Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Omzetbelasting, uitvoer van goederen als reizigersbagage

Geldend van 07-05-2013 t/m heden

Omzetbelasting, uitvoer van goederen als reizigersbagage

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 5 november 2011, nr. BLKB 2011/1247M. In het besluit is opgenomen dat vanwege de geldende privacywetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens) bij het maken van een afschrift van het legitimatiebewijs de pasfoto en het persoonsnummer moeten worden afgeschermd (onderdeel 2.1). Verder zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd.

1. Inleiding

Dit besluit behandelt het beleid op het gebied van de heffing van btw bij de uitvoer van reizigersbagage. In het besluit is opgenomen onder welke voorwaarden de leverancier het nultarief voor deze reizigersbagage kan toepassen. Ook wordt de handelwijze bij toepassing door de leverancier van de teruggaafprocedure en het zogenoemde chequesysteem toegelicht.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

wet

Wet op de omzetbelasting 1968
   

uitvoeringsbeschikking

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
   

btw-richtlijn

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

   

btw

omzetbelasting

   

EU

Europese Unie

2. Uitvoer van goederen als reizigersbagage

In het internationale reizigersverkeer kan het btw-nultarief worden toegepast op de levering van goederen aan particulieren die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een land dat niet tot de EU behoort. Deze regeling is vastgesteld in artikel 24, lid 2, van de wet en artikel 23a van de uitvoeringsbeschikking. Deze artikelen zijn gebaseerd op artikel 147 van de btw-richtlijn. De regeling is ook van toepassing op de levering van goederen aan particulieren die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in de EU hebben en aantonen dat zij zich vóór het einde van de derde maand na de aanschaf buiten de EU vestigen.

Voor toepassing van het nultarief in deze gevallen gelden de volgende voorwaarden:

  • de particulier moet de goederen uiterlijk vóór het einde van de derde maand na de maand van aankoop in zijn/haar persoonlijke bagage meenemen naar een niet-EU-land; en

  • de totale waarde van de op een factuur vermelde goederen moet tenminste € 50 (inclusief btw) bedragen; en

  • de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de particulier moet aan de hand van een legitimatiebewijs worden aangetoond.

2.1. Aantonen aanspraak toepassing nultarief

De aanspraak op toepassing van het nultarief moet door de leverancier aan de hand van boeken en bescheiden worden aangetoond. In elk geval is vereist dat de leverancier beschikt over de volgende bescheiden:

  • een afschrift van de op naam van de koper gestelde verkoopfactuur. In plaats van de verkoopfactuur kan ook een ander bescheid dienen (bijvoorbeeld een cheque) als hierop dezelfde gegevens zijn vermeld als op de factuur en de aard en de hoeveelheid van de goederen duidelijk is vermeld. Het vermelden van de gegevens op de factuur geschiedt op het moment van levering en niet achteraf.

Als op één bescheid meerdere leveringen zijn vermeld die elk afzonderlijk niet voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief, is het nultarief alleen van toepassing als de op het bescheid vermelde leveringen:

  • door dezelfde ondernemer zijn verricht; en

  • op dezelfde dag zijn verricht; en

  • gezamenlijk voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief.

  • een afschrift van het legitimatiebewijs van de koper. Vanwege de geldende privacywetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens) moeten bij het maken van een afschrift van het legitimatiebewijs de pasfoto en het persoonsnummer worden afgeschermd;

  • een door de Douane voor uitvoer uit de EU afgetekende (kopie)factuur of een daarmee gelijk te stellen bescheid (origineel). De leverancier kan de uitvoer ook aantonen aan de hand van een door bemiddeling van de koper verkregen bewijsstuk waaruit blijkt dat de geleverde goederen in een land buiten de EU definitief zijn ingevoerd, zoals een afschrift van een in een dergelijk land gedane definitieve aangifte ten invoer.

Op het moment van levering beschikt de leverancier niet over alle bovengenoemde bescheiden, met name niet over een door de Douane voor uitvoer uit de EU afgetekend bescheid. Om te bereiken dat hij daarover alsnog de beschikking krijgt, past de leverancier in de praktijk het nultarief toe door wel btw in rekening te brengen, maar die belasting aan de reiziger terug te geven zodra hij beschikt over alle bescheiden die noodzakelijk zijn voor toepassing van het nultarief. Daarmee bereikt de leverancier dat de reiziger zich inspant om het bewijs van uitvoer uit de EU aan hem te doen toekomen. De leverancier vraagt het btw-bedrag op zijn beurt terug van de Belastingdienst. De inspecteur zal ambtshalve teruggaaf verlenen als wordt voldaan aan de hiervoor beschreven voorwaarden voor toepassing van het nultarief.

Wanneer de teruggaafprocedure wordt toegepast moet de leverancier op het moment van levering minimaal vaststellen dat het een koper betreft die is gevestigd buiten de EU, of zich daar binnen drie maanden gaat vestigen. Hiertoe zal de leverancier de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats moeten vaststellen aan de hand van het legitimatiebewijs. Het nummer van het legitimatiebewijs moet de leverancier op de factuur of de cheque vermelden. Als een koper zich binnen drie maanden buiten de EU gaat vestigen of een EU-paspoort bezit maar buiten de EU is gevestigd, zal de koper dit door middel van objectieve gegevens kenbaar moeten maken en zal de ondernemer deze gegevens in zijn administratie moeten opnemen. Op het moment dat de leverancier de btw terugvraagt van de Belastingdienst moet worden voldaan aan alle hiervoor beschreven voorwaarden voor de toepassing van het nultarief. Daarbij maakt het geen verschil of de bescheiden door de reiziger zelf aan de leverancier worden aangeleverd of dat de reiziger gebruik maakt van een faciliterend bedrijf dat zorgt voor de verzameling van de benodigde bescheiden en deze vervolgens verstrekt aan de leverancier. De vereiste bescheiden kunnen ook worden gearchiveerd bij een faciliterend bedrijf als zij direct beschikbaar zijn en toegankelijk blijven voor controle bij de leverancier door de Belastingdienst.

Overigens is de terugbetaling van de btw aan de reiziger een civielrechtelijke aangelegenheid tussen de particuliere reiziger en diens leverancier.

2.2. Cheques

Leveranciers kunnen bij toepassing van het nultarief deelnemen aan een zogenoemd chequesysteem dat wordt uitgegeven door faciliterende ondernemers. In plaats van een factuur, kopiefactuur of soortgelijk bescheid, ontvangen de reizigers bij hun aankopen van de deelnemende leveranciers een cheque waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld. De cheque (eventueel samen met aanvullende bescheiden) moet voldoen aan de factuurvereisten. De cheque is vormvrij.

Met de cheque kunnen reizigers direct na de uitvoer van de goederen over het terug te geven bedrag beschikken. Als de cheque en de goederen door een reiziger bij de uitvoer uit de EU aan de Douane worden aangeboden, kunnen de ambtenaren de cheque aan de achterzijde voorzien van de vereiste ambtelijke verklaring, kantoorstempel en handtekening. De reiziger moet daarbij inzage kunnen geven in de bescheiden die op de aankoop van de goederen betrekking hebben. Na behandeling geven de ambtenaren de cheque aan de reiziger terug. Daarna kan de reiziger de cheque bij een door de faciliterende ondernemer aangewezen uitbetalingskantoor innen. Door tussenkomst van de faciliterende ondernemer keert de cheque bij de leverancier terug. Deze kan de behandelde cheque vervolgens voor de toepassing van het nultarief overleggen als bewijs van uitvoer van de daarop vermelde goederen.

De reiziger ontvangt de cheque terug als deze niet kan worden voorzien van de vereiste ambtelijke verklaring (bijvoorbeeld omdat deze niet of niet volledig is ingevuld of de daarop gegeven omschrijving van de goederen niet in overeenstemming is met de aangeboden goederen).

3. Ingetrokken regeling

Het besluit van 5 november 2011, nr. BLKB 2011/1247M is met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 24 april 2013,

De

staatssecretaris

van Financiën,

F.H.H. Weekers