Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 29-10-2013 t/m 31-12-2014

Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 oktober 2013, nr. 553279, houdende instelling van de Evaluatiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. staatssecretaris: Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. commissie: commissie als bedoeld in artikel 2; en

  • c. KNAW: De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Er is een Evaluatiecommissie KNAW.

  • 2 De commissie evalueert het navolgende:

    • a. Welke rol speelde de KNAW in de ontwikkelingen en veranderingen in het wetenschapsbestel in de afgelopen jaren en vervulde zij deze rol adequaat? Tegen de achtergrond van deze ontwikkeling is het opportuun de evaluatie van de KNAW niet beperkt te houden tot het functioneren van de instelling zelf.

      Welke rol zou de KNAW moeten vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel van de komende tien tot twintig jaar, gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld?

      Is de KNAW effectief en doelmatig in de vervulling van haar taken? Is in dit kader de wijze waarop de KNAW haar (bestuurlijke) relaties onderhoudt optimaal?

    • b. Voor de evaluatie van de KNAW als actor in het Nederlandse wetenschapsbestel is het tevens belangrijk de drie rollen te bezien die de KNAW zelf onderscheidt (Strategisch Plan 2010–2015; uit 2010), namelijk die van Genootschap, adviseur en organisatie verantwoordelijk voor de KNAW-instituten. Per rol zijn onder andere de volgende vragen relevant:

      Is de samenstelling van het Genootschap adequaat? Hoe pakt een vergelijking met buitenlandse genootschappen uit?

      Is de KNAW in staat over de volle breedte van het wetenschappelijk werkveld gewichtige adviezen uit te brengen aan de overheid en aan het wetenschapsbestel? Zijn de adviezen effectief?

      Beheert de KNAW haar instituten effectief en doelmatig? Hoe pakt een internationale vergelijking van de KNAW als institutenorganisatie uit? Is het wenselijk de rol van de KNAW als institutenbeheerder te heroverwegen?

Artikel 3. Instellingsduur [Vervallen per 01-01-2015]

De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 oktober 2013 en wordt opgeheven uiterlijk 1 mei 2014.

Artikel 4. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2015]

De commissie verstrekt aan de staatssecretaris desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5. Leden [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. jonkheer ir. R.J. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, tevens voorzitter,

    • b. prof. dr. D.D. Breimer,

    • c. prof. dr. ir. L. Gelders,

    • d. prof. dr. A. Zeilinger.

  • 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, dr. F. Zuijdam. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van het bestaan van de commissie.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid of de secretaris kan de staatssecretaris een vervanger benoemen.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7. Eindrapport [Vervallen per 01-01-2015]

De commissie brengt vóór 1 april 2014 haar eindrapport uit aan de staatssecretaris.

Artikel 8. Vergoeding [Vervallen per 01-01-2015]

  • 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

  • 5 Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 9. Kosten van de commissie [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de staatssecretaris aan.

Artikel 10. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2015]

De commissie biedt de staatssecretaris vóór 1 oktober 2014 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan van de activiteiten over de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.

Artikel 11. Openbaarmaking [Vervallen per 01-01-2015]

Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de staatssecretaris uitgebracht.

Artikel 12. Intellectuele eigendom [Vervallen per 01-01-2015]

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de staatssecretaris noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de staatssecretaris van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 13. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-01-2015]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Dit besluit treedt met terugwerkende kracht met ingang van 15 oktober 2013 in werking.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker