Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

TAX-videoclipfonds[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 04-04-2013 t/m 31-12-2016

Regeling van de Besturen van de Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en van de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties houdende voorschriften over subsidieverstrekking aan beeldmakers en musici voor het in samenwerking produceren van videoclips (Regeling TAX-videoclipfonds)

Het Bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties,

Gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluiten:

Artikel 1. Definities [Vervallen per 01-01-2017]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de Besturen: het bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties;

  • cofinanciering: bijdragen van derden, waaronder bijdragen van private partijen bijvoorbeeld in de vorm van deelname of sponsoring en bijdragen van publieke partijen zoals provincie, gemeente of publieke fondsen;

  • de Fondsen: de Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties;

  • het bevoegde Bestuur: het bestuur van het Fonds dat met toepassing van artikel 4 een aanvraag in behandeling heeft genomen

Artikel 2. Doelstellingen Regeling TAX-videoclipfonds [Vervallen per 01-01-2017]

Het TAX-videoclipfonds is een subsidieregeling met het doel de artistieke kwaliteit van videoclips een impuls te geven en de samenwerking tussen beeldmakers en musici te stimuleren en te versterken. Een project moet in zowel beeld als muziek het gangbare overstijgen.

Artikel 3. Middelen [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Besturen nemen in het kader van deze regeling een besluit over het beschikbare budget.

  • 2 Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt via de website www.videoclipfonds.nl.

Artikel 4. Toepasselijkheid regelingen [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling is van toepassing op het aanvragen, beoordelen, verlenen en vaststellen van een subsidie voor een project.

  • 1. De aanvrager maakt op het aanvraagformulier duidelijk voor welk Fonds hij kiest.

  • 2. Voor de verlening, bevoorschotting, vaststelling en afwikkeling van het verleende subsidie bij het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties gelden de Algemene Voorwaarden van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties.

  • 3. Voor de verlening, bevoorschotting, vaststelling en afwikkeling van het verleende subsidie bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie gelden de artikelen 11 tot en met 19 van het Algemeen subsidiereglement van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

  • 4. Alvorens een besluit te nemen als bedoeld in artikel 5, lid 7, waarbij het bevoegde Bestuur voornemens is af te wijken van het advies als bedoeld in artikel 9, legt het dit voorgenomen besluit voor aan het Bestuur van het andere Fonds. Indien dit Bestuur niet binnen twee weken bedenkingen tegen het voorgenomen besluit heeft geuit wordt het geacht met het voorgenomen besluit in te stemmen.

Artikel 5. Aanvraagprocedure [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Besturen stellen minimaal drie aanvraagrondes per jaar vast.

  • 2 De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl.

  • 3 Voor het indienen van een aanvraag stellen de Besturen een aanvraagformulier vast. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties of het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

  • 4 Het beschikbare budget en het aanvraagformulier worden na vaststelling openbaar gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl en op de website van de Fondsen.

  • 5 De informatie in het aanvraagformulier en in de daarbij te voegen bijlagen zoals geluids- en beeldmateriaal moet inzicht geven in:

    • a. in welk opzicht de videoclip het gangbare overstijgt;

    • b. een toelichting op de wijze waarop beeld en muziek elkaar versterken;

    • c. de co-financiering door platenmaatschappijen, producenten, muziekuitgeverijen, musici of anderen;

    • d. een sluitende begroting, waarin de gevraagde bijdrage van het TAX-videoclipfonds is opgenomen en toegelicht inclusief offertes en eventuele toezeggingen van co-financiering;

    • e. een marketingplan of communicatiestrategie waarin duidelijk de distributie van de videoclip uiteen wordt gezet.

  • 6 Aanvragen kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend met inachtneming van alle daartoe op www.videoclipfonds.nl vermelde voorwaarden.

  • 7 De aanvraag wordt door de aanvrager of een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de aanvrager ondertekend.

  • 8 Het bevoegde Bestuur neemt binnen 10 weken na de bepaalde inzendtermijn een besluit. Indien de gestelde termijn niet wordt gehaald, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

  • 9 Met de uitvoering van een voorstel kan niet eerder dan de datum waarop het bevoegde Bestuur heeft besloten worden aangevangen.

  • 10 Aan de toekenning van het subsidie kan het bevoegde Bestuur nadere verplichtingen verbinden ter zake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging, de afrekening en de verrekening van het subsidie.

  • 11 Aan de toekenning van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.

Artikel 6. Voorwaarden voor ondersteuning [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor het verkrijgen van een subsidie moet de aanvrager zijn ingeschreven in het Handelsregister.

  • 2 Een subsidie kan slechts worden verleend:

    • a. wanneer de aanvrager een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doeleinden zullen worden bereikt;

    • b. indien de aanvrager niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de subsidieverplichtingen van een project waarvoor een eerdere subsidie is verleend;

    • c. indien de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor het project beschikbare financiële middelen, met inbegrip van het subsidie, voldoende zijn om het project uit te voeren;

    • d. indien het resultaat publiek wordt gemaakt;

    • e. indien het project een overwegend of volledig Nederlands karakter heeft; en

    • f. indien met de verstrekking van het subsidie het financieel plafond van de regeling niet wordt overschreden.

Artikel 7. Weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Awb worden bij de subsidieverlening de volgende bepalingen in acht genomen.

  • 2 Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de uitvoering van de beoogde activiteiten – blijkens de aanvraag – niet binnen 12 maanden na het besluit van het bevoegde Bestuur wordt aangevangen. De looptijd van een project kan niet langer zijn dan 18 maanden.

  • 3 Indien een aanvrager na een geheel of gedeeltelijk afwijzend besluit van het bevoegde Bestuur binnen 6 maanden na dat besluit bij een van de Fondsen een nieuwe aanvraag indient voor hetzelfde project, wordt deze aanvraag zonder nader onderzoek of advies afgewezen, tenzij gewijzigde omstandigheden of nieuwe feiten worden vermeld.

  • 4 Het bevoegde Bestuur kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek of advies af te wijzen wanneer over een voorafgaand project van de aanvrager niet binnen de gestelde termijn of niet naar genoegen van een van de Besturen verantwoording is afgelegd.

  • 5 Subsidies worden niet verleend aan:

    • a. projecten die plaatsvinden binnen het kader van studie of opleiding;

    • b. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.

Artikel 8. Adviescommissie [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De Besturen kunnen een aanvraag ter advisering voorleggen aan een adviescommissie.

  • 2 De commissie bestaat uit vier leden, waaronder een voorzitter.

  • 3 De commissie beschikt minstens over voldoende deskundigheid op het gebied van de kwaliteit van muziek, de vormgeving van videoclips, de digitale distributie van de videoclips en een brede kennis van de creatieve industrie.

  • 4 Er is een openbare werving voor de adviescommissieleden.

  • 5 De Besturen benoemen de leden van de commissie voor een periode van een jaar, welke kan worden verlengd tot in totaal een periode van vier jaar.

  • 6 Adviescommissieleden ontvangen een vergoeding voor de advisering.

  • 7 Personen die deel uitmaken van de organisatie van een van de Fondsen, zoals medewerkers of bestuursleden, kunnen geen lid zijn van de commissie.

Artikel 9. Advisering [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De adviescommissie wordt een oordeel gevraagd over de mate waarin een aanvraag voldoet aan het bepaalde in deze regeling.

  • 2 De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen uit hoofde van deze functie ter kennis komt, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

  • 3 De adviescommissie geeft met name een oordeel in hoeverre de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling, zoals geformuleerd in artikel 2.

  • 4 De commissie beoordeelt daarbij in volgorde:

    • a. de kwaliteit van de muziek;

    • b. de kwaliteit van het beeld;

    • c. de mate waarin muziek en beeld elkaar versterken; en

    • d. de actuele aanleiding van het project.

  • 5 De Besturen kunnen de adviescommissie verzoeken bij de beoordeling van aanvragen rekening te houden met door hen vastgestelde prioriteiten.

  • 6 Voor een geldig oordeel moeten minstens drie leden aanwezig zijn.

  • 7 De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

  • 8 Bij de formulering van het advies over het al of niet verlenen van een subsidie dient de adviescommissie zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens.

  • 9 De commissie streeft naar unanimiteit. Indien de commissie geen consensus bereikt, gaat ze over tot stemmen. Elk aanwezig lid heeft één stem. Bij het staken der stemmen adviseert de commissie positief.

  • 10 Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van het te verlenen subsidie en van aanbevelingen of voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van het project.

Artikel 10. Advisering: de voorzitter [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De voorzitter heeft tot taak om de vergadering te leiden en er op toe te zien dat de advisering geschiedt op basis van deze regeling.

  • 2 De voorzitter heeft tot taak zich actief op te stellen om de gevoerde discussie te vertalen naar een adviesargumentatie.

Artikel 11. Advisering: de secretaris [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Beide Besturen voegen uit de medewerkers van de fondsbureaus een secretaris toe aan de commissie.

  • 2 De secretarissen bereiden de vergaderingen voor en zien ondermeer toe op de redelijkheid van de begrotingen van aanvragen.

  • 3 De secretarissen en de voorzitter zijn verantwoordelijk voor een consistente behandeling van de aanvragen.

  • 4 De secretarissen zien toe op het vertalen van de discussie naar een adviesargumentatie die is gebaseerd op deze regeling. Zij stellen de adviezen op schrift.

  • 5 De secretarissen houden het bestede budget bij en geven op het einde van de vergadering aan of bij honorering van de alsdan uit te brengen adviezen het budget overschreden is en of er aanvullende prioriteiten moeten worden gesteld.

  • 6 De secretarissen rapporteren per ronde de voornaamste bevindingen aan de Besturen.

Artikel 12. Belangenverstrengeling [Vervallen per 01-01-2017]

Indien in een vergadering van de adviescommissie zaken aan de orde komen waarbij een lid van de commissie of familieleden van dit commissielid lid tot in de tweede graad, dan wel iemand waarmee dit lid een duurzame relatie heeft betrokken is en het desbetreffende lid dientengevolge een direct financieel belang bij toekenning van een subsidie zou kunnen hebben, dient dit lid direct na vaststelling van deze betrokkenheid de voorzitter en secretarissen daarvan op de hoogte te stellen. Het betrokken commissielid zal de vergadering, waarin de betreffende aanvraag behandeld wordt, niet bijwonen.

Artikel 13. Intrekken subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bevoegde Bestuur de toekenning intrekken en het eventueel bij voorschot uitbetaalde bedrag terugvorderen.

Artikel 14. Bezwaar [Vervallen per 01-01-2017]

Tegen een beslissing kan door de aanvrager bezwaar worden gemaakt ingevolge artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij het bevoegde Bestuur. De behandeling van het bezwaarschrift vindt plaats volgens de bij het betreffende Fonds geldende procedure.

Artikel 15. Publieke verantwoording door de Fondsen [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Gehonoreerde projecten in het kader van deze regeling worden gepubliceerd op de website www.videoclipfonds.nl.

  • 2 De Fondsen nemen alle op grond van deze regeling ingediende projecten op in hun jaarlijkse verantwoording.

  • 3 Jaarlijks wordt een evaluatie naar de uitvoering van deze regeling uitgevoerd. De evaluatie bestaat in ieder geval uit een kwantitatieve analyse van de advisering. Daarnaast geldt de rapportage als bedoeld in artikel 11 lid 6 als belangrijke input.

Artikel 16. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2017]

In gevallen waarin de wet, de statuten of deze regeling niet voorziet, beslissen de Besturen dan wel, indien het een aangelegenheid betreft die slechts betrekking heeft op één Fonds, het bevoegde Bestuur.

Artikel 17. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: TAX-videoclipfonds.

Artikel 18. Termijn [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 21 maart 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 21 maart 2013, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 21 maart 2013.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het Bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie,

J. Rodermond,

directeur/bestuurder

Het Bestuur van de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties,
Namens deze,

H. M. van den Brink,

directeur