Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Bestuursreglement Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA)

Geldend van 14-05-2013 t/m heden

Bestuursreglement Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA)

1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

2. De CEA

Artikel 2.1. – Samenstelling

Artikel 2.2. – Taken en bevoegdheden

De CEA voert de bij of krachtens de wet aan haar opgedragen taken uit. Tot de aan de CEA opgedragen taken behoren krachtens de artikelen 49 en 54 van de Wab:

  • a. het vaststellen van de eindtermen;

  • b. het aanwijzen van opleidingen die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de eindtermen, met uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de praktijkopleiding, voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd;

  • c. het toetsen of de praktijkopleidingen voldoen aan de eindtermen; en

  • d. het afgeven van een verklaring van vakbekwaamheid aan degene die voldoen aan de daarvoor geldende vereisten.

Artikel 2.3. – Vergaderingen van de CEA

  • 1 De CEA vergadert ten minste driemaal per jaar. De voorzitter stelt de agenda op en roept de vergadering bijeen.

  • 2 Ieder lid kan één stem uitbrengen.

  • 3 De secretaris woont de vergaderingen bij en geeft desgevraagd advies.

  • 4 Alle besluiten worden bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. Indien bij een stemming over zaken de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  • 5 De leden van de CEA onthouden zich van stemming over zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben.

  • 6 De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van de CEA.

  • 7 De vergaderingen van de CEA zijn niet openbaar.

Artikel 2.4. – Nevenfuncties

  • 1 Een lid van de CEA vervult geen functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn lidmaatschap van de CEA of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of het vertrouwen daarin.

  • 2 De leden van de CEA maken bij hun benoeming aan de minister en de CEA bekend welke nevenfuncties zij bekleden.

  • 3 Het bureau houdt van alle leden van de CEA een register bij waarin hun nevenfuncties zijn vermeld. Deze gegevens worden jaarlijks gemeld in het jaarverslag.

  • 4 Alvorens over te gaan tot aanvaarding van een nieuwe nevenfunctie (anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de CEA) legt een lid een voornemen daartoe ter goedkeuring aan de voorzitter van de CEA voor. Indien de voorzitter van oordeel is dat vervulling van de desbetreffende functie onverenigbaar is met het bepaalde in lid 1 zal het lid van de CEA de desbetreffende functie niet aanvaarden. De voorzitter stelt de minister op de hoogte van zijn oordeel.

3. Bureau en secretaris

Artikel 3.1. – Samenstelling

  • 1 De CEA heeft een bureau bestaande uit de secretaris en zijn staf.

  • 2 De secretaris wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de CEA.

Artikel 3.2. – Taken en bevoegdheden

  • 1 De secretaris is verantwoording verschuldigd aan de CEA.

  • 2 De secretaris geeft leiding aan het bureau, is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken van het bureau, voorziet de CEA desgevraagd van advies en voert de door de CEA aan hem gemandateerde taken uit.

4. Begroting en verslag

Artikel 4.1. – Begroting

  • 1 De CEA zendt jaarlijks voor 1 april aan de minister ter goedkeuring een ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar.

  • 2 Indien gedurende een kalenderjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven doet de CEA daarvan onverwijld mededeling aan de minister met vermelding van de oorzaak van de verschillen en stelt de CEA een gewijzigde begroting op en legt deze ter goedkeuring voor aan de minister.

Artikel 4.2. – Verslag

  • 1 De CEA stelt jaarlijks een verslag op van de door haar uitgevoerde werkzaamheden, het door haar gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden van de CEA en het bureau in het bijzonder, gedurende het desbetreffende kalenderjaar, en zendt dit verslag aan de minister.

  • 2 Het verslag bevat in ieder geval een financiële verantwoording.

  • 3 De CEA verstrekt desgevraagd aan de minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen.