Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Klachtenregeling Bureau Financieel Toezicht

Geldend van 19-10-2002 t/m heden

Klachtenregeling Bureau Financieel Toezicht

Het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht,

Gelet op hoofdstuk 9 van de Algemene wet Bestuursrecht,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Het doel van de regeling is het geven van een interne procedure voor de behandeling van klachten ter uitwerking van de klachtregeling opgenomen in hoofdstuk 9 van de Awb.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op de behandeling van klachten, bedoeld in artikel 9:4 van de Awb, over bestuursorganen van het Bureau.

Artikel 4. Mondelinge klachten

De directeur of een andere bij het Bureau werkzame persoon wijst de klager die een mondelinge klacht heeft ingediend, op de mogelijkheid een schriftelijke klacht in te dienen en op de waarborgen die de procedure van behandeling van een schriftelijk ingediende klacht biedt.

Artikel 5. Klachtadviesprocedure

Het bestuur kan, bij afzonderlijk besluit, een persoon aanwijzen of een commissie instellen als bedoeld in artikel 9:14 van de Awb.

Artikel 6. Minnelijke, informele afdoening

  • 1 In iedere fase van de klachtbehandeling gaat het bestuur na of de klager door middel van een informele behandeling van zijn klacht tevreden gesteld kan worden.

  • 2 Het bestuur kan de informele behandeling aan de directeur of zijn vervanger toevertrouwen, ongeacht de stand van de klachtbehandeling.

  • 3 Zodra naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoetgekomen, vervalt de verplichting tot het toepassen van deze klachtregeling.

  • 4 Indien naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoetgekomen, bevestigt het bestuur dit schriftelijk aan de klager; in deze bevestiging wordt een korte omschrijving van de klacht en de wijze van afhandeling opgenomen.

Artikel 7. Formele eisen aan klacht

  • 1 Indien een klacht niet voldoet aan de in afdeling 9.2 van de Awb opgenomen formele eisen stelt het bestuur de klager in de gelegenheid de klacht binnen een door het bestuur te stellen termijn aan te vullen.

  • 2 Indien een klacht ook na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn niet aan de in dat lid bedoelde formele eisen voldoet vervalt de verplichting om de klacht te behandelen overeenkomstig deze klachtregeling. Het bestuur stelt de klager hiervan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 4 weken na ontvangst van de klacht schriftelijk en gemotiveerd in kennis.

Artikel 8. Klachtbehandeling

  • 1 Indien niet een persoon is aangewezen of een commissie is ingesteld als bedoeld in artikel 7 van deze regeling, worden klachten behandeld door het bestuur.

  • 2 Het bestuur kan het horen van de klager en degene op wie de klacht betrekking heeft opdragen aan de voorzitter of een lid van het bestuur.

Artikel 9. Klachtafdoening

  • 1 Een klacht wordt afgedaan door het bestuur.

  • 2 Indien het een klacht over een lid van het bestuur betreft wordt de klacht afgedaan door de voorzitter van het bestuur en als het een klacht over de voorzitter van het bestuur is, wordt de klacht afgedaan door de overige leden van het bestuur.

  • 3 Diegene op wie de klacht betrekking heeft, krijgt na de klachtafdoening een afschrift van de afdoeningsbrief op de klacht.

Artikel 10. Klachtregistratie en publicatie

  • 1 Het bestuur draagt zorg voor registratie van de klachten.

  • 2 De geregistreerde klachten worden gepubliceerd in het jaarverslag van het Bureau.

Artikel 11. Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling is van toepassing op klachten die na de datum van inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend, ook als de gedraging waarover wordt geklaagd zich voor die datum heeft voorgedaan.

Utrecht, 24 september 2002.

Het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht,

R.C. Schoemaker,

voorzitter.

J.A. van Veldhoven RA,

lid.

H.F. van den Haak,

lid.