de op te leggen maatregel is afhankelijk van de ernst van de onzorgvuldigheden of onvolkomenheden. Het stelselmatig ontbreken van gegevens en fouten in gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het recht op rechtsbijstand, zoals de NAW-gegevens en het burgerservicenummer zijn zwaar aan te rekenen, omdat hierdoor het hele toevoegproces belemmerd wordt.

Hoofdstuk 4

Procedure

4.1. Algemeen

Het bestuur van de Raad heeft met toepassing van art. 8 Wet op de rechtsbijstand besloten commissies in te stellen voor de advisering over de toepassing van art. 17 lid 2 Wet op de rechtsbijstand.

Voordat de Raad overgaat tot oplegging van een maatregel – in afstemming met de deken – op grond van art. 17 lid 2 sub b, d, e en/of f, Wrb, wordt advies gevraagd aan de Adviescommissie Toetsing Inschrijvingsvoorwaarden. De samenstelling en werkwijze van deze commissie is geregeld in het Reglement Adviescommissie Toetsing Inschrijvingsvoorwaarden (Staatscourant 10654 d.d. 1 juli 2011).

Over de rechtsbijstandverlening op het rechtsgebied asiel- en vluchtelingenrecht kan worden geklaagd bij een aparte adviescommissie (de Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring) met een eigen reglement (Staatscourant nr. 10653 d.d. 1 juli 2011). Deze commissie kan ook ambtshalve of op verzoek van de Raad onderzoek doen naar de door een advocaat verleende rechtsbijstand.

Indien een maatregel wordt opgelegd, zendt de Raad een afschrift van het besluit aan de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt.

Het inschakelen van een adviescommissie vormt een extra waarborg voor zorgvuldige besluitvorming vanwege het mogelijk ingrijpende karakter van de maatregel.

4.2. Adviesprocedure

De commissie ontvangt van de secretaris een dossier dat een overzicht bevat van de geconstateerde feiten en gedragingen uit steekproef, een op een controle, dan wel ambtshalve onderzoek die geleid hebben tot een stelselmatige schending van de regels c.q. beschaming van het vertrouwen en het daarop gebaseerde voornemen tot toepassing van een maatregel door het bestuur van de Raad.

De betrokken advocaat kan een zienswijze indienen.

De commissie houdt een hoorzitting. Daarmee wordt voldaan aan de artikelen 4:8 en 4:9 van de Awb.

4.3. De maatregel

De commissie toetst of sprake is van een situatie waarin toepassing gegeven kan worden aan het bepaalde in art. 17 lid 2 Wrb en adviseert over de toepassing van de voorgenomen maatregel dan wel adviseert na zorgvuldige en redelijke belangenafweging over een passende maatregel die in verhouding staat tot de ernst en de schaal van de overtreding.

De mogelijke maatregelen van de Raad zijn:

  • 1. waarschuwing (=berisping)

  • 2. voorwaardelijke doorhaling van de inschrijving (= schorsing onder voorwaarden)

  • 3. tijdelijke doorhaling van de inschrijving (=schorsing voor bepaalde tijd)

  • 4. doorhaling van de inschrijving (= beëindiging deelname aan het stelsel van de Wrb).

Voor het bepalen van de maatregel wordt de volgende werkwijze gevolgd:

  • 1. Kwalificatie van gedragingen naar de aard van het tekortschieten;

  • 2. Bepaling van de mate waarin het tekortschieten structureel geacht wordt;

  • 3. Bepaling van de mogelijkheden en te stellen eisen tot verbetering, stellen van voorwaarden.

Bij een tijdelijke doorhaling van de inschrijving zal de advocaat geen nieuwe toevoegingen kunnen aanvragen gedurende deze periode. Deze doorhaling heeft ook consequenties voor het maximaal aan te vragen aantal toevoegingen.

Bijlage

Werkgebied: Interventies onder High Trust regime

  Gedrag / maatregel Betrokkenen Sancties

Groen

Handhaving HT-relatie (duurzaamheid) staat centraal.

Uitvoering volgens contract-afspraken en gewenste performance.

Vastlegging verbeterafspraken.

Ondersteuning gericht op leren van fouten.

Compliance-assistance.

Inzet vanuit relatiebeheer.

RvR: Coaching/feedback

Geel

Interventies gericht op confronteren met niet toelaatbare fouten/gedrag.

Aanscherping van de afspraken.

Dossiervorming.

Escalatieniveau: Relatiemanager.

Signalering aan de Deken.

RvR: Eerst gele kaart (waarschuwing).

‘Kopje koffie’.

Toezicht deken

Oranje

Handhaving HT/inschrijving nadert gevarenzone.

Betrekken van externe informatie/onderzoek.

Zicht op verbetering moet direct optreden, anders naar rood.

Escalatieniveau: Regiomanager.

Overleg met de Deken over verbetertraject.

RvR: Tweede gele kaart

Indien geen directe verbetering, einde HT-relatie met RvR

Toezicht deken

Rood

HT-relatie kan niet meer worden voortgezet. (Three strikes, out)

Samenloop met maatregelenbeleid.

Escalatieniveau: Directie.

Afstemming met de Deken over te volgen traject.

Derde gele kaart: mogelijk formeel traject einde inschrijving bij RvR

Toezicht deken