Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO

Geldend van 01-08-2013 t/m heden

Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2013, nr. VO/325782, houdende nadere regels voor de verstrekking van een Dans- en Muziekbeschikking voor scholen in het voortgezet onderwijs (Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 25 en 29, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. school: openbare of uit ’s Rijks kas bekostigde dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de artikelen 7, 8, en 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • b. zeer zwakke school en zwakke school: school waar een aangepast toezichtarrangement geldt zoals beschreven in het voor dat jaar geldende toezichtskader als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht;

  • c. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • d. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • e. wet: Wet op het voortgezet onderwijs;

  • f. Stichting DAMU: de stichting Dans- en Muziekscholen;

  • g. DAMU-school: school die een licentie van de minister heeft ontvangen, dat aan DAMU-leerlingen op grond van de regeling ontheffing kan worden verleend;

  • h. HBO-voortraject: cursus aangeboden door een hogeschool, aan vo leerlingen, die voorafgaat aan een hbo-bachelor op het gebied van dansvakonderwijs of muziekvakonderwijs;

  • i. DAMU-licentie: beschikking van de minister aan een bevoegd gezag van een school waarin een aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt ingewilligd;

  • j. DAMU-leerling: leerling die is toegelaten tot het HBO-voortraject en daardoor wordt beschouwd als toptalent op het gebied van dans of muziek.

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is om een DAMU-leerling in staat te stellen gedurende het vo-onderwijs deel te nemen aan een HBO-voortraject, met verlichting van een dubbele studielast en integratie van regulier en kunstonderwijs daar waar mogelijk.

Artikel 3. Procedure voor aanvraag van een DAMU-beschikking

  • 1 De minister kan op grond van een aanvraag van het bevoegd gezag van een school een DAMU-licentie verstrekken voor een periode van vier schooljaren.

  • 2 Een aanvraag voor een DAMU-licentie wordt ingediend bij de minister.

  • 3 Het aantal scholen met een DAMU-licentie bedraagt niet meer dan 12.

  • 4 Aanvragen voor een nieuwe DAMU-licentie worden op volgorde van binnenkomst behandeld, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door de minister is ontvangen, als datum van binnenkomst geldt.

  • 5 Aanvragen voor verlenging van eerdere licenties hebben voorrang boven aanvragen voor een nieuwe licentie.

  • 6 Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school dient te voldoen aan het gestelde in artikel 4.

  • 7 Zeer zwakke en zwakke scholen komen niet in aanmerking voor een DAMU-licentie.

  • 8 De aanvraag voor een DAMU-licentie dient uiterlijk 1 oktober van een jaar te zijn ontvangen.

  • 9 De minister kan aan de Stichting DAMU advies vragen over de aanvraag.

  • 10 De Stichting DAMU geeft dan uiterlijk 1 december van het betreffende jaar advies.

  • 11 De minister besluit over het verstrekken van een DAMU-licentie uiterlijk 1 februari van het aansluitende jaar.

Artikel 4. De aanvraag van een DAMU-licentie

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

  • 1. een verklaring van de VO-school dat op de administratie van de desbetreffende VO-school een door de hogeschool goedgekeurde lijst met de namen en adressen van de DAMU-leerlingen die toegelaten zijn tot het HBO-voortraject voor het huidige jaar aanwezig is;

  • 2. het schoolplan, met daarin een beleidsnotitie waaruit blijkt op welke wijze de school waar nodig zorg draagt voor flexibiliteit in de lesprogramma’s en voor flexibiliteit bij het afleggen van toetsen en examens, en hoe de specifieke kunstvakken worden ingevuld rekening houdend met de belangen van de betrokken DAMU-leerling;

  • 3. een schriftelijke steunverklaring van de HBO-raad voor de aanvraag van een DAMU-licentie.

Artikel 5. Voorwaarden voor het verstrekken van een DAMU-licentie

De school, waarvoor het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in artikel 4 heeft ingediend, voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. op de school zijn ten minste 15 DAMU-leerlingen ingeschreven;

  • b. op de school met de DAMU-licentie is onderwijzend personeel aanwezig en aanspreekbaar op de afstemming van de werkzaamheden die verband houden met de DAMU-licentie en dat voorziet in de begeleiding van de DAMU-leerlingen.

Artikel 6. Verlenging van de DAMU-licentie

  • 1 Het bevoegd gezag van een school die over een DAMU-licentie beschikt, kan een verzoek tot verlenging indienen.

  • 2 Een verzoek tot verlenging van de DAMU-licentie dient uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar, voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de licentie expireert te worden ingediend.

  • 3 Op de verlenging van de DAMU-licentie zijn de artikelen 3, 4 en 5 van toepassing.

Artikel 7. Consequentie van het niet meer deelnemen aan een HBO voortraject.

Indien de DAMU-leerling niet langer deelneemt aan het HBO-voortraject en daardoor niet langer kan worden beschouwd als een DAMU-leerling, dient de desbetreffende leerling vanaf dat moment aan het reguliere onderwijsprogramma deel te nemen. Een reeds geëffectueerde ontheffing op grond van artikel 9 tot en met 13 blijft van kracht, evenals een reeds lopende spreiding van het examen op grond van artikel 14.

Artikel 8. Consequentie voor de DAMU-leerlingen bij het niet verlengen intrekken van de DAMU-licentie

Indien de DAMU-licentie niet wordt verlengd, behouden de betrokken leerlingen de onder de oorspronkelijke DAMU-licentie verkregen mogelijkheden aan die school. Indien dit niet mogelijk is, is de school verplicht een alternatief te verzorgen.

Artikel 9. Afwijkingen van voorschriften met betrekking tot onderwijstijd

  • 1 Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan voor DAMU-leerlingen afwijken van de normen voor onderwijstijd als gesteld in artikel 6g van de WVO.

  • 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, richt in het eerste en tweede leerjaar van het vmbo, havo en vwo een onderwijsprogramma in dat per leerjaar ten minste 800 klokuren onderwijstijd omvat.

  • 3 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, richt in het derde leerjaar vmbo, derde, vierde leerjaar havo en het derde, vierde en vijfde leerjaar vwo een onderwijsprogramma in dat per leerjaar ten minste 800 klokuren onderwijstijd omvat.

  • 4 In afwijking van artikel 6g, eerste lid, van de wet richt het bevoegd gezag voor DAMU-leerlingen in het vierde leerjaar vmbo, het vijfde leerjaar havo en het zesde leerjaar vwo een onderwijsprogramma in dat ten minste 500 klokuren onderwijstijd omvat.

Artikel 10. Afwijking onderbouw

Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan in afwijking van artikel 11c, eerste lid, onder a, van de wet de DAMU-leerling in de eerste twee leerjaren, ontheffing verlenen van de onderdelen van het onderwijsprogramma die betrekking hebben op de kerndoelen bewegen en sport, bedoeld in bijlage 1, onderdeel G, bij het Besluit kerndoelen onderbouw VO, onder voorwaarde dat de school zorg draagt voor een alternatieve adequate begeleiding op het gebied van de gezondheidsaspecten van beweging en houding in relatie tot het voortraject dansvakonderwijs of muziekvakonderwijs.

Artikel 11. Afwijking van vakken in de bovenbouw vmbo theoretische leerweg

Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan afwijken van de bepalingen in de artikelen 10, vijfde en zevende lid, van de wet en van de bepalingen in de artikelen 22, eerste lid, van het Eindexamenbesluit, door een DAMU-leerling, die de theoretische leerweg in het vmbo volgt, ontheffing te verlenen voor:

  • maatschappijleer en lichamelijke opvoeding.

Artikel 12. Afwijking van vakken in de bovenbouw havo

Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan, in afwijking van artikel 14 en artikel 6d van de wet, artikel 26c van het Inrichtingsbesluit WVO en artikel 13, eerste lid, van het Eindexamenbesluit een DAMU-leerling in het havo ontheffing verlenen voor:

Artikel 13. Afwijking van vakken in de bovenbouw vwo

Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan, in afwijking van artikel 13 en artikel 6d van de wet, artikel 26b van het Inrichtingsbesluit WVO en artikel 11, eerste lid, dan wel artikel 12, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO een DAMU-leerling in het vwo ontheffing verlenen voor:

Artikel 14. Gespreid examen

  • 2 Alleen een DAMU-leerling die in het laatste leerjaar wordt geconfronteerd met activiteiten in het kader van uitoefening van de dans of muziek, waardoor buiten de wil om van de DAMU-leerling, het niet mogelijk is het eindexamen in het laatste schooljaar volledig af te leggen, komt hiervoor in aanmerking.

Artikel 15. Overgangsbepaling

  • 1 Voor een school die voorafgaand aan deze beleidsregel al beschikt over een gelijkwaardige licentie op grond van één van de Raamregelingen genoemd in artikel 17, kan deze gebruiken tot en met 31 juli 2014, daarna komt deze te vervallen.

  • 2 Een school als bedoeld in het eerste lid dient voor 1 oktober 2013 een aanvraag in te dienen, met dien verstande dat deze aanvraag wordt beschouwd als verlenging als bedoeld in artikel 6.

Artikel 16. Evaluatie

Deze beleidsregel wordt voor 1 januari 2018 geëvalueerd.

Artikel 17. Intrekking voorgaande raamregelingen

De ‘Voorlopige raamregeling voor de integratie van de vooropleiding dans in het voortgezet onderwijs (10 januari 1989)’, ‘Voorlopige raamregeling voor de integratie van de vooropleiding muziek (10 januari 1989)’, ‘Raamregeling voortrajecten dans/muziek profielen vwo/havo (13 juli 1999)’ en ‘Raamregeling voortrajecten dans/muziek profielen vwo/havo per 1 augustus 2007’ worden per 1 augustus 2013 ingetrokken.

Artikel 18. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 augustus 2013.

Artikel 19. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en bekend worden gemaakt op de internetsite (www.duo.nl) van DUO van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker