Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling verdeling op afroep

Geldend van 01-04-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 15 februari 2013, nr. WJZ/13014657, houdende regels met betrekking tot de verdeling van frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de Telecommunicatiewet (Regeling verdeling op afroep)

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 14 en 16 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;

  • b. vergunning: een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte met de omvang zoals die is vastgesteld op grond van artikel 14, derde lid, van het Frequentiebesluit 2013, of een veelvoud daarvan;

  • c. winnende combinatie: die combinatie van biedingen uit alle biedronden, houdende ten hoogste één bieding per deelnemer en betrekking hebbende op ten hoogste het aantal beschikbare vergunningen, die de hoogste totaalopbrengst oplevert;

  • d. finale winnende combinatie: de combinatie van biedingen die op grond van artikel 21 of 22 de uitslag van de veiling vormt;

  • e. winnende deelnemer: de deelnemer wiens bieding deel uitmaakt van de finale winnende combinatie;

  • f. VOA-procedure: de verdeelprocedure die aanvangt met de eerste aanvraag als bedoeld in artikel 15 van het Frequentiebesluit 2013 en eindigt met de beslissing op de aanvragen ingevolge artikel 7 of 24;

  • g. vertrouwelijke informatie: informatie over een aanvrager die niet openbaar is en die, wanneer kenbaar gemaakt aan een andere aanvrager diens beslissingen met betrekking tot de veiling beïnvloedt of kan beïnvloeden.

§ 2. De aanvraag

Artikel 2

  • 2 De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

  • 3 In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om de aanvraag namens de aanvrager in te dienen alsmede in het geval van een veiling namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

  • 4 Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 5 De gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, mogen in afwijking van het tweede lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

  • 6 Een aanvrager dient per VOA-procedure ten hoogste één aanvraag in.

  • 7 De aanvraag wordt ingediend per post dan wel door persoonlijke overhandiging op het volgende adres:

    Agentschap Telecom

    Ter attentie van: Team VOA

    Emmasingel 1

    9726 AH GRONINGEN

Artikel 3

  • 1 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 2 gestelde vereisten, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 2 De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 4 Indien het verzuim, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 2 gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 4

  • 1 De aanvrager is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn woonplaats, of indien het geen natuurlijke persoon is, is gevestigd in de Europese Economische Ruimte.

  • 2 De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

    • a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie;

    • b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd, en

    • c. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager, die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.

  • 3 Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5

  • 3 De minister wijst aanvragen om het gebruik van frequentieruimte binnen een band waarbinnen geen frequentieruimte beschikbaar is, af.

§ 3. Toewijzing frequentieruimte zonder veiling

Artikel 6

Indien de minister een besluit neemt, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van het Frequentiebesluit 2013, verleent de minister aan de aanvrager een vergunning voor het gebruik van de in diens aanvraag vermelde hoeveelheid frequentieruimte.

Artikel 7

  • 2 De frequentieruimte waarop de vergunningen die aan een aanvrager worden verleend, betrekking hebben, is indien mogelijk aaneengesloten.

  • 3 Indien het totaal aan frequentieruimte waarop de te verlenen vergunningen betrekking hebben, kleiner is dan de beschikbare frequentieruimte binnen de band, worden de vergunningen verleend die betrekking hebben op de laagste frequenties. In afwijking van de eerste volzin kunnen de vergunningen die betrekking hebben op de hoogste frequentie binnen de band worden verleend indien alle aanvragers aan wie vergunningen worden verleend dit gedurende de periode bedoeld in het vierde lid overeenkomen.

  • 4 Indien binnen een frequentieband aan meerdere aanvragers vergunningen worden verleend, worden deze aanvragers gedurende twee weken vanaf de mededeling bedoeld in het eerste lid in de gelegenheid gesteld om, met inachtneming van het tweede en derde lid, onderling overeen te komen voor welke frequentieruimte vergunningen worden verleend aan welke aanvrager. Indien na afloop van de periode bedoeld in de eerste volzin niet alle aanvragers aan wie vergunningen zullen worden verleend tot overeenstemming zijn gekomen, bepaalt de minister door middel van een loting, met inachtneming van het tweede en derde lid, voor welke frequentieruimte vergunningen worden verleend aan welke aanvrager.

  • 5 De minister deelt iedere aanvrager mee voor welke frequentieruimte de vergunningen zijn verleend en aan welke aanvrager. De minister maakt de datum van het einde van de VOA-procedure en de nadien nog beschikbare frequentieruimte binnen de band waarop de procedure betrekking had, bekend.

§ 4. Veiling

Artikel 8

Indien de Minister een besluit als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van het Frequentiebesluit 2013 heeft genomen zijn de artikelen 9 tot en met 25 van toepassing.

Artikel 9

  • 1 De veiling vindt plaats door middel van internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem.

  • 2 Gedurende de veiling communiceert:

    • a. de minister uitsluitend door middel van het elektronisch systeem met de deelnemers, en

    • b. een deelnemer uitsluitend door middel van het elektronisch systeem met de minister,

    met dien verstande dat de minister in geval van bijzondere omstandigheden communicatie per telefoon kan toestaan.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kan gedurende de veiling de communicatie tussen de minister en een deelnemer schriftelijk plaatsvinden door middel van het in artikel 10, tweede lid, onderdeel e, bedoelde faxnummer, indien sprake is van een elektronische storing als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

  • 4 De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

  • 5 De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 10

  • 1 De minister deelt iedere aanvrager schriftelijk mee of hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling. Degene die een aanvraag heeft ingediend die voldoet aan de eisen van de artikelen 2 en 4 wordt toegelaten tot de veiling.

  • 2 De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

    • a. de datum, de aanvangstijd en de duur van de eerste biedronde;

    • b. de omvang van een vergunning en de beschikbare hoeveelheid vergunningen in de veiling;

    • c. het aantal deelnemers aan de veiling;

    • d. de voor de veiling benodigde programmatuur;

    • e. het faxnummer voor het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 15, tweede en vijfde lid, en van een schriftelijke bieding als bedoeld in artikel 15, eerste lid;

    • f. het telefoonnummer waarop de minister ingeval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, bereikbaar is;

    • g. de combinatie van zijn inlogcode en zijn wachtwoord;

    • h. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen, en

    • i. het bankrekeningnummer, de daarbij behorende naam en de overige bij de overmaking te vermelden gegevens, bedoeld in artikel 25.

Artikel 11

  • 1 Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep van een aanvrager, verspreidt geen vertrouwelijke informatie en doet geen vertrouwelijke informatie verspreiden aan een andere aanvrager of een derde, en maakt geen vertrouwelijke informatie openbaar.

  • 2 Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep van een aanvrager, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in de veilingprocedure daaronder begrepen.

  • 3 Indien naar het oordeel van de minister sprake is van gedragingen in strijd met het eerste of tweede lid, kan de minister de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar.

  • 4 De minister kan een aanvrager die naar het oordeel van de minister handelt in strijd met het eerste of tweede lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.

  • 5 Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste of tweede lid, kan de minister:

    • a. de uitkomst van een of meer biedingen of biedronden ongeldig verklaren, of

    • b. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

Artikel 12

  • 1 De minister kan de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

  • 2 De minister kan indien dit om andere dan de in artikel 11, derde en vijfde lid, genoemde redenen nodig is voor een eerlijk of efficiënt verloop van de veiling:

    • a. de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar

    • b. een of meer biedingen of de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren, of

    • c. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

  • 3 De minister kan een aanvrager die niet langer voldoet aan de eisen die in artikel 4 zijn gesteld aan een aanvrager, uitsluiten van deelname of van verdere deelname aan de veiling.

Artikel 13

  • 1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

  • 2 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bieding gebonden.

Artikel 14

  • 1 Een ongeldige bieding wordt niet in aanmerking genomen bij:

    • a. het bepalen van de laatste biedronde op basis van artikel 20 en 21, en

    • b. het vaststellen van de combinatie van winnende biedingen.

  • 2 Een bieding is ongeldig wanneer niet is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de bieding is uitgebracht en bevestigd door middel van het elektronisch veilingsysteem via internet;

    • b. de bieding voldoet aan het bepaalde in artikel 16;

    • c. in een biedronde is de bieding de eerste bieding van een deelnemer in die ronde;

    • d. de bieding is in de Nederlandse taal gesteld, en

    • e. de bieding is tijdig ingediend.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, is een bieding die is uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem via internet ongeldig en een schriftelijke bieding geldig, indien de betrokken deelnemer voor die biedronde toestemming als bedoeld in artikel 15 heeft gekregen voor het uitbrengen van een schriftelijke bieding, en die toestemming niet is ingetrokken overeenkomstig artikel 15, vijfde lid.

  • 4 Een schriftelijke bieding als bedoeld in het derde lid is ongeldig wanneer niet is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de bieding voldoet aan de in het tweede lid, onder b tot en met e, gestelde voorwaarden;

    • b. de bieding wordt gedaan overeenkomstig het model in de bijlage bij deze regeling;

    • c. de bieding wordt ingediend middels het krachtens artikel 10, tweede lid, onderdeel e, meegedeelde faxnummer, of

    • d. de bieding is leesbaar en eenduidig.

  • 5 Indien een deelnemer niet heeft voldaan aan de in het tweede lid, onder a tot en met e, gestelde voorwaarden, deelt de minister dit de deelnemer mee en stelt hij de deelnemer in de gelegenheid het verzuim door middel van het elektronisch veilingsysteem te herstellen binnen de duur van de betrokken biedronde, dan wel de verlengde biedronde, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of tweede lid, onderdeel a.

  • 6 In afwijking van het vijfde lid wordt aan een deelnemer die toestemming heeft om een schriftelijke bieding in te dienen en die niet heeft voldaan aan de in het tweede lid, onder b tot en met d, gestelde voorwaarden of de in het vierde lid, onderdelen b, c of d, gestelde voorwaarden:

    • a. per fax meegedeeld dat hij niet aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan, en

    • b. gelegenheid gegeven om het verzuim binnen een door de minister gestelde termijn te herstellen, met dien verstande dat de minister per deelnemer ten hoogste tien maal gedurende de gehele veiling de gelegenheid kan geven om het verzuim te herstellen.

Artikel 15

  • 1 Indien een deelnemer door een elektronische storing niet in staat is om door middel van het elektronisch veilingsysteem een bieding uit te brengen, kan de minister toestemming geven om een bieding schriftelijk uit te brengen.

  • 2 Een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk ingediend middels het in artikel 10, tweede lid, onderdeel e, bedoelde faxnummer, is met redenen omkleed en wordt door de minister ontvangen uiterlijk binnen tien minuten na afloop van de biedronde.

  • 3 De minister kan toestemming als bedoeld in het eerste lid geven voor een enkele biedronde of voor meerdere biedronden.

  • 4 Aan toestemming als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 5 De minister kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de deelnemer intrekken, wanneer dit verzoek schriftelijk wordt gedaan uiterlijk tien minuten na afloop van de voorgaande biedronde, dan wel de verlengde biedronde, bedoeld in artikel 17, eerste of tweede lid, onderdeel b.

Artikel 16

  • 1 Een deelnemer brengt per biedronde maximaal één bieding uit.

  • 2 Een bieding bestaat uit het aantal vergunningen dat een deelnemer wil verkrijgen gelet op de in die biedronde geldende rondeprijs per vergunning, bedoeld in artikel 19.

  • 3 In de eerste biedronde biedt een deelnemer op ten minste zoveel vergunningen als nodig voor de in de aanvraag vermelde omvang van de gewenste frequentieruimte en ten hoogste het aantal beschikbare vergunningen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b. Het aantal vergunningen waarop een deelnemer in een volgende biedronde biedt is kleiner dan of gelijk aan het aantal vergunningen waarop de deelnemer in de voorgaande biedronde heeft geboden.

  • 4 Indien een deelnemer in een biedronde geen bieding uitbrengt of een ongeldige bieding uitbrengt, is het aantal vergunningen waarop de betreffende deelnemer in de volgende biedronde biedt nul.

Artikel 17

  • 1 Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bieding uitbrengt wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten, met dien verstande dat in ten hoogste twee biedronden voor een deelnemer verlenging plaats vindt.

  • 2 In afwijking van het eerste lid:

    • a. kan de minister in geval van bijzondere omstandigheden een deelnemer op zijn verzoek toestemming verlenen om zijn biedronde te verlengen met een door de minister te bepalen termijn;

    • b. wordt, indien aan een deelnemer toestemming als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is gegeven, de betreffende biedronde voor die deelnemer verlengd met een door de minister te bepalen termijn.

  • 3 Het verzoek tot toestemming als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is met redenen omkleed en wordt ontvangen uiterlijk binnen tien minuten na afloop van de biedronde of de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • 4 Aan de toestemming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 5 Een op grond van het eerste of tweede lid verlengde biedronde is afgelopen zodra:

    • a. alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bieding hebben uitgebracht, of

    • b. de biedronde dan wel de verlengde biedronde voor een deelnemer is verstreken.

  • 6 De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste en tweede lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.

Artikel 18

  • 1 De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. het maximale aantal vergunningen waarop hij in de volgende biedronde kan bieden, gelet op artikel 16, derde en vierde lid;

    • b. zijn verlengingsmogelijkheden in de volgende biedronde;

    • c. zijn bieding in de vorige biedronde;

    • d. het bedrag van zijn hoogste bieding in de veiling tot dan toe;

    • e. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde;

    • f. de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt;

    • g. de totale vraag in de vorige biedronde; en

    • h. de bieding van de overige deelnemers in de vorige biedronde, waarbij de identiteit van de overige deelnemers geheim blijft.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, e en f, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronden op grond van artikel 21 of 22 definitief eindigen.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, onder g en h, wordt geen informatie over de vorige biedronde gegeven indien daarop op grond van artikel 21, vierde lid, een herstelbiedfase volgt.

Artikel 19

  • 1 De prijs per vergunning is in de eerste biedronde € 0,–.

  • 2 De minister bepaalt de rondeprijs in de tweede biedronde.

  • 3 In de derde en volgende biedronden verhoogt de minister de rondeprijs zodanig dat de verhoging van de rondeprijs in een biedronde ten hoogste 100% is ten opzichte van de rondeprijs in de daaraan voorafgaande ronde.

  • 4 Indien dit naar het oordeel van de minister nodig is voor een evenwichtige vraagontwikkeling of een efficiënt verloop van de veiling kan hij afwijken van het derde lid.

Artikel 20

De laatste biedronde is de eerste biedronde waarin het aantal vergunningen waarop in de biedronde geboden is, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen.

Artikel 21

  • 1 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is, gelijk is aan het aantal beschikbare vergunningen, wint elke bieder het aantal vergunningen waarop hij in de laatste ronde een bieding heeft uitgebracht tegen de prijs van de laatste biedronde.

  • 2 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is, kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie die een bieding bevat van iedere deelnemer die in de laatste biedronde hoger dan nul heeft geboden.

  • 3 Indien in de laatste biedronde er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in het tweede lid is, wordt de uitslag gevormd door die winnende combinatie als bedoeld in het tweede lid, die bestaat uit biedingen van het grootste aantal deelnemers. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de eerste volzin is, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie als bedoeld in de eerste volzin, betreffende het grootste aantal vergunningen. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de tweede volzin is, wordt tussen deze combinaties geloot.

  • 4 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is:

    • a. kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen, en er geen winnende combinatie als bedoeld in het tweede lid is, of

    • b. nul is,

    volgt eenmalig een herstelbiedfase. Een herstelbiedfase houdt in dat de laatste biedronde komt te vervallen en opnieuw wordt gehouden, waarbij de minister de rondeprijs in deze biedronde vaststelt op een bedrag hoger dan de rondeprijs in de ronde voorafgaand aan de laatste biedronde, maar lager dan de rondeprijs in de laatste biedronde. De deelnemers die in de ronde voorafgaand aan de laatste biedronde hoger dan nul hebben geboden zijn toegelaten tot deze biedronde. Op biedrondes in de herstelbiedfase zijn artikel 16, derde lid, tweede volzin, en 19, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing en is, in afwijking van artikel 20 en 21, artikel 22 van toepassing.

Artikel 22

  • 1 De laatste biedronde in de herstelbiedfase is de eerste biedronde in die fase waarin het aantal vergunningen waarop in de biedronde geboden is:

    • a. gelijk is aan het aantal beschikbare vergunningen, of

    • b. kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen en er een winnende combinatie is die een bieding bevat van iedere deelnemer die in de laatste biedronde in de herstelbiedfase hoger dan nul heeft geboden, of

    • c. nul is.

  • 2 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is, gelijk is aan het aantal beschikbare vergunningen, wint elke bieder het aantal vergunningen waarop hij in de laatste ronde een bieding heeft uitgebracht tegen de prijs van de laatste biedronde.

  • 3 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is, kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie die een bieding bevat van iedere deelnemer die in de laatste biedronde hoger dan nul heeft geboden.

  • 4 Indien in de laatste biedronde het aantal vergunningen waarop geboden is, kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen, en er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in het derde lid is, wordt de uitslag gevormd door die winnende combinatie als bedoeld in het derde lid, die bestaat uit biedingen van het grootste aantal deelnemers. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de eerste volzin is, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie als bedoeld in de eerste volzin, betreffende het grootste aantal vergunningen. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de tweede volzin is, wordt tussen deze combinaties geloot.

  • 5 Indien in de laatste biedronde in totaal op nul vergunningen is geboden, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie. Indien er meer dan één winnende combinatie is, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie die bestaat uit biedingen van het grootste aantal deelnemers. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de tweede volzin is, wordt de uitslag gevormd door de winnende combinatie bedoeld in de tweede volzin, betreffende het grootste aantal vergunningen. Indien er meer dan één winnende combinatie als bedoeld in de derde volzin is, wordt tussen deze combinaties geloot.

§ 5. Toewijzing frequentieruimte na veiling

Artikel 23

  • 1 De frequentieruimte waarop de vergunningen die aan een aanvrager worden verleend, betrekking hebben, is indien mogelijk aaneengesloten.

  • 2 Indien het totaal aan frequentieruimte waarop de te verlenen vergunningen betrekking hebben, kleiner is dan de beschikbare frequentieruimte binnen de band, worden de vergunningen verleend die betrekking hebben op de laagste frequenties. In afwijking van de eerste volzin kunnen de vergunningen die betrekking hebben op de hoogste frequenties binnen de band worden verleend indien alle winnende deelnemers dit gedurende de periode bedoeld in artikel 24, vierde lid, overeenkomen.

Artikel 24

  • 1 Aan een winnende deelnemer wordt een vergunning verleend voor het aantal vergunningen waarop hij in de finale winnende combinatie heeft geboden. De prijs voor die vergunning is gelijk aan het aantal vergunningen waarop de winnende deelnemer in deze combinatie heeft geboden, vermenigvuldigd met de hoogste rondeprijs waartegen de deelnemer deze bieding heeft uitgebracht.

  • 2 De minister wijst de aanvragen van de overige deelnemers af.

  • 3 De minister deelt de deelnemers zo spoedig mogelijk na afloop van de veiling mee:

    • a. dat de veiling is afgelopen; en

    • b. de identiteit van de winnende deelnemers en de door hen gewonnen vergunningen, alsmede de daarvoor verschuldigde totaalprijs.

  • 4 Indien meerdere winnende deelnemers vergunningen hebben gewonnen, worden deze deelnemers gedurende twee weken vanaf de mededeling bedoeld in het derde lid in de gelegenheid gesteld om, met inachtneming van artikel 23, onderling overeen te komen voor welke frequentieruimte vergunningen worden verleend aan welke deelnemer. Indien na afloop van de periode bedoeld in de eerste volzin niet alle winnende deelnemers tot overeenstemming zijn gekomen, bepaalt de minister door middel van een loting, met inachtneming van artikel 23, voor welke frequentieruimte vergunningen worden verleend aan welke winnende deelnemer.

  • 5 De minister deelt na verlening van de vergunningen iedere deelnemer mee voor welke frequentieruimte de vergunningen zijn verleend en aan welke winnende deelnemer. De minister maakt de datum van het einde van de VOA-procedure en de nadien nog beschikbare frequentieruimte binnen de band waarop de procedure betrekking had, bekend.

Artikel 25

Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 24, derde lid, is gedaan, betaalt de deelnemer wiens bieding onderdeel uitmaakt van de finale winnende combinatie de door hem verschuldigde totaalprijs, door overmaking van dat bedrag op het krachtens artikel 10, tweede lid, onderdeel i, meegedeelde bankrekeningnummer, ten name van de daarbij meegedeelde naam en onder vermelding van de daarbij meegedeelde gegevens.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 26

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 9 april 2008 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005 (Kamerstukken 31412) in werking treedt.

Artikel 27

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verdeling op afroep.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 februari 2013

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder b, van de Regeling verdeling op afroep

- Biedkaart -

Instructies

  • Een bieding wordt uitgebracht door middel van het faxen van deze biedkaart.

  • Het aantal van elke bieding wordt in cijfers en letters geschreven.

  • Indien nul wordt geboden, dit aankruisen onder ‘bieding van nul’.

  • De biedkaart wordt in het Nederlands ingevuld.

  • De biedkaart wordt door een vertegenwoordigingsbevoegde ondertekend.

Niet in te vullen door de deelnemer:
 

Deelnemer:

Biedronde nr:

Datum:

Tijdstip: van ..........uur tot ..........uur

 

Maximaal aantal vergunningen waarop deelnemer in deze biedronde kan bieden:

 

Verlenging op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, voor de periode:

..........dag ..........uur tot ..........dag ..........uur

 

Rondeprijs in € per vergunning

Aantal

Het aantal voluit en in blokletters geschreven in de Nederlandse taal

Bieding van nul

In te vullen door de Minister In te vullen door de deelnemer In te vullen door de deelnemer

Handtekening(en) en na(a)m(en) vertegenwoordigingsbevoegde(n):