Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Raamwerk nascholingscursussen Code 95 en ADR/ADN[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2018.]

Geldend van 31-08-2013 t/m heden

Besluit van de manager divisie CCV van het CBR houdende vaststelling van beleidsregels betreffende het afgeven, schorsen en intrekken van erkenningen van opleidingsinstituten en certificeringen van nascholingscursussen (Raamwerk nascholingscursussen Code 95 en ADR/ADN)

De manager divisie CCV van het CBR,

Gelet op de artikelen 156x Reglement rijbewijzen en hoofdstuk III Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012;

Besluit:

Tot vaststelling van:

Raamwerk nascholingscursussen Code 95 en ADR/ADN Versie 1.1

Hoofdstuk 1. : Toelichting op het raamwerk

Het onderhavige raamwerk is een document als bedoeld in artikel 156s Reglement rijbewijzen. In het raamwerk staan de eisen die worden gesteld aan de certificering van nascholingscursussen en de erkenning van opleidingsinstituten (artikel 156x Reglement rijbewijzen en Hoofdstuk III Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012). Dit raamwerk is van overeenkomstige toepassing op de erkenning als ADR opleidingsinstituut in het kader van de wet vervoer gevaarlijke stoffen, gelet op de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, Bijlage 3. Het raamwerk is ook van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de ADN herhalingstoetsen.

Dit raamwerk beschrijft hoe de divisie CCV van het CBR (hierna: CCV) toezicht houdt op de naleving van de nascholingseisen en erkenning van opleidingsinstituten en welke bezwaar- en beroepsmogelijkheden er zijn tegen opgelegde maatregelen.

Wijzigingen in het raamwerk worden door CCV (periodiek) vastgesteld en actief gecommuniceerd.

In dit raamwerk wordt ingegaan op de positie van CCV, de aanvraagprocedure voor erkenning en certificering, de erkennings- en certificeringseisen, de geldigheidsduur, de wijze waarop het toezicht uitgeoefend wordt en hoe beroep en bezwaar geregeld is en de minimumeisen die gelden voor de verschillende nascholingscursussen.

Hoofdstuk 2. : Positie van de divisie CCV

CCV is aangewezen als exameninstituut dat besluit tot erkenning van opleidingsinstituten voor het uitvoeren van nascholingscursussen en tot certificering van nascholingscursussen. Daarnaast houdt CCV toezicht op de naleving van de eisen die hieraan worden gesteld. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement rijbewijzen en de Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012 en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, gelet op de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen artikel 2 onder a, juncto Hoofdstuk 8 van het ADR.

Hoofdstuk 3. : Aanvraagprocedure

Alvorens een opleidingsinstituut een erkenning kan aanvragen, dient deze een aparte overeenkomst met CBR te sluiten ten aanzien van de rekening-courant en de geldende voorwaarden daarbij.

Een opleidingsinstituut vraagt een erkenning en certificering aan door het invullen van een aanvraagformulier dat te downloaden is van de CBR website. Het formulier dient volledig en correct ingevuld bij CCV te worden ingediend. CCV neemt een besluit op de aanvraag en informeert het opleidingsinstituut daarover. De kosten van de erkenning en certificering worden afgeboekt van de rekening-courant van het opleidingsinstituut.

Gegevens omtrent afgegeven erkenningen en certificeringen publiceert CCV periodiek op de CBR website. Indien een erkenning en/of certificering wordt geschorst of ingetrokken, dan wordt deze door CCV verwijderd van de website.

Ruim voor het aflopen van de certificeringtermijn, kan het opleidingsinstituut een nieuwe aanvraag indienen bij CCV, indien de opleider een nieuwe certificering wenst. De aanvraagprocedure wordt opnieuw volledig doorlopen.

Na intrekking van een erkenning en/of certificering, kan pas een nieuwe aanvraag ingediend worden op het moment dat de periode waarop de intrekking betrekking heeft is afgelopen.

Bovendien moet het opleidingsinstituut aantonen dat er voldoende maatregelen zijn getroffen die voorkomen dat in de toekomst opnieuw zal worden gehandeld in strijd met de gestelde eisen.

Hoofdstuk 4. : Erkennings- en certificeringseisen

Bij de erkenning van een opleidingsinstituut en de certificering van nascholingscursussen hanteert CCV de volgende eisen:

4.1. Erkenning opleidingsinstituut

Voor het verkrijgen en behouden van de erkenning voor nascholing dient het opleidingsinstituut aan de volgende eisen te voldoen.

4.1.1. Eisen algemeen

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.1.1.a. het ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel (Nederland);

  • 4.1.1.b. bij voortduring wordt voldaan aan de eisen en overige verplichtingen die gelden voor de erkenning;

  • 4.1.1.c. een juiste administratie wordt gevoerd;

  • 4.1.1.d. gebruik wordt gemaakt van geschikt materieel en materiaal;

  • 4.1.1.e. er geen deelnemers worden benadeeld of bevoorrecht;

  • 4.1.1.f. personen die onder zijn verantwoordelijkheid werken, zoals docenten, geen verbaal of fysiek geweld plegen of daarmee dreigen.

4.1.2. Eisen locatie

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.1.2.a. de nascholingscursus in Nederland wordt gegeven. Alleen na schriftelijke toestemming van CCV kan een locatie buiten Nederland gebruikt worden voor een aangegeven nascholingscursus;

  • 4.1.2.b. de nascholingscursus op de aangemelde locatie wordt gegeven;

  • 4.1.2.c. de locatie onbelemmerd toegankelijk is voor steekproefnemers;

  • 4.1.2.d. de locatie waar de cursus wordt uitgevoerd hiervoor is ingericht. Dat wil zeggen dat er onder andere: voldoende en passend meubilair is, docent verstaanbaar en zichtbaar is, locatie voldoende verlicht is, een passende temperatuur heeft en er voldoende ventilatie is;

  • 4.1.2.e. tijdens de nascholingscursus de locatie niet voor andere doeleinden wordt gebruikt;

  • 4.1.2.f. de locatie voldoet aan wettelijke veiligheidsvoorschriften. Als locatie wordt tevens aangemerkt de cabine van een voertuig;

  • 4.1.2.g. indien er tijdens de nascholingscursus wordt gereden dient er voor iedere inzittende een deugdelijke zitplaats te zijn volgens de definitie zitplaats uit de Regeling voertuigen.

    Voor voertuigen voor het eerst op kenteken gezet na 31 augustus 2013 geldt aanvullend dat iedere zitplaats, conform de eisen in de Regeling voertuigen, vermeld moet zijn op het kentekenbewijs

  • 4.1.2.h. de locatie geschikt en toereikend is voor het aantal cursisten dat deelneemt aan de cursus;

4.1.3. Eisen legitimatie

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.1.3.a. bij aanvang van de cursusdag het wettige en geldige legitimatiebewijs van iedere cursist die is aangemeld in TOP internet wordt gecontroleerd;

  • 4.1.3.b. een niet verschenen cursist of een cursist zonder geldig legitimatiebewijs binnen 30 minuten na aanvang van de cursus in TOP internet als ‘niet verschenen’ wordt geregistreerd.

4.2. Certificering nascholingscursus

Voor het verkrijgen en behouden van de certificering van een nascholingscursus dient het opleidingsinstituut aan de volgende eisen te voldoen.

4.2.1. Eisen algemeen

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.2.1.a. de cursus wordt uitgevoerd conform de bij de aanvraag gevoegde documenten en de eisen zoals deze zijn gedefinieerd in het onderhavige raamwerk. Bij discrepantie tussen de documenten en de eisen, prevaleren de eisen uit het onderhavige raamwerk.

  • 4.2.1.b. de cursus wordt uitgevoerd conform het bij de aanvraag aangeleverde opleidingsplan. Het opleidingsplan omvat:

    • een verwijzing naar de betrokken minimumeisen in het onderhavige raamwerk;

    • de leerdoelen;

    • de lesonderwerpen die de opleider in de nascholingscursus behandelt;

    • de omvang van de lesonderwerpen;

    • de didactische werkvormen;

    • het te gebruiken (les)materiaal en materieel;

    • de kwalificaties van de docent.

  • 4.2.1.c. lesmateriaal dient op de uitvoeringslocatie aanwezig te zijn en op verzoek van CCV bij CCV te worden ingediend.

  • 4.2.1.d. bij de uitvoering van de cursus het aantal deelnemers niet groter is dan het maximum aantal dat in de onderliggende minimumeis is aangeven;

  • 4.2.1.e. een praktijktraining of een theoriecursus minimaal 7 klokuren beslaat, met uitzondering van pauzes en examentijd;

  • 4.2.1.f. een cursus in dagdelen, een cursus is van 7 klokuren, die om organisatorische en/of praktische redenen, in maximaal twee delen wordt aangeboden. Alle dagdelen worden binnen 10 kalenderdagen afgerond. Een dagdeel heeft minimaal een omvang van 2,5 uur;

  • 4.2.1.g. in een praktijktraining iedere deelnemer ten minste 2,5 uur zelf rijdt, in aanwezigheid van een gekwalificeerde docent;

  • 4.2.1.h. CCV te allen tijde een onbelemmerde toegang heeft bij het afnemen van steekproeven. Kosten voor het niet of niet volledig uit kunnen voeren van steekproeven, bij een belemmerde toegang, dan wel een andere oorzaak, komen voor rekening van de opleider;

  • 4.2.1.i. er een goede (telefonische) bereikbaarheid is van docenten;

  • 4.2.1.j. de cursus wordt uitgevoerd volgens de eisen uit het onderhavige raamwerk ten aanzien van E-learning;

  • 4.2.1.k. de cursus wordt uitgevoerd volgens de eisen uit het onderhavige raamwerk ten aanzien van de simulatoren.

4.2.2. Eisen docenten

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.2.2.a. de door hem in te zetten docenten deskundig, integer en objectief zijn;

    Deskundig wil zeggen:

    • docenten beschikken over de kwalificaties vermeld in de betrokken minimumeisen van het raamwerk nascholingscursussen;

    • docenten beschikken over een goede kennis van de ontwikkelingen op het vakgebied waar de cursus betrekking op heeft;

    • docenten kennen de voorschriften en opleidingseisen m.b.t. de nascholing en kunnen deze toepassen in de cursus;

    • docenten beschikken over didactische vaardigheden om de stof goed aan de cursisten over te kunnen brengen.

  • 4.2.2.b. de docent tijdens elke cursusdag een geldig legitimatiebewijs kan tonen;

  • 4.2.2.c. de docent tijdens elke cursusdag kan aantonen dat hij over de benodigde kwalificaties beschikt;

  • 4.2.2.d. de docent bij het uitoefenen van de werkzaamheden als docent niet wordt aangemeld als cursist.

4.2.3. Eisen Cursusdag

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

  • 4.2.3.a. cursusdagen plaatsvinden op: maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur en zaterdag tussen 7.00 uur en 18.00 uur. Op zondagen en landelijke feestdagen (met uitzondering van 5 mei en Goede vrijdag) mogen er geen nascholings- of ADR cursussen plaatsvinden.

  • 4.2.3.b. cursusdagen, uiterlijk 3 dagen voor de uitvoeringsdag, worden aangemeld in TOP internet. Het opleidingsinstituut is verplicht om de aanwijzingen van CCV met betrekking tot de wijze van registratie van cursusdagen en cursisten op te volgen;

  • 4.2.3.c. cursusgegevens correct worden geregistreerd;

  • 4.2.3.d. de cursisten bij een opgeknipte cursus, beide delen doorlopen, binnen de daarvoor geldende termijn;

  • 4.2.3.e. de cursus in het Nederlands wordt gegeven en de deelnemers het Nederlands voldoende beheersen om de cursus te kunnen volgen;

  • 4.2.3.f. de cursist tijdens de cursusdag niet productief is ('On the job'-cursusdag is niet toegestaan.) Indien tijdens de cursusdag lading geladen of gelost moet worden, dient het te gaan om dezelfde lading die op dezelfde locatie, geladen en gelost wordt (of vice versa);

  • 4.2.3.g. de cursist tijdens de cursusdag niet onder invloed van alcohol of drugs is;

  • 4.2.3.h. er tijdens de cursusdag maximaal 30 minuten aan een oefentoets besteed wordt;

  • 4.2.3.i. bij een praktijktraining het startpunt hetzelfde is als het eindpunt;

  • 4.2.3.j. bij een praktijktraining bij aanvang het vereiste geldige rijbewijs, voor het voertuig waarmee gereden wordt, wordt gecontroleerd;

  • 4.2.3.k. indien een praktijktraining plaatsvindt op een besloten terrein, het terrein hier zich qua omvang en inrichting voor leent. Alleen als de minimumeisen dit aangeven kan een besloten terrein ingezet worden;

  • 4.2.3.l. de uitvoeringslocatie van de cursus in TOP internet is aangegeven. Bij het rijden op de openbare weg, geeft het opleidingsinstituut de start- en eindlocatie aan en zorgt dat de kandidaten de eerste en de laatste vijftien minuten op de opgegeven locatie aanwezig zijn;

  • 4.2.3.m. de gegevens van de cursisten uiterlijk 1 dag voor de uitvoeringsdag correct zijn ingevoerd in TOP internet;

  • 4.2.3.n. bij iedere cursusdag de uit TOP internet verkregen en door docent en cursisten aan het begin van de cursusdag getekende presentielijst beschikbaar is. Er mogen geen cursisten op de presentielijst worden bijgeschreven;

  • 4.2.3.o. de TOP-presentielijst direct na afloop van de cursusdag wordt afgetekend door de cursisten;

  • 4.2.3.p. de presentielijst tijdens een steekproef per direct kan worden getoond;

  • 4.2.3.q. uiterlijk binnen 3 dagen na elke cursusdag alle cursisten, die de gehele cursusdag aanwezig waren, zijn geregistreerd als ‘verschenen’ in TOP internet;

  • 4.2.3.r. de presentielijst uit TOP internet voor de periode van ten minste 1 jaar na de cursusdag op een beveiligde manier wordt bewaard;

  • 4.2.3.s. bij het vervallen van een reeds aangemelde cursusdag, de cursistgegevens correct en tijdig worden verwijderd uit TOP internet;

  • 4.2.3.t. als een cursusdag voortijdig wordt beëindigd de betreffende cursist(en) binnen 30 minuten na het moment van beëindigen, is(zijn) geregistreerd als ‘afgebroken’ in TOP internet;

  • 4.2.3.u. alleen als er sprake is van een storing van TOP internet, waarbij de oorzaak bij CCV ligt, cursisten worden afgemeld per e-mail, onder vermelding van de reden: ‘niet verschenen’, dan wel ‘afgebroken’. De melding dient binnen 30 minuten na het ontstaan van de situatie te zijn doorgegeven;

  • 4.2.3.v. tot maximaal 30 minuten na aanvang van de cursusdag wijzigingen worden doorgevoerd. Tot dit moment kan een actuele presentielijst uit TOP internet worden verkregen.

Hoofdstuk 5. : Geldigheidsduur

Een erkenning als opleidingsinstituut en certificering van een nascholingscursus hebben een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren. Een tussentijdse opzegging of het stellen van aanvullende eisen aan een erkenning/certificering door CBR is mogelijk indien de actualiteit of bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven.

Hoofdstuk 6. : Toezicht

CCV houdt op twee manieren toezicht op de nascholing, namelijk:

  • door het beoordelen van de aanvraag voor erkenning en certificering

  • door toezicht te houden door het uitvoeren van (onaangekondigde) steekproeven.

Als in strijd met de gestelde eisen en verplichtingen wordt gehandeld, kan CCV de maatregelen opleggen, die in artikel 6.2. zijn genoemd.

Welke maatregel wordt opgelegd is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding.

Het resultaat van een steekproef wordt schriftelijk aan het opleidingsinstituut bevestigd.

6.1. Overtredingen

CCV onderscheidt vier categorieën overtredingen. Twee categorieën bij de erkenning van opleidingsinstituten en twee bij de certificering van nascholingscursussen.

Het is mogelijk dat het opleidingsinstituut een overtreding begaat die niet specifiek is benoemd. Dit betekent niet dat er geen maatregel zal worden opgelegd. CCV zal in dat geval de niet benoemde overtreding alsnog categoriseren en sanctioneren.

6.1.1. Categorieën overtredingen erkenning opleidingsinstituut

Categorie A. overtredingen zijn onder meer:

  • handelen in strijd met de 4.1.1.Eisen algemeen, nummers: 4.1.1.a., 4.1.1.b., 4.1.1.c., 4.1.1.d.

  • handelen in strijd met de 4.1.2.Eisen locatie, nummers: 4.1.2.a., 4.1.2.b., 4.1.2.c., 4.1.2.d., 4.1.2.e., 4.1.2.f., 4.1.2.g.

  • handelen in strijd met de 4.1.3.Eisen legitimatie, nummers: 4.1.3.a., 4.1.3.b.

Categorie B. overtredingen zijn onder meer:

  • handelen in strijd met de 4.1.1.Eisen algemeen, nummers: 4.1.1.e., 4.1.1.f.

6.1.2. Categorieën overtredingen certificering nascholingscursussen

Categorie 1. overtredingen zijn onder meer:

  • handelen in strijd met 4.2.1.Eisen algemeen, nummers: 4.2.1.a., 4.2.1.b., 4.2.1.d., 4.2.1.h., 4.2.1.i., 4.2.1.j, 4.2.1.k.

  • handelen in strijd met 4.2.2.Eisen docenten, nummers: 4.2.2.b., 4.2.2.c.

  • handelen in strijd met de 4.2.3.Eisen cursusdag, nummers: 4.2.3.a., 4.2.3.b.,4.2.3.h, 4.2.3.k., 4.2.3.l., 4.2.3.m., 4.2.3.n., 4.2.3.o., 4.2.3.p., 4.2.3.q., 4.2.3.t.

Categorie 2. overtredingen zijn onder meer:

  • handelen in strijd met 4.2.1.Eisen algemeen, nummers: 4.2.1.c., 4.2.1.e., 4.2.1.f., 4.2.1.g.

  • handelen in strijd met 4.2.2.Eisen docenten, nummers: 4.2.2.a., 4.2.2.d.

  • handelen in strijd met de 4.2.3.Eisen cursusdag, nummers: 4.2.3.c., 4.2.3.d., 4.2.3.e., 4.2.3.f., 4.2.3.g., 4.2.3.i., 4.2.3.j., 4.2.3.r., 4.2.3.s., 4.2.3.u.

6.2. Sanctionering

Afhankelijk van de categorie van de overtreding en het aantal gepleegde overtredingen wordt een maatregel opgelegd. Het betreft een systeem van in ernst oplopende sancties, waarbij in algemene zin rekening is gehouden met de bedrijfseconomische belangen van de opleidingsinstituten.

Er is sprake van een tweede (en volgende) overtreding, als deze binnen 24 maanden na de eerste overtreding heeft plaatsgevonden.

CCV kan de volgende maatregelen opleggen:

6.2.1. Waarschuwing

De waarschuwingen worden schriftelijk aan de opleider bekend gemaakt.

6.2.2. Waarschuwing met verscherpt toezicht.

Aan de waarschuwing wordt verscherpt toezicht toegevoegd. Aanvullende steekproeven worden op kosten van het opleidingsinstituut uitgevoerd. De kosten van de steekproeven staan op de website van het CBR.

6.2.3. Schorsen van de certificering voor een nascholingscursus voor 12 weken.

De schorsing van de certificering geldt voor een periode van 12 weken. Deze schorsing kan betrekking hebben op één of meerdere nascholingscursussen.

6.2.4. Intrekken van de certificering voor een nascholingscursus

Na intrekking van een certificering kan het opleidingsinstituut na verloop van tenminste 6 maanden opnieuw een aanvraag voor certificering van de betrokken nascholingscursus indienen.

6.2.5. Schorsen van een erkenning als opleidingsinstituut voor 12 weken

De schorsing van de erkenning als opleidingsinstituut geldt voor een periode van 12 weken.

6.2.6. Intrekken van een erkenning als opleidingsinstituut

Na intrekking van een erkenning kan het opleidingsinstituut na verloop van tenminste 6 maanden opnieuw een aanvraag voor erkenning indienen.

Als uw erkenning en/of certificering is ingetrokken, dient u binnen 12 weken aan te tonen dat er voldoende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat er in de toekomst opnieuw in strijd met het raamwerk gehandeld zal worden. Zolang deze maatregelen niet zijn getroffen blijft de intrekking van kracht.

6.3. Flowchart overtredingen Erkenning opleidingsinstituut

6.4. Flowchart overtredingen Certificering nascholingscursussen

Bijlage 252278.png

Een intrekking van de erkenning of certificering treedt direct in werking na het genomen besluit. Cursusdagen waarvoor al kandidaten zijn opgevoerd in TOP kunnen nog gegeven worden.

Hoofdstuk 7. : Bezwaar en beroep

7.1. Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit tot intrekking of schorsing van een erkenning of certificering bezwaar indienen bij de afdeling Juridische Zaken van het CBR. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit. In uw bezwaarschrift moet u aangegeven waarom u het niet eens bent met de beslissing. Tevens moet u een kopie van de beslissing waartegen u bezwaar maakt meesturen. Onderaan de beslissing vindt u informatie over hoe u in bezwaar kunt gaan.

7.2. Geen bezwaar mogelijk

Tegen een brief met een waarschuwing (met verscherpt toezicht) kunt u geen bezwaarschrift indienen, omdat dit geen besluit betreft in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een voorbereidingshandeling.

7.3. Hoorzitting

Als u bezwaar maakt tegen een besluit kunt u worden uitgenodigd voor een hoorzitting om uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van het CBR in Rijswijk. Indien u dit wenst kan de hoorzitting ook telefonisch plaatsvinden.

7.4. Schorsende werking

Het indienen van bezwaar en beroep tegen een besluit heeft geen schorsende werking.

7.5. Beroep

Tegen een beslissing op bezwaar kunt u in beroep bij de rechtbank. Onderaan de beslissing staat informatie over hoe in beroep gegaan kan worden.

Hoofdstuk 8. : E-learning

Een deel van de nascholing kan met behulp van E-learning uitgevoerd worden. In dit hoofdstuk zijn de eisen en randvoorwaarden aangegeven die gelden voor E-learning in het kader van nascholing.

