Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Stichting A en O-fonds Rijk[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 22-12-2016 t/m heden

Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 10 juni 2013, nr. 2013-0000329676, houdende regels voor de subsidiëring van de Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk (Subsidieregeling Stichting A en O-fonds Rijk)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;

  • b. stichting: Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk.

Artikel 2

  • 1 De minister verstrekt aan de stichting een subsidie voor het uitvoeren van activiteiten of het subsidiëren van projecten ten behoeve van het stimuleren van arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsactiviteiten.

  • 2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 3 De minister kan slechts in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel besluiten de subsidie, bedoeld in het eerste lid, niet meer te verstrekken; de minister neemt hierbij een termijn van drie jaar in acht.

Artikel 3

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt, behoudens de aanvullende middelen, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van de Minister voor Wonen en Rijksdienst blijkt.

  • 2 De minister kan in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel uit de beschikbare arbeidsvoorwaardenruimte aanvullende middelen aan de stichting toekennen.

§ 2. De subsidieverlening

Artikel 4

De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 31 december voor de aanvang van het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 5

  • 1 De minister verstrekt voorschotten per boekjaar.

  • 2 Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.

  • 3 De voorschotten worden als volgt verstrekt:

    • a. 50 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in januari van dat jaar;

    • b. 50 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in juni van dat jaar.

  • 4 De minister kan een voorschot een maand later verstrekken, nadat de stichting hiervan in kennis is gesteld.

§ 4. De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 6

De stichting legt alle projecten vast in een projectenadministratie. In deze administratie wordt per project de verplichting vastgelegd, met daaraan gekoppeld de geprognosticeerde benodigde kasbedragen.

Artikel 7

  • 1 De looptijd van een door de stichting aangegane verplichting bedraagt ten hoogste drie jaar.

  • 2 De stichting hanteert met betrekking tot het verstrekken van subsidies in elk geval de volgende regels:

    • Een aanvraag gaat vergezeld van een projectplan, dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:

      • a. een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;

      • b. een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage leveren aan het stimuleren van arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- of opleidingsactiviteiten;

      • c. een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • d. een tijdsplanning van de activiteit;

      • e. indien voorschotten worden aangevraagd, een weergave van de liquiditeitsbehoefte gedurende het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, zo mogelijk per tijdvak van drie maanden;

      • f. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;

      • g. indien van toepassing, het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en

      • h. de wijze van evalueren.

    • De stichting kan op de verleende subsidies voorschotten verstrekken tot ten hoogste 80 procent. Bij meerjarige projecten wordt per kalenderjaar een voorschot verstrekt van een evenredig deel van de subsidie, waarbij rekening wordt gehouden met de niet tot besteding gekomen middelen.

    • Indien in de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie van € 25.000 of meer wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt, is de subsidieontvanger verplicht om één keer per periode van twaalf maanden via een voortgangsrapportage inzicht te geven in de voortgang van de activiteiten.

    • De verantwoording van projecten met een subsidiebedrag van € 25.000 of meer vindt plaats op basis van een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.

    • De verantwoording van projecten met een subsidiebedrag van € 25.000 gaat vergezeld van een controleverklaring.

  • 3 De stichting draagt zorg voor een adequaat vorderingenbeheer.

Artikel 8

De stichting licht ten minste eens in de vijf jaar de interne organisatie, de door haar geleverde producten en het door haar gevoerde beleid door op doelmatigheid en doeltreffendheid en deelt de resultaten van haar bevindingen mee aan het Sectoroverleg Rijkspersoneel.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9

Een subsidie die is verleend krachtens de Bijdragebeschikking Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting A en O-fonds Rijk.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 juni 2013

De

Minister

voor Wonen en Rijksdienst,

S.A. Blok