Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 01-07-2015 t/m heden

Besluit van 23 september 2013, houdende tijdelijke regels voor experimenten met stembiljetten en een centrale stemopneming (Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2013;

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 31 juli 2013, nr. W04.13.0214/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 september 2013, nr. 2013-0000520984;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder Experimentenwet: Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.

Hoofdstuk 2. Experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland

Paragraaf 2.1. Algemeen

Artikel 2

Dit hoofdstuk is van toepassing op een experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland bij verkiezingen als bedoeld in de Kieswet.

Artikel 3

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Paragraaf 2.2. Elektronische verzending van het stembiljet

Artikel 4

  • 1 De kiezer vermeldt bij zijn verzoek om per brief te stemmen of hij zijn stembiljet per post of per e-mail wil ontvangen.

  • 2 De kiezer die zijn stembiljet per e-mail wil ontvangen, vermeldt het e-mailadres waarnaar het stembiljet moet worden verzonden.

Artikel 5

  • 2 In afwijking van artikel M 6, eerste lid, aanhef, van de Kieswet zendt Onze Minister aan de kiezer die per e-mail zijn stembiljet wil ontvangen, zo spoedig mogelijk het stembiljet per e-mail en stelt hem het overzicht van de kandidatenlijsten beschikbaar.

Artikel 6

Paragraaf 2.3. Briefstembewijzen

Artikel 7

Op het briefstembewijs wordt een nummer vermeld. Onze Minister verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente ’s-Gravenhage de informatie nodig voor het produceren van het briefstembewijs.

Artikel 8

  • 1 Er is een register van ongeldige briefstembewijzen dat wordt beheerd door de burgemeester van ’s-Gravenhage.

  • 2 Ongeldig is het briefstembewijs:

    • a. waarvoor krachtens artikel 10 een vervangend briefstembewijs is verstrekt;

    • b. van iemand die niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden;

    • c. waarvan is vastgesteld dat dit briefstembewijs is ontvreemd of anderszins onrechtmatig in omloop is.

  • 3 Onze Minister verstrekt de burgemeester van ’s-Gravenhage uiterlijk de negende dag voor de stemming de nummers van de ongeldige briefstembewijzen die Onze Minister in omloop heeft gebracht.

Artikel 9

De burgemeester van ’s-Gravenhage stelt uiterlijk de achtste dag voor de stemming uit het register een uittreksel van ongeldige briefstembewijzen vast dat hij aan alle briefstembureaus verstrekt.

Artikel 10

  • 1 In afwijking van artikel M 2, tweede lid, van de Kieswet wordt aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens briefstembewijs in het ongerede is geraakt of die geen briefstembewijs heeft ontvangen, op zijn verzoek een nieuw briefstembewijs verstrekt.

  • 2 De kiezer die zijn werkelijke woonplaats heeft in Aruba, Curaçao of Sint Maarten doet het verzoek schriftelijk of mondeling aan de vertegenwoordiger van Nederland in het land waar hij op de dag van kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats heeft. De overige kiezers doen het verzoek schriftelijk of mondeling aan de burgemeester van ’s-Gravenhage.

  • 4 Het mondeling verzoek dient uiterlijk de negende dag voor de stemming om twaalf uur te zijn gedaan. De kiezer identificeert zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, met een verklaring over het bezit van het Nederlanderschap of met de documenten als bedoeld in artikel J 24, tweede lid, van de Kieswet. Op dit verzoek wordt terstond beslist.

Artikel 11

Onverminderd artikel M 10, eerste lid, van de Kieswet, controleert het briefstembureau of het briefstembewijs echt is en of het nummer van het briefstembewijs voorkomt in het uittreksel van ongeldige briefstembewijzen.

