Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling afbouw subsidiëring overleg minderhedenbeleid

Geldend van 08-11-2013 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 juli 2013, 2013-0000083221, houdende regels inzake de afbouw van de subsidiëring van samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden (Regeling afbouw subsidiëring overleg minderhedenbeleid)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 6, derde lid, van de Wet overleg minderhedenbeleid;

Besluit:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 Voor verlening van subsidie ingevolge deze regeling komen in aanmerking de samenwerkingsverbanden die door de Minister zijn toegelaten tot het Landelijk overleg minderheden, alsmede de gezamenlijke rechtspersoon.

  • 2 Het doel van de subsidie is dat de samenwerkingsverbanden en de gezamenlijke rechtspersoon de volgende categorieën van activiteiten uitvoeren in de jaren 2013 en 2014:

    • a. borging van expertise en netwerk, zoals beschreven in de brief van de Minister van 5 maart 2013, Kamerstukken II 2012–2013, 32 824, nr. 18;

    • b. afbouw van de lopende verplichtingen, bestaande uit personeelskosten, huisvestingslasten, kosten voor bestuursleden en organisatie- en apparaatlasten;

    • c. de kosten voor de werkgever, voortvloeiend uit de uitvoering van het Sociaal Plan, overeengekomen op 4 juni 2012 tussen de in artikel 7, tweede lid genoemde organisaties en AbvaKabo tot ten hoogste het in artikel 7, tweede lid, genoemde bedrag, in verband met de beëindiging van de subsidiëring na 31 december 2014;

    • d. uitvoering van de taken op grond van de wet gedurende de periode waarin de wet nog niet is ingetrokken.

Artikel 3

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, tenzij bij deze regeling anders is bepaald.

Hoofdstuk II. Subsidieaanvraag

Artikel 4

De aanvraag van de subsidie voor een samenwerkingsverband en voor de gezamenlijke rechtspersoon voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 wordt binnen twee maanden na publicatie van deze regeling bij de Minister ingediend, vergezeld van een activiteitenplan en een begroting als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5

In aanvulling op de artikelen 4:62 en 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht maken het activiteitenplan en de begroting van een samenwerkingsverband, dan wel de gezamenlijke rechtspersoon onderscheid in de in artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën van activiteiten.

Hoofdstuk III. Subsidieverlening

Artikel 6

De subsidie wordt verleend voor activiteiten, verricht in de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014, met uitzondering van activiteiten ter uitvoering van het Sociaal plan, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, die tevens mogen worden uitgevoerd na 31 december 2014.

Artikel 7

  • 1 De subsidie wordt verleend voor de in artikel 6 genoemde periode tot maximaal het hierna bij de betreffende organisatie vermelde bedrag:

    • BUAT: € 609.145;

    • Inspraakorgaan Chinezen (IOC): € 711.030;

    • Stichting Inspraakorgaan Turken (IOT): € 867.177;

    • Lize: € 857.973;

    • Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN): € 669.916;

    • Surinaams Inspraakorgaan (SIO): € 770.877;

    • Stichting Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN): € 731.022;

    • Stichting Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON): € 1.219.917;

    • Beheersstichting Samenwerkingsverbanden Etnische Minderheden (BSEM): € 474.762.

  • 2 Van het in het eerste lid genoemde maximale subsidiebedrag is het onderstaande bedrag bestemd voor de uitvoering van het sociaal plan, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, en het resterende bedrag voor de in artikel 2, tweede lid, onder a en b, genoemde categorieën van activiteiten:

    • BUAT: € 101.911;

    • Inspraakorgaan Chinezen (IOC): € 168.822;

    • Stichting Inspraakorgaan Turken (IOT): € 323.771;

    • Lize: € 279.593;

    • Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN): € 126.510;

    • Surinaams Inspraakorgaan (SIO): € 227.471;

    • Stichting Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN): € 187.616;

    • Stichting Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON): € 641.537;

    • Beheersstichting Samenwerkingsverbanden Etnische Minderheden (BSEM): € 93.616.

Artikel 7a

Voor 1 juli 2014 verstrekt de subsidieontvanger een tussenrapportage over het boekjaar 2013 waarin een jaarrekening en jaarverslag, zonder toepassing van artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, zijn opgenomen.

Hoofdstuk IV. Voorschriften inzake de financiële en inhoudelijke verantwoording en de subsidievaststelling

Artikel 8

  • 1 Het financieel verslag en het activiteitenverslag van een samenwerkingsverband, dan wel de gezamenlijke rechtspersoon maken onderscheid in de artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën van activiteiten.

  • 2 In de toelichting op het jaarverslag worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. Vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafprijzen.

Artikel 9

  • 1 De aanschaffingsprijzen van onroerende goederen en overige duurzame goederen, alsmede de kosten van verbouwing of groot onderhoud van deze goederen worden als activa in de balans van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon opgenomen.

  • 2 De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot de in het eerste lid genoemde posten komen in de balans tot uitdrukking.

Artikel 10

  • 1 De afschrijvingen van inventarisgoederen, m.u.v. computerapparatuur, van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon met een aanschaffingsprijs van meer dan € 500 bedraagt per jaar ten hoogste 20% van de aanschaffingsprijs, nadat daarop de ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht.

  • 2 De afschrijvingen van computerapparatuur van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon bedragen ten hoogste 33,3% van de aanschaffingsprijs, nadat daarop de ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht.

  • 3 De hoogte van afschrijvingen van onroerend goed van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon wordt in overleg met de Minister vastgesteld.

Artikel 10a

  • 2 Ten behoeve van de vaststelling over de boekjaren 2013 en 2014 verstrekt de subsidieontvanger het financieel verslag en het activiteitenverslag over beide jaren voor 1 juli 2015.

Artikel 11

  • 1 Bij de vaststelling van het deel van de subsidie, dat bestemd is voor de uitvoering van het Sociaal Plan, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt de subsidie voor wat betreft dat deel vastgesteld op het bedrag dat daadwerkelijk benodigd is voor de uitvoering van het Sociaal Plan, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder c.

  • 2 Voor zover de uitvoering van het Sociaal plan, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de periode na 31 december 2014 worden de in die periode te verwachten uitgaven aangetoond bij de aanvraag van de vaststelling van de subsidie over de jaren 2013 en 2014.

Artikel 12

De in artikel 4:78, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde opdracht, strekt tevens tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 13

Bij te late indiening van het financiële verslag en het activiteitenverslag kan een korting worden toegepast welke maximaal 5% bedraagt van de voor dat verslagjaar vast te stellen subsidie.

Hoofdstuk V. Toezicht op de naleving

Artikel 14

De ambtenaren van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën en van de Algemene Rekenkamer zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. Door de subsidie-ontvanger wordt op eerste vordering alle informatie verstrekt die zij noodzakelijk achten. De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoek naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 15

Aanvragen met betrekking tot subsidiëring over de perioden tot en met het kalenderjaar 2012 worden afgehandeld met toepassing van de Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afbouw subsidiëring overleg minderhedenbeleid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 12 juli 2013

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher