Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel toepassing richtsnoeren ESA’s Wft[Regeling vervallen per 24-06-2016 met terugwerkende kracht tot en met 01-06-2016.]

Geldend van 16-01-2014 t/m 31-05-2016

Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 19 september 2013 tot toepassing van richtsnoeren van de Europese toezichthoudende autoriteiten in verband met het prudentieel toezicht bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht (Beleidsregel toepassing richtsnoeren ESA’s Wft)

De Nederlandsche Bank N.V.,

Gelet op artikel 1:29a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het financieel toezicht en op het bepaalde bij of krachtens het Deel prudentieel toezicht financiële ondernemingen (Deel 3) van de Wet op het financieel toezicht, in het bijzonder de artikelen 3:8, 3:9, 3:10 en 3:17, 3:18a, 3:57, 3:74a, 3:95 en 3:100, 3:111, 3:111a, 3:271, 3:272 en 3:278b;

Gelet op het bepaalde bij of krachtens het Besluit prudentiële regels Wft, in het bijzonder de artikelen 1, 17, 21, 23 en 23f, 77, 78, 88 en 91 en §4.1;

Gelet op artikel 4:1 van de Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010; hoofdstuk 7 van de Regeling securitisaties Wft 2010; afdeling 4.2 van de Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010; §4.2 van de Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011; en de Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011;

Gelet op richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (CRD; PbEU L 177), in het bijzonder de artikelen 3, 4, 11, 22, 57, 73, 77, 81, 106, 122 bis, 129, 131 bis, 135, 136 en 145, alsmede bijlage V, bijlage X, deel 3, en bijlage XII;

Gelet op richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (CAD; PbEU L 177), in het bijzonder bijlage V; en

Gelet op richtlijn nr. 2007/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 tot wijziging van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2002/83/EG, 2004/39/EG, 2005/68/EG en 2006/48/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector (richtlijn deelnemingen in de financiële sector; PbEU L 247), in het bijzonder artikel 5 tot wijziging van richtlijn nr. 2006/48/EG van 14 juni 2006;

Gelet op richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (MiFID; PbEU L 145), in het bijzonder artikel 13;

Gelet op richtlijn nr. 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (Uitvoeringsrichtlijn MiFID; PbEU L 241), in het bijzonder artikel 6;

BESLUIT:

Paragraaf 1. Definities [Vervallen per 24-06-2016]

Artikel 1:1 [Vervallen per 24-06-2016]

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. Wft: Wet op het financieel toezicht;

  • b. Bpr: Besluit prudentiële regels Wft;

  • c. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • d. ESA’s of Europese toezichthoudende autoriteiten: de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en de Europese Bankenautoriteit (EBA);

  • e. EBA: de Europese Bankenautoriteit of European Banking Authority;

  • f. ESMA: de Europese autoriteit voor effecten en markten of European Securities and Markets Authority;

  • g. EIOPA: de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen of European Insurance and Occupational Pensions Authority.

Paragraaf 2. Toepassing richtsnoeren EBA [Vervallen per 24-06-2016]

Artikel 2:1. – Banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling (artikel 3 CRD / artikel 3:111 Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB oefent het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 3:111 van de Wft inzake het regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling uit met inachtneming van de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in CEBS’ guidelines regarding revised Article 3 of Directive 2006/48/EC van 18 november 2010.

Artikel 2:2. – Kenmerken van bestanddelen van het eigen vermogen (artikel 57 onderdeel a CRD / artikel 91 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB merkt de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen b tot en met e, van het Bpr, uitsluitend aan als bestanddelen van het kernkapitaal, indien deze vermogensbestanddelen voldoen aan de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Implementation Guidelines regarding Instruments referred to in Article 57(a) of Directive 2006/48/EC recast van 14 juni 2010, en in het bijzonder de daarin opgenomen criteria.

Artikel 2:3. – Hybride instrumenten van banken (artikel 57 onderdeel c bis CRD / artikel 4:1 Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB past als geldende internationale standaarden als bedoeld in artikel 4:1, derde lid, van de Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010, de richtsnoeren toe van EBA, zoals opgenomen in de Implementation Guidelines for Hybrid Capital Instruments van 10 december 2009.

Artikel 2:4. – Erkenning van kredietbeoordelingsbureaus (artikel 81 CRD / artikel 88 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich bij het vaststellen van de procedure, bedoeld in artikel 88, tweede lid, van het Bpr, op de richtsnoeren van EBA voor de erkenning van kredietbeoordelingsbureaus, zoals opgenomen in de Revised Guidelines on the recognition of External Credit Assessment Institutions van 30 november 2010.

Artikel 2:5. – Definitie van ‘groep van verbonden wederpartijen’ (artikel 4 punt 45 CRD / artikel 1 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich met betrekking tot de reikwijdte van de definitie van het begrip groep van verbonden wederpartijen, bedoeld in artikel 1 van het Bpr, op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in deel I van de Guidelines on the implementation of the revised large exposure regime van 11 december 2009.

Artikel 2:6. – Definitie van ‘grote posten’ (artikel 106 tweede lid CRD / artikel 1 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich met betrekking tot de reikwijdte van de in onderdeel b van de definitie van het begrip grote posten in artikel 1 van het Bpr opgenomen uitzonderingen, op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Implementation Guidelines on Article 106(2) (c) and (d) of Directive 2006/48/EC recast van 28 juli 2010.

Artikel 2:7. – Definitie van ‘groep van verbonden wederpartijen’ (artikel 106 derde lid CRD / artikel 1 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB neemt bij de beoordeling of sprake is van een groep van verbonden wederpartijen, als bedoeld in artikel 1 van het Bpr, bij:

  • vorderingen uit hoofde van constructies betreffende securitisatieposities;

  • vorderingen in de vorm van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten; of

  • overige posten,

in aanmerking de constructie van deze posten als zodanig, of de onderliggende posities ervan, dan wel beide, zulks aan de hand van de economische kenmerken en risico’s die verbonden zijn aan die constructies en met in achtneming van de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in deel II van de Guidelines on the implementation of the revised large exposure regime van 11 december 2009.

Artikel 2:8. – Blootstelling aan overgedragen kredietrisico (artikel 122 bis CRD / hoofdstuk 7 Regeling securitisaties Wft 2010) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB oefent het toezicht op de naleving van de in hoofdstuk 7 van de Regeling securitisaties Wft 2010 opgenomen regels met betrekking tot blootstelling aan overgedragen kredietrisico’s uit met inachtneming van de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Guidelines to Article 122a of the Capital Requirements Directive van 31 december 2010.

Artikel 2:9. – Gezamenlijke besluitvorming college van toezichthouders met betrekking tot het SREP (artikelen 129 derde lid en 136 tweede lid CRD / artikelen 3:18a en 3:111a Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

Indien DNB deelneemt aan een college van toezichthouders, handelt zij met betrekking tot:

  • a. het proces van gezamenlijke besluitvorming, bedoeld in artikel 129, derde lid, van de CRD;

  • b. de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, eerste lid, van de Wft; of

  • c. de toepassing van artikel 3:111a van de Wft inzake door DNB te nemen maatregelen indien een onderneming niet voldoet aan de bij of krachtens de Wft gestelde eisen met betrekking tot de bedrijfsvoering of het toetsingsvermogen,

in overeenstemming met de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Guidelines for the joint assessment of the elements covered by the supervisory review and evaluation process (SREP) and the joint decision regarding the capital adequacy of cross-border groups (GL39) van 22 december 2010.

Artikel 2:10. – Oprichting en operationale werking van colleges van toezichthouders (artikel 131 bis CRD / artikel 3:278b Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

In het geval DNB toezicht houdt op geconsolideerde basis, als bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, van de Wft, baseert zij zich bij de schriftelijke vaststelling en de toepassing van de in artikel 131 van de CRD bedoelde regeling voor de oprichting en operationele werking van het college van toezichthouders op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in CEBS’ Guidelines for the Operational Functioning of Supervisory Colleges (GL 34) van 15 juni 2010.

Artikel 2:11. – Openbaarmaking van gegevens onder omstandigheden van stress (artikel 145 eerste lid CRD / artikel 3:74a Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich bij het toezicht op de naleving van artikel 3:74a van de Wft, inzake de door banken en beleggingsondernemingen met zetel in Nederland openbaar te maken gegevens, bedoeld in bijlage XII, delen 2 en 3, van de CRD, in tijden van stress mede op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Principles for disclosure in times of stress (lessons learnt from the financial crisis) van 26 april 2010.

Artikel 2:12. – Beheersing van relevante risico’s en governance (artikel 22 en bijlage V CRD / artikelen 3:10 en 3:17 Wft en § 4.1 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich bij het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 3:10 en artikel 3:17 van de Wft met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening (governance) van een bank of beleggingsonderneming, en de bedrijfsprocessen van een bank of beleggingsonderneming gericht op het beheersen van relevante risico’s, op de richtsnoeren van EBA voor een adequate governance van de onderneming, zoals opgenomen in het EBAGuidelines on Internal Governance van 26 september 2011.

Artikel 2:13. – Operationeel risico bij marktgerelateerde activiteiten (bijlage V CRD / artikelen 17 en 23 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich bij het toezicht op de naleving van het bepaalde in de artikelen 17 en 23, derde lid, van het Bpr, met betrekking tot de organisatie-inrichting en de vastlegging in procedures en maatregelen van het beleid van een bank of beleggingsonderneming met betrekking tot het beheersen van het operationeel risico, op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Guidelines on the management of operational risks in market-related activities van 12 oktober 2010.

Artikel 2:14. – Mechanismen van overdracht van operationeel risico (bijlage X deel 3 CRD / artikel 78 Bpr en afdeling 4.2 Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010) [Vervallen per 24-06-2016]

In het geval een bank of beleggingsonderneming de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico berekent op basis van de geavanceerde benadering, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van het Bpr, en in haar risicomeetsysteem het risicoverminderende effect van verzekering of van andere mechanismen van risico-overdracht in aanmerking neemt, betrekt DNB bij de beoordeling van deze mechanismen de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Guidelines on Operational Risk Mitigation Techniques van 22 december 2009.

Artikel 2:15. – Beoordeling van gekwalificeerde deelnemingen in financiële ondernemingen (richtlijn deelnemingen in de financiële sector / artikelen 3:95 en 3:100 Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB baseert zich bij de beoordeling of ten aanzien van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, van de Wft, een of meer van de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 3:100, eerste lid, van de Wft van toepassing is, op de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in de Guidelines for the prudential assessment of acquisitions and increases in holdings in the financial sector required by Directive 2007/44/EC van 18 december 2008.

Artikel 2:16. – Uitbreiding en verandering van de geavanceerde benadering voor de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationele risico (bijlage X deel 3 CRD / artikel 78 Bpr en afdeling 4.2 Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010) [Vervallen per 24-06-2016]

In het geval een bank of beleggingsonderneming de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico berekent op basis van de geavanceerde benadering, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van het Bpr, betrekt DNB bij de beoordeling van het beleid van deze onderneming met betrekking tot een uitbreiding of verandering van de geavanceerde benadering en in de communicatie met DNB hierover de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in EBAGuidelines on Advanced Measurement Approach (AMA) – Extensions and Changes, EBA/GL/2012/1, van 6 januari 2012.

Artikel 2:17. – berekening van een stresswaarde van het potentiële verlies (stressed value at risk – stressed-VaR) (bijlage V CAD / artikel 77 Bpr en artikel 4:22 van de Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011) [Vervallen per 24-06-2016]

In het geval een bank of beleggingsonderneming de vereiste solvabiliteit ter dekking van het marktrisico berekent met behulp van eigen interne modellen, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van het Bpr, betrekt DNB bij de beoordeling van de toepassing van artikel 4:22 van de regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011 de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in EBAGuidelines on Stressed Value At Risk (Stressed VaR), EBA/GL/2012/2, van 16 mei 2012.

Artikel 2:18. – modellering van de Incremental Risk Charge (IRC) modellen voor de weergave van de aan de posities in de handelsportefeuille verbonden specifiek renterisico (bijlage V CAD / artikel 77 Bpr en § 4.2 van de Regeling solvabiliteitseisen marktrisico 2011) [Vervallen per 24-06-2016]

In het geval een bank of beleggingsonderneming de vereiste solvabiliteit ter dekking van het marktrisico berekent met behulp van eigen modellen, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van het Bpr, betrekt DNB bij de beoordeling van de modellering van het Incremental Risk Charge (IRC) model voor de weergave van het aan de posities in de handelsportefeuille verbonden specifiek renterisico, bedoeld in § 4.2 van de Regeling solvabiliteitseisen marktrisico 2011, de richtsnoeren van EBA, zoals opgenomen in EBAGuidelines on the Incremental Default and Migration Risk Charge (IRC), EBA/GL/2012/3, van 16 mei 2012.

Artikel 2:19. – nadere invulling beheerst beloningsbeleid (artikel 22 en bijlage V CRD / artikel 23f en de Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011) [Vervallen per 24-06-2016]

DNB oefent het toezicht op de naleving van de regels bij en krachtens artikel 23f van het Bpr uit in overeenstemming met de richtsnoeren van EBA met betrekking tot het beloningsbeleid van een financiële onderneming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Bpr, met inachtneming van de richtsnoeren van EBA met betrekking tot het beloningsbeleid, zoals opgenomen in EBAGuidelines on remuneration Policies and Practices, van 10 december 2010.

Artikel 2:20. – verstrekken van informatie inzake beheerst beloningsbeleid aan DNB (bijlage XII CRD / artikel 2 Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011) [Vervallen per 24-06-2016]

Een bank, beleggingsonderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:17, derde lid, 3:22 of 3:23, tweede lid van de wet, verstrekt de informatie, bedoeld in artikel 2 van de Regeling beheerst beloningsbeleid aan DNB met gebruikmaking van het template zoals omschreven in de bijlage bij EBAGuidelines On the Data Collection Excercise Regarding high Earners, EBA/GL/2012/5, van 27 juli 2012.

Artikel 2:21. – publicatie van informatie inzake beheerst beloningsbeleid (bijlage XII CRD / artikel 25, leden f en g Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011) [Vervallen per 24-06-2016]

Een bank, beleggingsonderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:17, derde lid, 3:22 of 3:23, tweede lid van de wet, publiceert de informatie, bedoeld in 3:74a van de wet, onderscheidenlijk in artikel 25, leden f en g van de Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 met inachtneming van de richtsnoeren van EBA zoals opgenomen in EBAGuidelines On the Remuneration Benchmarking Exercise, EBA/GL/2012/4, van 27 juli 2012.

Artikel 2:22. – geschiktheid en betrouwbaarheid (artikelen 11, 22, 73 en 135 CRD / artikel 3:8, 3:9, 3:17, 3:271 en 3:272 Wft) [Vervallen per 24-06-2016]

  • 1 Een bank of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid of 3:23, tweede lid van de wet, onderscheidenlijk een gemengde financiële holding, financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland, voert een in procedures en maatregelen vastgelegd beleid gericht op een onderbouwde beoordeling van de geschiktheid en de betrouwbaarheid van de personen die zij wil benoemen in een functie, bedoeld in artikel 3:8 of 3:9 van de Wft, of in een andere integriteitsgevoelige functie, met inachtneming van de richtsnoeren van EBA zoals opgenomen in EBAGuidelines on the assessment of the suitability of members of the management body and key function holders, EBA/GL/2012/06, van 22 november 2012.

  • 2 Onverminderd artikel 6 van het Bpr, onderscheidenlijk de Beleidsregel geschiktheid 2012, neemt DNB bij de beoordeling van de betrouwbaarheid of van de geschiktheid voor de toepassing van de Wft de in het eerste lid bedoelde richtsnoeren in aanmerking.

Paragraaf 3. Toepassing richtsnoeren ESMA [Vervallen per 24-06-2016]

Artikel 3:1. – compliancefunctie banken (artikel 13, tweede lid MiFID en artikel 6 Uitvoeringsrichtlijn MiFID / artikel 3:17 Wft en 21 Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

Onverminderd artikel 2:12 van deze beleidsregel, baseert DNB zich bij het toezicht op het bepaalde in artikel 21 van het Bpr met betrekking tot de Compliancefunctie van een bank die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, op de richtsnoeren van ESMA met betrekking tot de compliancefunctie, zoals opgenomen in de Guidelines on certain aspects of the MiFID compliance function requirements,van 25 juni 2012.

Paragraaf 4. Toepassing richtsnoeren EIOPA [Vervallen per 24-06-2016]

Artikel 4:1. – Governance en beheersing van relevante risico’s (artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:17, 3:18, 3:19, 3:57, 3:67, 3:269a, 3:371, 3:272 en 3:273, eerste lid Wft / Hoofdstukken 2, 3, 4, 5, 10 en 12 van het Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

  • 1 DNB oefent het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:17, 3:18, 3:19, 3:57 en 3:67 van de Wft met betrekking tot de governance en beheersing van relevante risico’s van een verzekeraar, uit met inachtneming van de Richtsnoeren voor het governancesysteem van EIOPA van 27 september 2013 (EIOPA-CP-13/08).

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een natura-uitvaartverzekeraar en een levens- en schadeverzekeraar die in het voorafgaande boekjaar een bruto geboekt premie-inkomen had van minder dan vijf miljoen euro en technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op grond van herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, van minder dan 25 miljoen euro.

Artikel 4:2. – Prospectieve beoordeling van de eigen risico’s (artikelen 3:17 en 3:269a Wft / artikel 24a, lid 2 en 3, van het Bpr) [Vervallen per 24-06-2016]

  • 1 DNB oefent het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 3:17 van de Wft en artikel 24a van het Bpr met betrekking tot de eigen risicobeoordeling van een verzekeraar uit met inachtneming van de Richtsnoeren voor de prospectieve beoordeling van de eigen risico’s (op basis van de ORSA-principes) van EIOPA van 27 september 2013 (EIOPA-CP-13/09).

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 3:269a van de Wft.

Paragraaf 5. Slotbepalingen [Vervallen per 24-06-2016]

Artikel 5:1 [Vervallen per 24-06-2016]

De Beleidsregel toepassing richtsnoeren EBA Wft (Stcrt. 2012, 16135) wordt ingetrokken.

Artikel 5:2 [Vervallen per 24-06-2016]

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst.

Artikel 5:3 [Vervallen per 24-06-2016]

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel toepassing richtsnoeren ESA’s Wft.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 19 september 2013

De Nederlandsche Bank N.V.,

J. Sijbrand,

directeur.