Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelregeling Beurzen Praktijkverdieping[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2016

Deelregeling Beurzen Praktijkverdieping

Het bestuur van het Mondriaan Fonds,

Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1. Doel [Vervallen per 01-01-2017]

Doel van de regeling is het stimuleren van de verdieping van de praktijk van getalenteerde beeldend kunstenaars of bemiddelaars waardoor een betekenisvolle bijdrage wordt geleverd aan de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Dit gebeurt door het verstrekken van beurzen aan kunstenaars en bemiddelaars die door artistiek of wetenschappelijk onderzoek of een andere vorm van praktijkverdieping hun artistieke ontwikkeling willen bevorderen.

Artikel 2. Vereisten aanvrager [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Een beurs praktijkverdieping kan worden toegekend aan kunstenaars en bemiddelaars.

  • 2 Een kunstenaar die een beurs aanvraagt dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd.

  • 3 Een bemiddelaar die een beurs aanvraagt dient ten minste twee jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken of geïnitieerde projecten.

  • 4 Een beurs kan niet worden verstrekt voor het volgen van een bachelor, master of daarmee vergelijkbare opleiding.

  • 5 Een beurs wordt voor een periode van ten hoogste 12 maanden verstrekt.

  • 6 Gedurende de periode waarvoor een beurs is verstrekt wordt slechts bij hoge uitzondering een andere subsidie verstrekt. Dit kan uitsluitend indien het een project betreft dat buiten de opleiding, instelling of de werkplaats valt waarvoor de beurs is verstrekt en dat wordt uitgevoerd op uitnodiging van een andere instelling, te staven door verklaringen van de opleiding dan wel de werkplaats en de uitnodigende instelling.

Artikel 3. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Naast het bepaalde in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop dient de aanvraag in ieder geval voorzien te zijn van

  • documentatiemateriaal van de aanvrager; indien mogelijk visueel,

  • een toelichting op diens artistieke uitgangspunten,

  • een toelichting op het plan en een motivering waarom specifiek deze vorm van verdieping bijdraagt aan de artistieke ontwikkeling of nascholing van de aanvrager,

  • een cv van de aanvrager,

  • een curriculum of andere informatie over de instelling waarvoor aangevraagd wordt,

  • een inhoudelijke motivering van de instelling of organisatie waarom de kunstenaar/bemiddelaar is geselecteerd,

  • een plan voor het zichtbaar maken van het werk en

  • een begroting en een dekkingsplan.

Artikel 4. Beoordeling [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur stelt selectierondes voor de beurzen praktijkverdieping vast.

  • 2 Het bestuur stelt voor de postacademische instellingen in Nederland (de RijksAteliers, de Jan van Eyck Academie en het EKWC) selectierondes in.

  • 3 Voor de in het tweede lid bedoelde ronde worden drie deskundigen van de desbetreffende postacademische instelling aan de commissie praktijkverdieping toegevoegd.

  • 4 De in het tweede lid bedoelde postacademische instellingen dragen voor iedere ronde ruwweg twee keer zoveel kandidaten voor als kunnen worden geselecteerd. Deze kandidaten dienen te voldoen aan de in deze regeling gestelde voorwaarden.

  • 5 Het bestuur stel voor beurzen die niet betrekking hebben op de in het tweede lid bedoelde postacademische instellingen aparte selectierondes in.

Artikel 5. Inhoudelijke beoordeling [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Bij de beoordeling van een aanvraag voor een beurs praktijkverdieping dient het bevoegd adviesorgaan in onderlinge samenhang de volgende aspecten te beoordelen:

    • de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de aanvrager opgebouwde oeuvre, het belang en de ontwikkeling daarvan of, bij een startende aanvrager, de verwachting van het belang voor de hedendaagse beeldende kunst,

    • de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar;

    • de manier waarop deze naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden,

    • de manier waarop hij zijn kunstenaarschap in artistiek en economisch rendement omzet of bij een beginnend kunstenaar wil omzetten,

    • de allianties die de kunstenaar aangaat om zijn werk geproduceerd te krijgen,

    • de kwaliteit van de instelling waarvoor wordt aangevraagd

    • het plan van de instelling voor het zichtbaar maken van het werk en het vergroten van het netwerk,

    • het plan van de kunstenaar/bemiddelaar,

    • de samenhang tussen het plan van de aanvrager en het programma van de instelling,

    • de vraag of dat plan op de plek waarvoor hij aanvraagt te verwezenlijken,

    • de verwachting dat de werkperiode bij deze instelling een bijdrage zal leveren aan de kwaliteit van het werk en het kunstenaarschap of de beroepspraktijk van de aanvrager,

    • de motivering waarom deze kunstenaar wordt voorgedragen door de instelling.

  • 2 Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang negatief beoordeelt brengt het een negatief advies uit.

  • 3 Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt brengt het een positief advies uit.

  • 4 Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage.

  • 5 De commissie rangschikt de adviezen in volgorde van prioriteit op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid en onderbouwt die prioritering.

Artikel 6. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2013.

Artikel 7. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Beurzen Praktijkverdieping.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De stichting Mondriaan Fonds,

B. Donker

(directeur/bestuurder)