Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanvullend instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 23-02-2013 t/m 31-12-2013

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 februari 2013, nr. OWB/483332, houdende instelling van de Evaluatiecommissie Rathenau Instituut (Aanvullend instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een Evaluatiecommissie Rathenau Instituut.

  • 2 De commissie heeft tot taak het evalueren van:

    • a. de bijdrage van het Rathenau Instituut aan het maatschappelijk debat over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en de maatschappelijke positie van het instituut;

    • b. de bijdrage van het Rathenau Instituut aan de politieke oordeelsvorming over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en meer specifiek over de bijdragen van het instituut aan Eerste en de Tweede Kamer van de Staten Generaal en het Europees parlement;

    • c. de bijdrage van het Rathenau Instituut in het vergroten van het inzicht in de werking van het wetenschapssysteem en de bijdrage aan het wetenschapsbeleid en de politieke oordeelsvorming in beide Kamers der Staten-Generaal;

    • d. de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van het Rathenau Instituut waarmee rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat het instituut conform het Instellingsbesluit Rathenau Instituut alleen onderzoek kan verrichten of doet verrichten ten behoeve van de in artikel 3 van dat besluit genoemde taken; en

    • e. de waarborging van de bijzondere positie van het Rathenau Instituut binnen de KNAW in verband met haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Artikel 3. Instellingsduur [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie wordt, direct aansluitend op de periode genoemd in artikel 2 van het Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut, wederom ingesteld met ingang van 1 januari 2013 en wordt opgeheven per 1 mei 2013.

Artikel 4. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5. Leden [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. mw. A. Jorritsma-Lebbink, tevens voorzitter;

    • b. prof. dr. A.C. Hemerijck;

    • c. prof. dr. E.A.M. Crone;

    • d. M. van Calmthout;

    • e. drs. R. Berloznik; en

    • f. prof. dr. A. Webster.

  • 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, mevrouw dr. M.J.V. van Bogaert. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid of de secretaris kan de minister een vervanger benoemen.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijk deskundigen.

Artikel 7. Eindrapport [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie brengt vóór 1 mei 2013 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 8. Vergoeding [Vervallen per 01-01-2014]

  • 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

  • 5 Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 9. Kosten van de commissie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 10. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie biedt de minister vóór 1 mei 2013 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.

Artikel 11. Openbaarmaking [Vervallen per 01-01-2014]

Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 12. Intellectuele eigendom [Vervallen per 01-01-2014]

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectueel eigendom.

Artikel 13. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2013.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanvullend instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. Bussemaker