Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke regeling School Ex 2013–2014[Regeling vervallen per 01-01-2016.]

Geldend van 30-08-2013 t/m 31-12-2015

Tijdelijke regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 augustus 2013, nr. BVE/522236, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende vergoeding voor het verstrekken van opleidingsadviezen aan deelnemers en examenkandidaten in 2013 en 2014 (Tijdelijke regeling School Ex 2013–2014)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikel 2.2.3, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2016]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Te subsidiëren activiteiten [Vervallen per 01-01-2016]

De minister verstrekt in 2013 en 2014 aan instellingen een aanvullende vergoeding om jongeren die zich aanmelden voor een beroepsopleiding te stimuleren zoveel mogelijk voor een beroepsopleiding te kiezen met een goed arbeidsmarkt perspectief in de regio, om examenkandidaten alsmede recent gediplomeerden zonder uitzicht op werk te stimuleren door te leren in een opleiding met een goed arbeidsmarktperspectief en om gediplomeerde deelnemers die besluiten om niet door te leren en nog geen baan hebben door te geleiden naar het UWV Werkbedrijf voor ondersteuning bij het vinden van een baan

Artikel 3. Bekostigingsplafond [Vervallen per 01-01-2016]

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is:

  • a. voor het jaar 2013 een bedrag van € 11.900.000,– beschikbaar; en

  • b. voor het jaar 2014 een bedrag van € 11.900.000,– beschikbaar.

Artikel 4. Hoogte aanvullende vergoeding [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De hoogte van de vergoeding per ingevuld formulier wordt berekend door het bedrag van € 11.900.000 te delen door het totaal aantal formulieren dat blijkens de opgave van de instellingen in 2013 respectievelijk in 2014 door deelnemers van de instellingen volledig is ingevuld met dien verstande dat de vergoeding per volledig ingevuld formulier maximaal € 115 bedraagt.

  • 2 De hoogte van de aanvullende vergoeding voor een instelling wordt berekend door het aantal formulieren dat blijkens de opgave van de instelling in 2013 respectievelijk in 2014 door deelnemers van die instelling volledig is ingevuld te vermenigvuldigen met de op grond van het eerste lid berekende hoogte van de vergoeding per ingevuld formulier.

  • 3 Het voorgeschreven model voor de formulieren bedoeld in het eerste lid is opgenomen in bijlage 1 van deze regeling.

  • 4 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Artikel 5. Besteding aanvullende vergoeding [Vervallen per 01-01-2016]

De aanvullende vergoeding kan ook worden besteed aan andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 6. Bevoorschotting [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Uiterlijk in de maand december 2013 respectievelijk december 2014 verstrekt de minister de instellingen een voorschot op de aanvullende vergoeding voor 2013 respectievelijk 2014.

  • 2 De hoogte van het voorschot voor een instelling voor het jaar 2013 respectievelijk 2014 is een evenredig deel van € 11.900.000,– en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijk budget voor exploitatiekosten van het betreffende begrotingsjaar, zoals berekend op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB.

Artikel 7. Vaststelling aanvullende vergoeding [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 In aanvulling op de verantwoording van de aanvullende vergoeding in de jaarverslaggeving dient een instelling binnen 13 weken na afloop van het boekjaar 2013 respectievelijk 2014 een aanvraag tot subsidievaststelling in door de opgave van het aantal formulieren, bedoeld in artikel 4, tweede lid. Het bevoegd gezag dient deze opgave schriftelijk in bij DUO.

  • 2 De minister stelt op grond van artikel 4 de aanvullende vergoeding vóór 1 september 2014 respectievelijk vóór 1 september 2015 vast aan de hand van de in het eerste lid genoemde opgave van het aantal formulieren in de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3 Het verschil tussen de vastgestelde aanvullende vergoeding en het betaalde voorschot, bedoeld in artikel 6, wordt verrekend.

Artikel 8. Informatieplicht en onderzoeken [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Een instelling verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.

  • 2 De instelling draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledig inzage hebben in boeken en bescheiden.

  • 3 De instelling verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door hem gebruikte plaatsen.

  • 4 De instelling werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.

Artikel 9. Inwerkingtreding en vervaldatum [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op besluiten die op grond van deze regeling voor die datum zijn genomen.

Artikel 10. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2016]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling School Ex 2013–2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker

Bijlage 1. : Modelformulier bedoeld in artikel 4, tweede lid [Vervallen per 01-01-2016]

Formulier ten behoeve van exit-begeleidingsgesprek

Na afronding van je mbo-opleiding heb je de keuze om door te leren of te gaan werken.

We willen jou hierover graag adviseren. Daarom vragen we naar je plannen voor het komende schooljaar.

Naam instelling

 

Studentnummer

 

Voornaam

 

Achternaam

 

Leeftijd:

 

Crebo-code opleiding diploma

 

Examenkandidaat

JA/NEE *)

Mijn volgende stap (één ○ zwart maken)

○ doorstuderen in het hbo

○ doorstuderen in het mbo, BOL

○ werken en leren mbo, BBL

○ werken, ik heb een baan gevonden

○ werk zoeken

○ iets anders doen

○ weet het nog niet

Mijn gegevens mogen aan UWV doorgegeven worden: JA/NEE *)

*) doorhalen wat niet van toepassing is

Datum: