Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling BVE-subsidies[Regeling vervalt per 01-07-2017.]

Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 februari 2013, nr. BVE/441121, houdende vaststelling van regels voor subsidies die worden verstrekt in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (Regeling BVE-subsidies)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen voor verstrekking van subsidies

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Het doel van deze regeling is het stellen van regels voor subsidies die worden verstrekt aan rechtspersonen, bedoeld in artikel 2.7 van de wet en subsidies die worden verstrekt op het terrein van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Artikel 3. Besteding van de subsidie

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt. Eventuele niet-bestede middelen of overschotten kunnen na afloop van de looptijd van de subsidie worden teruggevorderd.

Artikel 4. Vergoeding voor derden

  • 1 Voor het beschikbaar stellen van goederen aan derden of het verrichten van diensten voor derden brengt de subsidieontvanger een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is.

  • 2 Indien de subsidieontvanger in het kader van de subsidieverstrekking diensten of werkzaamheden door derden wil laten uitvoeren, neemt hij daarbij de Europese aanbestedingsregelgeving in acht.

Artikel 5. Informatieplicht en onderzoeken

  • 1 De subsidieontvanger verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.

  • 2 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledig inzage hebben in boeken en bescheiden.

  • 3 De subsidieontvanger verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door hem gebruikte plaatsen.

  • 4 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.

Artikel 6. Indienen activiteitenplan en begroting

  • 1 Uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd dient de aanvrager de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister.

  • 2 De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.

Hoofdstuk 2. Bepalingen voor verstrekking van subsidies voor specifieke onderwerpen

Paragraaf 1. Subsidieverstrekking ten behoeve van de promotie van het beroepsonderwijs

Artikel 7. Doel en te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan de Stichting Skills Netherlands voor het uitvoeren van de volgende promotieactiviteiten die naar het oordeel van de minister bijdragen aan het beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid van de wet:

    • a. het stimuleren van deelname aan en het organiseren van nationale en internationale beroepenwedstrijden;

    • b. het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van normen voor vakbekwaamheid; en

    • c. het uitwisselen van kennis over beroepsonderwijs.

  • 2 De minister kan subsidie verstrekken aan de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven voor de organisatie van de landelijke prijs voor het beste leerbedrijf.

Artikel 8. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van artikel 7, eerste lid, is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 525.000,– beschikbaar.

  • 2 Voor subsidieverlening op grond van artikel 7, tweede lid, is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 35.000,– beschikbaar.

  • 3 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 2. Subsidieverstrekking ten behoeve van Europese aangelegenheden

Artikel 9. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. CINOP: de stichting CINOP, gevestigd te ’s-Hertogenbosch;

  • b. EQAVET: EQAVET is het Europees raamwerk voor kwaliteitsborging in het middelbaar beroepsonderwijs in het kader van Leven Lang Leren.

  • c. ECVET: ECVET is een Europees Leven Lang Leren instrument met als doel de (internationale) de transparantie van beroepskwalificaties te bevorderen en hiermee de (internationale) student- en arbeidsmobiliteit.

  • d. EQF/NLQF: Het Europese Kwalificatiekader of EQF is bedoeld om kwalificatieniveaus van de verschillende kwalificatiesystemen in het onderwijs op Europees niveau transparant en onderling vergelijkbaar te maken, zodat de mobiliteit in het onderwijs en op de arbeidsmarkt kan worden verbeterd en gelijke kansen in de kennismaatschappij, een leven lang leren en verdere Europese integratie worden bevorderd. Het Nederlands Kwalificatiekader of NLQF is een (gedeeltelijk nieuwe) beschrijving van de kwalificatieniveaus in Nederland in leerresultaten (eindtermen).

Artikel 10. Doel en te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan stichting CINOP voor de rol ten behoeve van het Euroguidance programma, te weten:

    • a. het uitvoeren van het werkplan in een bepaald kalenderjaar van het communautaire actieprogramma inzake het Leven Lang Leren Programma, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie;

    • b. de uitvoering van het nationale activiteitenplan in het kader van Euroguidance programma;

    • c. de nationale bijdrage voor de Nederlandse vertegenwoordiging in het European Lifelong Guidance Policy Network.

  • 2 De minister kan subsidie verstrekken aan stichting CINOP ten behoeve van het Nationaal Coördinatiepunt EQAVET en ECVET voor de implementatie van ECVET en EQAVET in Nederland.

  • 3 De minister kan subsidie verstrekken aan stichting CINOP ten behoeve van het Nationaal Coördinatiepunt NLQF voor de instandhouding van het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ten behoeve van de implementatie van het NLQF en EQF in Nederland.

Artikel 11. Subsidieplafond

  • 3 Voor subsidieverlening op grond van artikel 10, tweede lid, is het kalenderjaar 2013 en het kalenderjaar 2014 een bedrag van maximaal € 200.000,– beschikbaar.

  • 4 Voor subsidieverlening op grond van artikel 10, derde lid, is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 450.000,– beschikbaar.

  • 5 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 3. Subsidieverstrekking ten behoeve van intensivering en verbetering van taal- en rekenonderwijs

Artikel 12. Doel en te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan Stichting Innovatie Beroepsonderwijs ten behoeve van het Steunpunt taal en rekenen mbo voor activiteiten ter ondersteuning van instellingen bij het intensiveren en verbeteren van taal- en rekenonderwijs, te weten:

het bevorderen van kennisdeling, het informeren en adviseren van instellingen over de invoering van referentieniveaus voor Nederlandse taal en rekenen en over de kwalificatie-eisen moderne vreemde talen.

Artikel 13. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 600.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 4. Subsidieverstrekking ten behoeve van het actieplan laaggeletterdheid 2012–2015

Artikel 14. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • laaggeletterdheid: de beperking die mensen ondervinden in hun persoonlijk en maatschappelijk functioneren doordat hun vaardigheden op het gebied van lezen, rekenen en schrijven onder het eindniveau van het instroomniveau beroepsonderwijs liggen.

Artikel 15. Doel en te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan de Stichting Lezen & Schrijven voor activiteiten die naar het oordeel van de minister bijdragen aan de doelstellingen van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012–2015, te weten:

    • a. activiteiten via de programmalijnen bedrijfsleven, regio’s en gezin en gezondheid uit het Actieplan Laaggeletterdheid 2012–2015;

    • b. communicatie ten aanzien van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012–2015;

    • c. het organiseren van de Dag en de Week van de Alfabetisering.

  • 2 De minister kan subsidie verstrekken aan Stichting Innovatie Beroepsonderwijs ten behoeve van het Steunpunt taal en rekenen volwasseneneducatie voor activiteiten die bijdragen aan het Actieplan Laaggeletterdheid 2012–2015, te weten:

    • a. het bevorderen van kennisvergaring en kennisdeling, het informeren, adviseren van instellingen, gemeenten en overige educatieaanbieders over het overheidsbeleid omtrent laaggeletterdheid en volwasseneneducatie;

    • b. activiteiten via programmalijnen onderwijs en regio’s uit het Actieplan Laaggeletterdheid 2012–2015.

  • 3 De minister kan subsidie verstrekken aan de Stichting Lezen & Schrijven voor activiteiten voor het pilotprogramma ‘Taal voor het Leven’ die naar het oordeel van de minister bijdragen aan de doelstellingen van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015, te weten: ‘activiteiten en communicatie die voortvloeien uit het pilotprogramma “Taal voor het Leven”.’

Artikel 16. Subsidieplafond

  • 2 Voor subsidieverlening op grond van artikel 15, derde lid, is jaarlijks maximaal een bedrag van € 5.000.000,– beschikbaar.

  • 3 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 5. Subsidieverstrekking ten behoeve van arbeidsmarktinformatie

Artikel 17. Doel en te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan, in overleg met de ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan Stichting Liber subsidie verstrekken voor activiteiten voor het project schoolverlatersinformatiesysteem voor onderzoek naar de transitiekenmerken van school naar werk voor gediplomeerde schoolverlaters en naar redenen voor het voortijdig verlaten van het onderwijs, te weten:

    • a. het in stand houden van het schoolverlatersinformatiesysteem; en

    • b. het onderzoek naar de school-werk transities en school-school transities van gediplomeerde en ongediplomeerde schoolverlaters van het (middelbaar) beroepsonderwijs, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, het algemeen voortgezet onderwijs en wetenschappelijk onderwijs voorzover het voormalige mbo-studenten betreft.

  • 2 De minister kan aan Stichting Liber subsidie verstrekken voor activiteiten voor het project arbeidsmarktinformatiesysteem voor onderzoek om vier- tot zesjarige prognoses te kunnen doen over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor de hele breedte van het beroepenspectrum in relatie tot de hele breedte van opleidingsspectrum van het beroepsonderwijs, te weten: ‘het onderzoek onder voortijdig schoolverlaters’.

  • 3 De subsidie wordt verleend aan de Stichting Liber ten behoeve van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt te Maastricht.

Artikel 18. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 600.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 6. Subsidieverstrekking ten behoeve van kennisontsluiting, kennisontwikkeling en kennisverspreiding

Artikel 19. Doel en te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan de stichting CINOP voor kennisverspreiding en ter uitvoering van programmalijnen zoals opgenomen in het door de programmaraad ECBO vastgestelde jaarprogramma.

Artikel 20. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 2.100.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 7. Subsidieverstrekking ten behoeve van ondersteuning van vluchteling-studenten

Artikel 21. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 22. Doel en te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan stichting UAF voor activiteiten ter ondersteuning van vluchtelingen die vanwege hun herkomst extra begeleiding nodig hebben voor het succesvol afronden van een mbo-opleiding, te weten: ‘het ondersteunen van vluchtelingen bij het volgen van een vakopleiding, een middenkaderopleiding of een specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c t /m e van de Wet educatie en beroepsonderwijs, in gevallen waarbij de bestaande studiefinancieringsvoorzieningen hierin niet voorzien en voor zover de ondersteuning onderwijsgerelateerd is’.

Artikel 23. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal een bedrag van € 250.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 8. Subsidieverstrekking ten behoeve van loopbaanorientatie en begeleiding

Artikel 24. Doel en te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan de vereniging MBO Diensten voor de volgende activiteiten:

  • a. de implementatie, verbreding en verdieping van ontwikkelde producten en instrumenten die de loopbaanoriëntatie en specifieke studie- en beroepskeuze van vmbo- en mbo-studenten ondersteunen;

  • b. versterking van de bovensectorale speerpunten.

Artikel 25. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is per kalenderjaar een bedrag van maximaal € 3.000.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Paragraaf 9. Subsidieverstrekking ten behoeve van ondersteuning informatiehuishouding en ICT-systemen

Artikel 26. Doel en te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan stichting saMBO-ICT ten behoeve van het bevorderen en ondersteunen van instellingen ten aanzien van bedrijfsvoering, informatiehuishouding en ICT als gevolg van de implementatie van het Actieplan mbo ‘Focus op vakmanschap 2011–2015’.

Artikel 27. Subsidieplafond

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal een bedrag van € 700.000,– beschikbaar.

  • 2 Bij wijziging van het subsidieplafond maakt de minister daar melding van in de Staatscourant.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Paragraaf 1. Overgangsbepalingen

Artikel 28. Overgangsrecht

Aanvragen ingediend op grond van de Subsidieregeling projectopdrachten bve-sector, worden met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, afgehandeld overeenkomstig die regeling. Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond van, of in het kader van die regeling blijven in stand.

Paragraaf 2. Wijziging van de Regeling OCW-subsidies

Artikel 29. Wijziging

[Red: Wijzigt de Regeling OCW-subsidies.]

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 30. Vervallen van de Subsidieregeling projectopdrachten Bve-sector

De Subsidieregeling projectopdrachten Bve-sector vervalt, met uitzondering van de artikelen 14 en 16 en met dien verstande dat bestaande aanspraken en verplichtingen, op grond of in het kader van de onderhavige regeling, in stand blijven.

Artikel 31. Inwerkingtreding en einddatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dg na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot 1 januari 2013 en vervalt met ingang van 1 juli 2017.

  • 2 Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond van, of in het kader van deze regeling, blijven bestaan na de vervaldatum van deze regeling.

Artikel 32. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling BVE-subsidies.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker