Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling stralingsbescherming werknemers 2014

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 november 2013, 2013-0000158376 houdende regels ter uitvoering van het Besluit stralingsbescherming (Regeling stralingsbescherming werknemers 2014)

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Stralingsartsen

Artikel 2. Inschrijving in het register

  • 1 De Minister van Economische Zaken draagt zorg voor een actueel register waarin de stralingsartsen worden ingeschreven.

  • 2 Een inschrijving en verlenging vinden plaats indien de aanvrager:

    • a. als bedrijfsarts is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Registratie-commissie Geneeskundig Specialisten van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst;

    • b. in het bezit is van een diploma betreffende de opleiding tot coördinerend deskundige, bedoeld in artikel 7f van het besluit, van een diploma betreffende een opleiding als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen 2013, of van met inachtneming van artikel 7a van het besluit aangetoonde kwalificaties; en

    • c. aantoont dat hij na het verkrijgen van het diploma of de kwalificaties, bedoeld in onderdeel b, de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden, aan welke eis in ieder geval wordt voldaan indien de aanvrager na- of bijscholingsactiviteiten heeft gevolgd, zoals opgenomen in bijlage A, onderdeel I, bij deze regeling.

  • 3 De inschrijving geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Na afloop van die periode kan de inschrijving op aanvraag telkens met ten hoogste vijf jaar worden verlengd, indien de aanvrager aantoont dat hij:

    • a. als bedrijfsarts is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisme van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst; en

    • b. in de afgelopen inschrijvingsperiode van vijf jaar de noodzakelijke kennis en ervaring heeft bijgehouden, aan welke eis in ieder geval wordt voldaan indien de aanvrager na- en bijscholingsactiviteiten heeft gevolgd, zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

  • 4 De aanvrager van een inschrijving verstrekt aan de Minister van Economische Zaken een bewijs van de inschrijving als bedrijfsarts en een afschrift van een diploma of, voor zover mogelijk, kwalificaties als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

  • 5 De Minister van Economische Zaken haalt de inschrijving door op verzoek van de geregistreerde of indien hem relevante gegevens bereiken die deze doorhaling rechtvaardigen.

§ 3. Dosimetrische diensten en dosisregistratiesysteem

Artikel 3. Procedure voor erkenning dosimetrische diensten

  • 1 De Minister van Economische Zaken erkent een dosimetrische dienst op aanvraag van een rechtspersoon. Hij draagt zorg voor publicatie van de erkenning in de Staatscourant en voor een actueel register waarin de erkende dosimetrische diensten worden vermeld.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

    • a. een algemene beschrijving van de te verrichten diensten;

    • b. het ontwerp van het toegepaste persoonsdosimetriesysteem;

    • c. de dosimetrische eigenschappen van de dosismeter, waaronder de energie- en hoekafhankelijkheid, de detectiedrempel voor verschillende soorten straling en de overige prestatiecriteria;

    • d. een beschrijving van de wijze van registratie en rapportage van de meetgegevens;

    • e. een beschrijving van de wijze van kalibratie van het uitleessysteem en de dosismeters, alsmede de frequentie van de kalibratie;

    • f. een beschrijving van de kwaliteitsborging en een beschrijving van de wijze waarop de gegevens worden beveiligd; en

    • g. garanties voor de bescherming van de persoonsgegevens.

  • 3 Een erkenning kan worden geweigerd indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onvoldoende of onvolledig zijn.

Artikel 4. Voorschriften erkende dosimetrische diensten

  • 1 Een erkenning als bedoeld in artikel 3, wordt verleend, indien:

    • a. de dienst is belast met het beheer van het persoonsdosimetriesysteem, inclusief de hieraan verbonden administratieve zorg en het beoordelen van de uitlezingen van de verstrekte dosismeter;

    • b. de dienst voldoet aan de aanbevelingen van de Europese Commissie, opgenomen in Radiation Protection 73 Technical Recommendations Report EUR 14852 EN (1994);

    • c. de dienst is geaccrediteerd volgens de criteria, genoemd in NEN-EN-ISO/IEC standaard 17025, inclusief het kalibratiesysteem;

    • d. de dagelijkse leiding en het beheer van de dienst plaatsvindt door een persoon, die in het bezit is van een diploma betreffende de opleiding tot coördinerend deskundige, bedoeld in artikel 7f van het besluit, van een diploma betreffende een opleiding als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen 2013, of van met inachtneming van artikel 7a van het besluit aangetoonde kwalificaties, bijgestaan door voldoende talrijk, daartoe aangewezen en voor hun taken opgeleid personeel; en

    • e. de dienst deelneemt aan periodieke nationale of internationale prestatie-onderzoeken als aangegeven in ISO 14146 (2000).

  • 2 De erkende dienst verstrekt de Minister en de Minister van Economische Zaken jaarlijks een rapportage met de informatie, die is opgenomen in bijlage B, bij deze regeling.

  • 3 De Minister van Economische Zaken kan een erkenning intrekken, indien de dienst niet voldoet aan de eisen, genoemd in het eerste of tweede lid, dan wel gedurende een jaar geen diensten meer aanbiedt. Hij draagt zorg voor publicatie van de intrekking in de Staatscourant.

Artikel 5. Gegevens dosismeter

  • 1 Een dosimetrische dienst verstrekt een ondernemer ten behoeve van een blootgestelde werknemer een dosismeter, opdat de ondernemer kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 87, eerste lid, van het besluit.

  • 2 Bij de eerste verstrekking van een dosismeter en bij elke belangrijke wijziging in het gebruik of de behandeling ervan, zorgt de dosimetrische dienst ervoor dat ten behoeve van de drager van de dosismeter een instructie beschikbaar wordt gesteld voor het gebruik en de behandeling ervan en dat de instructie te allen tijde opvraagbaar is voor de drager en ondernemer.

  • 3 De ondernemer betaalt de kosten voor de dienstverlening van de dosimetrische dienst.

  • 4 De ondernemer laat de blootgestelde werknemer de dosismeter gebruiken voor een periode van maximaal vijf weken.

  • 5 De ondernemer zorgt er voor, met het oog op het interpreteren van de ontvangen stralingsdosis, dat de blootgestelde werknemer de dosismeter op de juiste wijze draagt en stelt hiervoor interne voorschriften vast, op de naleving waarvan de algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend deskundige binnen de onderneming toeziet.

  • 6 De dosimetrische dienst is de bewerker van de dosisgegevens van de blootgestelde werknemer, zulks ten behoeve van de ondernemer.

  • 7 De dosimetrische dienst draagt zorg voor opname in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, van de gegevens die worden afgeleid van een dosismeter die wordt gebruikt ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van een blootgestelde werknemer.

  • 8 Ter uitvoering van het zevende lid verstrekt de dosimetrische dienst de beheerder periodiek, doch uiterlijk twee maanden na vaststelling ervan, de dosisgegevens afgeleid van de dosismeters die zijn verstrekt aan blootgestelde werknemers, in combinatie met de persoonsgegevens en de op die werknemers betrekking hebbende burgerservicenummers, voor zover het gegevens betreft van een A- of B-werknemer dan wel een werknemer die op vrijwillige basis een dosismeter gebruikt.

  • 9 Een verzoek tot wijziging van de dosisgegevens in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, wordt door de ondernemer, onder vermelding van de redenen, ingediend bij de directeur.

Artikel 6. Dosisregistratie in NDRIS

  • 2 Het NDRIS wordt beheerd door de Nuclear Research and Consultancy Group, locatie Arnhem.

  • 3 Het NDRIS is tevens het gecentraliseerde systeem voor de registratie van gegevens van Nederlandse externe werkers als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn van de Raad der Europese Gemeenschappen, nr. 90/641/Euratom van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone (PbEG L 349/21).

  • 4 Ten behoeve van de dosisregistratie bevat het NDRIS gegevens over de identiteit van de dosismeterdrager, waartoe in ieder geval behoren de naam met voorletters, de geboortedatum, het geslacht, het burgerservicenummer van de dosismeterdrager, de dosisgegevens per periode en cumulatief alsmede de naam en het adres van de ondernemer.

  • 5 De beheerder verwerkt de door een dosimetrische dienst aangeleverde dosisgegevens.

  • 6 De beheerder draagt zorg voor een zorgvuldig beheer van de in de artikelen 87, 88 en 89 van het besluit genoemde gegevens. Tevens neemt hij de nodige maatregelen ter voorkoming van vervalsing, misbruik of onrechtmatige bewerking van het NDRIS.

  • 7 De beheerder wijzigt de dosisgegevens slechts op verzoek van de directeur. Deze wijziging vindt plaats overeenkomstig een protocol, waarvan het model is opgenomen in bijlage C bij deze regeling.

  • 8 De beheerder rapporteert jaarlijks aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de erkende dosimetrische dienst, bedoeld in artikel 3, over zijn werkzaamheden uit hoofde van deze regeling in de vorm van een jaarverslag.

§ 4. Stralingspaspoort

Artikel 7. Model

Als model van het stralingspaspoort, bedoeld in artikel 94 van het besluit, wordt vastgesteld het model, zoals opgenomen in bijlage D bij deze regeling.

Artikel 8. Inlegvel

  • 1 Het stralingspaspoort bestaat uit een omslag en een inlegvel ter registratie van de dosisgegevens.

  • 2 Na beëindiging van de handelingen of werkzaamheden door een externe werknemer worden de desbetreffende gegevens op het inlegvel opgenomen, en wordt dit inlegvel onverwijld overhandigd aan de beheerder, ter opname in het NDRIS.

Artikel 9. Kosten

  • 1 Het stralingspaspoort wordt op aanvraag van de ondernemer tegen betaling van € 110,95 afgegeven door de beheerder van het NDRIS. Het eerste inlegvel is hieronder mede begrepen.

  • 2 Een inlegvel wordt op aanvraag van de ondernemer tegen betaling van € 23,20 afgegeven door de beheerder van het NDRIS.

  • 3 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid past de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen elk jaar, met ingang van 1 januari, aan aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van de bedragen en draagt zorg voor publicatie van de aanpassing in de Staatscourant.

Artikel 10. Eigendom

  • 1 Het stralingspaspoort is en blijft eigendom van de beheerder.

  • 2 Bij verlies of het in ongerede raken van het stralingspaspoort, meldt de ondernemer dit onverwijld aan de beheerder.

  • 3 Op kosten van de ondernemer wordt, indien nodig, een nieuw paspoort verstrekt.

§ 5. Vliegtuigbemanningen

Artikel 11. Methode bepaling dosis

  • 1 De methode, bedoeld in artikel 111, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, voor de bepaling van de ontvangen effectieve dosis bestaat uit het bij elkaar brengen van de individuele relevante vluchtgegevens van de in dat artikel bedoelde werknemer en de op die werknemer betrekking hebbende dosisberekening met het in het derde lid genoemde computerprogramma.

  • 2 De individuele relevante vluchtgegevens worden volgens een schriftelijk vastgelegd protocol verzameld onder verantwoordelijkheid van de in het vijfde lid genoemde deskundige.

  • 3 De dosisberekening wordt uitgevoerd met behulp van het computer-programma CARI-6/6M, uitgegeven door de Federal Aviation Administration.

  • 4 De bepaling van de blootstelling geschiedt zodanig dat op een later tijdstip de juistheid van de resultaten kan worden nagegaan.

  • 5 De methode, bedoeld in het eerste lid, wordt beheerd door een toezichthoudend deskundige met het diploma ioniserende straling niveau 5A, aangevuld met kennis over dosimetrie van vliegtuigbemanningen.

  • 6 De ondernemer zorgt er voor dat de uitslag van de individuele dosisberekening, bedoeld in het eerste lid, onverwijld wordt gezonden aan de beheerder.

§ 6. Waarschuwingsborden en bijbehorende teksten

Artikel 12. Waarschuwingsborden

  • 2 Het bord, bedoeld in het eerste lid, is minimaal 7,5 cm breed, tenzij dit in de situatie waarin het moet worden aangebracht niet redelijk is.

Artikel 13. Tekst bij waarschuwingsbord

  • 1 Onder of naast hetwaarschuwingsbord, bedoeld in artikel 12, eerste lid, bevinden zich een of meerdere gele, rechthoekige borden met een zwarte rand met daarop in het zwart de tekst:

    • a. ‘RÖNTGENSTRALING’, indien een toestel de oorzaak van de mogelijke bloot-stelling is;

    • b. ‘RADIOACTIEVE STOFFEN’, indien radioactieve stoffen de oorzaak van de mogelijke blootstelling zijn;

    • c. ‘BEWAAKTE ZONE’, indien het een bewaakte zone betreft;

    • d. ‘GECONTROLEERDE ZONE’, indien het een gecontroleerde zone betreft.

  • 2 De in het eerste lid, onder c en d, bedoelde teksten gaan, indien het mogelijk aanwezige dosisequivalenttempo in de zone meer dan 10 μSv/uur bedraagt, vergezeld van de tekst: Dosistempo > 10 μSv/uur.

  • 3 Het rechthoekige bord, bedoeld in het eerste lid, is minimaal 7,5 cm breed, tenzij dit in de situatie waarin het moet worden aangebracht niet redelijk is.

Artikel 14. Waarschuwingssignalering op ingekapselde bronnen, toestellen en bronhouders

  • 2 Indien het ingekapselde bronnen betreft, is het eerste lid niet van toepassing op bestaande bronnen die voor 1 maart 2002 worden gebruikt.

  • 4 Het eerste lid is niet van toepassing indien de afmeting van de ingekapselde bron te klein is voor een met het blote oog herkenbaar waarschuwingsbord.

  • 6 Op de borden, geplaatst op bronhouders, is artikel 12, tweede lid, niet van toepassing, indien een bronhouder zodanige afmetingen heeft dat daarop een waarschuwingsbord als bedoeld in artikel 12, eerste lid, met een afmeting als bedoeld in artikel 12, tweede lid, tezamen met een rechthoekig bord als bedoeld in artikel 13, eerste lid, redelijkerwijs niet geplaatst kan worden.

  • 7 Het vijfde lid is niet van toepassing op een bronhouder die tegelijkertijd als broncontainer wordt gebruikt, mits die bronhouder is voorzien van een ADR-etiket.

Artikel 15. Verbodsbord gecontroleerde zone

  • 2 Onder of naast het in het verbodsbord, bedoeld in het eerste lid, bevindt zich een wit, rechthoekig bord met een zwarte rand met daarop in het zwart de tekst: geen toegang voor onbevoegden.

  • 3 Artikel 12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde borden.

§ 7. Risicoanalyse

Artikel 16. Inhoud risicoanalyse

  • 1 De risicoanalyse bevat tenminste de volgende stappen:

    • a. een identificatie van het risico;

    • b. een berekening van het risico; en

    • c. een evaluatie van het risico.

  • 2 De risicoanalyse bevat een schriftelijke uitwerking van de in het eerste lid genoemde stappen, waarbij de in Bijlage E bij deze regeling opgenomen vragen achtereenvolgens beantwoord worden.

  • 3 De uitwerking van de risicoanalyse wordt door de ondernemer in een schriftelijke rapportage vastgelegd.

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 17. Overgangsbepaling certificatie erkende dosimetrische diensten

De verplichting tot certificatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, geldt voor een op 1 januari 2014 erkende dosimetrische dienst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, vanaf 1 januari 2017.

Artikel 18. Overgangsbepaling dosisregistratie in NDRIS

In afwijking van artikel 6, vierde lid, bevat het NDRIS slechts het burgerservicenummer van een dosismeterdrager, van wie de dosisgegevens na 1 maart 2002 door de beheerder worden verwerkt.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stralingsbescherming werknemers 2014.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 november 2013

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Bijlage A. , behorend bij artikel 2, eerste lid

Criteria voor stralingsartsen voor het bijhouden van de noodzakelijke kennis

  • I. Per jaar is gemiddeld 3 dagdelen besteed aan na- of bijscholing over het onderwerp ioniserende straling. Voor de inschrijvingsperiode van vijf jaar betekent dit in totaal 15 dagdelen;

  • II. Aanvullend wordt één keer tijdens de inschrijvingsperiode van vijf jaar een relevante nascholingscursus van tenminste twee dagen gevolgd op het niveau van een opleiding tot coördinerend deskundige.

    Bewijzen van deelname aan de na- of bijscholingsactiviteiten en de nascholingscursus worden bij de aanvraag voor verlenging van de inschrijving gevoegd.

Bijlage B. , behorend bij artikel 4, tweede lid

Rapportage ex artikel 4, tweede lid

Bij de rapportage wordt de volgende informatie verstrekt:

  • 1. De resultaten van de dosimetrie die in dat jaar is uitgevoerd.

  • 2. De wijzigingen die in het kwaliteitshandboek zijn aangebracht op grond van EUR 14852 en eventuele correspondentie met de certificerende instelling daarover.

  • 3. Het aantal (inter)nationale vergelijkingsonderzoeken waaraan is deelgenomen en een samenvatting van de resultaten daarvan.

  • 4. De beschrijving van de wijzigingen in het beveiligingssysteem van de gegevens en de voorzorgsmaatregelen genomen ter voorkoming van het verloren gaan van gegevens.

  • 5. Eventuele knelpunten.

  • 6. De eventueel ontvangen klachten en de behandeling daarvan.

  • 7. De eventuele wijziging in de taakverdeling binnen de dienst en de wijzigingen van de bestuurssamenstelling.

  • 8. Het (financieel) jaarverslag van de organisatie van de dienst.

Bijlage C. behorend bij artikel 6, zevende lid

Protocol wijzigen dosisgegevens

Er zijn onvoorziene omstandigheden denkbaar waarbij de dosis bepaald met de persoonsdosismeters, de effectieve dosis niet juist weerspiegelt. De ondernemer is verplicht in dergelijke gevallen een verzoek in te dienen om de in NDRIS geregistreerde dosis te laten wijzigen overeenkomstig de in het bijbehorende schema beschreven procedure.

In geval er bij de uitlezing van de persoonsdosismeter sprake is van een fout van technische aard, waardoor de dosismeteruitslag onjuist is, kan de dosismetrische dienst zonder tussenkomst van de Inspectie SZW via de beheerder van het NDRIS tot wijziging van de dosisgegevens overgaan. De hier beschreven procedure is dan niet van toepassing.

Bijlage 252671.png
Schema Wijziging dosisgegevens in het NDRIS

Bijlage D. , behorend bij artikel 7 en 8, eerste lid

Model stralingspaspoort

Bijlage 252672.png
Bijlage 252673.png
Bijlage 252674.png

Bijlage E. , behorend bij artikel 16, tweede lid

Stappen risicoanalyse

Bij een risicoanalyse worden de volgende stappen onderscheiden: Risico-identificatie, Risico-berekening en Risico-evaluatie. In een schriftelijke rapportage worden deze stappen nader uitgewerkt en wordt daarbij tevens antwoord gegeven op de navolgende vragen.

  • 1. Risico-identificatie:

    • Zijn alle bronnen van ioniserende straling en hun eigenschappen geïnventariseerd?

    • Welke handelingen vinden plaats met deze bronnen? Zo nodig handelingen opsplitsen in deelhandelingen, om de blootstellingsrisico’s te kunnen specificeren.

    • Waar vinden deze handelingen plaats?

    • Welke maatregelen (technische en organisatorische) zijn genomen om de blootstelling te beperken?

    • Welke blootstellingspaden zijn aan de orde?

    • Hoeveel (deel)handelingen vinden op jaarbasis plaats en hoeveel/welke personen kunnen daarbij blootgesteld worden?

    • Welke ‘voorziene onbedoelde gebeurtenissen’ kunnen bijdragen aan de potentiële blootstelling?

  • 2. Risico-berekening:

    • Welke jaardosis is voor de betrokken personen te verwachten op basis van een verantwoorde schatting van de reguliere èn de potentiële blootstelling?

      Hierbij dient inzicht gegeven te worden in:

      • het effect van persoonlijke beschermingsmiddelen,

      • de kans op voorkomen van de ‘voorziene onbedoelde gebeurtenissen’.

  • 3. Risico-evaluatie:

    • Wordt voldaan aan de wetgeving met betrekking tot:

      • de indeling van betrokken personen als ‘werknemer’, dan wel ‘blootgestelde werknemer’ (categorie A of B) op basis van de berekende jaardosis1

      • de indeling van ruimten in ‘gecontroleerde zone’ of ‘bewaakte zone’,

      • het basisprincipe ALARA,

      • de dosislimieten,

      • de noodzaak tot het nemen van additionele maatregelen?

  • ^ [1]

    Bij de indeling van personen (Bs artikelen 76 t/m 79) en ruimten (Bs artikel 83) wordt de afschermende werking van persoonlijke beschermingsmiddelen bij de bepaling van de jaardosis niet meegenomen. Bij de evaluatie van de blootstellingrisico’s wordt het effect van een beschermingsmiddel wèl in kaart gebracht.