Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 01-04-2013 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 12 maart 2013, nr. IENM/BSK-2013/24028, houdende vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen (Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 2, aanhef en onderdeel d, 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 De minister kan voor de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 op aanvraag eenmalig subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger, ter tegemoetkoming aan de toegenomen kosten van kwijtschelding van zuiveringsheffing, verontreinigingsheffing en watersysteemheffing ingezetenen, indien het algemeen bestuur van de subsidieontvanger het besluit heeft genomen om, overeenkomstig artikel 28, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, de kosten van kinderopvang mede in aanmerking te nemen als uitgaven bij het bepalen van het netto besteedbare inkomen met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding.

  • 2 De subsidie bedraagt per subsidieontvanger per jaar ten hoogste een vijfde van het bedrag opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3

Het subsidieplafond bedraagt per boekjaar € 2.000.000,–.

Artikel 4

  • 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 naar het oordeel van de minister door de subsidieontvanger gemaakte kosten van kwijtschelding van zuiveringsheffing, verontreinigingsheffing en watersysteemheffing bedoeld in artikel 2.

  • 2 Niet subsidiabel zijn de kosten die gemaakt zijn in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag die is ingediend overeenkomstig artikel 5.

Artikel 5

De aanvraag tot subsidie wordt uiterlijk 1 juni 2013 of uiterlijk 1 maart van elk volgend jaar ingediend bij de minister, met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen als bijlage 2.

Artikel 6

Onverminderd artikel 4:35 van de wet kan de minister subsidieverstrekking geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel de aanvraag niet voldoet aan artikel 5.

Artikel 7

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

  • 2 In de beschikking wordt vermeld:

    • a. een omschrijving van het doel waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de looptijd van de subsidie;

    • c. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 8

Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 9

Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet is de subsidieontvanger verplicht tot:

  • a. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden uitgevoerd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan;

  • c. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

  • d. het verlenen van medewerking, binnen een door de minister te stellen termijn, aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de gesubsidieerde activiteiten een toegevoegde waarde hebben geleverd aan de in artikel 2, eerste lid, omschreven doelen van deze regeling.

Artikel 10

Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

  • a. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde activiteiten gerichte informatie; en

  • b. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 11

  • 1 De minister verstrekt ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een beschikking tot bevoorschotting.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald, met dien verstande dat de totale voorschotverlening maximaal 100 procent van de verleende subsidie bedraagt.

Artikel 12

  • 1 De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen 22 weken na 31 december 2017.

  • 2 Indien de beschikking niet binnen 22 weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkenen daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 13

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de Auditdienst Rijk en zo nodig andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2018 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor die datum aangevraagde en verleende subsidies.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen

Subsidieontvanger

Subsidiebedrag dat ten hoogste verstrekt kan worden vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017

Aa en Maas

€ 235.953,00

Amstel, Gooi en Vecht

€ 1.806.846,00

Brabantse Delta

€ 286.585,00

De Dommel

€ 83.567,00

Delfland

€ 1.564.502,00

De Stichtse Rijnlanden

€ 522.866,00

Fryslân

€ 335.906,00

Groot Salland

€ 132.724,00

Hollandse Delta

€ 901.211,00

Hollands Noorderkwartier

€ 640.024,00

Hunze en Aa's

€ 243.163,00

Noorderzijlvest

€ 254.305,00

Peel en Maasvallei

€ 124.367,00

Regge en Dinkel

€ 51.779,00

Reest en Wieden

€ 110.931,00

Rijn en IJssel

€ 11.798,00

Rijnland

€ 652.804,00

Rivierenland

€ 415.376,00

Roer en Overmaas

€ 314.605,00

Scheldestromen

€ 174.179,00

Schieland en de Krimpenerwaard

€ 536.302,00

Vallei & Veluwe

€ 223.500,00

Velt en Vecht

€ 112.897,00

Zuiderzeeland

€ 263.809,00

Totaal

€ 10.000.000,00

Bijlage 2. , behorend bij artikel 5, van de Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen

Aanvraagformulier

naam waterschap:

bezoek adres:

postcode:

woonplaats:

e-mailadres:

contact persoon:

telefoonnummer:

bankrekeningnummer:

datum en kenmerk van het besluit van het algemeen bestuur van het waterschap als bedoeld in artikel 28, derde lid, Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990:

 

Welke persoon is bevoegd dit formulier te ondertekenen?

naam:

waterschap:

functie:

afdeling:

ondertekening:

adresgegevens indien afwijkend van bovengenoemd

adres:

postcode:

woonplaats:

telefoonnummer:

e-mailadres: