Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanwijzing geschillencommissie ex artikel 22 Wet toezicht en geschillenbeslechting [...] beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

Geldend van 01-07-2013 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 juni 2013, nr. 398467, houdende aanwijzing van de geschillencommissie zoals bedoeld in artikel 22 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

Artikel 1

De Geschillencommissie Auteursrechten, die in stand wordt gehouden door de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf, wordt aangewezen als geschillencommissie in de zin van artikel 22 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit worden de samenstelling, de inrichting, de procedures en de werkwijze van de geschillencommissie geregeld in het Reglement Geschillencommissie Auteursrechten, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regeling.

Artikel 3

  • 1 Degene die een geschil voorlegt, is de geschillencommissie een bedrag aan klachtengeld verschuldigd zoals vastgesteld in bijlage 2 van deze regeling.

Artikel 4

Deze regeling wordt met de toelichting gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op 1 juli 2013.

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

Bijlage 1

Reglement geschillencommissie auteursrechten

per 1 juli 2013

Begripsomschrijving

Artikel 1.

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • stichting: de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf;

  • commissie: de Geschillencommissie Auteursrechten ingevolge art. 22 Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten aangewezen door de Minister van Veiligheid en Justitie, ingesteld en in stand gehouden door de stichting;

  • VOI©E: de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren;

  • CBO: de door de minister van Veiligheid en Justitie op grond van de Auteurswet of de Wet op de naburige rechten aangewezen rechtspersoon, die belast is met de inning en de verdeling van vergoedingen, alsmede de rechtspersoon die door de minister van Veiligheid en Justitie is aangewezen overeenkomstig artikel 17, eerste lid Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten die voor de behandeling van geschillen door de commissie bij de stichting is aangesloten uit hoofde van het lidmaatschap van VOI©E dan wel zich daarvoor heeft laten registreren bij de stichting;

  • betalingsplichtige: de (rechts)persoon die toestemming nodig heeft en/of een vergoeding verschuldigd is uit hoofde van het auteursrecht en / of de naburige rechten en die een rechtsverhouding heeft met de CBO op grond van een wettelijke verplichting, een licentieovereenkomst dan wel als partij bij een standaardovereenkomst of -regeling.

Samenstelling en taak

Artikel 2.

  • 1. De commissie bestaat uit een door de stichting te bepalen aantal onafhankelijke leden: een door de stichting aangezochte voorzitter en één of meer vice-voorzitters en één of meer door VNO-NCW en MKB-Nederland gezamenlijk respectievelijk door VOI©E voorgedragen leden. Alle leden worden benoemd door het bestuur van de stichting. De (vice)voorzitter(s) dient(nen) de hoedanigheid van meester in de rechten te hebben.

    Aan de commissie wordt een (plaatsvervangend) secretaris toegevoegd, die eveneens de hoedanigheid van meester in de rechten heeft.

    Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door de stichting.

  • 2. De voorzitter wijst ter behandeling van het geschil uit de leden van de commissie een individuele commissie van drie aan bestaande uit de voorzitter, dan wel één van de vice-voorzitters alsmede één lid voorgedragen door VNO-NCW en MKB-Nederland gezamenlijk en één lid door VOI©E. Indien de voorzitter van oordeel is dat het belang en/of de aard van het geschil zulks wenselijk maakt, wordt in afwijking van het voorgaande ter behandeling van het geschil een commissie van vijf aangewezen, bestaande uit de voorzitter, dan wel één van de vice-voorzitters, alsmede twee leden voorgedragen door VNO-NCW en MKB-Nederland gezamenlijk en twee leden door VOI©E.

Artikel 3.

  • 1. De commissie heeft tot taak de beslechting van geschillen in de zin van artikel 22 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten tussen CBO’s die bij de stichting zijn aangesloten en betalingsplichtigen over de billijkheid van de hoogte en de toepassing van door of namens de CBO’s op grond van de Auteurswet of de Wet op de naburige rechten op of na 1 juli 2013 in rekening gebrachte vergoedingen.

    Zij doet dit door in een dergelijk geschil een uitspraak te doen of door een schikking tussen partijen te bevorderen.

  • 2. In afwijking van het tweede lid neemt de commissie geschillen over de toepassing van een in rekening gebrachte vergoeding wel in behandeling als de vergoeding voor 1 juli 2013 in rekening is gebracht, mits het een in rekening gebrachte vergoeding betreft van op of na 1 oktober 2011.

  • 3. De commissie heeft tevens tot taak in geschillen, als in het eerste lid genoemd, desgevraagd advies uit te brengen aan de rechter.

Bevoegdheid

Artikel 4.

  • 1. De commissie is op grond van de wet bevoegd geschillen als genoemd in artikel 3, eerste lid te behandelen.

  • 2. Indien in het kader van het geschil door partijen tevens vragen van uitleg met betrekking tot het toepasselijke wettelijk kader voor auteurs- en naburige rechten worden ingebracht, worden die vragen aan de rechter voorbehouden, tenzij een uitspraak van de commissie naar haar oordeel zonder uitspraak van de rechter mogelijk is.

Ontvankelijkheid

Artikel 5.

De commissie verklaart de betrokken partij ambtshalve niet ontvankelijk:

  • a. indien het een geschil betreft over de niet-betaling van een factuur en daaraan geen inhoudelijke klacht ten grondslag ligt;

  • b. indien het een geschil betreft over een factuur van meer dan € 100.000,– exclusief rente en kosten;

  • c. indien het een geschil betreft waarover de betrokken partij(en) reeds bij de rechter een procedure aanhangig heeft (hebben) gemaakt of waarin de rechter reeds een uitspraak over de inhoud van het geschil heeft gedaan.

  • d. indien het een geschil betreft over de hoogte van de in de artikelen 15c (thuiskopie), 16c (leenrecht) en 16h (reprorecht) van de Auteurswet bedoelde vergoedingen.

Artikel 6.

  • 1. De commissie verklaart de betalingsplichtige op verzoek van de CBO – gedaan bij eerste gelegenheid – niet ontvankelijk wanneer hij zijn klacht niet binnen drie maanden nadat de vergoeding in rekening is gebracht heeft ingediend bij de CBO en de klachtenregeling van de CBO heeft doorlopen en vervolgens het geschil niet binnen drie maanden na het ontstaan daarvan bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. De commissie beoordeelt het verzoek van de CBO met inachtneming van de ‘Klachten- en geschillenregeling voor gebruikers en/of betalingsplichtigen’ zoals vastgelegd in de CBO-Keurmerkcriteria.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan de commissie, wanneer een zodanig verzoek wordt gedaan, besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de betalingsplichtige ter zake van de niet naleving van bedoelde termijnen naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.

De behandeling van geschillen

Artikel 7.

  • 1. Partijen hebben het recht zich bij de behandeling van een geschil door derden te laten bijstaan of vertegenwoordigen.

  • 2. Het geschil dient aan de commissie te worden voorgelegd door middel van een door de commissie te verstrekken vragenformulier.

Artikel 8.

  • 1. Degene die een geschil voorlegt, is een door de Minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld bedrag aan klachtengeld verschuldigd.

  • 2. Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt door de commissie niet terugbetaald.

Artikel 9.

Indien het geschil (een) in rekening gebrachte vergoeding(en) betreft van € 50.000,– of meer exclusief rente en kosten en de betalingsplichtige de betaling daarvan geheel of gedeeltelijk achterwege heeft gelaten, dan dient de betalingsplichtige het nog openstaande factuurbedrag bij de commissie te deponeren, tenzij partijen anderszins overeenkomen. Over dit bedrag wordt geen rente vergoed.

Artikel 10.

Indien degene die een geschil voorlegt niet binnen één maand na een daartoe strekkend verzoek voldoet aan het bepaalde in de artikelen 7 lid 2 en 8 lid 1 en 9, wordt hij geacht het geschil dat hij aanhangig heeft gemaakt te hebben ingetrokken. De commissie kan de termijn van één maand bekorten of verlengen.

Artikel 11.

  • 1. Na faillietverklaring van de betalingsplichtige wordt de behandeling van het geschil geschorst, om alleen dan voortgezet te worden indien de verificatie van de vordering betwist wordt door de curator. In dat geval kan de curator in plaats van de gefailleerde partij de procedure bij de geschillencommissie voortzetten.

  • 2. Na faillietverklaring van de betalingsplichtige wordt het in depot gestorte bedrag aan de curator als vertegenwoordiger van de betalingsplichtige betaald.

Artikel 12.

  • 1. De commissie stelt de wederpartij schriftelijk in kennis van het in behandeling nemen van het geschil, en stelt hem gedurende één maand in de gelegenheid zijn standpunt over het geschil schriftelijk aan de commissie kenbaar te maken. De commissie kan de termijn van één maand bekorten of verlengen, alsmede partijen opdragen zich schriftelijk nader uit te laten over gewisselde standpunten.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde standpunten worden door de commissie in afschrift aan de wederpartij toegezonden.

Artikel 13.

  • 1. Indien de commissie dit nodig acht of indien één partij of beide partijen hiertoe de wens te kennen geeft of geven, worden beide partijen opgeroepen teneinde mondeling te worden gehoord. De commissie stelt plaats, dag en uur vast en stelt partijen daarvan op de hoogte.

  • 2. De commissie kan partijen op hun verzoek toestaan getuigen of deskundigen mee te nemen teneinde dezen door haar te doen horen. De namen en adressen dienen uiterlijk één week voor de zitting van de commissie aan haar te zijn opgegeven.

Artikel 14.

  • 1. De commissie kan indien zij dat noodzakelijk acht zelf inlichtingen inwinnen, ondermeer door het horen van getuigen of deskundigen, door het instellen van een onderzoek of door het doen instellen van een onderzoek door één of meer door haar aan te wijzen deskundige(n). De commissie geeft daarvan kennis aan partijen. Partijen kunnen bij het horen van getuigen of deskundigen desgewenst aanwezig zijn.

  • 2. De partijen bij het geschil dragen de kosten van het onderzoek ieder voor de helft, tenzij partijen anders overeenkomen. De kosten van het onderzoek worden door de commissie begroot en aan partijen medegedeeld. Het onderzoek vangt niet eerder aan, dan nadat partijen hun bijdrage aan de onderzoekskosten binnen de door de commissie vastgestelde termijn hebben bevoorschot aan de commissie. Een betalingsplichtige heeft de mogelijkheid om het geschil te beëindigen, indien de kosten van het deskundigenonderzoek die voor zijn rekening komen, hem daartoe aanleiding geven. In dat geval wordt de CBO geacht ermee in te stemmen dat de procedure wordt beëindigd.

  • 3. De commissie verstrekt een afschrift van het deskundigenrapport aan partijen, die daarop binnen twee weken schriftelijk bij de commissie kunnen reageren. De commissie kan de termijn van twee weken bekorten of verlengen.

Uitspraak

Artikel 15.

  • 1. De geschillencommissie betrekt bij haar beoordeling of de hoogte en de toepassing van een in rekening gebrachte vergoeding billijk zijn in ieder geval:

    • a. het beginsel dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld;

    • b. de waarde van het gebruik van het werk in het economisch verkeer;

    • c. de aard en de omvang van het gebruik;

    • d. de zelfreguleringspraktijk.

  • 2. De commissie beslist met meerderheid van stemmen.

  • 3. De uitspraak wordt door de voorzitter ondertekend en schriftelijk aan partijen medegedeeld.

  • 4. De uitspraak bevat, naast de beslissing, in elk geval:

    • a. de namen van de leden van de commissie;

    • b. de namen en woon-, c.q. vestigingsplaatsen van partijen;

    • c. de dagtekening van de uitspraak;

    • d. de motivering van de gegeven beslissing.

Artikel 16.

De commissie beslist over haar bevoegdheid, de ontvankelijkheid van partijen en het geheel of gedeeltelijk (on)gegrond zijn van de klacht.

Artikel 17.

Indien de partijen bij de mondelinge behandeling tot een schikking komen, kan de commissie de inhoud daarvan in de vorm van een vaststellingsovereenkomst vastleggen. Het bepaalde in artikel 18 is in dat geval niet van toepassing.

Artikel 18.

  • 1. Indien het geschil aanhangig is gemaakt door de betalingsplichtige en de betalingsplichtige wordt door de commissie geheel of gedeeltelijk in het gelijk gesteld, wordt in de uitspraak tevens bepaald dat de CBO aan de betalingsplichtige het door deze ingevolge artikel 8 betaalde klachtengeld geheel of gedeeltelijk moet vergoeden.

  • 2. Indien het geschil aanhangig is gemaakt door de CBO en de CBO door de commissie geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt in de uitspraak tevens bepaald dat de betalingsplichtige aan de CBO het door deze ingevolge artikel 8 betaalde klachtengeld geheel of gedeeltelijk moet vergoeden.

Artikel 19.

  • 1. In de uitspraak bepaalt de commissie mede de bestemming van een ingevolge artikel 9 bij haar in depot gestort bedrag.

  • 2. Het in depot gestorte bedrag wordt drie maanden nadat de uitspraak aan partijen werd verzonden verrekend, met inachtneming van de beslissing van de commissie.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt het in depot gestorte bedrag aan de klager terugbetaald indien een of beide partijen, binnen drie maanden nadat de uitspraak aan partijen werd verzonden, het geschil bij de rechter aanhangig maken.

  • 4. Bij geschillen over verrekening van het depotbedrag overeenkomstig de uitspraak, beslist de commissie op verzoek van de meest gerede partij.

  • 5. Indien de commissie zich niet bevoegd verklaart of degene die het geschil aanhangig maakt niet ontvankelijk verklaart, wordt het in depot gestorte bedrag aan de klager terugbetaald.

Artikel 20.

De door partijen ter zake van de behandeling van het geschil gemaakte kosten komen voor hun eigen rekening, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt.

Artikel 21.

  • 1. De voorzitter van de commissie kan uit eigen beweging of op een binnen twee weken na de verzenddatum van de uitspraak door een partij schriftelijk gedaan verzoek een kennelijke reken- of schrijffout in de uitspraak herstellen, dan wel – indien de gegevens genoemd in artikel 15 lid 4 onder a tot en met c onjuist zijn vermeld – tot verbetering van die gegevens overgaan.

  • 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in afschrift aan de wederpartij gezonden en schort de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van de uitspraak op, totdat op het verzoek is beslist.

  • 3. De wederpartij wordt twee weken in de gelegenheid gesteld op het verzoek als bedoeld in het eerste lid te reageren.

  • 4. Herstel of verbetering geschiedt door schriftelijke mededeling aan partijen.

Artikel 22.

Wordt het geschil niet binnen drie maanden nadat afschrift van de (herstelde of verbeterde) uitspraak van de commissie aan partijen werd verzonden bij de rechter aanhangig gemaakt, dan wordt hetgeen in de uitspraak is vastgesteld na het verstrijken van deze termijn geacht te zijn overeengekomen tussen partijen in de vorm van een vaststellingsovereenkomst.

Geheimhouding, wraking en verschoning

Artikel 23.

De leden van de commissie en de (plaatsvervangend) secretaris zijn tot geheimhouding verplicht ten aanzien van alle de partijen betreffende gegevens die hen bij de behandeling van het geschil ter kennis zijn gekomen.

Artikel 24.

  • 1. Een lid van de commissie kan door één of door beide partijen in het geschil worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel over het geschil kunnen bemoeilijken. Wraking kan worden gedaan uiterlijk binnen een week na de zitting waarop het geschil is behandeld.

  • 2. De overige leden van de commissie die het geschil behandelt beslissen of de wraking terecht is gedaan. Bij staking van stemmen wordt dit geacht het geval te zijn.

  • 3. Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kan een lid van de commissie zich ter zake van de behandeling van een geschil verschonen. Hij is verplicht dit te doen, indien de beide overige leden van de commissie, die aan de behandeling van het geschil zullen deelnemen, van oordeel zijn dat de bedoelde feiten of omstandigheden zich te zijnen aanzien voordoen.

  • 4. In geval van terechte wraking of verschoning wordt het betrokken lid vervangen door een ander lid van de commissie.

  • 5. De beslissing als bedoeld in het tweede lid wordt aan partijen medegedeeld.

Procedure bij adviesaanvragen van de rechter

Artikel 25.

  • 1. De commissie dient in het geval dat partijen een geschil als bedoeld in artikel 3 hebben voorgelegd aan de rechter, de rechter hieromtrent op zijn verzoek van advies. Dit advies wordt beschouwd als een deskundigenbericht in de zin van artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  • 2. Artikel 14, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Slotbepalingen

Artikel 26.

Indien een geschil door een CBO bij de commissie aanhangig wordt gemaakt is hetgeen in dit reglement ten aanzien van betalingsplichtigen is bepaald van overeenkomstige toepassing op de CBO.

Artikel 27.

De uitspraak van de commissie kan zonder vermelding van de namen en woon- c.q. vestigingsplaatsen van partijen op een door de stichting te bepalen wijze worden gepubliceerd.

Artikel 28.

De stichting, de leden van de commissie en de (plaatsvervangend) secretaris zijn niet aansprakelijk voor enig handelen of nalaten met betrekking tot een geschil waarop dit reglement van toepassing is.

Artikel 29.

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de commissie die het geschil behandelt, met inachtneming van eisen van redelijkheid en billijkheid.

Bijlage 2

Tarieven klachtengeld geschillencommissie auteursrechten

Hoogte factuur collectieve beheersorganisatie

Klachtengeld(*)

Tot € 2.500

€ 50

€ 2.500 tot 25.000

€ 250

€ 25.000 tot € 50.000

€ 500

€ 50.000 tot en met € 100.000

€ 750