8.1. Randvoorwaarden E-learning

Bij het uitvoeren van nascholingscursussen met behulp van E-learning gelden de volgende randvoorwaarden:

  • 8.1..1. E-learning wordt altijd via dagdelen ingevuld (met maximaal 10 kalenderdagen tussen dagdeel 1 en dagdeel 2);

  • 8.1..2. dagdeel 1 van de cursus, mag met E-learning ingevuld worden;

  • 8.1..3. de omvang van het E-learning deel is minimaal 2,5 uur (is de tijd die een deelnemer nodig heeft om de e-learning module te doorlopen);

  • 8.1..4. dagdeel 2, heeft een minimale omvang van 2,5 uur en wordt altijd klassikaal uitgevoerd.

Dagdeel 2 bestaat uit:

  • 9.1.4.a. een dekkende kennistoets, over het E-learning deel, met een realistische normering;

  • 9.1.4.b. gevolgd door een klassikale verdieping op een of meerdere onderwerpen uit de nascholingscursus.

8.2. Systeemeisen E-learning

Om te borgen dat bij de inzet van E-learning gebruik gemaakt wordt van een adequaat systeem, zijn er een aantal systeemeisen/criteria opgesteld.

Alleen systemen die aan deze eisen voldoen, kunnen t.b.v. de Nascholing ingezet worden.

8.2.1. Algemeen

Een E-learningsysteem is een online leersysteem, waarin leerstof aan deelnemers wordt aangeboden en deelnemers leerstof kunnen verwerken.

Het online leersysteem bevat:

  • 8.2.1.a. een borging dat deelnemers actief zijn bij het doorlopen van de module (b.v. regelmatige interactie nodig op de computer);

  • 8.2.1.b. de leerstof in gevarieerde vormen wordt aangeboden (tekst, beeld, audio, video, vragen, reflectie, e.d.);

  • 8.2.1.c. bestudeerde onderdelen tussentijds worden getoetst (met een drempel om door te gaan naar een volgend hoofdstuk);

  • 8.2.1.d. de leerstof een uitwerking is van het onderliggende opleidingsprogramma (inhoudelijk en in verdeling van tijd).

8.2.2. Inhoudelijk

De E-learning cursus heeft de volgende kenmerken:

  • 8.2.2.a. toegankelijke leerstof (tekst en beeld), die begrijpelijk is voor de deelnemer;

  • 8.2.2.b. leerstof die aansluit op het onderliggende opleidingsprogramma;

  • 8.2.2.c. lesstof die sturend is en de deelnemer door de module begeleidt;

  • 8.2.2.d. toelichtende video en/of animaties (variëren in gebruik tekst, beeld, audio, video);

  • 8.2.2.e. toetsvragen, ter controle of leerstof begrepen is (met gemotiveerde antwoorden);

  • 8.2.2.f. tussentoetsen, die met een voldoende moeten worden afgesloten om naar een volgend hoofdstuk door te kunnen gaan.

8.2.3. Ondersteuning

Het systeem biedt de volgende ondersteuning voor de deelnemers:

  • 8.2.3.a. het systeem kent een helpdeskfunctie. Vragen die een deelnemer stelt, worden binnen 24 uur/1 werkdag beantwoord;

  • 8.2.3.b. het systeem biedt een duidelijke en gebruiksvriendelijke navigatiestructuur, die de deelnemer door het programma leidt. De navigatiestructuur is voor iedereen (evt. met behulp van een eenvoudige instructie) zonder problemen te hanteren;

  • 8.2.3.c. het systeem geeft aan welke onderdelen de deelnemer doorlopen heeft, zodat de deelnemer steeds inzicht heeft wat hij nog moet doen;

  • 8.2.3.d. het systeem biedt via een leerling volg systeem mogelijkheden tot interactie tussen de deelnemer en de begeleidende docent (op afstand). De docent kan de voortgang van de deelnemer in de gaten houden. De leerling kan bij problemen met het verwerken van de stof een beroep doen op ondersteuning van de begeleidende docent. De begeleidende docent kan via het systeem in contact treden met de deelnemer en andersom. De volgende functies zijn via het leerlingvolgsysteem beschikbaar:

    • 1) bestede studie-uren (totaal en per onderdeel), per deelnemer en per deelnemersgroep;

    • 2) beantwoorde vragen individueel;

    • 3) beantwoorde vragen per deelnemersgroep.

8.2.4. Veiligheidsmaatregelen/borging

Het systeem kent de volgende functies, ter borging van een juist gebruik:

  • 8.2.4.a. iedere deelnemer heeft toegang tot het E-learning systeem via unieke inloggegevens (unieke code of gebruikersnaam/wachtwoord);

  • 8.2.4.b. op 1 apparaat kan met 1 E-learning-account ingelogd worden (niet met meerdere tegelijkertijd);

  • 8.2.4.c. de toegang van een deelnemer is gekoppeld aan een opleider en een (gecertificeerde) nascholingscursus;

  • 8.2.4.d. in het systeem wordt de termijn vastgelegd waarbinnen de E-learning module moet worden doorlopen. Na het aflopen van de termijn, vervalt de toegang tot het systeem voor de deelnemer;

  • 8.2.4.e. de activiteiten van de deelnemer worden gelogd (zie ook onder ‘Rapportages’):

    • 1) inloggen en uitloggen;

    • 2) inactief zijn (systeem in pauzestand).

8.2.5. Verantwoordelijkheden (rollen)

De eigenaar van het E-learning systeem waarborgt:

  • 8.2.6.a. het E-learning systeem is 24 uur per dag operationeel;

  • 8.2.6.b. het systeem is 99% van de tijd beschikbaar;

  • 8.2.6.c. niet beschikbaarheid, wegens onderhoud, wordt duidelijk en tijdig gecommuniceerd;

  • 8.2.6.d. systeemvernieuwingen mogen geen negatieve invloed hebben op reeds doorlopen activiteiten van deelnemers en loggegevens.

De opleider, die E-learning inzet bij de nascholing, is verantwoordelijk voor:

  • 8.2.6.e. het geven van toestemming aan de systeemeigenaar tot het verstrekken van rapportages aan CCV en het door CCV kunnen opvragen van specifieke gegevens aangaande nascholingscursussen/deelnemersgroepen;

  • 8.2.6.f. de juiste inzet van E-learning t.b.v. de nascholing;

  • 8.2.6.g. de toelating van deelnemers tot het tweede deel van de nascholing. (alleen deelnemers die de E-learning module hebben afgerond, krijgen toegang tot het tweede deel);

  • 8.2.6.h. het beschikbaar hebben van een rapportage over het uren-verloop/voortgang E-learning van de deelnemersgroep tijdens het tweede (klassikale) deel van de betreffende nascholingscursus.

8.2.6. Rapportages

De eigenaar van het E-learning systeem levert per kwartaal de volgende rapportages op aan CCV:

Per opleider en per registratiecode:

  • 8.2.6.a. een overzicht van afwijkingen met betrekking tot de 10 dagentermijn (maximale termijn die is toegestaan tussen uitvoering deel 1 en deel 2 van de cursus);

  • 8.2.6.b. een overzicht van afwijkingen met betrekking tot de logtijden (afwijking t.o.v. aantal uur E-learning dat in opleidingsplan is aangegeven;

  • 8.2.6.c. een overzicht van opvallende inactieftijden (de tijden dat het systeem op rust/pauze staat, omdat de deelnemer inactief is; alle afwijkingen van 15 minuten of meer);

  • 8.2.6.d. een overzicht van niet geheel doorlopen E-learning modules.

CCV krijgt, op haar eerste verzoek, toegang tot het E-learning systeem.

De opleider beschikt over een overzicht per deelnemersgroep met de inlogfrequentie, inlogtijden en (in)actieftijden op deelnemersniveau. Dit overzicht van de betreffende groep is beschikbaar bij de uitvoering van het tweede deel van de nascholing.

Hoofdstuk 9. : Simulatoren

9.1. Technische eisen Simulatoren

Onderdeel

Minimum eisen

Mogelijke oplossingen

Zicht systeem

Essentiële eisen

Horizontaal: 180 graden, evenredig over zicht naar links en naar rechts verdeeld

Afstand tot bestuurder minimaal 1,50 meter

Resolutie mag lager zijn dan 1400 x 1050 pixels indien er schaling wordt toegepast

Beeldverversing: refresh rate: 60 Hz

Synchronisatie beelden tussen de verschillende kanalen

Voldoende contrast ivm verschil tussen dag en nacht

3 of 4 monitoren/schermen

rond scherm

Voor de beeldverversing wordt geadviseerd een zo hoog mogelijk aantal Hz te gebruiken ter voorkoming van simulatorziekte

Belangrijke eisen

Verticaal: 45 graden, met tenminste 15 graden bovenzicht en 27 graden onderzicht, beeldratio projectie 4:3 (de onderrand (zichtafstand voor de cabine vanuit oogpunt chauffeur naar onderzijde voorruit) is belangrijker is dan de bovenrand)

Resolutie: 1400 x 1050 pixels

Vloeiende overgang tussen de verschillende projectoren

 

Simulatie zichtverbeterende systemen

Essentiële eisen

Wettelijk voorgeschreven zichtverbeterende systemen (met uitzondering van frontzicht systeem)

‘Picture in picture’ oplossing voor spiegels wordt niet geaccepteerd

– Separate monitors

– Projectie dmv spiegels

Belangrijke eisen

Frontzicht systeem

 

Bewegingssysteem

Essentiële eisen

3 degrees of freedom met ‘real time’ nabootsing van bewegingen

De vertraging die het bewegingssysteem introduceert op het zichtsysteem moet constant zijn en kleiner zijn dan 25 ms

 

Belangrijke eisen

6 degrees of freedom met ‘real time’ nabootsing van bewegingen

Simulatie van contact met weg (trilling), in combinatie met niveau verschillen (bijvoorbeeld stoepranden, drempels) en oneffenheden (bijvoorbeeld spoor)

– platform 6 ‘degrees of freedom’ (elektrisch of mechanisch)

Cabine systeem

Essentiële eisen

Realistische nabootsing van bestuurdersstoel met dashboard (-bediening), pedalen, stuur (-bekrachtiging), remsystemen en versnellingsbak (met minimaal vijf (C1, D1 of D) of acht (C) voorwaartse versnellingen).

In de cabine dient er sprake te zijn van een realistische geluidsweergave van motor, schakelen, luchtremmen en ander verkeer

Communicatie met de bestuurder moet kunnen plaatsvinden

De toetsafnemer/operator moet tijdens de rit het gezicht van de bestuurder kunnen waarnemen.

– open systeem

– gesloten systeem

– complete cabine

Communicatie bestuurder mogelijk met audio verbinding

Belangrijke eisen

De versnellingsbak is om te schakelen naar automaat

De toetsafnemer/operator moet tijdens de rit de stuur- en zithouding van de bestuurder kunnen waarnemen.

 

Simulatie voertuig bus

Essentiële eisen

Simulatie van een bus die qua afmetingen en eigenschappen voldoet aan de voertuigeisen D of D1 (afhankelijk van de af te leggen toets) met een realistische aandrijving en voertuiggedrag.

 

Simulatie voertuig vrachtwagen

Essentiële eisen

Simulatie van een vrachtauto die qua afmetingen en eigenschappen voldoet aan de voertuigeisen C of C1 (afhankelijk van de af te leggen toets met een realistische aandrijving en voertuiggedrag.

Belading variabel

 

Belangrijke eisen

Zwaartepunt te verplaatsen

 

Simulatie van storingen

Essentiële eisen

Realistische simulatie van de gevolgen van tenminste 6 van onderstaande meest voorkomende storingen:

Handrem

Luchtdruk

Oliedruk

Koelvloeistof

Remcircuit

Stuurbekrachtiging

Lekke band

Dashboardcontrolelampjes

Elektrisch circuit

Brandstof

Cabinevergrendeling

 

Belangrijke eisen

Realistische simulatie van alle bovenstaande storingen

 

Wegen database

Essentiële eisen

Geotypische database bestaande uit:

Stad

Dorp

Snelweg

Provinciale weg

Bergen (optioneel)

Manoeuvreerterrein of industriegebied (optioneel)

Voor specifieke database eisen: zie document database eisen

Belangrijke eisen

Hierbij dienen de toegepaste verkeersborden, de plaatsing van de verkeersborden, de werking van (verkeers-)lichten en het type wegmarkeringen overeen te komen met de Nederlandse situatie (m.u.v. de wegen in de bergen)

Voor specifieke database eisen: zie document database eisen

Simulatie ander verkeer

Essentiële eisen

Het verkeersbeeld dient op een acceptabel niveau te liggen voor wat betreft de benadering van de werkelijkheid.

Het verkeer moet intelligent gedrag vertonen (interactie met verrichtingen van de bestuurder simulator). Tevens moet geprogrammeerd kunnen worden dat verkeersdeelnemers zich wel of niet aan de verkeersregels houden.

Soorten verkeersdeelnemers: voetgangers, fietsers, auto’s, bussen, vrachtauto’s, motoren, voorrangsvoertuigen

Capaciteit van tenminste 30 dynamische, te programmeren, objecten in de omgeving van bestuurder tbv nabootsing stadsdrukte

 

Belangrijke eisen

Soorten verkeerdeelnemers: treinen, trams, langzame voertuigen

Het actieradius van de dynamische te programmeren objecten bedraagt 300 tot 500 m

 

Simulatie weer en tijdstip

Essentiële eisen

Realistische weergave van situaties bij:

Dag/nacht

Regen

Wind

Sneeuw

Gladde wegen

Mist

 

Belangrijke eisen

Realistische weergave van 3 niveaus van regen, wind, sneeuw

Realistische weergave van mist met verschillende dichtheden

 

Scenario programmering

Essentiële eisen

Simulator dient gelijkwaardige, reproduceerbare en niet voorspelbare scenario’s te kunnen afspelen.

De scenario’s kunnen geprogrammeerd worden, onder andere zodat de simulator de bestuurder mondelinge aanwijzingen kan geven (routeaanduiding, opdrachtgeving en andere aanwijzingen) en toetscriteria aangepast kunnen worden.

 

Registratie ritten

Essentiële eisen

De ritten dienen opgenomen te kunnen worden om nagespeeld te kunnen worden.

Hierbij dienen bedieningselementen (bijv gebruik pedalen) ook geregistreerd te worden.

 

Belangrijke eisen

Bij het afspelen van een rit moet het mogelijk zijn om de situaties te bekijken vanuit verschillende invalshoeken

 

Feedback

Essentiële eisen

Aan de hand van de registratie gegevens dient de simulator een schriftelijke feedback te kunnen geven (achteraf) aan de bestuurder. Samen met dit geautomatiseerde meetsysteem dient de toetsafnemer/operator in staat te zijn de bestuurder te beoordelen.

 

Groepsfunctionaliteit

Essentiële eisen

Groep moet mee kunnen kijken naar de verrichtingen van de bestuurder van de simulator en bepaalde momenten kunnen markeren. Deze markeringen moeten nagespeeld kunnen worden ter bespreking.

 
Belangrijk:

Bovenstaande lijst is een overzicht van de minimale technische eisen voor simulators die zullen worden gebruikt bij de toets voor het behalen van de basiskwalificatie en voor de nascholing.

Tijdens de toetsen ten behoeve van het behalen van de basiskwalificatie wordt uitgegaan van de simulatie van een solo voertuig (C1, C, D1 of D). In de nascholing kan ook gebruik worden gemaakt van gecombineerde voertuigen (CE of DE).

Een simulator dient te voldoen aan alle bovenstaande eisen en aan de database eisen (zie ander document). Indien een simulator voldoet aan de essentiële en aan 80% van de database eisen dan kan deze voorlopig gecertificeerd worden onder het overgangsregime, indien en uitsluitend als de aanvrager van de certificering een onderbouwd projectplan aanlevert waarin wordt aangegeven hoe in een periode van maximaal 5 jaar in gelijkwaardige stappen de ontbrekende belangrijke en database eisen worden gerealiseerd. De voortgang van de uitvoering van dit projectplan zal door middel van een jaarlijkse audit worden gecontroleerd. Aan deze audits zijn kosten verbonden.

Bovenstaand document is ten behoeve van de duidelijkheid overzichtelijk gehouden. Leidraad is dat de realiteit zo dicht mogelijk benaderd wordt.

9.2. Database eisen simulatoren

Om de simulatortoets in een voor de chauffeur realistische virtuele wereld uit te laten voeren zal de geotypische (Nederlandse m.u.v. bergen) database van de simulator aan een aantal minimum eisen moeten voldoen.

Voor het ontwerp van wegen en weginfrastructuur binnen de database genieten de volgende richtlijnen de voorkeur:

  • Handboek Wegontwerp, CROW publicaties 164 A tm D

  • Nieuwe ontwerprichtlijn voor autosnelwegen (NOA, Rijkswaterstaat)

De daarin genoemde lay-out en type wegen, vluchtheuvels, drempels, belijning, bebording enz. is volgens de Nederlandse normen en gebruiken.

Gelet op de realiteit kunnen afwijkingen zoals te scherpe bochten bij uitvoegstroken, onhandig gepositioneerde vluchtheuvels en ander straatmeubilair, te lage viaducten enz. binnen een database voorkomen.

Om in aanmerking te komen voor een voorlopige certificering onder het overgangsregime moet een simulator, naast voldoen aan de essentiële technische eisen, voor wat betreft de database eisen voldoen aan 80% van de algemene eisen en eveneens 80% van ieder onderdeel van de specifieke eisen (met uitzondering van bergen en industrieterrein).

Indien een simulator hieraan voldoet dan kan deze voorlopig gecertificeerd worden onder het overgangsregime, indien en uitsluitend als de aanvrager van de certificering een onderbouwd projectplan aanlevert waarin wordt aangegeven hoe in een periode van maximaal 5 jaar in gelijkwaardige stappen de ontbrekende belangrijke en database eisen worden gerealiseerd. De voortgang van de uitvoering van dit projectplan zal door middel van een jaarlijkse audit worden gecontroleerd. Aan deze audits zijn kosten verbonden.

9.2.1. Algemene eisen:

  • Tenminste 100 kilometer weg van wisselende structuur qua wegbeeld.

  • Stroomwegen (auto- en autosnelwegen)

  • Gebiedsontsluitingswegen (belangrijke aan- en afvoerwegen van stroomwegen naar woon- en landelijke gebieden)

  • Erftoegangswegen (wegen in woon- of landelijke gebieden)

  • Rotondes van wisselende structuur qua wegbeeld.

  • Verschillende bochten in het wegverloop (verschillende stralen en maten).

  • Verschillende soorten kruisingen (T-, vier- en meerkanten, gelijkwaardige, ongelijkwaardige en geregelde kruisingen).

  • Erven

  • Bruggen, tunnels, spoor- / tramwegovergangen

  • Gevarieerde bebouwing en natuurlijke begroeiing (decor).

  • Correcte configuraties van het simulatorvoertuig, de medeweggebruikers en obstakels.

Naast de algemene eisen is uitbreiding van de database met heuvelachtig- en bergachtig gebied mogelijk (optie).

Binnen de bovengenoemde algemene eisen gelden de volgende minimale specifieke eisen:

9.2.2. Specifieke eisen

  • Bebouwde kom (stad en dorp)

    • o Bebouwing en in verscheidenheid (ook zichtonttrekkend op kruisend verkeer).

    • o Rechte en bochtige wegen.

    • o Rijbanen (ook gescheiden) met enkele en dubbele rijstroken.

    • o Eenrichtingsverkeer.

    • o Kruisingen met en zonder verkeerslichten (starre en verkeersafhankelijke verkeerslichten, bol-, pijlverkeerslichten).

    • o Kruispunten gelijkwaardig en ongelijkwaardig (ook in combinatie met voorgaand item).

    • o Rotondes (alle typen genoemd in de RONA en ROA).

    • o Fietspaden (vrij liggende) en -stroken/met symbool en als suggestiestrook.

    • o Voorsorteervakken/-stroken.

    • o Versmallingen (infrastructureel als snelheidsbeperking en ook dmv opbrekingen).

    • o Bushaltes op de rijbaan en in de haven.

    • o Overgangen (spoor/tram).

    • o Oversteekplaatsen (voor voetgangers en brom-/fietsers).

    • o Tram- en/of busbanen.

    • o Verhoogde trottoirs en rijbaanranden.

    • o Tunnels/viaducten (met standaard en afwijkende hoogte/breedte).

    • o Verkeersdeelnemers (ook voetgangers en fietsers).

  • Provinciale weg

    • 9.2.2.a. Met kruisingen en splitsingen.

      • o Met en zonder bebouwing.

      • o Rotondes met en zonder fietspaden.

      • o Tunnels/viaducten (met standaard en afwijkende hoogte/breedte).

      • o Spoorwegovergangen.

    • 9.2.2.b. In- en uitritten.

    • 9.2.2.c. Langzaam verkeer.

  • Auto(snel-)weg

    • 9.2.2.d. Ongelijkvloerse kruisingen (viaducten).

    • 9.2.2.e. Klaverbladen.

    • 9.2.2.f. Splitsingen.

    • 9.2.2.g. In- en uitvoegstroken (gecombineerde, kort en lang, vloeiende en scherpe bochten).

    • 9.2.2.h. Vluchtstroken.

    • 9.2.2.i. Twee-, drie- en vierstrookswegen.

    • 9.2.2.j. Tankstations.

    • 9.2.2.k. Parkeerterreinen.

    • 9.2.2.l. Informatie boven (matrixborden) en langs de weg (routeaanduiding)

    • 9.2.2.m. Intensief verkeer, vooral ter hoogte van invoegstroken.

    • 9.2.2.n. Tunnels/viaducten.

  • Bergen (optioneel)

    • o Stijgende en dalende hellingen (ook > 6%) over voldoende lengte.

    • o Haarspeldbochten.

    • o Smalle weggedeelten met passeerplaatsen.

  • Industrieterrein i.v.m. manoeuvreren (optioneel)

    • o Laad-/losperrons (ook kuilen)

    • o Opstelvakken

    • o Ruimte om te keren d.m.v. steken

    • o Ruimte om te keren door het maken van een halve draai (180 graden)

    • o Ruimte om recht achteruit te rijden

    • o Bochten (voor-/achterwaarts)

Hoofdstuk 10. : Minimumeisen

Zie www.cbr.nl voor de minimumeisen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Rijswijk, 19 augustus 2013

De algemeen directeur van het CBR,

namens deze:

J.V.M. Mathey,

Manager divisie CCV.