Paragraaf 2.4. Stemmen

Artikel 12

  • 1 Onze Minister stelt voor een verkiezing een van de volgende stembiljetten vast:

    • a. een stembiljet, op basis waarvan de kiezer stemt door op het stembiljet eerst de lijst te kiezen waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, en vervolgens het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te kiezen;

    • b. een stembiljet, op basis waarvan de kiezer stemt door op het stembiljet eerst de lijst te kiezen waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, en vervolgens het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te noteren.

Artikel 13

  • 1 Op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten wordt het logo van een politieke groepering geplaatst, indien:

    • a. dat logo is geregistreerd bij het centraal stembureau; en

    • b. op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten de aanduiding van die groepering wordt geplaatst.

  • 2 De logo’s van twee of meer politieke groeperingen worden gezamenlijk geplaatst, indien:

    • a. die logo’s zijn geregistreerd bij het centraal stembureau; en

    • b. op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, van die politieke groeperingen.

  • 3 Indien op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen van twee of meer politieke groeperingen, en niet van al deze politieke groeperingen een logo is geregistreerd bij het centraal stembureau, wordt geen logo op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten geplaatst.

Artikel 14

  • 1 Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a, vaststelt, stemt de kiezer, in afwijking van artikel M 7, eerste lid, van de Kieswet, door op het stembiljet:

    • 1°. een wit stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, rood, blauw, zwart of groen te maken; en vervolgens

    • 2°. een wit stipje, geplaatst vóór het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze, rood, blauw, zwart of groen te maken.

  • 2 Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder b, vaststelt, stemt de kiezer, in afwijking van artikel M 7, eerste lid, van de Kieswet, door op het stembiljet:

    • 1°. een wit stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, rood, blauw, zwart of groen te maken; en vervolgens

    • 2°. Het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te noteren in de daarvoor bestemde ruimte.

Artikel 15

  • 2 Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht met een stembiljet dat bij of krachtens de Experimentenwet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 3 Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en vóór het kandidaatsnummer van de kandidaat.

  • 4 Onverminderd het derde lid is een stem uitgebracht op de eerste kandidaat van een lijst indien:

    • de kiezer op ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt dat de kandidaat van zijn keuze op die lijst staat door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en geen wit stipje, geplaatst vóór de kandidaatsnummers, geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen is gemaakt; en

    • ondubbelzinnig blijkt dat de kiezer niet met bijschrijvingen op een andere kandidaat heeft willen stemmen.

  • 5 Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat geen wit stipje rood, blauw, zwart of groen is gemaakt.

Artikel 16

  • 2 Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht met een stembiljet dat bij of krachtens de Experimentenwet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 3 Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en door het kandidaatsnummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet.

  • 4 Onverminderd het derde lid is een stem uitgebracht op de eerste kandidaat van een lijst indien:

    • de kiezer op ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt dat de kandidaat van zijn keuze op die lijst staat door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en geen kandidaatsnummer is genoteerd in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet; en

    • ondubbelzinnig blijkt dat de kiezer niet met bijschrijvingen op een andere kandidaat heeft willen stemmen.

  • 5 Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat geen wit stipje rood, blauw, zwart of groen is gemaakt en geen kandidaatsnummer is genoteerd in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet.

Paragraaf 2.5. Overige bepalingen

Artikel 17

  • 1 Onder verantwoordelijkheid van Onze Minister vindt een evaluatie plaats van ieder experiment afzonderlijk.

  • 2 De evaluatie heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de mate waarin het experiment heeft voldaan aan de volgende criteria:

    • a. het stemmen met het nieuwe stembiljet en de mogelijkheid om het stembiljet per e-mail te ontvangen heeft voor de kiezer een meerwaarde boven het stemmen met het huidige stembiljet en het ontvangen van het stembiljet per post, gelet op onder andere:

      • de snelheid waarmee de kiezer de stembescheiden ontvangt;

      • de tijd die de kiezer heeft om zijn stem uit te brengen;

      • de effecten op de stemopneming;

      • het aantal ongeldige stemmen en de redenen daarvan;

      • de mate van voorlichting en ondersteuning en het gebruik daarvan door kiezers.

    • b. de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten voor de uitvoerende instanties staan in verhouding tot de meerwaarde die het nieuwe stembiljet voor de kiezer in het buitenland heeft.

  • 3 Het evaluatierapport beschrijft ten minste:

    • a. de ervaringen van kiezers, stembureauleden en de uitvoerende instanties bij het experiment;

    • b. de kosten van het experiment;

    • c. de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten bij het experiment.

    • d. de conclusies omtrent de voortzetting van de experimenten, dan wel de invoering van de voorzieningen waarmee is geëxperimenteerd.

Artikel 18

  • 1 Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verstrekken zo spoedig mogelijk aan Onze Minister:

    • a. de gegevens uit het bestand, bedoeld in de artikel D 3c, eerste lid, en artikel Y 2, juncto artikel D 3c, eerste lid, van de Kieswet, ten behoeve van de voorlichting over het experiment;

    • b. de gegevens van de kiezers die zich bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage hebben geregistreerd, ten behoeve van de evaluatie van het experiment en, indien van toepassing, voor het elektronisch verzenden van de stembiljetten en het beschikbaar stellen van de kandidatenlijsten.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het elektronisch verzenden van het stembiljet, de registratie van logo’s, het beschikbaar stellen van een overzicht van de kandidatenlijsten, het briefstembewijs, het register ongeldige briefstembewijzen, de werkwijze van het briefstembureau en de evaluatie van het experiment.

Hoofdstuk 3. Experiment met een centrale stemopneming

Paragraaf 3.1. Algemeen

Artikel 19

  • 2 Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 39, is niet van toepassing op briefstembureaus.

Artikel 20

  • 1 Burgemeester en wethouders stellen een gemeentelijk stembureau in.

  • 2 Het gemeentelijk stembureau bestaat uit een door burgemeester en wethouders vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter en ten minste één plaatsvervangend voorzitter is, met dien verstande dat het aantal leden ten minste zo veel is dat voor elke locatie van de stemopneming ten minste vijf leden beschikbaar zijn, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.

  • 3 Indien bij het nemen van een beslissing door het gemeentelijk stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

  • 5 In afwijking van artikel E 4, tweede lid, van de Kieswet kan als lid van een stembureau tevens niet worden benoemd degene die als lid van het gemeentelijk stembureau voor de desbetreffende verkiezing is benoemd.

  • 6 Het lidmaatschap van het gemeentelijk stembureau eindigt van rechtswege nadat over de toelating van de gekozenen is beslist.

  • 7 Burgemeester en wethouders wijzen voor het gemeentelijk stembureau één of meer geschikte locaties aan voor de stemopneming en voor de zitting tot vaststelling van de uitslag voor de gemeente.

Artikel 20a

  • 1 Bij de gecombineerde stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en de leden van een algemeen bestuur, bedoeld in artikel A 1 van de Kieswet, stelt het college van burgemeester en wethouders een gemeentelijk stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en een gemeentelijk stembureau voor de verkiezing van de leden van dat algemeen bestuur in.

  • 2 Indien een gemeente in het gebied van twee of meer waterschappen ligt, stelt het college van burgemeester en wethouders één of meer gemeentelijke stembureaus in die de stemopneming verrichten voor de verkiezing van één of meer waterschappen.

Paragraaf 3.2. Het stembureau

Artikel 21

Artikel 22

  • 1 Het stembureau telt voor iedere lijst het gezamenlijke aantal op de kandidaten uitgebrachte stemmen, de blanco stemmen en de ongeldige stemmen. De voorzitter deelt de aantallen mede.

  • 2 Door de aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.

Artikel 23

  • 1 Het stembureau doet in één of meer afzonderlijke pakken:

    • a. de stembiljetten met een stem op een kandidaat, lijstgewijs gerangschikt;

    • b. de stembiljetten met een blanco stem;

    • c. de stembiljetten met een ongeldige stem.

  • 2 De pakken worden verzegeld, voorzien van de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau en een beschrijving van de inhoud.

Artikel 24

  • 2 De transportbox wordt afgesloten en verzegeld.

  • 3 Totdat het stembureau de transportbox overdraagt ten behoeve van het vervoer naar een locatie voor de stemopneming, draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de transportbox en de pakken niet worden verbroken.

Artikel 25

  • 1 Het proces-verbaal van het stembureau wordt overgedragen aan het gemeentelijk stembureau. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de transportbox wordt vervoerd naar een locatie voor de stemopneming en wordt overgedragen aan het gemeentelijk stembureau.

  • 2 Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, besluiten burgemeester en wethouders uiterlijk de zevende dag voor de stemming op welke locatie de stemopneming voor ieder stembureau plaatsvindt.

  • 3 Nadat de transportbox door het stembureau is overgedragen ten behoeve van het vervoer naar een locatie voor de stemopneming, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat de zegels op de transportbox en de pakken niet worden verbroken totdat het gemeentelijk stembureau aanvangt met zijn werkzaamheden.

Paragraaf 3.3. De stemopneming door het gemeentelijk stembureau

Artikel 26

  • 1 Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk de zevende dag voor de stemming op welk moment het gemeentelijk stembureau in het openbaar de stemopneming verricht, met dien verstande dat de stemopneming uiterlijk de dag na de stemming aanvangt.

  • 2 In afwijking van het eerste lid vangt de stemopneming bij de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur van een waterschap uiterlijk de tweede dag na de stemming aan.

Artikel 27

Het gemeentelijk stembureau kan zich bij de stemopneming doen bijstaan door personen, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.

Artikel 28

Het gemeentelijk stembureau is belast met de handhaving van de orde tijdens de stemopneming. Het kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.

Artikel 29

  • 1 Indien zich naar het oordeel van het gemeentelijk stembureau omstandigheden voordoen in of bij de locatie van de stemopneming die de behoorlijke voortgang van de stemopneming onmogelijk maken, wordt dit door het gemeentelijk stembureau verklaard. De stemopneming wordt daarop geschorst. Het gemeentelijk stembureau doet hiervan terstond mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens wanneer en waar de zitting wordt hervat.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden hieromtrent nadere regels gesteld.

Artikel 30

  • 1 Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, zijn op elke locatie ten minste vijf leden van het gemeentelijk stembureau aanwezig, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.

  • 2 Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, besluiten en handelen de aanwezige leden van het gemeentelijk stembureau namens het gemeentelijk stembureau. Indien bij het nemen van een beslissing door de aanwezige leden van het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter of, indien de voorzitter niet aanwezig is, de plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 31

Het gemeentelijk stembureau verricht voor elk stembureau separaat de handelingen als bedoeld in de artikelen 32 tot en met 36.

Artikel 32

  • 1 Het gemeentelijk stembureau opent de verzegelde transportbox en de verzegelde pakken met stembiljetten.

  • 2 Het gemeentelijk stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:

    • a. het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;

    • b. de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.

  • 3 Daarnaast stelt het gemeentelijk stembureau vast:

    • a. het aantal blanco stemmen;

    • b. het aantal ongeldige stemmen.

  • 4 De som van de aantallen op kandidaten uitgebrachte stemmen, blanco stemmen en ongeldige stemmen is het aantal stemmen dat is geteld.

Artikel 33

  • 2 Het gemeentelijk stembureau maakt de reden van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent onmiddellijk bekend.

  • 3 Indien een van de aanwezige personen dit verlangt, moet het biljet worden getoond. De personen kunnen mondeling bezwaren tegen de genomen beslissing inbrengen.

Artikel 34

  • 1 Indien er een verschil is tussen het aantal getelde stemmen en het aantal toegelaten kiezers, opent het gemeentelijk stembureau de verzegelde pakken, bedoeld in artikel N 2, eerste lid, van de Kieswet en stelt het de aantallen geldige stempassen, kiezerspassen en volmachtbewijzen voor het stembureau opnieuw vast.

Artikel 35

Het gemeentelijk stembureau stelt vast het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld. Voor zover mogelijk geeft het gemeentelijk stembureau hiervoor een verklaring.

Artikel 36

  • 2 Het gemeentelijk stembureau doet vervolgens in één of meer afzonderlijke pakken:

    • a. de stembiljetten met een stem op een kandidaat, lijstgewijs gerangschikt;

    • b. de stembiljetten met een blanco stem;

    • c. de stembiljetten met een ongeldige stem.

  • 3 De pakken worden verzegeld, voorzien van de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau.

Artikel 37

De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.

Paragraaf 3.4. De vaststelling van de uitslag door het gemeentelijk stembureau

Artikel 38

  • 1 Nadat de stemopneming is afgerond, stelt het gemeentelijk stembureau zo spoedig mogelijk in een openbare zitting voor de gemeente voor iedere lijst vast het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de som van deze aantallen.

  • 2 Het gemeentelijk stembureau stelt voor de gemeente tevens vast:

    • a. het aantal blanco stemmen;

    • b. het aantal ongeldige stemmen;

    • c. het aantal stemmen dat bij volmacht is uitgebracht; en

    • d. het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld. Voor zover mogelijk geeft het gemeentelijk stembureau hiervoor een verklaring.

  • 3 De voorzitter maakt de aldus verkregen uitkomsten bekend.

  • 4 Het gemeentelijk stembureau vermeldt in een verslag alle bezwaren die staan in de processen-verbaal van de stembureaus. Het verslag is onderdeel van het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau.

Artikel 39

  • 1 Indien een experiment wordt gehouden in de gemeente ’s-Gravenhage zijn de volgende leden van toepassing.

  • 2 In afwijking van artikel N 20, tweede lid, van de Kieswet, wordt het proces-verbaal van een briefstembureau terstond langs elektronische weg ter kennis van het gemeentelijk stembureau van ’s-Gravenhage gebracht.

  • 4 In afwijking van artikel N 21 van de Kieswet, vindt door het gemeentelijk stembureau van ’s-Gravenhage de vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, eerst plaats nadat hem tevens alle processen-verbaal van de briefstembureaus ter kennis zijn gebracht.

  • 5 Het gemeentelijk stembureau maakt bij de vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, apart melding van de stemmen die in de briefstembureaus zijn uitgebracht.

Artikel 40

De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.

Artikel 41

  • 1 Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, maakt het gemeentelijk stembureau daarvan proces-verbaal op dat alle aanwezige leden tekenen.

  • 2 Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld. In het proces-verbaal is de verkiezingsuitslag voor ieder stembureau herleidbaar.

Artikel 42

  • 1 Het gemeentelijk stembureau maakt het proces-verbaal onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

  • 2 Het gemeentelijk stembureau brengt onverwijld een afschrift van zijn proces-verbaal over naar het vertegenwoordigend orgaan en het hoofdstembureau.

Artikel 42a

In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet kan het hoofdstembureau voor een verkiezing van de leden van een vertegenwoordigend orgaan met twee of meer kieskringen uiterlijk een week voor de stemming besluiten dat zijn zitting op de tweede dag na de stemming betreffende de vaststelling van de verkiezingsuitslag op een later tijdstip dan 10:00 uur plaatsvindt.

Artikel 43

  • 2 Burgemeester en wethouders bewaren de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, en de processen-verbaal van de stembureaus die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt het deze stukken onmiddellijk, tenzij:

    • a. de officier van justitie of de rechter-commissaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek een verzoek heeft gedaan tot overdracht van deze stukken, in welk geval de vernietiging plaatsvindt nadat dit onderzoek is afgerond;

    • b. strafvervolging is ingesteld wegens een strafbaar gestelde gedraging in de Kieswet of de artikelen 125 tot en met 129 van het Wetboek van Strafrecht, in welk geval de vernietiging plaatsvindt nadat er een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is.

  • 2 Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 44

Nadat is beslist over de toelating van de gekozenen, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, te openen en deze pakken, alsmede de processen-verbaal van de stembureaus die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, over te dragen aan de officier van justitie ten dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit.

Paragraaf 3.5. Overige bepalingen

Artikel 45

  • 1 Onder verantwoordelijkheid van Onze Minister vindt een evaluatie plaats van ieder experiment afzonderlijk, dan wel gezamenlijk met een of meer andere, met elkaar samenhangende experimenten.

  • 2 De evaluatie heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de mate waarin het experiment heeft voldaan aan de volgende criteria:

    • a. de centrale stemopneming heeft voor de uitvoerende instanties, de kiezer en politieke partijen een meerwaarde boven de stemopneming in ieder stembureau, gelet op onder andere:

      • de tijd die het kost om de stemopneming te verrichten;

      • het aantal keer dat de stemmen meer dan één keer worden geteld;

      • hoeveel verschillen worden geconstateerd met de voorlopige telling door het stembureau; en

      • de bezwaren die door personen zijn ingediend en hoe daar mee is omgegaan.

    • b. de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten voor de uitvoerende instanties staan in verhouding tot de meerwaarde die de centrale stemopneming heeft.

  • 3 Het evaluatierapport beschrijft ten minste:

    • a. de ervaringen van kiezers, politieke partijen en de uitvoerende instanties bij het experiment;

    • b. de kosten van het experiment;

    • c. de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten bij het experiment.

    • d. de conclusies omtrent de voortzetting van experimenten, dan wel de invoering van de voorzieningen waarmee is geëxperimenteerd.

Artikel 46

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over het vervoer van de stembescheiden en het proces-verbaal van het stembureau, de werkwijze van het gemeentelijk stembureau en de evaluatie van het experiment.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 47

In afwijking van de artikelen Y 2, Y 22 tot en met Y 23, Y 24 en Y 39 van de Kieswet is dit besluit van overeenkomstige toepassing op een experiment dat wordt gehouden bij de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement, met dien verstande dat:

  • a. onverminderd artikel 8, tweede lid, is ongeldig het briefstembewijs van de kiezer die in een andere lidstaat van de Europese Unie als kiezer voor de leden van het Europees Parlement is geregistreerd;

  • b. in afwijking van artikel 26 de stemopneming plaatsvindt op de eerste werkdag na de sluiting van de stembussen in de lidstaat waar de kiezers het laatst hun stem uitbrengen tijdens de stemmingsperiode, bedoeld in de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europees Parlement (Brussel, 20 september 1976, Trb. 1976, 175); en

  • c. in afwijking van artikel Y 2 juncto artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, het hoofdstembureau op de dag na de dag van de stemopneming om tien uur een openbare zitting houdt.

Artikel 47a

Op een experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland bij een referendum als bedoeld in de Wet raadgevend referendum is hoofdstuk 2, met uitzondering van de artikelen 5, eerste lid, en 12 tot en met 16, van toepassing met dien verstande dat:

Artikel 47b

  • 3 Een stem is geldig die voor of tegen de inzake de aan het referendum onderworpen wet dan wel blanco is uitgebracht met een stembiljet dat bij of krachtens de Experimentenwet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 4 Een stem is voor of tegen de inzake de aan het referendum onderworpen wet uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór zijn keuze inzake de aan het referendum onderworpen wet te noteren in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet.

  • 5 Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat geen wit stipje rood, blauw, zwart of groen is gemaakt.

Artikel 48

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van de dag dat de Tijdelijke Experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming (Stb. 2013, 240) vervalt.

Artikel 49

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 23 september 2013

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de zevende oktober 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten