Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

Geldend van 10-03-2017 t/m heden

Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende na overleg met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie;

Gelet op de artikelen 1, 3, 6, 7, 7a, 8 en 13 van de Registratiewet 1970, artikel 6 van de Wet op het centraal testamentenregister en artikel 18 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen

Artikel 1

Deze regeling verstaat onder:

Hoofdstuk 2. Registratie van notariële akten langs elektronische weg bij de KNB

Artikel 2

  • 1 Het register bevat een elektronisch afschrift van elke ter registratie aangeboden akte als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de wet.

  • 2 De registratie, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de wet, en de vermelding van de gegevens, bedoeld in het derde lid, geschieden overeenkomstig de door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, daartoe opgestelde richtlijnen.

  • 4 De notaris ontvangt ter bevestiging van de registratie van een akte een elektronisch ontvangstbericht met de datum van de registratie van die akte.

  • 5 De gegevens in het register en het repertorium betreffende een notariële akte worden ten minste 31 jaar bewaard.

Artikel 3

  • 1 De inschrijving, bedoeld in artikel 7 van de wet, in het repertorium omvat voor elke akte ten minste:

    • a. een doorlopend volgnummer;

    • b. de dagtekening van de akte;

    • c. de soort van de akte;

    • d. van ten minste een van de bij de akte optredende partijen:

      • 1°. bij natuurlijke personen: de naam, met inbegrip van de voornamen, en de woonplaats;

      • 2°. bij niet-natuurlijke personen: de statutaire naam en de woonplaats;

    • e. de vermelding of het een in minuut dan wel in originali verleden akte betreft;

    • f. het aantal renvooien en het aantal annexen;

    • g. de dagtekening van de registratie, wanneer deze heeft plaatsgehad.

    Doorhalingen in het repertorium blijven zichtbaar.

  • 2 De notaris schrijft de door hem verleden akten dagelijks in het repertorium in, uiterlijk de dag nadat een akte is verleden. De artikelen 1 en 3 van de Algemene termijnenwet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3 De inschrijving in het repertorium geschiedt overeenkomstig de daartoe door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, opgestelde richtlijnen.

Artikel 4

  • 1 De notaris doet aangifte overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994, via de KNB bij de inspecteur door registratie van de akte, bedoeld in artikel 3 van de wet, alsmede door het insturen van een elektronisch bericht overeenkomstig de door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, daartoe opgestelde richtlijnen, dat ten minste de volgende gegevens omvat:

    • a. het verschuldigde bedrag;

    • b. de vermelding of sprake is van meegeleverde roerende zaken;

    • c. de vermelding of een beroep op een vrijstelling wordt gedaan.

  • 2 Als tijdstip van het doen van aangifte overdrachtsbelasting bij de inspecteur geldt het tijdstip waarop het elektronische afschrift en het elektronische bericht de KNB hebben bereikt. Als tijdstip van ontvangst door de inspecteur van de berichten inzake de overdrachtsbelasting waarmee een aangifte wordt gecorrigeerd, waarmee bezwaar wordt gemaakt of waarmee een verzoek wordt ingediend, geldt het tijdstip waarop dat bericht de KNB heeft bereikt. De inzending van de berichten, bedoeld in de eerste en tweede volzin, geschiedt overeenkomstig de door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, daartoe opgestelde richtlijnen.

  • 3 De KNB draagt zorg voor onverwijlde doorzending van het elektronische bericht, bedoeld in het eerste lid, en de berichten, bedoeld in het tweede lid, op de wijze zoals is vastgesteld in overleg tussen de KNB en de Belastingdienst waarbij bij verzending van het elektronische bericht een verwijzing wordt opgenomen naar de desbetreffende akte.

Artikel 5

De notaris draagt ervoor zorg dat de elektronische middelen waarmee hij toegang heeft tot het register en het repertorium en waarmee hij de gegevens verstrekt ten behoeve van de aangifte overdrachtsbelasting voldoen aan de daarvoor door de KNB gestelde eisen.

Artikel 6

De KNB draagt zorg voor onverwijlde doorzending van de gegevens, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet, op de wijze zoals is vastgesteld in overleg tussen de KNB en de Belastingdienst.

Artikel 7

De verplichtingen van notarissen, genoemd in de wet, gelden jegens iedere inspecteur.

Artikel 8

De KNB kan beschikken over gegevens uit het repertorium indien dat noodzakelijk is voor het voldoen aan haar wettelijke taken. De KNB draagt zorg voor het onderhoud van het register en het repertorium.

Artikel 9

Van een akte als bedoeld in artikel 42 van de Wet op het notarisambt, die niet is verleden in de Nederlandse taal, doet de inspecteur de vordering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet, bij aangetekend schrijven aan de notaris blijken. Indien niet of niet tijdig aan de vordering wordt voldaan, stelt de inspecteur de KNB hiervan op de hoogte.

Hoofdstuk 3. De registratie van onderhandse akten bij de Belastingdienst

Artikel 10

De registratie door de inspecteur van een in de Friese of in een vreemde taal opgemaakte akte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet, geschiedt in de Nederlandse taal.

Artikel 11

De registers, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet, worden gehouden door de landelijk directeur van het organisatieonderdeel Belastingdienst/Semi massale processen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a1, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.

Artikel 12

  • 2 Het kantoor, bedoeld in het eerste lid, is voor het aanbieden van de akten ter registratie dagelijks van 9.00 uur tot 17.00 uur geopend, met uitzondering van de zaterdag, de zondag, algemeen erkende feestdagen in de zin van de Algemene termijnenwet en de bij of krachtens artikel 3 van die wet daarmee gelijkgestelde dagen.

Artikel 13

  • 1 Akten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet worden door de inspecteur geregistreerd in het register Registratie, waarvan het model is opgenomen in bijlage A. De bladen kunnen tevens andere kolommen of gegevens inhouden dan uit dat model voortvloeit.

  • 2 Van het register Registratie kunnen ter inspectie meer delen tegelijk worden aangehouden. De delen worden per deel doorlopend genummerd.

  • 3 In het register Registratie wordt boven de eerste registratie betreffende de op eenzelfde dag aan de inspecteur aangeboden akten de datum van aanbieding vermeld en wel – met uitzondering van het jaartal – in letters.

Artikel 14

De registratie in het register Registratie, bedoeld in artikel 13, omvat voor elke akte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet ten minste de volgende gegevens:

  • a. een per registerdeel doorlopend volgnummer;

  • b. de naam van de akte;

  • c. van ten minste een van de bij de akte optredende partijen:

    • 1°. bij natuurlijke personen: de naam, met inbegrip van de voornamen, en de woonplaats;

    • 2°. bij niet-natuurlijke personen: de statutaire naam en de woonplaats;

  • d. het aantal exemplaren van de akte dat tegelijk ter registratie is aangeboden;

  • e. het aantal bladen van de akte;

  • f. het aantal renvooien en het aantal annexen.

Artikel 15

Ingeval een akte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet niet of niet door alle daarin als ondertekenaren aangeduide personen is ondertekend, wordt dit bij de registratie vermeld.

Artikel 16

Tegelijk ter registratie aangeboden gelijksoortige akten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet, die door dezelfde persoon zijn aangeboden, kunnen tezamen worden geregistreerd onder een aantal volgnummers dat overeenkomt met het aantal akten. In dat geval worden de gegevens, bedoeld in artikel 14, slechts eenmaal vermeld, voor zover deze voor de verschillende akten gelijk zijn.

Artikel 17

Bij de registratie van een akte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet worden door de inspecteur:

  • a. de in de akte aangebrachte renvooien gewaarmerkt;

  • b. genummerd en gewaarmerkt:

    • 1°. de bladen van uit meer bladen bestaande akten;

    • 2°. de annexen.

Artikel 18

  • 1 De inspecteur stelt ten blijke van de registratie van een akte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet op de akte of, indien meer exemplaren van de akte tegelijk ter registratie zijn aangeboden, op alle exemplaren een door hem ondertekende verklaring van registratie.

  • 2 In de verklaring worden vermeld:

    • a. de plaats en dagtekening van de registratie;

    • b. het nummer van het registerdeel waarin, alsmede het volgnummer waaronder de registratie heeft plaatsgehad;

    • c. het aantal exemplaren van de akte dat tegelijk ter registratie is aangeboden, indien dat aantal meer dan een bedraagt;

    • d. het aantal renvooien en het aantal annexen;

    • e. de omstandigheid, bedoeld in artikel 15.

  • 3 De dagtekening van de registratie wordt – met uitzondering van de eeuw – in letters gesteld.

  • 4 Voor zover voor het stellen van de verklaring op de akte geen voldoende open ruimte is, wordt zij gesteld op een aan de akte te hechten vel papier.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 19

De inspecteur wordt tevens aangewezen als inspecteur van de rijksbelastingen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet op het centraal testamentenregister.

Artikel 20

[Red: Wijzigt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.]

Artikel 21

Als kosten als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de wet komen voor vergoeding in aanmerking de werkelijk gemaakte kosten op basis van nacalculatie door of ten laste van de KNB die noodzakelijk zijn ten behoeve van de uitoefening van de in de wet aan de KNB opgedragen taken zoals deze tussen de KNB en de Belastingdienst zijn vastgesteld dan wel op verzoek van beide partijen door een onafhankelijke ter zake deskundige derde partij. Vijf jaren na eerste ingebruikname van het door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, te ontwikkelen systeem van registratie langs elektronische weg, vindt een evaluatie van de wet, haar uitvoering en dit systeem van vergoeding plaats.

Artikel 22

Tot de datum, bedoeld in artikel V, eerste lid, van de Wet elektronische registratie notariële akten, blijven met betrekking tot akten van notarissen, het repertorium en de aangifte overdrachtsbelasting de Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970 en artikel 21a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van toepassing zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling. Indien ten aanzien van een notaris een beschikking is genomen als bedoeld in artikel V, tweede lid, van de Wet elektronische registratie notariële akten, treedt de in die beschikking vermelde datum in de plaats van de datum, bedoeld in de eerste volzin.

Artikel 24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 25

  • 1 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970.

  • 2 Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 10 oktober 2013

De

Staatssecretaris

van Financiën,

F.H.H. Weekers

Bijlage A

Behorende bij artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

Bijlage 252378.png