Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Financieel-Economische Zaken 2013

Geldend van 21-01-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 april 2013, 2013-0000005301, houdende de inrichting van de directie Financieel-Economische Zaken, alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Financieel-Economische Zaken (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Financieel-Economische Zaken 2013)

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. ADR: Auditdienst Rijk;

  • b. CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;

  • c. directie FEZ: de directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie.

§ 2. Organisatie en taken

Artikel 2

De directie FEZ bestaat uit de volgende afdelingen:

  • a. de afdeling Begroting;

  • b. de afdeling Bedrijfsvoering en Informatie;

  • c. de afdeling Voorzieningen en Uitvoering;

  • d. de afdeling Verzekeringen en Werk;

  • e. het Bedrijfsbureau.

Artikel 3

Het hoofd van de afdeling Begroting is verantwoordelijk voor:

  • a. het correcte verloop van de begrotingscyclus;

  • b. het totstandkomen, actueel houden en bewaken van het integraal budgettair kader;

  • c. de premievaststelling;

  • d. het coördineren van het ambtelijk overleg met het Ministerie van Financiën.

Artikel 4

Het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering en Informatie is verantwoordelijk voor:

  • a. het uitvoeren van de concern-controllersrol;

  • b. het coördineren van de planning- en controlcyclus;

  • c. het onderhouden van de contacten met en de coördinatie van de werkzaamheden voor de Algemene Rekenkamer en de ADR;

  • d. het toetsen van en adviseren over beleidsvoorstellen op budgettaire gevolgen en financieel-economische aspecten aan de directies die ressorteren onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • e. het zorgen voor juiste en kwalitatief goede beleidsinformatie, beleidsevaluaties en beleidsdoorlichtingen;

  • f. het relatiebeheer met het CBS.

Artikel 5

  • 1 Het hoofd van de afdeling Voorzieningen en Uitvoering is verantwoordelijk voor het toetsen van beleidsvoorstellen op budgettaire gevolgen en financieel-economische aspecten, het verzorgen van ramingen en het adviseren hierover ten aanzien van beleidsterreinen waarvoor de directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg verantwoordelijk is, met uitzondering van de verantwoordelijkheden die volgens artikel 6 zijn belegd bij het hoofd van de afdeling Verzekeringen en Werk.

  • 2 De in het eerste lid genoemde advisering omvat mede advisering aan een bewindspersoon en leden van het Managementteam van het ministerie.

Artikel 6

  • 1 Het hoofd van de afdeling Verzekeringen en Werk is verantwoordelijk voor het toetsen van beleidsvoorstellen op budgettaire gevolgen en financieel-economische aspecten, het verzorgen van ramingen en het adviseren hierover ten aanzien van:

    • a. de beleidsterreinen waarvoor de directeur-generaal Werk verantwoordelijk is;

    • b. de beleidsterreinen waarvoor de afdeling Naleving, Gegevensuitwisseling en Regeldruk van de directie Uitvoeringsbeleid en Naleving verantwoordelijk is;

    • c. de beleidsterreinen waarvoor de directie Inkomensverzekeringen en -voorzieningen verantwoordelijk is, met uitzondering van het beleidsterrein inkomensvoorziening.

  • 2 De in het eerste lid genoemde advisering omvat mede advisering aan een bewindspersoon en leden van het Managementteam van het ministerie.

Artikel 7

De verantwoordelijkheid van de hoofden van de afdelingen Bedrijfsvoering en Informatie, Voorzieningen en Uitvoering en Verzekeringen en Werk voor het toetsen van beleidsvoorstellen op budgettaire gevolgen en financieel-economische aspecten, het verzorgen van ramingen en het adviseren hierover omvat de volgende aspecten:

  • a. het adviseren omtrent:

    • 1°. de rechtmatigheid, doelmatigheid, doeltreffendheid en budgettaire inpasbaarheid van voorgenomen beleid;

    • 2°. de beleidsmatige benutting van uitkomsten van ex-post evaluatieonderzoek;

    • 3°. de bekostigingssystematieken en uitvoeringsmodaliteiten;

    • 4°. de financiële bedrijfsvoering (op uitdrukkelijk verzoek en op ad hoc basis) en financiële beheersconcepten;

  • b. het mede opstellen van financiële paragrafen ten behoeve van wetsvoorstellen en beleidsnotities;

  • c. het ontwikkelen en onderhouden van specifieke modellen die nodig zijn voor ramingen binnen dit domein.

Artikel 8

Het hoofd van het Bedrijfsbureau is verantwoordelijk voor:

  • a. het zorgdragen voor het verrichten van voorkomende beleids-, beheers- en verantwoordingstaken ten behoeve van de planning- en controlcyclus van de directie FEZ en alle interne bedrijfsvoeringsaangelegenheden van de directie FEZ met betrekking tot personeel, informatie, organisatie, financiën, algemene zaken en huisvesting, de zogenoemde PIOFAH  °-taken;

  • b. het adviseren inzake door de directeur Financieel-Economische Zaken te nemen besluiten ten aanzien van directiebrede personele aangelegenheden;

  • c. het adviseren van het management met betrekking tot de voorbereiding, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het beleid over de planning- en controlcyclus en de bedrijfsvoering binnen de directie FEZ;

  • d. het zorgdragen voor het beheer van de aan het Bedrijfsbureau toegekende departementale en directiegebonden budgetten;

  • e. het verzorgen en uitvoeren van werkzaamheden met een algemeen karakter die voor de directie FEZ van belang zijn;

  • f. het zorgdragen voor de secretariële administratieve ondersteuning van de directie FEZ.

§ 3. Bevoegdheden

Artikel 9

Aan de hoofden van de afdelingen en het Bedrijfsbureau wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

  • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

  • b. het houden van manager-medewerker gesprekken;

  • c. verlof van medewerkers;

  • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

Artikel 10

Aan de hoofden van de afdelingen en het Bedrijfsbureau wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a. het afdoen van informatieve brieven, die betrekking hebben op de taken van de eigen organisatorische eenheid;

  • b. het paraferen van stukken waar de directie FEZ geen voortouw in heeft, met uitzondering van stukken waarvan gelet op het belang daarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur Financieel-Economische Zaken afgedaan moeten worden.

Artikel 11

Aan het hoofd van de afdeling Begroting wordt mandaat verleend met betrekking tot het ondertekenen van de maandstaat en de kasbegroting.

Artikel 12

  • 1 Aan het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering en Informatie wordt volmacht verleend met betrekking tot:

    • a. het ondertekenen van overeenkomsten met het CBS;

    • b. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de beleidsinformatievoorziening met een waarde van ten hoogte van € 12.500 per overeenkomst.

  • 2 Het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering en Informatie kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, doorverlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 13

Aan het hoofd van het Bedrijfsbureau wordt volmacht verleend tot het verrichten van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen met een waarde van ten hoogste € 20.000 per overeenkomst:

  • a. het aangaan van koop-, huur- en leaseovereenkomsten;

  • b. het aangaan van overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;

  • c. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot beroeps-, functionerings- en loopbaangerichte cursussen en opleidingen die ingevolge dienstopdracht worden gevolgd.

Artikel 14

Doorverlening van bevoegdheden is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijk toestemming van de directeur Financieel-Economische Zaken.

Artikel 15

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Financieel-Economische Zaken worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het afdelingshoofd dat is aangewezen als de plaatsvervangende directeur.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 16

  • 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 februari 2013.

  • 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Financieel-Economische Zaken 2013.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoogachtend,
De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:

P. Lugtenburg,

Directeur Financieel-Economische Zaken.